Dinsdag 26/10/2021

Hugo Matthysen Elke dag prutsen, ik doe dat graag

Of Tom Barman onze Clement Peerenscover van 'The Architect' van dEUS al gehoord heeft? Hij heeft nog niet gereageerd op onze mail. Tja, we spelen het ook wel een beetje naar de verdoemenisAls ik iets maak, is het altijd met een knipoog. Ik verwacht niet dat dat nog echt zal veranderen. Een mens verandert niet meer na zijn 25ste

Inspiratie, associatie en recyclage

Een zomermiddag ten huize van Hugo Matthysen. Op de keukentafel prijkt zijn nieuwe aanwinst: een reissue van een Gibson, inclusief koffer. Het is het enige object - elektrische gitaren - dat de fetisjist in hem wakker maakt, zo zal onze gastheer bekennen. Voor de rest zijn er weinig zaken in de materiële wereld een grote inspanning waard.

Boeken, kranten, televisie, een computer, koffie: veel meer heeft Matthysen niet nodig om zijn personages te voeden. Of het nu over Clement Peerens gaat, de popkenner uit Het Leugenpaleis die een eigen leven ging leiden op concertpodia in Vlaanderen, of Ivanhoe, de dolende ridder die wekelijks naar absurde horizonten galoppeert in een Humo-column: ze blaken van gezondheid door de nimmer opdrogende verbeelding van hun geestelijke vader.

"Ik surf dagelijks een uurtje of zo. Ik geloof nogal in de kracht van het objet trouvé. Al klinkt dat een stuk nobeler dan wat je doorgaans op het internet vindt (lacht). Ik surf ook totaal richtingloos, ik klik maar door tot ik iets vind waarvan ik denk: tiens. Daarom hou ik ook zo van het werk van Jeroom. Die recycleert ook graag, letterlijk en figuurlijk. We zitten nogal op dezelfde golflengte, wat dat betreft.

"Als ik moet werken, helpt het internet om mijn interne associatiemachine op gang te trekken. Ik heb ook gemerkt dat je gewoon moet beginnen. Op voorhand lang zitten nadenken in de hoop dat de inspiratie komt, heeft geen zin. Je moet gewoon doen, al is het maar een tekstballonnetje op een bestaande illustratie kleven. Zo heb ik een aantal weken iets gedaan met bijbelillustraties uit de jaren dertig, veertig. Echt iets Amerikaans. En telkens weer blijkt dat het beter lukt als je ermee begint te knoeien dan dat je ernaar zit te staren: zouden die koppen iets moeten zeggen, en zo ja wat?

"Ik heb ook zelf nog getekend - niet dat ik dat goed kan. Dat was voor een reeks in Humo getiteld Boerken Kevin. Ik had eerst het idee om iets met spreuken te doen. En ik wou er een soort van Felix Timmermansachtige feel aan geven, maar dan met onmogelijke landbouwwerktuigen. Ik ben sommige van die spreuken later nog tegengekomen. Zo herinner ik me nog een recensie uit De Morgen van de eindejaarsconference van Raf Coppens. Daarin stond dat de comedian af en toe met spitse rijmen op de proppen kwam als: ... En dan kwam er een spreuk van Boerken Kevin. Plagiaat? Ja, zeker? Maar ik kan me ook voorstellen dat zoiets in alle onwetendheid gebeurt. Dat een mens iets te binnen schiet dat hij of zij jaren voordien ergens heeft opgepikt. Iets waarvan hij zoveel jaren later veronderstelt dat hij het zelf heeft bedacht. Dat gebeurt mij ook, hoor.

"Ik heb zo ooit het nummer 'Millennium' van Robbie Williams opnieuw geschreven. Tijdens de opname had ik nog wat aan de zanglijn zitten prutsen en plots begon het te dagen: shit, dit is gewoon 'Millennium'. Zo zijn er talloze voorbeelden. Het komt er eigenlijk vooral op aan om jezelf niet te veel te censureren, maar open te blijven staan voor wat er zich aandient in je hoofd. Wat het ook is. Ik ben ook niet bang meer voor een writer's block of zo. Dat komt omdat ik mijn terrein min of meer heb gedefinieerd, denk ik. En wat muziek betreft: als je een vehikel hebt als Clement Peerens, hoef je jezelf een hele hoop vragen niet te stellen. Vragen als daar zijn: is dit muzikaal niet compleet achterlijk? Of: is popmuziek niet in wezen volslagen idioot? Enzovoort.

"Op de beste momenten tijdens de tournee voel je dat het publiek daarin meegaat. Dat ze vergeten dat het eigenlijk om een parodie gaat, een vorm van volkstoneel. Dan krijgt het iets van een samenzwering. Maar vergis je niet: we nemen de muziek wel degelijk ernstig. Anders lukt het niet. Zal ik iets laten horen van de nieuwe cd?"

Even later schalt de Clement Peerens Explosition door de keuken, met achtereenvolgens een versie van 'You'll Never Walk Alone', met zanger-bassist Ronny Mosuse in een glansrol als Sylvain ("Please come to me... All the womens (sic) will explain: there is only one Sylvain...") en een eigenzinnige cover van 'The Architect' van dEUS, met zware metalgitaren die het nummer bijna openrijten. Matthysen knikt: "Dit zal live wel goed marcheren, denk ik. Of Tom Barman het al gehoord heeft? We hebben hem een kopie gemaild, maar hij heeft nog niet gereageerd. Tja, we spelen het ook wel een beetje naar de verdoemenis, hé. Maar voor alle duidelijkheid: ik vind het echt een geweldig nummer.

"Het heeft toch wat tijd gevraagd om weer in de huid van Clement Peerens te kruipen, heb ik gemerkt toen ik de nieuwe nummers aan het maken was. Intussen is hij weer helemaal terug en een dezer dagen zal ik ook mijn haar weer moeten verven om op tournee te kunnen gaan. Maar het is niet mijn dierbaarste personage, nee. Dan denk ik aan Yvonne en Yvette - voor die dames heb ik altijd een zwak gehad - of aan Petrik en Jehan. Maar vraag me niet waarom, ik kan het niet uitleggen."

van veel dingen een beetje

"Misschien vreemd: ik hou erg veel van muziek, maar ik heb geen platenverzameling. Nooit gehad. Maar in mijn omgeving lopen nogal wat mensen rond die complete muziekencyclopedieën zijn. Zoals de heer Peeters Bart. Die heeft een stevige platencollectie en zijn kennis is schier oneindig. Als we dan Het Leugenpaleis deden en Clement Peerens kwam langs in de uitzending met zijn theorieën als zelfverklaarde 'popkenner', dan ging het vaak over dingen waar ik werkelijk niks van afwist.

"In de late jaren tachtig, toen ik mij net een cd-speler had aangeschaft, heb ik wel eens vier cd's in één week gekocht, maar... Om een concreet voorbeeld te geven: een van de laatste dingen die ik heb gekocht, was de eerste cd van Lenny Kravitz. Dan weet je het wel (lacht). Maar ik pingel wel elke dag op mijn gitaar. Gewoon: ik doe dat graag. Neen, ik heb geen neiging tot studie op dat vlak. Het is geweten dat een mens na zijn 25ste niet bijster veel meer verandert, dus ik weet dat ik nooit een gigantisch goeie gitarist zal worden. Maar ik ben er wel graag mee bezig, met liedjes fabriceren.

"Mijn vroegste muzikale herinnering? Ik moet toen een jaar of zes, zeven geweest zijn, dat was Trini Lopez met 'If I Had a Hammer'. En daarna The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks, The Beach Boys. Mijn oudere broers hadden die platen in huis - ik kom uit een gezin met zeven kinderen. Zes broers en één zus, ik was de middelste in de rij. Een van de eerste dingen die ik op gitaar kon spelen, was 'Around and around', een nummer van Chuck Berry dat ik kende in een versie van The Rolling Stones. Dat was betrekkelijk simpel om te spelen. En ja, mijn twee oudere broers speelden ook gitaar.

"Maar ook als kind was ik met verschillende dingen tegelijk bezig: tekenen, schrijven, dingen in elkaar prutsen... Ik heb altijd een geweldig versnipperde aandacht gehad. Het is ook mijn geluk geweest, denk ik, dat ik beroepshalve met die verschillende interesses aan de slag kon. Anders had ik zonder twijfel een veel minder tevreden leven geleid dan ik nu leid. Al was het zeker geen bewuste ambitie.

"Ik merk dat ik soms verkeerde verwachtingen oproep bij mensen. Er zijn er die denken dat ik veel van boeken weet en dat ik hele dagen zit te lezen. Niet dus. Er zijn andere mensen die denken dat ik geweldig veel films en televisieprogramma's ken, of dat ik heel goed met computers overweg kan... Zij dwalen. Ik weet eigenlijk nergens geweldig veel af. Maar ik weet wel van veel dingen een beetje af."

bescheiden training in zindelijk denken

"Ik heb filosofie gestudeerd, inderdaad, maar er was op dat vlak geen grote prestatiedwang. Onze ouders gingen daar nogal relaxed mee om. Mijn vader was inspecteur van het lager onderwijs en mijn moeder deed het huishouden. We woonden in Ekeren trouwens - ik heb nooit in Boechout gewoond, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd. Ik heb met Boechout werkelijk niets te maken (lacht).

"Mijn oudste herinnering is dat ik aan de hand van iemand - ik denk een buurmeisje of mijn zus - naar de kleuterschool wandelde. Om op die speelplaats te geraken moest je drie stenen trapjes op. In mijn herinnering had ik daar wat moeite mee. Ik moet dus twee of drie jaar geweest zijn, denk ik.

"Of ik graag naar school ging? Absoluut. Ik was in de lagere school ook een goeie leerling, zoals dat heet, maar in het middelbaar verloor ik gaandeweg mijn interesse. De puberteit zeker? Het gevoel dat ik daar toch zo'n beetje mijn tijd zat te verprutsen. Op het einde heb ik me ervan gedistantieerd. Niet dat het echt zwaar tegen mijn goesting was, maar ik haalde zeker niet langer het onderste uit de kan. En daarna? Zoals ik al zei: ik heb op professioneel gebied eigenlijk nooit concrete ambities gehad. Aan de universiteit - eerst in Leuven, daarna in Antwerpen - was het met de hakken over de sloot.

"In mei '68 was ik twaalf. Ik herinner me die beelden van de televisie, en toen ik op school kwam, hing daar een sfeer alsof de wereld werkelijk zou veranderen. Dat is wel enigszins anders uitgedraaid. Hoewel, er is sindsdien ook veel veranderd, zij het op een andere manier. Alleen al het proces van de ontkerkelijking in Vlaanderen, dat heeft toch een enorme impact gehad? Iedereen was katholiek, in mijn eerste levensjaren. Tot een eind in de jaren zestig. Mijn vader gaf les in het katholiek onderwijs. Er waren katholieke scouts. Iedereen die wij kenden, dat waren allemaal katholieken - we gingen naar de mis en si en la. Het leek alsof er daarbuiten niets was. En dat is toch niet eens zo lang geleden?

"Ik heb er nooit mee geworsteld of zo. Ik deed mijn communies zonder veel boe of ba. En ik ging naar de mis tot ik zestien, zeventien was. Toen had ik het wel gezien. De ellende genaamd jeugdmissen, dat was echt het begin van het einde (lacht). Maar ik heb dat altijd wel een fascinerend gegeven gevonden, die kerkcultuur. Het is ook bizar dat het nagenoeg volkomen verdwenen is. Iemand die tien of twintig jaar jonger is dan ik, die kan zich dat nog moeilijk voorstellen, denk ik. Het belang van een catechismus, van regelmatig gaan biechten, enzovoort. We leefden toen echt in een andere wereld.

"Voor alle duidelijkheid: ik heb er ook niets aan overgehouden van trauma of zo. Later, aan de universiteit in Antwerpen, heb ik me nog met plezier verdiept in de theologie. Toen we pakweg Thomas Van Aquino moesten bestuderen, heb ik geen seconde gedacht: oei, wat voor onzin schuiven ze nu onder onze neus? Ik beschouwde het toen al als een soort intellectueel spel. Een vorm van puzzelen bijna. Via de filosofie kreeg je toch een soort van beschavingsgeschiedenis over je uitgestort. Een bescheiden training in zindelijk denken, zoiets. Het was ook een soort training om onzin als dusdanig te ontmaskeren. Of toch op zijn minst: om daarvoor altijd op je hoede te zijn. Dat is me later dus nog talloze keren van pas gekomen, zoals je wel zult begrijpen. Maar meer ook niet."

sociale achterstand

versus taalproblemen

"Neem nu dat hele zenuwachtige gedoe rond de staatshervorming. Wat mij altijd zeer bizar heeft geleken - en dan spreek ik even algemeen over onze Vlaamse cultuur - is hoe oneindig klein de Vlaamse schaal maar is. Zelfs als je heel België neemt, met tien miljoen inwoners: dat is amper een gemiddelde Chinese grootstad. In Caïro wonen, dacht ik, 24 miljoen mensen. Dat is dus twee en een halve keer België! De omvang van gemeenten als Halle of Vilvoorde is daar dus het equivalent van een parking, een metrostation, of een supermarkt met een paar woonblokken eromheen... Dan denk ik: waarover gaat dit eigenlijk? Een van de populaire theorieën tegenwoordig is blijkbaar ook dat België als beleidsniveau spontaan aan het verdampen is, wegens de toenemende Europese context en zo. Allemaal goed en wel, maar waar eindigen wij dan, met Vlaanderen? Als Baskenland, zoiets?

"Ik vind het een rare redenering om taal aan identiteit te koppelen. De stad Namen ligt, cultureel gesproken, een stuk dichter bij ons dan pakweg Breda. 'Cultureel' in de ruime zin van het woord hé: hoe leeft men, hoe woont men, hoe zien de straten eruit, met welke auto's rijdt men rond, in welke mate zijn die geblutst, wat kun je aan eten verwachten als je een restaurant binnenstapt? Enzovoort.

"Ik heb dit jaar meegedaan met de Nederlandse variant op Saint-Amour, de literaire tournee. Wel, daar heb ik veel mensen ontmoet met wie ik vrij snel affiniteiten voelde. Nederlanders die ook wel eens een boek lezen, of sterker nog: er zelf één geschreven hebben. Logisch dus dat we het als mensen met elkaar konden vinden. Zo heb ik ook al Amerikanen ontmoet met min of meer dezelfde achtergrond en opleiding als ik. Dan voel je ook veel gelijkenissen. Om maar te zeggen: taal is slechts één element om een identiteit te bepalen, een veeleer relatief bovendien.

"Een van mijn dierbare caféstellingen is: als je werkelijk een cultuurshock wilt ondergaan, dan moet je gewoon drie gemeenten verder eens elke avond naar hetzelfde volkscafé gaan... Dan zul je wat meemaken. Maar als je naar het verdoemde Barcelona gaat om naar die kathedraal van Gaudí te staren, samen met een hoop andere middenklassers, word je dan in een andere cultuur ondergedompeld? Nee toch?

"Mijn punt is: de constructie België is inderdaad tamelijk arbitrair, maar so what? Dat geldt voor om het even welk land. In de Verenigde Staten sprak vroeger al een derde van de bevolking Spaans, ik denk dat ze daar nu bijna aan de helft zitten. Dat is demografie hé. Daar valt weinig aan te doen. Idem voor Brussel. Je kunt wel blijven zeggen dat het de Vlaamse hoofdstad is, maar als misschien maar 10 procent Nederlands spreekt, tja. En als de helft van Vilvoorde Frans spreekt, dan moet je daar misschien rekening mee houden, neen? En omgekeerd ook. Enfin, ik heb er geen grote theorieën over te verkondigen, maar het gegeven van een taalgrens... Dat is een momentopname, en dan nog. Als er nog maar één iemand die een andere taal spreekt over die grens stapt, is het al achterhaald.

"Neem nu een gemeente als Kraainem. Daar zullen wel wat samenlevingsproblemen zijn, maar die zijn dan toch nog van een andere orde dan wat er aan het gebeuren is in Anderlecht of Molenbeek of zelfs Antwerpen... Die tweede soort samenlevingsproblemen lijkt mij veel dwingender, want op termijn gevaarlijker: als die niet opgelost worden, staan ons grotere problemen te wachten. Denk ik dan, als onbevoegde. Het probleem van scholing van migranten bijvoorbeeld, of hoe hun vrije tijd wordt georganiseerd. De sociale achterstand in het algemeen lijkt me een veel groter aandachtspunt dan taalgevoeligheden. Ik vind het soms echt verbijsterend, hoor, wat er nu gebeurt. Ik heb de indruk dat er twee jaar geleden een discours in gang is gestoken omwille van een aantal feitelijkheden, zeker, maar ook om puur electorale redenen, en niemand heeft er nu nog echt vat op.

"Het failliet van links? Goh. Er is in ieder geval een verrechtsing bezig, dat is een feit. Maar er spelen zoveel factoren. Ik heb zelf ook weinig boodschap aan veel van die goedbedoelde acties. Ik moet direct weer aan de jaren zeventig denken, toen waren er ook veel vormen van protest. Maar intussen is gebleken dat er onder dat linkse engagement vaak een grote dosis burgerlijkheid schuilging, toch? Ik denk bij veel van die dingen: het is allemaal goed bedoeld en je moet er wel sympathie voor hebben, maar dikwijls komt het neer op kneuterigheid.

"Een voorbeeld? Het verzet tegen het Duwvaartkanaal in de jaren zeventig. Misschien is het wel jammer dat het er nooit gekomen is, met wat we vandaag weten. Maar toen was er fel protest: omdat het om een natuurgebied ging, omdat mensen hun tuin bedreigd zagen, enzovoort. Of neem nu die alternatieve plannen voor de ring rond Antwerpen, van zoveel jaar geleden... Veel van wat in de jaren zeventig alternatief was of leek, bleek achteraf helemaal niet zo vooruitstrevend. En dat had ook met de vorm te maken, da's waar."

onverbeterlijke deadlinemens

"Wat mijn professionele leven betreft: ik ben een geweldige laatbloeier. Ik geloof dat ik 31 was toen ik mijn rijbewijs had. Voordien had ik gewoon geen geld om mij een auto te permitteren. Tien jaar lang hebben we op het randje van armoedig geleefd, die eerste jaren. We hadden toen nog geen kinderen, gelukkig. Het was soms wel alarmerend, ja. Ik heb eerst ook nog burgerdienst gedaan, dat soort ellende.

"In de aanloop daarna heb ik wel eens zes weken als elektricien gewerkt en af en toe waren er optredens - dat was toen nog met Beri Beri, inderdaad (met Jan Leyers en Bart Peeters, SH). Zo lukte het net wel. Het was toen volle crisis, in de jaren tachtig. We stonden, net als bijna iedereen, aan de dop. Ik herinner me dat Jan ergens werk had als BTK'er, zo'n nepstatuut. De perspectieven waren werkelijk nul. Niet dat onze concerten echt veel opbrachten, maar ze hielpen toch een klein beetje.

"Ik heb op een gegeven moment moeten kiezen. Ik was werkloos en ik kon wekelijks iets doen voor de radio. Maar dan moest ik een statuut als zelfstandige hebben. Dat was toen in de maand april, herinner ik me, en ik had toen geschat dat - als ik zelfstandig zou worden - ik tot Kerstmis ongeveer hetzelfde zou verdienen als wat ik zou trekken als werkloze. Ik heb die gok toch maar gewaagd.

"Mijn taak was: teksten schrijven voor het programma Lunapark, een programma van Erwin Briers op Omroep Antwerpen. Licht absurde teksten, korte gedichtjes, beschouwingen van vier regels... In die periode was er ook een wedstrijd op Omroep Brabant, voor Nederlandstalige songschrijvers, en langs die omweg ben ik eigenlijk bij de radio begonnen. Zo is het begonnen. Ik heb vijf of zes nummers opgestuurd. Ik speel ze soms nog: 'Eddy Borremans' bijvoorbeeld zat daar al tussen. Acht jaar later stond dat op mijn eerste plaat. En nog een paar die later door De Nieuwe Snaar zijn opgenomen.

"Invloeden? Ik heb, zoals veel tekstschrijvers van mijn generatie, een korte maar hevige bewondering gekoesterd voor Drs. P. Ik was ook een grote fan van Raymond van het Groenewoud. En wat Nederlandstalige liedjes betreft: ook wel van Jaap Fischer, een bekend figuur uit mijn jeugdjaren.

"Zo ben ik via via bij de radio binnen gesukkeld. Na een jaar is televisie erbij gekomen. Er ging een nieuw popprogramma beginnen, wat later Villa Tempo is geworden. Er was daarvoor een soort wedstrijd voor scenaristen, en ik was de winnaar. Met als gevolg dat ik dus de scenarist van dat programma werd, terwijl ik nog nooit van mijn leven een studio van binnen had gezien! Ik moest toen ook het werk van anderen verbeteren en aanpassen. Ik herinner me trouwens dat Marcel Vanthilt ook iets had ingestuurd. Die had toen al iets meer ervaring. Dat waren mijn eerste stappen op tv.

"Het waren totaal andere tijden. De BRT was in die periode nog compleet gepolitiseerd. Alles sleepte ongelooflijk lang aan, als je iets wou realiseren. De aanloop naar Dag Sinterklaas bijvoorbeeld heeft misschien wel vijf jaar geduurd of zo. Maar vanaf de jaren negentig is het plots geweldig verbeterd.

"Of ik zelf een fervent televisiekijker ben? Ik ben vooral een zapper. Mijn versnipperde aandacht, jawel. Ik werk ook vaak 's avonds. Tegen 23 uur zit ik voor mijn tv en zap ik tussen het late nieuws en andere programma's. Want eerlijk is eerlijk: televisie bedient natuurlijk vooral mensen die te lui zijn om een boek te lezen, of om iets anders stichtelijks te doen (lacht). Veel meer is het uiteindelijk niet.

"Wat ik bijvoorbeeld echt goed vond het afgelopen jaar, is Katarakt. En dat zeg ik niet omdat ik Karlijn (Sileghem, de hoofdrolspeelster, SH) goed ken. Ik vond echt dat er bijzonder goed werd geacteerd. En er waren weinig momenten dat ik dacht: ai, hier rammelt het scenario een beetje. Is dat beroepsmisvorming? Niet noodzakelijk. Als iets goed is, let je er niet op hoe het gemaakt is. Dat geldt voor televisie, maar eigenlijk voor alles. Het is pas als iets rammelt, dat je de beperkingen ervaart.

"Toevallig zat ik gisteren nog te luisteren naar de nieuwe plaat van Elvis Costello. Daar staat een nummer op dat 'Flutter & Wow' heet. Al gehoord? Dat klinkt echt geweldig, op een heel simpele manier. Echt een mooie sound. Natuurlijk, als Costello zingt is het altijd minimaal goed, maar de klank in dat nummer: dat is zoiets dat in mijn achterhoofd blijft hangen. En op een bepaald moment zal dat element ook weer opduiken, vroeg of laat. Als ik zelf aan het knutselen ben met mijn muziekjes...

"Als ik iets maak, is het vrijwel altijd met een knipoog, dat klopt. Ik verwacht niet dat ik op dat vlak nog echt zal veranderen. Ik ga niet ineens Leonard Nolens achterna of zo. Waarom? Gewoon: omdat het tot dusver niet is gebleken dat ik op die manier iets wil creëren. En zoals ik al zei: we weten allemaal dat een mens na pakweg zijn 25ste niet meer echt verandert, dus... De kans lijkt me klein.

"Schoonheid omwille van de schoonheid? Goh... Af en toe, in de dingen die ik voor Humo schrijf, daar sluipen wel eens zinnen in die ik er vrijwel louter voor de vorm in steek. Is dat voldoende? (lacht)

"Ik ben een onverbeterlijke deadlinemens. Wat dus wil zeggen dat ik er meestal lichtjes over ga. Maar dat maakt ook dat, als het moet, ik snel en efficiënt in actie kan schieten. En als ik gedurende drie dagen niets gemaakt heb, een liedje of een column of wat dan ook, dan het begint het te kriebelen, ja.

"Zwaar staan rocken met Clement Peerens, dat is ook kicken. Maar ik kan er nog te weinig van genieten: we staan maar met drie muzikanten op het podium, en dat betekent dat je aan veel dingen tegelijk moet denken. Maar ik kijk er wel naar uit, naar onze tournee de komende weken en maanden.

"En voor de rest: ik kan goed prutsen, in huis rondhangen, een beetje gitaar spelen. Elke dag ja. Ik doe dat gewoon graag. Ik heb ongeveer vijftien gitaren die iets waard zijn, de rest is rommel. En drie daarvan zou ik nooit wegdoen. Maar zet me op een onbewoond eiland met één tijdverdrijf, en dan kies ik toch voor een volle boekenkast, uiteindelijk. Ja, toch wel. Ik zou dan wel op zoek gaan naar wat er aan de bomen groeit om een instrument mee te maken. Creativiteit, het is een zegen, meneer."

Als je een cultuurshock wilt, moet je gewoon eens drie gemeenten verder elke avond naar hetzelfde volkscafé gaan. Dan maak je wat mee. Maar als je in Barcelona naar die kathedraal van Gaudí staat te staren, samen met een hoop andere middenklassers, word je dan in een andere cultuur ondergedompeld? Nee toch?

Als ik iets maak, is het vrijwel altijd met een knipoog, dat klopt. Ik verwacht niet dat ik op dat vlak nog echt zal veranderen. Een mens verandert niet meer na zijn 25ste

Ik heb ooit het nummer 'Millennium' van Robbie Williams opnieuw geschreven. Ik was ervan overtuigd dat het mijn eigen nummer was. Tot ik bij de opname nog wat aan de zanglijn zat te prutsen en het plots begon te dagen: shit, dit is gewoon 'Millennium'

Heel België, tien miljoen inwoners: dat is amper een Chinese grootstad. In Caïro wonen, dacht ik, 24 miljoen mensen. De omvang van gemeenten als Halle of Vilvoorde is daar dus het equivalent van een parking, een metrostation, of een supermarkt met een paar woonblokken eromheen... Dan denk ik: waarover gaat dit eigenlijk?

De stad Namen ligt, cultureel gesproken, een stuk dichter bij ons dan pakweg Breda

Eerlijk is eerlijk: televisie bedient vooral mensen die te lui zijn om een boek te lezen, of om iets anders stichtelijks te doen. Veel meer is het uiteindelijk niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234