Zaterdag 23/10/2021

Hugo Camps bij eeuwige kampioen Johan Museeuw

'Als mens ben ik heel zacht, als renner was ik zo hard als graniet'

Vijf jaar na zijn afscheid en het lichaam nog steeds als een smeedijzeren ornament. In Johan Museeuw valt niets los te schroeven. Zoals staal uit de ovens van Cockerill Sambre komt, zo is hij door zijn moeder op de wereld gezet. Je kunt niet zien waar het lichaam ophoudt en het hoofd begint. Een nek van kabels. Toch een zachte mens. Al blijft West-Vlaamse knoestigheid de fragiele binnenkant enigszins in de weg staan.

Door hugo Camps / foto Tim Dirven

Johan Museeuw is de achterdocht nooit helemaal voorbij. Maar op deze dag in Brugge laat hij meer van speelse miniaturen dan van kasseien zien. Toevallig kwamen we samen aangereden voor het restaurant. Johan permitteerde zich een klein oponthoud voor we aan de hartelijke begroeting konden beginnen. Hij moest nog even de haren bewerken met een waterspray en een borsteltje. Dat hij het in de auto had liggen, vond ik bijna ontroerend. Ook al omdat hij niet echt gebukt gaat onder een weelderige coiffure. Maar toch: even schikken, die handel. "Ja, ik ben ijdel, noem mij dan een topsporter die dat niet is?"

Drie uur later had ik nog steeds niet met een veteraan gesproken. Het jongetje bleef duren. Beter gezegd: de kampioen. "Ik ben nu 43, maar mocht ik met een buikje rondlopen, dan zou ik niet meer naar mezelf kijken. Ik leef niet in een ander lichaam dan in de dagen dat ik de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix won. Niets is gezakt, niets hangt. Nog niet. Dat mag niet. Allicht zal ook ik ooit meer Michelinmannetje dan ex-renner zijn, maar nu nog niet."

Ik zie hem nog op de fiets zitten: robuust klankkussen van het voorjaar. Van botten en verpotten. Gestaald tot in de jukbeenderen; tussen pedaal en helm de gedempte sirene van geluk en triomf. Ooit nog in voetriempjes. Drie keer de Ronde van Vlaanderen gewonnen, drie keer Parijs-Roubaix. Terloops ook nog de Amstel Goldrace. Dat tekent een mens. Zet Johan Museeuw in een rolstoel, en nog is het voorjaar.

"De voorjaarsklassiekers maken me high. Er komt een raar soort energie over mij die er de maanden voordien niet was en nadien ook niet meer komt. Ik kom niet los van de Ronde en van Parijs-Roubaix. Nu ik geen renner meer ben, heb ik toch alweer vier keer deze Ronde van Vlaanderen herbekeken en een paar keer Parijs-Roubaix, terwijl we nauwelijks twee weken verder zijn. Ik kijk ernaar in vervoering, maar ook met de blik van de analyse. Wat ging er mis? Wie zag de aangekondigde demarrage niet? In welke plooi lag Tom Boonen over de kasseien van de Carrefour de l'Arbre. Ik ga altijd op zoek naar details, naar de kleine vlekjes in het kunstwerk.

"Ik ben nu een ander lichaam, een andere geest, een ander mens. Maar eigenlijk zit ik in het voorjaar nog altijd op de fiets. In gedachten dan. Ik kan, vijf jaar later, nog perfect navoelen wat die koersen met me deden. Waar de ascese begon om uiteindelijk te eindigen in een zak friet, de avond na Meerbeke en Roubaix. Dat was een bijna dierlijk genot, die zak friet ter beloning van de weken van de waarheid.

"Ik ben altijd een renner geweest met veel gevoel voor intimiteit en met een redelijk hoog testosterongehalte. Maar die heilige drie weken van het voorjaar - de Ronde, Gent-Wevelgem, Roubaix - was onthouding vanzelfsprekend. Mijn hoofd stond ook niet naar seks. Hoe dat met hedendaagse renners is? Dat kan ik niet zeggen. Ik ga als oude man toch niet aan Tom Boonen vragen: doe je het nog, dezer dagen? Het maakt niets uit, seks voor een wedstrijd. Maar ik had dat rare idee-fixe in mijn hoofd van: je weet nooit. Ik dacht toch: stel dat mijn grootste rivaal voor de Ronde op woensdagavond nog even tegen zijn vrouw heeft aangeleund, dan zal ik misschien toch ietsje scherper zijn. Ik weet ook dat het dom en idioot is, maar een toprenner met stress moet in iets kunnen geloven. Desnoods in boeddhisme."

Spartaanse bourgondiër

Dat zegt een man met meer dan drieduizend flessen in zijn wijnkelder. "Ja, ik ben nu bourgondiër geworden. Maar, om eerlijk te zijn, eigenlijk leef ik nog altijd aan zeventig procent van mijn Spartaans verleden. Er zijn dagen dat ik tegen mezelf zeg: vandaag geen drank, geen vlees, geen toetje. Er zijn dagen dat ik mij nog de prachtige sensatie herinner van een zware training van acht, negen uur. Na drie uur voelde je de zaligheid van honger. Het verlangen naar een douche, naar eten, naar thuis. Benen op tafel.

"Achttien jaar heb ik alles opzijgezet voor mijn carrière. En dan bedoel ik: alles. Vrouw, kinderen, ouders, vrienden. Het kon niet anders. Er is geen keuze. Je zult het hedendaagse renners niet zo gauw horen zeggen, maar als je de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix wilt winnen, moeten eerst alle verlokkingen buiten de fiets radicaal worden genegeerd. Zonder egomanie win je niet, nee. Dat asociale zelfbeeld moet je er ook voor overhebben. Het is zelfs legitiem. Wie blijft na een carrière over? De winnaar. De tweede, de derde, de zestigste: het betekent niets. Ik ben een supporter van Leif Hoste: vechter, werkpaard, doordouwer. Maar als hij niets wint, wenkt de anonimiteit. In een mum van tijd zal hij vergeten zijn."

Ineens, in de Omloop Het Nieuwsblad, zagen we Johan Museeuw met het negerbordje op de motor. Boodschapper van tijdsverschillen in de koers. Hoe dienend kun je zijn als ex-wereldkampioen?

"Het was een van de leukste dagen in mijn leven. Ik was terug op de plaats waar ik altijd heb gezeten: vooraan in het peloton. Ik voelde op de motor de adrenaline weer in me opstomen. Dat mensen het raar vonden dat ik met zo'n bord in de koers was, raakt me niet. Het was mij niet te min, niet te nederig. Sterker nog, ik vond het bijna een eer.

"De wielerbond heeft me gevraagd of ik de plaats van Benoni Beheydt wil innemen op de motor. Om de nummers van ontsnapte renners aan de wedstrijdcommissaris door te geven. Na de Ardense klassiekers neem ik een beslissing. Na de turbulentie die er aan het einde van mijn carrière is geweest, ben ik aangenaam verrast dat de bond mij graag in het peloton terugziet. Kleine dingen bepalen het geluk in een mensenleven, dat heb ik altijd al geweten."

Johan Museeuw en doping: einde verhaal. "Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik ben te hard aangepakt en ik weet waarom. Vlaanderen is te klein, we weten alles van elkaar. En wie hoger dan het maaiveld komt, moet vroeg of laat een kopje kleiner. Jaloezie is een vreselijke ziekte. Hoe arm ben je niet als je buren tegen elkaar ziet opbluffen over een grotere oprit, een mooiere auto, nog meer blingbling? Gaat het daar dan over in het leven? Aan het einde van mijn carrière heb ik geleerd dat mensen die je vroeger op het podium wegdrumden om zelf op de foto te staan ineens met een boog van een kilometer om me heen liepen. Zij stonden dus op het podium om zichzelf te promoten, niet uit liefde voor de wielersport. Ik heb niets tegen politici, maar hun opportunisme is vaak ten hemel schreiend.

"Het zijn nieuwe tijden. De wielersport is opnieuw mooi. Ook de media hebben begrepen dat ze moesten stoppen met hakken in het verleden. De heksenjacht is minder geworden. Ik ben niet naïef en zal dus niet beweren dat het peloton voor de volle 100 procent clean is. Maar er is wel veel veranderd, door de nultolerantie en de doorgedreven controles. Dat juich ik toe. Vorig jaar hoorde je ineens van de vierde generatie epo, Cera. En ja, er komt een vijfde generatie en ook een zesde. En er zullen altijd vissen door het net glippen. Bij de explosie van Riccó, vorig jaar in de Tour, dacht ik meteen: mwah, vreemd. Dit jaar zag je op de Poggio geen vliegers meer opgaan. Het peloton is weer menselijk geworden."

Hij voelt zich bevrijd. "Ik heb twintig jaar geleefd in functie van een carrière en van sponsors. Alles moest opzij om die elf bekerwedstrijden te kunnen winnen en wereldkampioen te worden. Nu mag ik met een eigen visie voor de dag komen. Alle sponsors voor wie ik gereden heb, geven me nog steeds een kus als ze me zien. Maar ik kan nu ook eens in eigen naam spreken, en dat is wel een opluchting.

"Natuurlijk geniet ik nog na van mijn sportieve successen. Winnaar van de Ronde van Vlaanderen ben je voor het leven. Op beurzen in Amerika gaan de deuren open voor de Museeuw Bikes. Ik ben altijd welkom, anderen staan op de wachtlijst. Het is de naam die het doet. En natuurlijk ook de kwaliteit van de fietsen. Onze fietsen bieden het meest comfort. De combinatie van carbon en vlasvezel slaat erg aan in Amerika. Inmiddels distribueren we in twaalf landen. Daar hebben andere constructeurs een half leven over gedaan. Al zeg ik er eerlijkheidshalve bij dat ik geen ondernemer ben. Ik heb ervaring als wielrenner, niet als ondernemer."

Woede, bron van alle demarrages

Was hij met zijn ervaring en slimmigheid niet geroepen als ploegleider? Hem moet je toch de faux-chic van de Bosberg en het Bos van Wallers niet uitleggen? Museeuw kan niet alleen de koers lezen, hij kan ook de benen lezen. Een rennershoofd heeft voor hem überhaupt geen geheimen meer.

"Als het mij gevraagd zou worden om ploegleider te worden, zou ik het moeilijk hebben om neen te zeggen. Wielrennen is een passie die niet overgaat. Ik zou wel geen gemakkelijke ploegleider zijn, want ik ben en blijf een perfectionist. Is het niet gek dat er nog steeds renners zijn die mij bellen om raad? Ik heb het over jongens die al jaren meedraaien. Zij missen dus iets in hun respectievelijke ploegen. Namen? Geen namen!

"Ik constateer dat er in sommige ploegen een groot gebrek is aan communicatie. In de wedstrijd is het makkelijk praten, maar dat doet er weinig toe. Er moet weken, dagen vóór de koers op renners worden ingepraat. José De Cauwer was daar in zijn tijd erg goed in. Natuurlijk, een renner als Boonen heeft geen ploegleider nodig. Die is zelf sterk genoeg in het hoofd om zich voor Parijs-Roubaix vol adrenaline te steken. Dat is het verschil tussen een kampioen en een subtopper. Je kon goed zien dat Boonen vorige zondag op agressie reed.

"Woede is de bron van alle demarrages, ja. Nu moet ik wel zeggen dat Patrick Lefevere een meester is in het bespelen van zijn renners. Hij gebruikt de media op een gepaste manier. Hij durft beschaafd te kwetsen. Dat werkt: renners lezen ook de krant en internet. Cervélo rijdt een schitterend voorjaar. Dus chapeau voor ploegleider Jean-Paul van Poppel. Maar de Nederlander heeft nooit Parijs-Roubaix gereden en dat zie je terug in de koers.

"De smaakmaker van het voorjaar Heinrich Haussler smeet ook in de Hel weer met zijn krachten. Toen ik het zag, dacht ik: jammer. Zo'n jongen moet je tactisch bijsturen. Eerder al kon hij Boonen en Devolder lossen, dan ben je iemand. Ik durf nog niet met zekerheid te zeggen dat Haussler het waar zal maken in de voorjaarsklassiekers. Daarvoor moeten we wachten tot volgend jaar. Maar hij was zeker een waardige vervanger van Ballan en Cancellara. Man van spektakel, maar tactisch dus nog een beetje onderontwikkeld."

Imago

Het drama Silence-Lotto: Museeuw gaat er voorzichtig mee om. Geen zweem van leedvermaak. "Er zijn vele vragen. Is het in de voorbereiding misgegaan? Is er sprake van een stage te veel of een stage te weinig? Kan de ploegleiding worden aangesproken? Het is niet aan mij om dat te zeggen. In ieder geval is er serieus geïnvesteerd om de Lotto's op gelijke hoogte van Quick.Step te brengen en dat is niet gelukt. Tom Steels is nu met zijn laptopwijsheid de laan uitgestuurd. Ik denk nochtans niet dat de oorzaak voor het falen bij hem ligt. We moeten in de wielersport geen toestanden van het voetbal krijgen: de ploeg draait niet, trainer buiten.

"Drastisch ingrijpen helpt niet. Problemen moet je intern houden. Ik heb de indruk dat de problemen van Silence-Lotto te veel naar buiten zijn gebracht. Alle respect voor Marc Coucke als beursman en ondernemer, maar hij moet zich niet bemoeien met de sportieve leiding. Dat werkt contraproductief. Als renners niet draaien, gaan ze wanhopig op zoek naar de oorzaken. Het eerste wat ze doen, is hun positie op de fiets wijzigen. Je ziet ze sleutelen: beetje naar voren, beetje naar achteren, hoger, lager. Altijd verkeerd. Wanhoop. Het is ook armoedig: hoezo moet een profrenner tijdens het seizoen nog naar de juiste positie zoeken?

"Een manager van een wielerploeg moet een visie hebben. Mij hoor je niet zeggen dat Marc Sergeant geen visie heeft. De vraag is wel of hij als ploegleider autonoom genoeg kan werken? Als een manager de bus binnenkomt, moet stilte heersen. Er moet iets van angst in de lucht komen te hangen. Patrick Lefevere kan dat afdwingen, Johan Bruyneel ook."

De renner Museeuw kon soms nors en zwijgzaam zijn. Lage aaibaarheidsfactor. Er lag altijd spanning op de relatie met de pers. "Het was ook een andere tijd. Ik heb uren aan de telefoon gehangen om journalisten dertig keer hetzelfde verhaal te vertellen. Tom Boonen geeft een persconferentie van een kwartier en basta. Soms speelde ik een spel met de pers. Met goeie journalisten was ik wel altijd communicatief. Voor mij was de beginfase van een gesprek belangrijk. Als ze met de verkeerde vragen begonnen, klapte ik dicht.

"De huidige generatie wielrenners is mondiger geworden. Ze komt op voor een eigen mening en laat zich soms zelfs betrappen op ijdele praatjes. Ik vind het wel leuk als ik Boonen en Cavendisch samen, zij aan zij, de Kemmel zie oprijden terwijl ze een dag eerder nog woorden hadden. Het maakt de wielersport populair. Renners van nu hechten aan het uiterlijk. Mooi pak, de witste sokjes, haren geföhnd. Als mijn benen mooi kaal geschoren waren, was het allang goed. Ik herken veel van mezelf in Stijn Devolder. Die heeft geen trainingsprogramma nodig, hij traint op zijn gevoel. Een laptop hoeft ook niet. Persconferenties en de shows eromheen zijn voor hem totaal niet belangrijk. Hij is geëvolueerd, maar een prater zal hij nooit worden. Nog steeds hoor je her en der het verwijt: domme renner. Dat stigma raakt hij niet meer kwijt. Wel twee keer de Ronde van Vlaanderen gewonnen, er zijn niet zoveel zogenaamd slimme renners die dat kunnen zeggen. Zijn imago interesseert hem niet. Ik was als renner gesloten en timide. Binnen de ploeg kon ik het voortouw nemen, maar dat hoefde niet uit te stralen naar de buitenwacht. In de beginfase van je carrière ontstaat een image en dat draag je je hele rennersleven mee."

Slijk dat bindt

Johan Museeuw was een veelverdiener, al staat hij niet bekend als een geldwolf. Van sprinten op de kracht der zotheid komt roekeloosheid in het reguliere leven, zou je denken. Bij de man uit Gistel valt dat wel mee. "Ik heb door de bankencrisis ook geld verloren. Veel geld. Ik dacht dat ik iemand kon vertrouwen die mijn portefeuille beheerde. Je ziet wel vaker mannen rond een renner hangen die zich voordoen als vertrouwenspersoon met een groot hart voor het wielrennen. Tegen jonge renners zeg ik: oppassen met dat soort types. Ze deugen niet.

"Ik moet geen boterham minder eten, maar ik had beter naar mijn vader geluisterd. Hij heeft het vastgoed bewaakt. Ik heb nog steeds de grootste bewondering voor mijn ouders. Als topper ben je alleen bezig met de koers. Er is geen tijd en aandacht voor geld. Je staat er niet bij stil, in de hoop dat het in goede handen is. Achttien jaar was ik alleen maar gefocust op topprestaties. Ik heb tien jaar lang niet eens een bankverrichting gedaan. Wist ook niet hoeveel geld er op de rekening stond.

"Geld en glorie zijn nu de hoekstenen van de maatschappij. Geen wielerkoers zonder viptenten. Ik kom er ook, zij het dat ik liever een pint drink in een gewoon café. Toen ik als renner begon, moest je voor de koers nog bij mensen aankloppen met de vraag of je je mocht omkleden in hun huis. Na de wedstrijd kreeg je ook nog een boterham en een trappist. Warme mensen. Jammer dat dat weg is. Renners van nu verdwijnen als schimmen in de bus. Er is nog weinig contact na de wedstrijd. Ik vond het altijd wel prettig om met de hele bende onder de mijnwerkersdouches te staan na Parijs-Roubaix. Iedereen onder het slijk. Dat bindt."

Geen geluk zonder klikpedaal. "De Ronde en Parijs-Roubaix winnen zijn als gelukservaring door niets te vervangen. Als ik consequent ben, zou ik moeten zeggen: het geluk is alleen maar kleiner geworden. Maar ik geniet nu van andere dingen, zit goed in mijn vel. Maar het is niet te vergelijken met het moment dat je met die kassei in je handen op het podium staat of met een splijtende demarrage op de Bosberg iedereen achter je laat. Als mens ben ik heel zacht, maar als renner was ik zo hard als graniet. Het laatste hoeft niet meer. Je ontdubbelt dus als het ware.

"Ik heb twee keer de kans gehad voor een comeback. Maar ik wist: dat heeft geen zin. Ik ben niet pro comebacks. Het deed me pijn toen ik zag hoe Mario Cipollini gebruikt werd door die rare ploeg Rock Racing. Cipollini: een persoonlijkheid, een figuur met charisma, een meneer, en dat gaat dan op zijn ouwe dag nog twee maanden ploeteren voor cowboys. En waarom? Omdat hij de juiste uitdaging niet meer vindt. Ik juich de comeback van Lance Armstrong niet toe. Overigens, het moet nog blijken of hij daadwerkelijk aan de start komt in de Tour. Ik begrijp wel dat hij het wielrennen mist. Zelf heb ik ook een gevecht geleverd tegen de aftakeling. Een gevecht zonder wapens: er is geen weg terug. De essentie van sport is ook dat je leert te leven met afscheid."

Voeten op de grond

Het afscheid was hem bijna letterlijk bestorven. Tot tweemaal toe. "Ik viel in het Bos van Wallers: knieschijf gebroken op vier plaatsen. De knie werd dichtgenaaid zonder dat ze goed gereinigd was: gangreen! De professor had al gebeld naar mijn echtgenote Véronique met de de mededeling dat mijn been geamputeerd moest worden. Toen ik vervolgens toch weer Parijs-Roubaix won, ging er iets door me heen wat ik niet eerder had gekend. Dat gebaar om voor de meet naar mijn knie te wijzen, kwam van een peilloze diepte.

"Twee jaar later: val met de motor. Zwaar hersentrauma, acht dagen coma. Vechten tegen de dood, vechten om weer wakker te worden. Toen ik weer wakker was, begon ik zotte dingen te zeggen. In het ziekenhuis nam ik de telefoon en belde bondscoach Eddy Merckx. Ik zei: 'Wees gerust, ik zal klaar zijn voor het WK, volgende week.' Coma doet iets met het hoofd. Er is een periode overheen gegaan voor ik weer dezelfde persoon was. Sommigen zeggen mij tot de dag van vandaag dat ik niet meer dezelfde man ben die ik was voor die coma. Daar kan ik natuurlijk zelf niet over oordelen.

"In die overlevingsstrijd heb ik tweemaal iets gezien wat ik niet thuis kan brengen. Of een donkere tunnel, of een zwart gebouw. In ieder geval, het was alsof ik voor een muur van duisternis stond. Ik ben altijd bang geweest voor de dood en dat ben ik nog steeds. Vandaar ook mijn vliegangst: als de boel valt, weet je dat je dood bent."

Johan Museeuw was jarenlang volksbezit. Goddelijker dan kerk en staat. Koning, leeuw! "Tom Boonen is als een komeet de lucht ingeschoten en het volk heeft hem als een komeet omhelsd. Bij mij is het langzamer gegaan. Wat ook een populariteitsfactor was, was het feit dat ik alleen aan de top stond in Vlaanderen. Dan is het moeilijker om je af te schermen. Ik heb het toch goed gedaan, denk ik. Ik ben vooral mezelf gebleven. Een Porsche of een Ferrari hoefde niet voor mij. Voeten op de grond, zoals ik dat van mijn vader had geleerd.

"Ik ben vijf jaar gestopt met wielrennen en Boonen verdient nu het dubbele van mijn salaris. Zijn startpremie voor de criteriums is driemaal hoger dan het mijne. Ik heb daar geen problemen mee. Een kopman moet goed betaald worden, hij houdt de ploeg overeind. Zowel voor de rondes als voor de klassiekers heb je hooguit vijf certitudes. Dat mag verrekend worden. Het is wel zo dat de salarissen binnen het wielrennen nog binnen de grenzen van het fatsoen blijven. Zeker als je dat vergelijkt met sommige andere sporten. Maar natuurlijk is er ook sprake van enige decadentie. Aan de top wordt alles voor je gedaan. Je wordt bij wijze van spreken gewassen. Je ziet het ook aan ploegleiders en verzorgers na een gewonnen wedstrijd. Ik houd niet zo van de vrolijke chaos die dan ontstaat. Het gevoel van de winnaar kun je toch niet delen. Pas na zijn carrière zal Tom Boonen beseffen wat hij gepresteerd heeft. Wat kippenvel is."

Over zijn privéleven valt niets te vertellen, zegt hij. "In de boekskes staan interesseert mij niet. Wielrennen is te mooi voor doorgeschoten randverschijnselen. Ik zie ook wel dat men bij afscherming van de renner om wat smeuïgheid gaat zoeken bij tante en nonkel, bij meme en pepe, maar ik wil het niet lezen. Politici hoef ik ook niet meer te horen. Dat schelden en tieren zonder dat er ooit iets verandert, wat een fake. Ja, ik ben door een partij gevraagd om op de lijst te staan. Ik kreeg meteen de derde plaats. Maar ik heb feestelijk bedankt. Het was niet Lijst Dedecker, natuurlijk niet.

"In de politiek hebben ze geen flauw benul wat de Ronde van Vlaanderen betekent aan internationale uitstraling. Daar kan geen minister van Toerisme tegenop. Ook dit jaar weer zijn ze met duizenden uit de hele wereld gekomen als wielertoeristen. Stel je voor, mensen die uit Tokio en New York komen om op de Koppenberg te mogen fietsen. Met dat kapitaal wordt weinig gedaan door de politiek."

De oudste zoon Gianni heeft zich op fotografie gestort. Zijn jongste zoon Stefano koerst bij de aspiranten. "Ja, hij heeft talent en ja hij kan afzien, maar dat wil niet zeggen dat hij het als renner ook zal maken. De weg is lang en hij moet de zware last van een naam torsen. Voor je het weet komt hij met een vriendinnetje thuis en is het over. Stilletjes hoop ik natuurlijk dat Vlaanderen over een aantal jaren een klein leeuwtje terugziet.

"Ik ga altijd mee naar de koers. Als Stefano fietst, moet alles opzij. Ik ga dan ergens alleen langs het parcours staan. De reactie van andere mensen wil ik niet horen. Ik heb een hekel aan mensen die roepen. Kan het niet verdragen, niet in en niet buiten de sport. Naar een kind roepen waar mensen bij staan, zieliger kan niet. Roepen moet verboden worden. Er horen zware straffen op te staan."

De Ronde en Parijs-Roubaix winnen zijn als gelukservaring door niets te vervangen. Als ik consequent ben, zou ik moeten zeggen: het geluk is alleen maar kleiner geworden

Ik kan nog perfect voelen wat die koersen met me deden. Waar de ascese begon om te eindigen in een zak friet, de avond na Meerbeke en Roubaix. Dat was een bijna dierlijk genot, die zak friet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234