Vrijdag 13/12/2019

Hout van Bob aan de top

Het is precies die bijna maniakaal te noemen rijmdwang die aan Van Daalens poëzie iets bijzonders geeft

Door Marc Reugebrink

Middenstandspoëzie is van alle tijden. Rijm maakt blijkbaar kooplustig. 'Henk v.d. Scheur, Van Deur Tot Deur' (transportbedrijf Van der Scheur), 'Hij en zij op een fiets van Klei' (fietshandel Klei), 'Koning, keizer, admiraal, Popla gebruiken ze allemaal' (merk toiletpapier). Maar niemand die de middenstandspoëzie zozeer tot kunst weet te verheffen als Bob van Daalen, eigenaar van een doe-het-zelf-zaak aan het Vliet in Leeuwarden, Nederland. Niet zozeer omdat hij het genre uit weet te tillen boven de gebruikelijke krompraat en al even gebruikelijke banaliteit - wel integendeel.

Wat in de bovenstaande voorbeeldjes opvalt, is, behalve het rijm, het metrum. Middenstandspoëzie bekt lekker. Sterker nog: het is de reden om er als middenstander naar te grijpen. Het vat het bedrijf, de aangeboden koopwaar, de voorgegeven kwaliteit samen in een bondige tekst die door zijn rijmende en metrische karakter blijft hangen in het hoofd van de consument.

Zo niet bij Bob van Daalen. De door Willem Winters, Kees 't Hart en Andrea Möller in 2003 samengestelde Verzamelde gedichten - een heuse dundrukuitgave - kenmerken zich niet zelden door wat je niet anders kunt omschrijven dan als onhandigheid. Bob van Daalens poëzie heeft vaak iets weg van wat in Nederland wel 'sinterklaasgedichten' worden genoemd: hopeloos ametrische, hotsende en botsende knittelverzen, die alleen omdat ze op de meest ongelukkige manier eindrijm vertonen aanspraak mogen maken op het etiket 'gedicht'. 'Echt waar!/ Bij Bob in voorraad de enige echte milieuvriendelijke vervanger voor carboleum die werkt jaar na jaar', zo luidt er bijvoorbeeld één, en het is een rijmpje dat niet echt in je hoofd blijft hangen.

Het gedichtje laat ook al meteen zien waarin Van Daalens poëzie nog meer afwijkt van die van andere middenstanders. Sommige van zijn gedichten kunnen wel op een lichtbak aan de voorgevel ('Wie kiest voor kwaliteit/ slaagt bij Bob geheid'), maar de meeste zijn niet bedoeld voor de semi-eeuwigheid van het uithangbord. Ze hebben hoogstens dagwaarde, zijn deel van een vorm van communicatie die ze radicaal anders maakt dan de meeste middenstandspoëzie.

Bob van Daalen opende zijn doe-het-zelfzaak in 1966 en vanaf 1972 publiceerde hij zijn gedichten in de Leeuwarder Courant en de Huis-aan-Huis. Elke aanbieding, aanprijzing, of gewoonweg mededeling ('Voor uw gemak,/ Bob is geopend met de bouwvak' of, ook mooi, 'De mussen vallen van de hitte van de goten,/ daarom is Bob vandaag gesloten') wordt op rijm gesteld, terwijl ook in de winkel de klant aangesproken schijnt te worden met korte, altijd rijmende teksten. Het is precies die bijna maniakaal te noemen rijmdwang die aan Van Daalens poëzie iets bijzonders geeft - haar uit de sfeer van de loutere middenstandspoëzie haalt, zonder dat ze daarmee nu in de sfeer van de 'heuse' poëzie terechtkomt. Het is iets ertussenin, iets dat de poëzielezer in een meer filosofische bui het protest tegen de elitaire kaders van de kunst zou kunnen noemen, terwijl anderen in een minder filosofische bui zoiets waarschijnlijk gewoon geheel van de pot gerukt vinden - een gekte die zijn geheel eigen, maar toch (zeker voor inwoners van Leeuwarden) herkenbare wereld creëert. Iets waarover de meer filosofisch gestemde mens dan bijvoorbeeld weer zou kunnen zeggen dat het hier om de subversieve onderstroom in de officiële cultuur gaat.

Intussen is het dat allemaal tegelijkertijd wel en niet. De neiging er cultuurfilosofische overwegingen op los te laten, is natuurlijk mede het gevolg van het feit dat mensen de versjes van Van Daalen in een heus boekwerk hebben verzameld en ze zo De Literatuur binnen hebben gebracht - daarmee tegelijkertijd die Literatuur als die versjes zelf ter discussie stellend. Waarmee ze 'kunst' worden in de meer contemporaine zin van het woord.

En eenmaal in die context geplaatst weten Van Daalens teksten misschien dan toch iets bloot te leggen van het ongrijpbare wonder van de poëzie zelf. Een gedicht als: 'Geef uw planten als dank/ deze vensterbank' komt dicht in de buurt van wat poëzie pas werkelijk tot poëzie maakt, al zou men om dat uit te leggen minstens een essay van tientallen bladzijden moeten schrijven. De verwantschap met de poëzie van Elma van Haren en het complete werk van Charlotte Mutsaers ligt hier in ieder geval voor het oprapen - en vanuit die laatste vertrekt er dan weer een lijn naar het weerbarstige werk van Daniil Charms.

Wie de 236 pagina's tellende Verzamelde gedichten helemaal heeft doorgenomen, begint zich zelfs af te vragen of dat wat gewoonlijk over 'de' poëzie wordt gezegd - ze communiceert voordat ze wordt begrepen; het gaat niet om de boodschap maar om de vorm - wel waar is. Of gedichten niet juist het medium bij uitstek zijn om mensen in beweging te brengen. Want zeg nou zelf: zelfs de grootste CO2-junk slaat toch groen uit bij een tekst als deze: 'Doe als zo velen;/ Koop ook bij Bob Cambarahout uit Brazilië/ van herbeboste percelen'?

Bob van Daalen, Verzamelde gedichten, Perio, Leeuwarden, 2003.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234