Donderdag 24/06/2021

Houd de kadaverdief!

In de Golf van Mexico is BP volgens zeebiologe Riki Ott volop bezig met het stelen en verdonkeremanen van dode zeehonden, arenden en dolfijnen. De te betalen schadevergoedingen worden straks deels bepaald door het aantal gevonden kadavers. ‘Als we geen dode dieren hebben, komen er ook geen dollars.’

BP manipuleert niet alleen het internet, het doet ook massaal slachtoffers van de ramp verdwijnen

Zeebiologe Riki Ott bevindt zich al enkele weken aan de kust van de Golf van Mexico. In 1989, toen ze in de visserij werkte in Alaska, maakte ze op de eerste rij de ramp met de olietanker Exxon Valdez mee. Achteraf was ze jaren betrokken bij de juridische strijd die de bewoners van de Prince William Sound, waar de Exxon Valdez aan de grond liep, moesten uitvechten om schadeloos gesteld te worden. Ott schreef er het boek Not One Drop over en is sindsdien milieuactiviste.

Volgens de laatste schattingen lekken uit het gat op de bodem van de Golf van Mexico, waar op 21 april het booreiland Deepwater Horizon verging, tot 60.000 vaten olie per dag. Tegen dat tempo komt er om de vier dagen even veel olie vrij als destijds uit de Exxon Valdez.

Dat deze ramp veel erger wordt, daar bestaat geen discussie over, zegt Riki Ott. “Alleen weet niemand precies hóéveel erger.” En dat komt niet eens alleen doordat niemand kan voorspellen hoeveel olie er nog meer in de Golf zal lopen voor het lek gedicht wordt. Het komt ook doordat achteraf niemand precies zal kunnen zeggen hoe groot de schade was. Volgens Ott is BP namelijk bezig aan een grootscheepse operatie om, vaak bij nacht en ontij, de karkassen te verwijderen van dieren die omkwamen in de olie. Aangezien het Amerikaanse gerecht een strafonderzoek voert naar het BP-olielek, zou zoiets gelijkstaan met het vernietigen van bewijsmateriaal - een misdaad.

Riki Otts verhaal, dat de voorbije dagen enige aandacht kreeg in de Amerikaanse pers, is controversieel en wordt ontkend of minstens in twijfel getrokken door andere betrokken partijen. Toch houdt ze in een gesprek met De Morgen voet bij stuk.

“Ik hoor de verhalen constant”, zegt ze, vanuit Alabama. “We krijgen hier zeelui die weer binnenvaren na schoonmaakwerk op zee en tranen in de ogen hebben, omdat ze buffereilanden hebben gezien waar honderden dode dieren lagen. Op plekken waar de vogels normaal gezien ontelbaar zijn, zijn ze nu grotendeels weg. Je ziet dode dolfijnen zo ver het oog reikt. Eén kapitein vertelde me dat hij op een gegeven moment 250 dode schildpadden aantrof voor hij stopte met tellen. Die dieren horen bewaard te worden, zodat er autopsies op uitgevoerd kunnen worden, maar wij stellen vast dat koppen van vogels gescheiden worden van de lichamen, zodat dat niet meer kan. Dat is een systematische vernietiging van bewijsmateriaal.”

Zulke beelden hebben de media nog niet of nauwelijks bereikt. Dat komt volgens Riki Ott doordat BP de dode dieren doet verdwijnen. De schadevergoedingen die het bedrijf zal moeten betalen voor de ramp worden namelijk deels bepaald door het aantal dode dieren dat gevonden wordt. Minder karkassen betekent voor BP minder betalen.

Riki Ott krijgt haar informatie van anonieme klokkenluiders onder de vissers die BP inhuurt om olie te ruimen op zee (en die zich er vooraf contractueel toe moesten verbinden niet met de media te praten) en bij de kuswacht, zegt ze. “Wanneer we berichten krijgen over zulke plekken met massa’s dierenkarkassen, gaan we daar zo snel mogelijk op af en blijken die dieren telkens plotseling verdwenen. Ik heb genoeg verhalen gehoord van mensen die op stranden dode beesten zien aanspoelen - babydolfijnen, zeevogels, schildpadden -, waarna BP plotseling komt aanzetten. Die mensen krijgen dan te horen dat ze gearresteerd zullen worden als ze de karkassen aanraken.”

BP heeft die bevoegdheid niet, zegt Riki Ott. Een privébedrijf kan mensen niet de toegang ontzeggen tot openbare stranden, laat staan bedreigen met arrestatie. Ott is niet de enige die de voorbije maanden zulke klachten uitte. Ook een groeiende reeks journalisten werd door BP-functionarissen en door de kustwacht en lokale politiemensen tegengehouden en van de stranden weggestuurd. Zelfs Jean-Michel Cousteau, de zoon van de legendarische Franse natuurkenner Jacques Cousteau, kreeg het bevel om rechtsomkeert te maken met zijn schip.

Ott werkt nu aan een dossier dat ze zal indienen bij het gerecht. “We moeten uitzoeken wat de rechten zijn die mensen hebben”, zegt ze. In dat dossier zullen ook een hoop getuigenissen, foto’s en video’s zitten die haar beschuldigingen staven dat BP dierenkarkassen doet verdwijnen.

Ott gaf tot nog toe slechts enkele beelden vrij en weigert haar klokkenluiders zelfs anoniem in contact te brengen met de pers. Er is namelijk ook een operatie aan de gang om hen de mond te snoeren, beweert ze. “Mensen zetten foto’s van karkassen op hun websites of op Facebook, en die verdwijnen. Belastende beelden en e-mails zijn van servers gehaald. Er zijn zelfs hele Facebookpagina’s verdwenen.”

Heeft BP dan een legertje hackers ingezet? “Ik weet niet wie het doet”, zegt Riki Ott. “Ik zeg alleen dat het een terugkerend patroon begint te worden aan de Golfkust: bezwarend materiaal verdwijnt van servers.” Computerhacken is uiteraard illegaal in de VS.

BP ontkent Riki Otts beschuldigingen categorisch. “Er zit geen enkele waarheid in de claims dat wij op welke manier dan ook dode dieren zouden verbergen”, zegt Jason French, woordvoerder in het BP-crisiscentrum in Houma, Louisiana. “Wij zijn open over alles, inclusief dieren, en doen niets om bewijsmateriaal te vernietigen. Onze schoonmaakteams worden bijgestaan door de Fish and Wildlife Service (de milieudienst van de Amerikaanse overheid, red.). Alles wordt opgetekend en gearchiveerd. Er is geen inspanning aan de gang om dierenlijken te vernietigen.”

French ontkent ook Otts beweringen over verdwenen elektronisch bewijsmateriaal. “Bij een incident van deze omvang zullen altijd wilde beschuldigingen geuit worden. Maar wij hebben ons geëngageerd om open en transparant te zijn. Wij doen niets van die aard. Wat u daar zegt, zou crimineel zijn. Wij doen dat niet, we keuren het niet goed en we geven er geen opdracht toe.”

Deze week raakte wel bekend dat BP volop zoektermen bij Google, Yahoo! en Bing opkoopt. Wie termen als ‘oil’ of ‘spill’ invoert, krijgt bovenaan de nieuwssite van de oliemaatschappij zelf te zien. Kritischer stemmen worden ver naar onderen gedrukt. De site roemt de verdiensten van BP bij het bestrijden van de ramp. BP zou al 50 miljoen dollar hebben uitgegeven aan het oppoetsen van zijn imago.

Woordvoerders van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) en de kustwacht treden BP niettemin bij in zijn repliek op de beschuldigingen van Ott. “Bij de opruimacties zijn altijd mensen van de Fish and Wildlife Service aanwezig”, zegt kustwachtwoordvoerder Robert Brazell. “Die hebben politionele bevoegdheid. Dode dieren worden beschouwd als bewijsmateriaal en in diepvriestrucks opgeslagen. Wij hebben geen aanwijzingen dat deze acties plaatsgrijpen.”

Ott wijst die ontkenningen even categorisch van de hand. “Wat verwachtte je dat ze zouden zeggen? Wij hebben wel degelijk bewijzen van wat er gebeurt en we zijn bezig met het verzamelen van documentatie daarover. Als we ons dossier klaar hebben, zullen we dat naar buiten brengen.”

Het is hoe dan ook duidelijk dat BP er belang bij zou hebben om zo weinig mogelijk dode dieren te zien opduiken. Als de eerste fase van de rampbestrijding eenmaal voorbij is, zal de Amerikaanse regering een Natural Resource Damage Assessment (NRDA) opmaken. Dat milieuschaderapport zal een belangrijke rol spelen bij het bepalen van het uiteindelijke prijskaartje voor BP.

Riki Ott: “Ten tijde van de Exxon Valdez heeft de federale overheid een enquête gedaan bij de bevolking om te vragen: hoeveel is een dode zeeotter u waard? En een arend of een zeehond? Zo maakte men een raming van wat het Amerikaanse volk dacht dat zijn eigendom waard was. Op die dode dieren werd dus een dollarwaarde gezet. Als we nu geen dode dieren hebben, komen er ook geen dollars. De grote vraag is dus: wat is er precies verdwenen?”

“Dat getal van 99 lijkt me overdreven”, zegt Ken Rice, directeur voor natuurbeheer in het crisiscommandocentrum in Mobile, Alabama, dat ook verantwoordelijk is voor de kustlijn van de staten Mississippi en Florida. Rice is een gepensioneerde bioloog van de Fish and Wildlife Service, die hier op de loonlijst staat van O’Brien’s, een van de onderaannemers die door BP ingehuurd zijn om de olieramp te bestrijden. Rice gelooft niet in de bewering dat BP dierenlijken zou doen verdwijnen (“Hier is een hele levendige verbeelding aan het werk”), maar hij is het er wel mee eens dat de schade aan de natuur extreem is. “Het klopt dat je elke dode vogel met een bepaalde factor moet vermenigvuldigen, maar volgens mij is het veeleer vijf of zes vogels voor elk gevonden karkas.”

Duidelijk is alvast dat niemand er ook maar enig idee van heeft hoeveel dieren er de voorbije twee maanden aan hun einde kwamen in de Golf van Mexico. Dat is belangrijk, zegt Riki Ott, want de schade aan de fauna is een belangrijk onderdeel van de eindraming van de milieuschade. “In Alaska was de schatting van de schade op basis van het NRDA 3 tot 8 miljard dollar. Maar door de federale regering en de staat Alaska werden we uitverkocht voor 900 miljoen dollar, uitbetaald over tien jaar. Het punt is: je moet dierenlijken hebben om geld te krijgen.”

Zo mogelijk nog minder duidelijk is wat de ramp op termijn zal betekenen voor het fragiele ecosysteem van de Amerikaanse Golfkust. “In de Golf worden hele generaties dieren gedood”, zegt Riki Ott. “De jongen die dit jaar geboren zijn, gaan dood. Wat die gaten in het ecosysteem op termijn zullen aanrichten, zullen we moeten zien. In Alaska is het niet goed afgelopen. Daar is toen het hele ecosysteem ingestort en vandaag is het nog steeds niet helemaal terug. Het zal decennia duren voor moeder natuur zich weer helemaal herstelt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234