Zaterdag 16/01/2021

'Hou je bek en sterf'

Helene Schilders /

Foto Eric Gay / APDe drama's achter het drama van Littleton

Sinds het bloedbad op de school van Littleton, anderhalve week geleden, vraagt Amerika zich dag en nacht af: waarom? Wat Eric Harris en Dylan Klebold deden, is gruwelijk en onvoorstelbaar. Maar nu de slachtoffers zijn begraven en Littleton binnenstebuiten is gekeerd, is één ding duidelijk: wat ze deden, is niet onbegrijpelijk.

Eric Harris was pijnlijk verlegen en had moeite om vrienden te maken. Als hij ze eenmaal had, moest hij weer afscheid van hen nemen. Zijn vader Wayne was een piloot van de luchtmacht en werd steeds in een andere plaats gestationeerd. Wayne drong er daarom op aan dat zijn zoon baseball ging spelen. Hij hoopte dat Eric zo gemakkelijker met andere jongens in contact zou komen. In Plattsburgh, New York, lukte dat. Daar kreeg Eric in zijn team twee goede vrienden. De ene was Aziatisch, de andere zwart.

Maar twee jaar geleden vertrok het gezin weer. Ditmaal naar Littleton, Colorado, waar Wayne een baan had aangenomen bij een vliegbeveiligingsbedrijf. Zijn vrouw ging er werken in de cateringafdeling. Omdat Eric erg intelligent was, stuurden zijn ouders hem naar Columbine, een school met een uitmuntende reputatie.

Op Columbine kon Eric nergens aansluiting vinden. Net als zijn enige vriend Dylan Klebold, een lange, slungelige jongen die met een zwarte BMW reed. Dylans vader was een voormalig geofysicus, die hypotheken afsloot. Zijn moeder hielp gehandicapte leerlingen in het onderwijs.

Dylan was rustig en schrander, maar volgzaam. Als Eric ergens was, was Dylan niet ver uit de buurt. Om toch ergens bij te horen, sloten ze zich aan bij de Trenchcoat Mafia, een groep jongeren die de grootste outcasts van de school waren en zwaar werden gepest door de atleten, de jocks.

Net als de rest van de Trenchcoat Mafia gingen Eric en Dylan lange zwarte jassen dragen. Maar zelfs in deze kliek hingen de twee jongens er maar bij. Daardoor ontstond een diepe, dodelijke verbondenheid tussen hen. Ze raakten geobsedeerd door gewelddadige computerspelletjes. Ze begonnen te spelen zodra ze uit school kwamen en gingen ermee door tot bedtijd.

Hoewel Dylans moeder joods is, raakten ze onder de indruk van Hitler. Voordat ze een bal gooiden in hun bowlingklas, riepen ze 'Sieg Heil!' Op school maakten ze afgelopen najaar een video waarin ze in hun zwarte jassen atleten doodschoten. De film werd niet vertoond omdat in elke scène geweren te zien waren.

Eric vertoonde ook ander ziekelijk gedrag. Het meisje dat één keer met hem uit was geweest, vond hem liggend in de tuin, bij een steen die was bedekt met bloed. Het was een grap. Eric wilde haar doen geloven dat hij zijn hersens had ingeslagen omdat ze zijn vriendin niet wilde zijn. Gillend rende ze weg.

Brooks Brown, een vriend van Eric, werd door hem met de dood bedreigd. Brooks had bij Erics ouders geklaagd dat hun zoon zijn autoruit kapot had gegooid. De vader van Brooks lichtte Erics vader in, maar die weigerde te geloven dat zijn jongste zoon tot zoiets in staat was. De politie reageerde evenmin. Brooks' vader overhandigde de agressieve teksten die Eric Harris op zijn website zette. Opnieuw geen reactie. De autoriteiten waren juist onder de indruk van Eric en Dylan.

Nadat ze in een auto hadden ingebroken, kregen ze alternatieve straffen. Gevolgd door, in februari van dit jaar, lovende beoordelingen. Eric werd omschreven als 'een zeer intelligente jongen die een goede kans heeft om te slagen in het leven'. Dylan was 'pienter genoeg om elke droom te verwezenlijken, maar hij moet begrijpen dat hij daarvoor hard moet werken'.

Niemand wist dat ze toen in het geheim al een grootscheepse wraakactie aan het voorbereiden waren. Een jaar geleden begon Eric een dagboek waarin hij gedetailleerd vermeldde wat er per dag moest worden gedaan en welke explosieven het doeltreffendst waren. Samen met Dylan maakte hij vijftig bommen en schafte hij vier wapens aan. Minstens drie ervan werden gekocht door Dylans vriendin Robyn Anderson.

Het plan van de jongens getuigde van puberale grootheidswaanzin: ze wilden minstens vijfhonderd leerlingen en leraars doden, daarna de omringende wijken bestormen en ten slotte een vliegtuig kapen waarmee ze zouden neerstorten in New York. Als dat niet lukte, zouden ze vluchten naar Mexico of een of ander eiland.

Drie keer probeerden ze vorige week dinsdag uit de school te vluchten, maar telkens stuitten ze op geweervuur van de politie. Daarop grepen ze naar hun laatste optie: ze schoten zichzelf dood. Ze hadden toen het grootste bloedbad aangericht op een Amerikaanse school sinds 1927.

Sindsdien vraagt Amerika zich dag en nacht af: waarom? Wat Eric Harris en Dylan Klebold deden, is gruwelijk en onvoorstelbaar. Maar nu de slachtoffers zijn begraven, het politieonderzoek de elfde dag ingaat en Littleton binnenstebuiten is gekeerd, is één ding duidelijk: wat ze deden, is niet onbegrijpelijk.

Littleton is gebouwd op een prairie. Een weidse, desolate vlakte die eindigt in een uitloper van de Rocky Mountains. De besneeuwde bergen steken intimiderend af tegen deze oneindige leegte. Zo moet het einde van de wereld eruitzien.

Littleton is zo'n typische Amerikaanse rijke voorstad die binnen een paar jaar uit de grond is gestampt, omdat de nabijgelegen metropool - in dit geval Denver - een snelle economische groei doormaakt. De geschiedenis heeft hier nog geen sporen getrokken. De wegen zijn breed en gevuld met dure auto's waarvan de bestuurders haast hebben. Niemand houdt zich aan de snelheidslimiet. Buurtwinkels bestaan hier niet, er zijn alleen kolossale, anonieme winkelcentra. Vanaf de straat kun je nergens naar binnen kijken. Hoge muren en stalen hekken omsluiten de wijken als forten.

Toch noemt de bevolking Littleton een 'gemeenschap'. Dat komt omdat vrijwel iedereen dezelfde normen en waarden deelt: die van de blanke, christelijke, hogere middenklasse. Je ziet geen armoede, geen straatboefjes, geen cafés en maar heel weinig minderheden. Dat is de reden waarom de inwoners hier zijn komen wonen. Leven in Littleton is als leven onder een glazen stolp. Het is een hedendaagse versie van Pleasantville, het stadje uit de gelijknamige film. Daarin wordt een beeld geschetst van het door Amerikanen geromantiseerde bestaan in een voorstad in de jaren vijftig.

Littleton is het soort plaats waar het hoofd van Columbine High School 'nooit' leerlingen met lange zwarte jassen heeft gezien. Waar de directie, nadat de ouders van de Afrikaans-Amerikaanse (en nu dode) Isaiah Schoels over racisme hadden geklaagd, ontkende dat er zoiets bestond op Columbine. Waar een lerares haar klas vorig jaar liet lezen over de schietpartij in Jonesboro, Arkansas - zodat ze de 'echte wereld' zouden leren begrijpen.

Want zoiets kon hier nooit gebeuren. Het is het soort plaats waar de waarschuwingssignalen die Eric Harris en Dylan Klebold gaven, eenvoudig werden genegeerd omdat ze niet pasten in het ideaalbeeld dat Littleton van zichzelf had. Sinds dat flinterdunne goudlaagje eraf werd geschoten, is er een ander Littleton zichtbaar geworden.

Vorige week vertelde een lid van de Trenchcoat Mafia anoniem in The Denver Post wat de groep moest doorstaan. Niet alle jocks deden aan de pesterijen mee, legde hij uit, maar de harde kern liet geen dag voorbijgaan zonder de Trenchcoat Mafia - een naam die de sporters zelf hadden verzonnen - te vernederen.

Ze scholden de leden ervan uit voor 'flikkers' en 'viezeriken', ze spuugden op hen, bekogelden hen met stenen en eten, goten frisdrank over hen heen en sneden hen met de auto af als ze naar huis fietsten. "Het was een ware hel", zei de jongen. "Elke morgen stond ik met een steen in mijn maag op."

Op elke middelbare school houden de leerlingen zich op in kliekjes. Zo leren ze hun eigen identiteit en onafhankelijkheid te vinden, zeggen deskundigen. De veiligheid van een groep waarin iedereen hetzelfde is, hebben pubers ook nodig om te kunnen omgaan met de ingrijpende veranderingen die ze meemaken.

In de Amerikaanse binnensteden zijn deze klieken vooral gebaseerd op etnische identiteit of leefstijl. In welgestelde voorsteden als Littleton, waar de bevolking homogeen is, gaat het om de mate van succes en op welke manier je dat vergaart. Bijvoorbeeld door uit te blinken in sport of theater, of door je in te zetten voor de Kerk.

Onder de bijna tweeduizend leerlingen op Columbine heerst dan ook een strakke hiërarchie waarin ieder zijn plaats heeft. Er zijn de skateboarders, de marihuana rokende stoners, de koorzangers, de redactie van de schoolkrant, de theaterleerlingen en de techies. Bovenaan staan de rijkeluiskinderen en de jocks.

Wie bij die laatste kliek hoort, gaat niet om met iemand uit een 'lagere' kaste. Een meisje uit een rijk gezin dat een vriendin heeft zonder auto, kreeg van haar groep te horen: 'Waarom praat jij met haar?'"

"Mensen op Columbine maken zich ontzettend druk over hoe hun haar eruitziet, welke kleren ze dragen en of ze wel cool zijn", vertelt Alisha Basore. "Het is een rat race op school. Iedereen vraagt zich af: vinden de populaire jongeren me cool, zullen ze me accepteren?" Hoewel Basore met haar lange blonde haar en trendy sportkleren aan de normen lijkt te voldoen, werd ook zij getiranniseerd. "Ik verborg me in de gang als de populaire jongens eraan kwamen. Ik wilde niet gepest en uitgelachen worden."

In Amerikaanse voorsteden is het veel belangrijker om 'erbij te horen' dan in de binnenstad. Daar leven jongeren niet uitsluitend in hun kliek. In een plaats als Littleton zijn evenwel weinig andere manieren om leeftijdgenoten te ontmoeten. Tieners staan daarbij onder druk van hun ouders, die vaak naar de suburb verhuizen omdat de scholen er kandidaten afleveren voor topuniversiteiten als Yale en Harvard.

"De school is de dominante factor in het leven van deze leerlingen. Hun ouders benadrukken dat ook, als ze er al niet te veel nadruk op leggen", zegt Gary Siperstein, hoofd van het Centrum voor Sociale Ontwikkeling en Opvoeding in Boston. "Ze rekenen erop dat je erbij hoort en dat je goede punten haalt."

Om aan de verwachtingen van de ouders te voldoen, peppen de scholen hun leerlingen op om competitief en succesvol te zijn. Aan andere zaken wordt geen belang gehecht, legt Linda Welch uit. Zij is directrice van een kliniek in Balacynwyd waar angsten worden behandeld. Veel van haar patiënten hebben op scholen als Columbine gezeten.

"Als je niet excelleert, val je erbuiten. Je krijgt geen erkenning van je leraars en ouders en, wat het voornaamst is, van je leeftijdgenoten. Dan ga je geloven dat je leven geen enkele waarde heeft."

Dat niemand de waarschuwingssignalen van Klebold en Harris heeft willen zien, verbaast Welch niet. "Ik denk dat de ouders van deze jongens zich schaamden en hoopten dat het over zou gaan. Bovendien vindt de Amerikaanse samenleving het normaal dat de haves worden gesteund en de have-nots veronachtzaamd."

Hoezeer het bewustzijn van de Columbine-leerlingen was vernauwd, was vorige week te merken. Terwijl de schietpartij nog bezig was, klaagde een meisje: "Waarom gebeurt dit vlak voor ons eindexamen?" Anderen vroegen zich af of ze nog de mogelijkheid hadden om hun punten op te halen. Twee dagen later drukte de directie alle zorgen de kop in door te verzekeren dat het eindexamen in mei gewoon zou plaatsvinden. Een jongen die bij de school stond te huilen, was vastbesloten om terug te gaan naar Columbine zodra het gebouw is hersteld. "Anders zouden zij winnen", zei hij. 'Zij', dat waren Eric Harris en Dylan Klebold.

Als je onder een glazen stolp leeft, is het moeilijk om een fantasiebeeld aan de realiteit te toetsen. Misschien gingen Eric Harris en Dylan Klebold de wereld daarom op dezelfde manier zien als de Amerikaanse media. Die delen mensen in drie stereotypen in: de held, de slachtoffer en de schurk. Eric Harris en Dylan Klebold hoorden zeker niet bij de helden op hun school. Evenmin werden ze erkend als slachtoffer. Maar als schurk waren ze tenminste iemand - al werd hun anonimiteit in Littleton er niet door opgeheven. Tijdens de rouwplechtigheden kregen ze geen naam of gezicht. Als er al naar hen werd verwezen, was dat als 'de moordenaars' of 'de schutters'. De doden waren 'de slachtoffers' en 'de helden'. Zoals Cassie Bernall, die inmiddels de status van martelaar heeft omdat ze tegenover Harris en Klebold bekende dat ze in God geloofde. "Ik ben God, want ik heb nu de macht", zei een van hen. En haalde de trekker over.

Leraar Dave Sanders, die stierf omdat hij, zwaargewond, de leerlingen probeerde te beschermen, werd landelijk uitgeroepen tot held. De andere doden werden eveneens geprezen om hun moed, geloof, goede inborst en ambitie. Op elke begrafenis werd vermeld welke grootse dromen en aspiraties de overledene had.

Eric Harris had ook ambities. Vlak voor de schietpartij meldde hij zich aan bij de mariniers. Hij werd afgewezen omdat hij antidepressiva slikte en onder behandeling stond. Het was de zoveelste teleurstelling voor een jongen die, hoewel hij 'zeer intelligent' werd genoemd, overal werd uitgestoten. Zijn woede daarover legde hij meermaals vast. "Niemand vindt me leuk. Niemand nodigt me uit om ergens heen te gaan", noteerde hij in zijn dagboek. Op zijn eigen website schreef hij dat hij alle inwoners van de stad wilde vermoorden. "Rijke mensen met hun arrogante houding, die denken dat ze almachtig zijn en mij kunnen vertellen wat ik moet doen, terwijl ze liegen over zichzelf. En dan al die sportfiguren die zeggen dat je alles kunt bereiken als je maar hard genoeg probeert: hoge doelen hebben en hoge verwachtingen en gelukkig zijn en aardig en iedereen gelijk behandelen en aan liefdadigheid doen en de armen helpen en geweld stoppen en geen geweren kopen en niet slecht zijn. Ik zeg: hou je bek en sterf."

In een afscheidsbrief, waarvan de authenticiteit nog moet worden bevestigd, meldde hij: "Jullie kinderen, die mij belachelijk hebben gemaakt, die ervoor hebben gekozen om mij niet te accepteren, die mij hebben behandeld alsof ik hun tijd niet waard ben, ZIJ ZIJN DOOD." Dat konden de ouders en leraars zichzelf verwijten, vervolgde hij: "Zij hebben deze kinderen geleerd om intolerant te zijn. LAAT DIT BLOEDBAD OP JULLIE SCHOUDERS LIGGEN TOT DE DAG VAN JULLIE DOOD."

Het is maar de vraag of Littleton en de rest van Amerika hebben gehoord wat Eric Harris hen met zijn daad toeschreeuwde. Al snel werd de blik weer naar buiten gericht en concentreerde het nationale debat zich op De Grote Drie: strengere wapenwetten, meer toezicht door ouders en restricties op geweld in de media.

In Littleton zelf moet God het weer opknappen. De parkeerplaats voor Columbine High School veranderde in een mum van tijd in een openluchtkerk. Jongeren stonden in kringen hardop te bidden. Hun armen in de lucht, hun gezichten vertrokken tot een gepijnigde grimas, zoals tv-evangelisten dat plegen te doen. Een corpulente man modelleerde zichzelf naar Jezus, met zijn armen gestrekt in een uitnodigend gebaar. Verderop stond een gospelkoor te zingen: "We komen er doorheen!"

De drie dominicaanse broeders uit Denver die in lange witte gewaden rondliepen, waren realistischer. "We moeten van het idee af dat alles perfect is omdat mensen in een huis van een half miljoen wonen. Juist daarom is dit hier gebeurd", zei Jordan Kelly. "Dit is een van de beste dingen die Littleton hadden kunnen overkomen. Nu komen de inwoners erachter dat ze ook maar menselijk zijn."

Maar in Littleton was de voorbije week maar weinig zelfkritiek te horen. En ondanks alle manifestaties van christelijkheid legde 'de gemeenschap' geen enkele herinnering aan Eric Harris of Dylan Klebold tussen de duizenden bloemen, beren, brieven, gedichten en foto's. Alleen bij het huis van Harris, waar de luxaflex overal was gesloten, lagen een paar treurige bosjes bloemen. In de tuin was een bord geplant. "Wij vergeven jullie", stond erop. Als om de scheidslijn tussen de 'goeden' en de 'slechten', de 'haves' en de 'have-nots', de 'winners' en de 'losers' duidelijk aan te geven.

Ook de moeder van Dylan Klebold reageerde zoals iemand doet die onder een glazen stolp leeft. Twee dagen nadat haar kind samen met veertien anderen was gestorven, ging ze naar de kapper. "Het is zo moeilijk om te zien dat ze mijn zoon afschilderen als een monster. Dat is niet de jongen die ik ken", zei ze. "Ik weet niet wie deze jongen was."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234