Vrijdag 03/04/2020

Hotel van de wanhoop

In het Brusselse Gésu woont Europa's grootste krakersgemeenschap. Kroostrijke Slowaakse Romagezinnen, indignado's, verstoten Marokkaanse vrouwen en een enkele filmmaker. Volgende zomer wordt het klooster omgeturnd tot een luxehotel. Dan moet iedereen weg.

De uit de hand gelopen familieruzie. Het anarchistische krakersideaal. De echtscheiding. De behoefte aan een onderduikadres. Het gebrek aan een alternatief. Het zijn de uiteenlopende beginhaltes van de lijn naar het Gésuklooster, het grand hotel du désespoir dat recht tegenover de Brusselse Kruidtuin ligt. In het hart van Europa.

Gésu is de thuis van Samu, Sonja, André, Fatima, Victor, Aitor, Farhad en vele tientallen anderen. Ze behelpen zich. Zonder centen, zonder papieren, zonder al te veel bijstand. Ze doen wat ze kunnen, zegt Victor, de Kame- roense conciërge. Een paar jaar geleden vluchtte hij met vrouw en zoons uit Frankrijk weg wegens een schimmige erfeniskwestie.

Werkte hij vroeger als manager, in Gésu is Victor het manusje-van-alles. Hij praat met journalisten, houdt de gangen van de gelijkvloerse verdieping schoon, bemiddelt bij bewonersconflicten en regelt de contacten met verschillende hulporganisaties. De protestanten zullen deze winter instaan voor de verwarming, de Amerikaanse gelovigen van Serve the City betaalden onlangs de containers voor de grote opruiming van de binnenplaats. De vrijwilligers van Romasteungroepen en organisaties voor basiseducatie komen met een reizende bib en nemen de kinderen heel af en toe mee naar een museum.

Victor, de ogen en de oren van Gésu. Zijn poortwachter. Als het gebouw sinds vorige week alleen nog met een pasje te betreden valt, dan is dat door Victors inspanningen. Hij wil de drugsklanten, de hoerenlopers en de helers, die al jaren voor overlast zorgen en het complex een slechte reputatie bezorgen, buiten houden.

"Het is vermoeiend om als officieuze spreekbuis te fungeren", zucht Victor. "om van de taak als conciërge nog maar te zwijgen. Dagelijks zo'n tien mensen wegsturen. Sorry, u mag niet blijven. Zelfs het feit dat u als alleenstaande moeder met een ziek kind van nog geen drie aan de onbarmhartige weergoden overgeleverd bent, zal ons niet doen zwichten. Vertrekt u nu maar. Wie ben ik om dat te doen? Soms spookt het beeld van zo'n onfortuinlijke dagenlang door mijn hoofd."

Komen maar niet blijven

Dinsdagmiddag half drie. Er is alleen hier en nu, twee kamers vol kunstbloemen en het vrolijke gedartel van ondeugende Romakinderen. De toekomst gaapt in onzekerheid, het verleden is een angel van pijn. Gaskamers en massamoorden, gedwongen huisvesting, gevolgd door een aanmaning tot sterilisatie. De Roma houden in communistisch Tsjecho-Slowakije officieel op te bestaan maar goede burgers worden ze niet. En als de markt het van Marx overneemt, wordt het niet beter. Angst voor skinheads en gratuit politiegeweld. En in veel gevallen geen baan meer, geen huis, kansen noch perspectief.

Tot midden jaren negentig de verhalen komen. Over landen waar wordt gewiegd in plaats van geschopt. Bijstand, onderwijs, voedselbanken en medische zorg. Het is niet te geloven. Maar zij die het kunnen weten, zweren dat er geen woord van gelogen is.

Sonja (26) wrijft over het gezicht van haar tweejarige zoontje. De pogingen om hem met moedermelk stil te krijgen, mislukken keer op keer. Ze gaat verzitten en probeert te voorkomen dat haar andere kind van vier alle bekertjes yoghurt openmaakt.

Sonja is vijftien en zwanger van haar eerste zoon als ze met haar man André (32) en een paar verwanten op een rechtstreekse bus van het Slowaakse Kosice naar Brussel stapt. Het lijkt hen de beste optie. Andrés familie is in het kader van een saneringsproject uit hun woonblok gezet en sindsdien slaapt hij in een kartonnen doos. Sonja logeert bij verwanten maar het is er te krap om lang te blijven.

Acht jaar lang klampt het gestaag uitdijende gezin zich vast aan drie ritten door de Belgische asielmolen. Vele maanden in een centrum, negatieve beslissing, uitwijzingsbevel. Wild parkeren, enige liefdadigheid en dan toch een enkeltje Kosice.

Pogingen om daar een nieuw leven op te bouwen, mislukken totaal. Elders is beter. Enige maanden later koopt de familie andermaal een buskaartje. Tweede poging, een officiële Belgische lijst met opvangadressen en dan een OCMW-inschrijving. Ze worden gevolgd door een nog sneller administratief njet en een onwillige terugkeer naar een thuis die niet als dusdanig voelt.

Kosice is komen maar niet blijven. C'est parti, voor de derde keer. Een ommetje langs Gent nu, enige hulp en veel tegenstand. André en Sonja zijn nergens welkom. Tot een oude kennis hen in 2009 naar het Gésuklooster leidt. Gésu, het beste in lange tijd. Voor dit verslagen, uitgebluste Roma-echtpaar evengoed als voor de (schoon)ouders, zussen en broers die zich al spoedig bij hen voegen.

"Hoe ik het hier vind?" Sonja haalt terneergeslagen haar schouders op. "We zijn bang", zegt de jonge moeder van zes uiteindelijk. "Bang voor de uitzetting, als dit klooster in de zomer van volgend jaar een hotel annex wooncomplex moet worden. Bang dat we in dit land administratief nooit zullen bestaan. Bang dat de kinderen weer van school zullen moeten, terwijl ze het juist erg naar hun zin hebben."

Sonja plukt aan haar trui. "Ik wil dat mijn zonen en dochters het beter krijgen dan wij." Hier zijn ze geen verschoppelingen die op de laatste rij moeten zitten en die door de leraars vooral met scheldwoorden worden bedacht. Dat is alvast winst. "Ik weet het niet zeker. Maar ik denk dat ze hier echt iemand kunnen worden".

André komt er bij zitten. "Ik slaap slecht. Hoe moet het verder? De enige weg naar een plaats in dit land is een job. Dat besef ik en dat wil ik ook, geloof me. Maar hoe vind ik een baan als ik geen Frans of Nederlands spreek?"

Sonja legt het ingedommelde kind in de aanpalende kamer op bed en wrijft zenuwachtig in haar handen.

"We voelen ons hier minder opgejaagd en met de nek aangekeken dan in Slowakije. Deze wereld is niet louter blank, er zijn veel mensen van overal en dat is prettig. Maar het blijft moeilijk. Elke avond gaat André na sluitingstijd bij verschillende supermarkten langs. Om te zien wat er uit de vuilnisbak te redden valt. Veel gezinnen moeten op die manier aan eten komen, soms blijft er weinig over. André houdt vol, hij is een toegewijde, bereidwillige echtgenoot. En als God het wil, wordt ons leven beter."

Slechte ouders

Woensdagmiddag bij tweeën. Samu (4) en Anastasia (5) hollen de binnenplaats van het klooster op. Ze ontwijken de modderige plassen en haasten zich met hun bal naar de hoge, oude boom die 's zomers voor lommer zorgt. Hij heeft de komst van 160 drenkelingen van het leven beter doorstaan dan de gebouwen die hem omringen.

Terwijl de muren getagd werden, de ramen aan diggelen gingen en de gangen bedolven raakten onder hopen afval, kreeg de groene reus het gezelschap van een indrukwekkende blokhut. Ze is het werk van een Zwitserse anarchiste, die in dit kraakproject de vervulling van haar dromen zocht. "Samenleven in een creatieve context van solidariteit en recuperatie, met mensen die spontaan hun verantwoordelijkheid opnemen zonder dat er strikte regels worden gesteld, dat is de kern van ons experiment", zei haar zielsgenoot Tadzio Baudoux in juni 2010 nog vol overtuiging tijdens de persconferentie voor de eerste verjaardag van de kraak.

Dik twee jaar na datum herinnert alleen het huis in de boom aan de Zwitserse en haar naïeve optimisme. Gésu ademt verval. De gemeenschappelijke ruimtes van dit klooster zijn te smerig om te worden gebruikt. En de wekelijkse bewonersvergaderingen onder leiding van de Union des Locataires des Marolles (ULM), verzanden in welles-nietesspelletjes over sluikstorten, ongeregistreerde nieuwkomers, vandalisme, diefstallen en niet-betaalde bewonersbijdragen voor nutsvoorzieningen. Maar er zijn ook succesjes. Met de hulp van de ULM-medewerkers zijn er scholen gevonden voor alle zestig kinderen van dit pand en een officiële bewonersconventie bevat sinds vorige herfst de namen van alle volwassenen die hier tot nader order mogen verblijven.

"Kun je komen?" Met een ondertoon van angst in zijn stem trekt Samu aan mijn mouw. "We mogen niet meer binnen", wijst hij naar een jongen die in een deuropening naar de trappenhal staat. Ik loop met Samu mee maar dat belet niet dat hij een harde trap tegen zijn heup krijgt.

"Ach, er zijn geen slechte kinderen, alleen slechte ouders." De Bask Aitor (43) staart uit zijn raam naar de binnenkoer. "Als ze mij vragen wat het grootste probleem is in Gésu, dan begin ik over de tientallen jongens en meisjes die zich hier stierlijk vervelen. Ze bekwamen zich alleen in destructie: hoeveel weerstand biedt een stuk plastic als je er met je volle gewicht op gaat leunen? Hoe hard moet je een glazen bokaal op de grond gooien voor hij breekt? Dat soort dingen. Ik heb geprobeerd om die dynamiek om te draaien, om de kracht van de verbeelding te tonen, de poëzie van de creatie. Zie je, ik maak zelf reuzenzeepbellen, het is een spelletje behendigheid waarbij ik graag kinderen betrek. Tijdens straatfestivals lukt dat aardig, maar hier lopen mijn goede bedoelingen spaak op de al te talrijke, zenuwachtig graaiende handen.

"Ik begrijp het wel hoor. Hoe vaak maken deze kinderen een uitje, wie zorgt voor een spelletje, een verrassing? Ik wil heus niet kankeren. Organisaties als La Ruelle, die hier twee keer per week activiteiten organiseren, doen oprecht hun best. Maar de ouders zelf nemen te weinig initiatief.

"Ik heb alleen maar deze twee honden", zegt hij, wijzend naar twee jonge dieren die prinselijk slapen op een comfortabel bed. "Maar ze komen vaker in het park dan het gros van de kinderen die hier opgroeien."

Aitor schudt het hoofd, likt aan het vloeitje van zijn sigaret en staat op. Hij laat Bob Marley wat zachter zingen en zoekt op zijn laptop naar de foto's van zijn acts. Of ik koffie wil, vraagt hij terloops, en wijst met een grijns naar een Senseo-apparaat. "Gevonden, net zoals deze hifiketen, de televisie, die schoenen daar,... Te veel om op te noemen. Andermans afdankertjes geven me een goed leven, echt waar. Ik snap de achteloosheid niet waarmee mensen zich van hun spullen ontdoen. Of misschien juist wel. Ze vervelen zich, ze leveren zich over aan de arrogantie van de overdaad."

Aitor is een indignado. Een jaar geleden kwam hij hier te voet aan. In het gezelschap van mensen die net als hij bedanken voor de ratrace en die nog weten wat een kampvuur en een zonsopgang in de bergen waard zijn.

De kalende Bask dist een kaart op en toont trots de lange weg. Van San Sebastian naar Santiago de Compostella eerst, met drie formidabele Italianen. "Een van hen was een jongen van 24. Hij verloor zijn benen bij een ongeval en zijn vrienden gaven hem met deze tocht zijn levenslust terug."

Daarna keerde Aitor terug. Hij trok naar Parijs en Brussel en vervolgens liep hij naar Griekenland. Vrijheid, solidariteit en carpe diem. Op gympjes, bij een bushalte gevonden.

Aitor wrijft over de colabak die als stoel dienstdoet en haalt het pakje shag weer boven. Terwijl hij behoedzaam een dunne sigaret rolt, zet hij een boom op over de banken en de schuldencrisis, het verschil tussen zijn en hebben en de dingen die je met geld niet kunt kopen. "Ik ben een tevreden mens. In maart of april wil ik opnieuw vertrekken. Eerst naar Duitsland en dan naar Griekenland. Lente-zomer-herfst. En volgende winter zien we wel weer."

Sneeuwbol van de revolutie

Even later komt de Iraanse filmmaker Farhad (53) de binnenplaats opgelopen. Onder een wollen muts die zijn grijze haren helemaal bedekt, fonkelen donkere, argwanende ogen. De kleine, tengere man spendeerde het gros van zijn volwassen leven ondergronds. Eerst als dienstweigeraar in de oorlog van ayatollah Khomeini tegen Irak, later als kraker in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht. Vorig jaar studeerde hij als filmmaker af aan het Brusselse Rits en momenteel legt hij de laatste hand aan zijn documentaire Zone Zero over het leven in Gésu. "Ik zat in de klas van dat vervelende meisje met haar populaire film over Brusselse jongemannen", zegt hij enigszins laatdunkend over Sofie Peeters, de maakster van Femme de la rue.

Als overtuigde links-radicaal beschouwt Farhad films over de seksuele intimidatie van vrouwen in Brussel als irrelevant. "Ze leiden de aandacht af van het complot van de wereldpolitiek. Mensen worden hiermee dom gehouden, in slaap gewiegd. Zodat ze niet in opstand zouden komen tegen de echte boze krachten." Farhads ogen lichten op bij de gedachte aan oproer en omwenteling. Hij wil graag vechten voor een fundamenteel andere wereld.

Lange tijd dacht de Iraniër dat Gésu een geschikt laboratorium was. Een sneeuwbol van de revolutie. "Het is mislukt. De kunstenaars en intellectuelen die zich hier vestigden, slaagden er niet in om banden te smeden. Ze konden niet binnendringen in de wereld van de Roma en de Arabieren. Met zichzelf waren ze vooral bezig, ze hadden volstrekt niets te geven. Uiteindelijk vertrokken de meesten teleurgesteld."

Farhad blijft voorlopig. Tot de film klaar is. Tot de gedwongen uitzetting volgende zomer plaatsvindt. "De eigenaar van dit pand liet ons alleen toe om onder een gigantisch bedrag aan leegstandstaks uit te komen. Maar nu hij nieuwe plannen heeft, worden we eruit gegooid. Als kapot speelgoed."

Schaamte

In de donkere gang op de tussenverdieping hangt de geur van gestoofde paprika's en ras el hanout. "Fatima is vast aan het koken", zegt Victor glimlachend, terwijl hij op haar deur klopt. Een ietwat gezette Marokkaanse vrouw van begin veertig verschijnt in de deuropening. Ze gebaart dat ik moet gaan zitten en neemt de sudderende stoofpot van het elektrische vuur.

Fatima leeft in de schaduw van hchouma, de schaamte in de blik van de ander. Tot halverwege vorig jaar runde deze opgeleide vrouw een remittancekantoor in Rabat. Ze was getrouwd met een hr-manager en had een zoon van elf. "Ik was oprecht gelukkig. Tot mijn echtgenoot in Laken bij zijn zus nieuwjaar ging vieren. Eind december 2010 spendeerde hij een maand in België.

"Toen hij naar huis terugkeerde, was hij een ander mens. We zouden niet meer hoeven te werken, zei hij. Ik moest geduld hebben, uiteindelijk zouden we samen in Brussel wonen. Met z'n drieën. Dolce far niente. Maar eerst moesten enige formaliteiten in orde worden gebracht. Als hij zich van mij liet scheiden, verkondigde hij, dan kon hij in België zo hertrouwen. De kandidate was al gevonden, voor 20.000 euro viel dat te regelen. Een huwelijk, wachten op een permanente verblijfsvergunning, weer scheiden en ons laten overkomen. Hij en ik zouden levenslang een uitkering krijgen en onze zoon kon de studies van zijn keuze aanvatten.

"Ik herinner me nog de avond dat hij zijn krankzinnige plannen uiteenzette. Dat we wel gek moesten zijn, zei hij, om ons in Marokko te blijven uitsloven voor een hongerloon. Hij rekende op me, ik was toch altijd een goede betrouwbare vrouw en moeder geweest?

"Ik werd overspoeld door ongeloof, woede en verdriet. Maar hoezeer ik ook soebatte, zijn beslissing was genomen. En om het zaakje te financieren, wilde hij het kapitaal gebruiken van mijn eenmansbedrijfje. Ik kon hem niet tegenhouden, op papier was hij mijn vennoot."

Fatima zucht en strijkt een lok haar weg. Dat manlief haar periodiek begon te slaan, zegt ze zacht. "Zelfs in het bijzijn van ons kind. Ik voelde me in het nauw gedreven. Er viel met hem niet te praten en als mijn broers hoorden wat er aan de hand was, zouden ze hem de schedel inslaan. Zeker weten.

"Ik bracht mijn zoontje uiteindelijk bij mijn moeder onder en greep een zakenreis naar Brussel aan om te ontsnappen. In plaats van na een week naar huis terug te keren, belde ik haar op en vertelde hoe de vork in de steel zat. Blijf voorlopig maar daar, mijn kind, zei ze."

Blind en doof

Fatima logeert de eerste weken in België bij vrienden van vrienden en verre kennissen allerhande. Maar het besef dat gastvrijheid geen eeuwig rekbaar begrip is, doet haar uitkijken naar alternatieven. Via via komt ze in Gésu terecht. "Un grand hotel du désespoir, dat is het. Een plek waar je beter blind en doof kunt zijn, onverschillig voor de onorthodoxe oplossingen die sommigen voor hun problemen bedenken. Tout ce vend içi. Bien-sûr. Drugs, seks, de dingen die het daglicht niet mogen zien.

"Ik bemoei me er niet mee. Een nieuwe echtgenoot vinden, daar is het mij om te doen. Bijna was het gelukt, alleen wilde de gemeente waar mijn toenmalige vriend woonde, mij niet inschrijven. Ze dachten dat het om een schijnhuwelijk ging. Korte tijd later gingen we uiteen.

Ach, we zien wel. ik probeer een baantje te vinden, kook en poets soms hier en daar en zoek verder. Het zal wel lukken, inch'allah."

Gésu, het klooster, het kraakpand. Toen en nu een oord voor wie radeloos op God rekent. Een eindhalte. Een kerk, een hoge boom, een binnenplaats, joelende kinderen en veel goede bedoelingen. Gésu als mislukt experiment, als politiek probleem en maatschappelijke schandvlek in het hart van de hoofdstad. Maar bovenal Gésu als thuis voor 160 mensen. Voorlopig nog, tot de zomer komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234