Maandag 05/12/2022

Hotel Total,

Anne de Graaf / Foto Filip Claus

vol graag

"Wie zijn hand in het water van een haven steekt, voelt de hele wereld." Mijn opa is tweeëntwintig jaar dood, nog maar pas weet ik wat hij bedoelde toen ik als kind op zijn knie zat te luisteren. Een jaar geleden drong het tot me door in een Noord-Frans Total-pompstation. Op de A16, vijf kilometer voorbij de over- en doorsteek naar Groot-Brittannië, richting Normandië. Sinds kort een dikke twee uur rijden van Brussel, dankzij het streepje asfalt dat Openbare Werken eindelijk wilde storten in het ontbrekende gat van de snelweg naar de Noord-Franse kust.

Op doortocht naar het pension, was het gezelschap. Eentje dat zichzelf charme toedichtte, plein de charmes zelfs. Het gezelschap had het kunnen weten: het hotel moest het hebben van een roze grasmaaier - 'Mignon, non?' - en een hemelbed waarop de huismijt polka's danste. De waardin bleef de aandacht vestigen op wat zij zelf zo bijzonder vond. Ze had het niet begrepen: "Le charme, c'est de ne pas tout dévoiler."

Het was een les: argwaan is aangewezen voor alle toeristische plekken die zich voordoen als zijnde ánders. Aangewezen ook voor hoteliers die gasten vanaf het bordes als onnozele padvinders gidsen naar een verborgen schat die er niet is. Aire des deux Caps had zich nergens aangeprezen, het bleef een benzinestation. Een Raststätte, een rustplaats, waar de menukaart zich vaak beperkt tot saucisse-frites of een bord spaghetti bolognaise waar je de saus onder een kurkdroge berg slierten moet zoeken.

Het gezelschap wilde de Aire dus bejegenen zoals alle benzinestations. Onverschillig, afstandelijk. Je stopt er omdat je moet stoppen, of omdat je moet. Je gedraagt je er zoals op een vervelende receptie waar je meer aandacht hebt voor de voorbijzwevende hapjes en de vezelstructuur van het kamerbreed tapijt dan voor de genodigden.

Vanaf dat laatste bordje - 'Aire des deux Caps, 200 mètres' - was er die avond in 1997 dan ook geen enkele aanleiding om de voelsprieten verder uit te steken. Een aureool zuurstokroze Total-licht omringde de nok van het station. Neonbundels slokten de omgeving rond de pompen op. Witte soldaten geflankeerd door een emmertje troebel water en een rotversleten ruitenwissertje. Eromheen: een fladderende, overmaatse sliert tissue die een smetbevreesde voorganger te ver uit de koker trok.

Anonimiteit, monotonie van een tankstation aan de snelweg. Niet meer, niet minder, bedacht ik. Als fervent bermtoeriste weet ik dat een hardgekookt ei beter smaakt op de eerste zijweg na de volgende afrit dan op de snelweg zelf of, erger, thuis in de keuken.

Tot het autoportier openzwaaide en het gebeurde. Zilte zeelucht penetreerde het muffe automobiel. Het Nauw van Calais joeg partikels jodium naar binnen. Een horizont overmande de inzittenden, zoals nooit tevoren in een benzinestation in Frankrijk. Links Cap Gris Nez, rechts zijn zuster Blanc Nez. Twee kliffen, twee krijtneuzen in zee. Twee Franse karakterkoppen oog in oog met de witte broeders aan de overkant, de Cliffs of Dover. Koperen velden, strobalen als reusachtige hamrolletjes gedropt op de stoppels. Een glooiing van zo'n elegantie dat je je afvraagt of een couturier er met de schaar de contouren niet van knipte.

Het gezelschap klapte het portier dicht en reed naar het pension. De huismijt deed haar best, de gasten stierven van de allergie, de roze grasmaaier verknalde de rest. De schare keerde huiswaarts, met de plechtige belofte terug te keren naar de Aire. Al was het maar om die jodium weer te proeven. Air snuiven op de Aire, het plan voor '98 was gesmeed.

"Bovendien", had Total-waardin Nicole gezworen, "C'est gratuit, en verder gedraagt u zich zoals eux." De matrone had zich omgedraaid en gewezen naar twee truckers die net van het veer in Calais waren gereden. Andrew met een lading drukwerk uit Cheshire voor Afghanistan. Matthew met lege vaten voor Portugal. Port zou hij terugbrengen. Of sherry. "Depends."

Cheshire, Dover, Calais, Afghanistan, Porto: kosmopoliet, die Aire. "Enfin", onderbrak de zakelijke waardin, "u neemt een penning voor de douche - 15 francs - en u bent vertrokken voor een nieuwe dag. Er zijn heel wat kampeerders die het doen."

En zo geschiedde vorig weekend met de Westfalia-caravan. Geen ontgoocheling bij aankomst, zelfde aureool rond het Total-embleem, zelfde glooiende horizont, zelfde witte en grijze neuzen in zee. De Aire staat voorzover bekend in geen enkele gids aangeprezen, zelfs niet in de Bison Futé, die met dat soort adresjes wel raad weet. Maar wat moest gebeuren gebeurde: er kwamen nog Andrews en Matthews met in hun kielzog tientallen lefthand drivers met caravan die, zoals de bazin had aangeraden, deden als eux. En parkeerden tussen de wegreuzen, ondanks het geraas van de stroomgeneratoren. Met de pootjes van de sleepwagon uitgedraaid, aluminium opstapje voor de deur, een kopje Earl voor het slapengaan. De eerste rust na de oversteek uit Kent.

Colette: "And maybe the best. It's free, en weet je wat? Ze hebben nu eau de cologne in de toiletten, big bottles. Ik hoorde zelfs een krekel, marvellous," port ze echtgenoot Gordon aan. "Het is alsof we al in de Provence zijn", gniffelt de vrouw uit Sunderland, in het noordoosten van Engeland. Dan verdwijnt ze in haar Esterelle-caravan. Big Ben kondigt het radionieuws van de BBC World Service aan. In quadrafonie weerklinkt dezelfde omroeper uit een Kip-caravan, een Eland-zwerfauto. Verkiezingen in Cambodja, de perikelen in de Tour, de vermeende zijsprongen van Clinton: on the air op de Aire. Gemompel, daarna niks meer.

Het Belgische gezelschap genoot van een hardgekookt ei, het geroezemoes van een generator die uiteindelijk slaapverwekkend bleek. Na de nacht draaide het de steunpootjes in van de Westfalia-caravan, de hoofden van de inzittenden tolden van de verhalen uit de vier windstreken, en van de wind uit het zeegat. Zaterdag is het pas, er zijn vier kampeerterreinen in de buurt, à la ferme, met charme, bij de gemeente, in een municipal. Weerzin welt op, maar niemand spreekt. De Belgische Westfalia volgt de serpentineweg langs de kliffen van de Opaalkust. Kristien Hemmerechts had gelijk: Wissant - Wit Zand - is echt, met zijn flobards, de vissers die 's ochtends met hun boot het marktplein oprijden en dan kramer worden. Boulogne pittoresk met zijn oude markt, zijn 'rondomhuisjes van de jaren twintig' adembenemend.

Diezelfde avond staat de Westfalia weer op de Aire, als een maanlander die na een ruimterondje eigenwijs zijn pootjes weer uitstrekt op de maan. De BBC brengt een hoorspel, een Marokkaanse trucker zegt dat hij van Tanger naar Glasgow moet. De koelkast werd door stroomgebrek een broeikas, de Entre-Deux-Mers te lauw om te drinken. Gelukkig is er het Nauw, het heldere zicht op de kliffen hier en ginds stilt honger en dorst. De zee: opa doemt weer op, ik weet dat hij gelijk had met die wijsvinger in dat havenwater. Alleen: ik zou hem suggereren dat je tegelijk voorzichtig je duim op het asfalt moet leggen. Omdat je haar dan nog beter voelt, die wereld.

'De Zijweg' brengt u elke week een verhaal van ergens te velde, tussen de plooien van de snelwegen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234