Maandag 24/02/2020

hot als een belg in Parijs

Wat is het geheim achter het aanhoudende succes van de vaderlandse mode?

Een toegangskaartje voor de show van Martin Margiela, Raf Simons of van Dries Van Noten behoort in Milaan en Parijs tot de meest begeerde. Nochtans zijn er deze week in de Franse hoofdstad een kleine honderd 'officiële' defilés te zien, naast een rist 'off'-catwalks en kleinere presentaties in showrooms. Wat maakt de Belgen zo hot, en vooral, hoe slagen ze erin om het zo lang te blijven? Door Agnes Goyvaerts en Kim de Craene

Het was nog eens dringen als in de goede oude tijd: op het trottoir aan de 'Pompes funèbres municipales' stonden zo'n tweeduizend mensen die, liefst allemaal tegelijkertijd, naar binnen wilden. Maison Martin Margiela viert zijn twintigste verjaardag - in Antwerpen met een tentoonstelling in het MoMu - en dan mag in Parijs een bijzondere show worden verwacht.

En de verwachtingen werden ingelost. Modellen met een nylonkous over het hoofd getrokken, in een huidkleurige maillot omwikkeld met kleefband, of met een pruik achterstevoren op hun hoofd en te kleine schoenen zijn misschien niet wat de doorsnee burger zich voorstelt bij 'mode', maar Margiela is en blijft een inspirerende kracht voor al wie (vakmatig) met mode bezig is. Daarnaast zorgt hij er gelukkig ook voor dat aan het eind van de dolle rit in zijn winkels de beste draagbare jasjes en jurken hangen. De uitnodiging voor de show is een metalen plaat waarop de nummers van de collecties staan, zoals Margiela ze ook aangeeft in de etiketten van zijn kledingstukken. Het plaatje zal ongetwijfeld op het stapeltje van verzamelaarsobjecten belanden, want rond Margiela hangt een heel verhaal van creativiteit en mysterie, dat zijn fans in de ban houdt. Was hij een van de medewerkers in witte schorten die aan het eind onder de regen van spiegelende confetti kwam groeten, vroegen sommigen zich af? Neen dus. Zoals gewoonlijk was hij de illustere afwezige. Een hardnekkig, maar officieel ontkend gerucht wil zelfs dat hij op zoek is naar een opvolger.

Uit de kunst

Mode zoals Margiela ze bedrijft - en met hem enkele andere Belgen - ligt zeer dicht bij de conceptuele kunst. Dat maakt hun shows altijd interessant. Het zijn niet altijd de lieflijkste, maar ze staan er als een huis. Raf Simons, die in zijn vrije tijd hedendaagse kunst aankoopt voor verzamelaars, maakt van zijn mannenshows onder eigen signatuur telkens artistieke, soms bevreemdende events.

AF Vandevorst voelt zich verwant met de kunst van Jozef Beuys (en hun collectie die deze week werd getoond deed me denken aan de nurses van Richard Prince), Ann Demeulemeester heeft haar zwak plekje voor Patty Smith, Walter Van Beirendonck schrikt er niet voor terug om sm-elementen of expliciete seks in zijn presentaties te verwerken.

Het mag duidelijk zijn: er staan zelden vergulde stoeltjes langs een rode loper bij 'de Belgen'. De shows worden gehouden op de onmogelijkste of meest onverwachte plekken - garages, braakliggende terreinen, verborgen musea, onbekende theatertjes - en de keuze van de modellen, de muziek en de maquillage vormen één sterk geheel. Want ook achter de schermen werkt een aantal Belgen al trouw mee van bij het begin, zoals Etienne Russo, die erin rolde als model en momenteel een topscenograaf en location hunter is en Inge Grognard, die tekent voor markante maquillages

Misschien heeft het ermee te maken dat de meesten zijn opgeleid aan een Academie voor Schone Kunsten. Wie is afgestudeerd in Antwerpen of in La Cambre in Brussel bevestigt dat die omgeving ervoor zorgt dat je gezichtsveld breder is dan wanneer je uit een pure modeschool komt. Het blijkt ook ieder jaar opnieuw bij de eindwerken van de laatstejaars; sommige installaties zijn aangrijpender en minstens even interessant als wat, pakweg, op de Biënnale van Venetië te zien is. In beide scholen wordt er sterk op aangedrongen dat de studenten een eigen persoonlijkheid ontwikkelen. Dat is belangrijker dan meelopen met de laatste trends.

Aandacht voor het alledaagse

Vorig jaar werd in de lokettenzaal van het Vlaams Parlement een tentoonstelling gehouden over de Belgische mode. In de catalogus schreef Cathy Horyn, journaliste bij The New York Times, toen: "De Belgen hebben nog nooit zoveel invloed gehad als nu en ze worden meer gevraagd dan tevoren. Kijk hoe sterk de recente collecties van Ann Demeulemeester zijn, hoeveel er te doen is om de kleren van Dries Van Noten. Zou Raf Simons de leiding hebben bij Jil Sander als hij niet eerst zijn eigen wereld had opgebouwd, als hij niet had vastgehouden aan zijn overtuigingen? Het geheim achter de Belgische moderevolutie is eigenlijk heel eenvoudig. Dit zijn mensen met een sterk gevoel voor identiteit en aandacht voor het alledaagse, mensen die onwrikbaar in zichzelf geloven."

Een eigen identiteit, daar bestaat geen twijfel over. Er is moeilijk een groter verschil te bedenken dan tussen de mode van Dries Van Noten en van Walter Van Beirendonck. Idem voor Dirk Bikkembergs en Martin Margiela. Toch zijn ze van dezelfde generatie, komen ze uit dezelfde school, spreken ze dezelfde taal.

Obsessie met savoir-faire

Elisabeth Paillié is Parisienne, schrijft onder meer voor Madame Figaro en draagt graag kleren van Ann Demeulemeester. Zij noemt volhouden en geobsedeerd zijn door savoir-faire als belangrijkste en bindende kwaliteiten van de Belgen. "Ze laten zich niet laten afleiden door wat elders gebeurt", zegt ze.

Ook zij wil het verjaardagsdefilé van Margiela niet missen: "Het zijn altijd markante evenementen, en het feit dat hij onzichtbaar is, draagt bij tot de geschiedenis. Het is natuurlijk ook een vorm van marketing, zij het een ongewone."

Ze vindt het jammer dat Jurgi Persoons van het toneel is verdwenen: "Ik zal nooit de installaties en evenementen vergeten die hij hier organiseerde, het was iedere keer weer een schok."

Toch kon deze destijds zo gehypte en talentvolle oud-student van de Antwerpse academie niet overleven. Hij is niet de enige. Ook van Wim Neels werd niet veel meer gehoord, of van Angelo Figus, die nog door Dries Van Noten werd 'gepatronneerd'. Dirk Schönberger moest stoppen, ook de ster van Xavier Delcour verbleekte. Zelfs zij die keer op keer de pagina's van de internationale bladen halen, zien die aandacht niet altijd verzilverd in zakencijfers. Walter Van Beirendonck en AF Vandevorst, om maar twee grote namen te noemen, hebben periodes van zwarte sneeuw gekend. Olivier Thyskens is met zijn eigen merk moeten stoppen, Gerald Watelet, die leek door te breken in de haute couture, weet wat financiële tegenslagen zijn, Kaat Tilley ook. En het is geen geheim dat momenteel in Japan de absolute adoratie voor al wat Belgisch is, alweer aan het bekoelen is, en dat de lage dollar het niet makkelijk maakt om overzee zaken te doen.

Mode is werken

Dat Dries Van Noten dit jaar in New York de prijs van de beste buitenlandse ontwerper in ontvangst mocht nemen, is verdiend, en het bezorgde hem veel aandacht in Amerikaanse magazines. Hij was er zelf beduusd van: "Wie had dat tien jaar geleden durven dromen?" Op het modefestival van Hyères en in internationale wedstrijden, zoals de Swiss Textile Award komen de Belgen er vaak als besten uit. Onder meer Bruno Pieters en Christian Wynants kaapten al de prestigieuze prijs weg, dit jaar zit Cathy Pill in de eindronde. Zij won eerder al de IT's prijs van Diesel.

Desondanks slagen sommigen er enkel in te overleven en hun eigen ding te doen, door gelijktijdig achter de schermen te werken voor commerciële merken. Tim van Steenbergen heeft nu een contract met Chine, en werkte een poos voor Donaldson, Walter Van Beirendonck leidt de creatieve ploeg van Scapa Sports, AF Vandevorst tekende enkele seizoenen voor Natan en Anvers, om maar enkele voorbeelden te noemen.

Anoniem, maar wel op het hoogste internationale niveau, werken onder anderen Olivier Rizzo - van de generatie Raf Simons - voor Prada, nadat hij zijn talenten leende bij Vuitton. Anderen worden door de grote poort binnengehaald bij de klinkende namen. Zo is Olivier Thyskens de man bij Nina Ricci (nadat Rochas hem aantrok maar na enkele seizoenen besloot om alleen nog de parfumafdeling over te houden), tekent Kris Van Assche de mannencollectie van Dior, oogst Raf Simons laaiend enthousiaste commentaren bij Jil Sander, werd Bruno Pieters binnengehaald bij Hugo Boss voor de avant-gardelijn Hugo, en Jean-Paul Knott bij Cerruti.

Vergeten we tot slot niet dat sommigen misschien minder in de spotlights staan, stille krachten zoals Sofie D'Hoore, Stephan Schneider en Annemie Verbeke, maar wel een heel trouw koperspubliek hebben. Omdat ze ook diezelfde 'Belgische' kwaliteiten hebben: een sterke persoonlijkheid, een eigen identiteit en toch aandacht voor het alledaagse.

De manier waarom veel Belgen mode bedrijven, ligt dicht bij de conceptuele kunst. Dat maakt hun shows ook zo interessant. Verder hebben ze een sterke eigen identiteit en een onwrikbaar zelfvertrouwen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234