Zondag 28/11/2021

AchtergrondTerug naar school

Hopen op ‘een gewoon en saai schooljaar’

Directeur en leerkrachten van het Stedelijk Lyceum Lakbors in Deurne zagen hoe kennis en vaardigheden van de leerlingen er de voorbije maanden op achteruitgingen. 
 Beeld © Eric de Mildt
Directeur en leerkrachten van het Stedelijk Lyceum Lakbors in Deurne zagen hoe kennis en vaardigheden van de leerlingen er de voorbije maanden op achteruitgingen.Beeld © Eric de Mildt

Hoe gaat het, vlak voor de start van het nieuwe schooljaar, met de Vlaamse leerlingen? Hebben ze meer achterstand opgelopen? En is de beruchte kenniskloof tussen leerlingen nog meer gegroeid?

“Bij veel leerlingen ging de motivatie snel naar beneden van zodra we op halftijds online onderwijs moesten overschakelen.” Jessy Barasso, leerkracht Project Algemene Vakken (PAV) aan het Stedelijk Lyceum Lakbors in Deurne, zag net als haar collega’s meteen de impact van de pandemie op haar leerlingen. In de maanden die volgden, merkten ze hoe bijvoorbeeld hun kennis van het Nederlands erop achteruitging en hoe wiskunde plots problematischer werd.

Geen wonder dat Leen Van Tongerloo, directeur van de bso- en tso-school, hoopt op een “gewoon en saai schooljaar”, zonder afstandsonderwijs of paaspauze. Maar gaan ze ook zo’n jaar ook krijgen? Hoe beginnen leerlingen er na anderhalf jaar pandemie weer aan? En vooral: hoeveel kennis is er na de schoolsluiting in het voorjaar 2020, veel quarantaines en online onderwijs blijven hangen?

Vorige zomer schreven enkele academici van de KU Leuven dat leerlingen van het zesde leerjaar lager onderwijs gemiddeld met zes maanden achterstand aan het nieuwe schooljaar zouden beginnen. Dat berekenden ze aan de hand van testen die leerlingen uit het katholiek onderwijs maakten.

Die zes maanden leerachterstand is een opvallend grotere leerachterstand dan in andere studies in het buitenland. Sowieso valt de situatie van leerlingen uit het zesde leerjaar nauwelijks tot niet te vergelijken met die van leerlingen uit het secundair onderwijs. En over het afgelopen schooljaar zijn er nog geen wetenschappelijke studies verschenen, al maakten bijvoorbeeld de Nederlandse en Britse overheid wel al enkele inschattingen.

“We weten al een tijdje dat ons onderwijs op sommige vlakken achteruitgaat, zoals voor begrijpend lezen”, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere (Arteveldehogeschool). “Hoe kunnen we dan weten dat een gemeten vertraging niet gewoon een voortzetting is van die trend?”

Kortom, het beeld is fragmentarisch. Toch valt er van alles op. Zo is de toestand misschien minder erg dan we eerst dachten. Zowel de Nederlandse als Britse overheid melden bijvoorbeeld dat leerlingen op verschillende onderwerpen tijdens het voorbije schooljaar achterstand hebben ingehaald.

“We moeten uit die dramatiserende retoriek raken”, zegt onderwijsexpert Dirk Van Damme (Center for Curriculum Redesign). “Ja, leervertraging blijft een ernstig probleem. Maar we kunnen niet spreken over een gemiddelde leervertraging, die bestaat enkel in de statistiek. In de praktijk moeten we kijken naar verschillende groepen van leerlingen. Er zijn nu eenmaal veel verschillen tussen kinderen. Hen allemaal over dezelfde kam scheren en zeggen: ‘Het is dramatisch’, dat gaat niet.”

Zelf vreest Van Damme vooral voor leerachterstand in het basisonderwijs. “Daar krijgen leerlingen de basisvaardigheden aangeleerd. Als je voor lezen, schrijven, rekenen of analytisch denken geen goed fundament hebt, mag je nog zo’n goed secundair onderwijs hebben, dan lukt het niet meer dat in te halen. Ik maak me dus veel minder zorgen om een stuk inhoud dat in het secundair onderwijs niet zou zijn gezien, wel over de cognitieve basisontwikkeling.”

Grotere kloof

Om te zien of leerlingen vertraging opliepen, kunnen we in de ogen van experts beter school per school, klas per klas bekijken. “Wij merkten dat inderdaad maar bij sommige klassen op”, zegt leerzorgcoach, leerlingbegeleider en leerkracht huishoudkunde en opvoedkunde Rani Stevens, terwijl haar collega’s instemmend knikken. “In veel richtingen zagen we dat bijvoorbeeld de ene klas veel had aan het afstandsonderwijs: ze konden thuis rustig werken, dienden alle taken mooi in en antwoorden heel snel wanneer wij vroegen hoe het ging. Terwijl de parallelklas het veel moeilijker had. Ze waren minder gemotiveerd, trokken elkaar naar beneden en raakten zo steeds meer achterop.”

Maar vooral de tweede conclusie – die volgens leerkrachten en experts echt als een paal boven water staat – is belangrijk: de verschillen tussen leerlingen zijn groter geworden. Wat iedereen op voorhand voorspelde, is ook uitgekomen: vooral kwetsbare kinderen, bijvoorbeeld met een moeilijke sociaal-economische achtergrond, liepen leervertraging op.

In het Stedelijk Lyceum Lakbors, waar een groot deel van de leerlingen uit zo’n kwetsbaar milieu komt, beamen ze dat. “Hoe dat komt? Als ik vorig jaar van de school thuiskwam, was het eerste dat ik deed mijn eigen kinderen met hun huiswerk helpen en via SmartSchool opvolgen welke taken ze moesten maken”, zegt directrice Van Tongerloo. “Maar veel van onze kinderen hebben dat ouderlijke kapitaal niet. Zij het door de taalbarrière, zij het omwille van digitale problemen: hun ouders zullen niet snel zeggen dat ze een taak moeten maken.”

Vanaf dit schooljaar experimenteert de school daarom met een zogenaamde SOS-coach, wat staat voor study on school. Die helpt leerlingen bij het opstellen van planningen, wordt getipt door collega’s wanneer er een grote toets aan zit te komen en zegt waar leerlingen zich op moeten voorbereiden. Kortom, die probeert op school te bieden wat thuis moeilijker is.

“Neem nu het gebruik van lidwoorden in het Nederlands”, zegt Evi Dingenen, leerkracht Frans en coördinator economie en organisatie. “We merken elk jaar dat leerlingen die tijdens de zomervakantie minder Nederlands gehoord hebben daar in het begin van het schooljaar meer fouten tegen maken. Door de lange periode van schoolsluiting was dat vorig jaar nog meer het geval: de kloof tussen wie thuis Nederlands sprak en wie niet, werd groter.” Hetzelfde gold volgens de leerkrachten voor maaltafels die moeilijker gingen en, opvallend genoeg, ook voor het lezen van de klok.

Maar voor elk van de bovenstaande voorbeelden zijn er verhalen van leerlingen die dan weer geen achterstand opliepen. De kans bestaat dat er leerlingen zijn die net voordelen uit het online onderwijs gehaald te hebben. “Ik vermoed dat het grote deel van de kinderen in het aso weinig tot geen last ondervonden zal hebben”, zegt Van Damme.

“Ik heb zelf niet het gevoel dat ik minder geleerd heb dan in een ander jaar”, zegt ook Louis Notte, voorzitter van de Vlaamse Scholierenkoepel en zelf net afgestudeerd in een aso-richting. “Ik heb niet het gevoel dat ik in oktober minder voorbereid aan mijn studies hoger onderwijs start. Meer zelfs, ik heb het afgelopen jaar net meer geleerd. Dankzij het online onderwijs heb ik veel digitale vaardigheden ontwikkeld. Ik heb ook moeten leren om te plannen en mezelf te organiseren. En aan het einde van de dag had ik meer tijd over voor zaken die mij interesseren.”

Steeds vaker klinkt daarom ook de boodschap van scholieren dat ze berichten over leerachterstand moe zijn. De Vlaamse Scholierenkoepel kreeg de afgelopen zomer vaker zulke berichten binnen van jongeren. “Het lijkt enkel te gaan over het ophalen van verloren leerstof”, zegt Notte. “Maar leerlingen zijn meer dan enkel lerende wezens die leerstof binnen moeten krijgen.”

Tandje bijsteken

Sommige leerlingen die het moeilijker hadden, andere gemakkelijker: ook daarom is het dus nog belangrijker dan anders dat scholen op 1 september uitzoeken wat de impact van corona op hun leerlingen is geweest. Ook in het Stedelijk Lyceum Lakbors zijn ze zich daarvan bewust. “Een leerling die nog nooit iemands haar gewassen heeft, zullen we niet op stage kunnen laten vertrekken”, zegt Farri Dingemans, leerkracht haarzorg in de tweede graad.

Hetzelfde geldt voor de algemene vakken. Volgend jaar bouwt de school meer uren voor remediëring in. Eigenlijk is dat een voortzetting van het afgelopen jaar, toen er een leerkracht werd aangeworven louter en alleen om leerlingen bij te spijkeren. Die extra uren worden betaald via de middelen die minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) daarvoor vrijgemaakt heeft via het Bijsprong-programma. Komend schooljaar investeert hij maandelijks 10 miljoen euro om 2.000 extra voltijdse leerkrachten aan te werven. Ook wil de minister voortaan jaarlijks 540 extra leerkrachten in de klassen krijgen om de kwetsbaarste leerlingen op te vangen. Daar wordt een jaarlijks budget van 27 miljoen euro voor vrijgemaakt. Bijna 3.000 scholen maken er gebruik van.

Een veelgehoorde klacht aan het adres van Weyts is dat zijn plannen hoofdzakelijk gefinancierd zijn met relancemiddelen en dus niet structureel zijn. “Het is een goede eerste stap”, zegt Charlotte Struyve (Vives Hogeschool/KU Leuven). “Maar het mag niet beperkt blijven tot het vrijmaken van middelen. We moeten ook kijken naar de manier waarop we die inzetten. Het is bijvoorbeeld niet omdat je middelen vrijmaakt voor extra helpende handen in de klas, dat die daarom meteen op de juiste plaats terechtkomen.”

Struyve breekt een lans voor het inzetten van onderwijsassistenten. Dat zijn eigenlijk een soort van extra leerkrachten in de klas die de klasleerkracht ondersteunen. “Effectiever dan een leerling uit de klas te halen, is om die begeleiding in de normale setting, in de klas te laten plaatsvinden”, zegt ze. “Die helpende handen moeten op de juist manier worden ingezet. Ook moeten onderwijsassistenten voldoende pedagogisch-didactisch onderlegd zijn. Het gaat, bij wijze van spreken, niet louter om de helpende handen van vrijwilligers. Die kunnen bijvoorbeeld wel administratie doen, maar gaan leerlingen die moeite hebben met het leerproces niet kunnen ondersteunen. Als aan die voorwaarden voldaan wordt, kan dat effectiever zijn dan zomerscholen. Dat blijkt uit onderzoek.”

Vlak voor de start van het schooljaar is de vraag vooral: gaan scholen nog voldoende leerkrachten vinden om dat te doen? Nu al klinkt het dat openstaande vacatures nog nooit zo moeilijk in te vullen waren. “Het is de bedoeling om de leerachterstand van corona weg te werken, zodat die niet structureel blijft in alle komende jaren”, klinkt het op het kabinet-Weyts. “Daarvoor doen we nu een enorme financiële inspanning door Bijsprong nog een volledig schooljaar te verlengen. We stellen vast dat de scholen ook voor het komende schooljaar massaal intekenen op Bijsprong, blijkbaar vinden ze voor deze opdrachten dus wel mensen. We zullen daarna evalueren hoe de leerachterstand van corona evolueert en welke initiatieven er nog nodig zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234