Zondag 05/12/2021

‘Hopelijk overleeft Kadhafi de bombardementen’

“Haar witte sokken zal ik nooit vergeten. Witte sokken droeg ze. Ze zat nog in haar vliegtuigstoel. Dood. Daar, op de schoorsteen van dat huis.”

Maxwell Kerr (75) mijmert als hij denkt aan het beeld uit 21 december 1988 dat op zijn netvlies staat gebrand. Samen met zijn familie bereidde de elektricien ’s avonds Kerstmis voor toen zijn woning in de Rosebank Crescent even over zevenen op haar grondvesten daverde. “De klap voelde aan als een aardbeving”, zegt hij vandaag, voor een gedenksteen die gemaakt werd uit brokstukken van een vernielde woning. “Vanuit de achtertuin schreeuwde mijn buurman dat hij vliegtuigwielen over mijn dak had zien scheren. Allebei dachten we aan een oefening van laag overvliegende militaire vliegtuigen.”

De Schotse nacht was aardedonker, de elektriciteit was abrupt onderbroken. Toen Maxwell verbijsterd de straat op liep, struikelde hij bijna over een vrouw. “Daar lag ze, in het midden van de straat”, zegt hij, en hij wijst naar een plek op het asfalt. “In foetushouding, zonder uitwendige verwondingen. Ik dacht eerst dat iemand uit onze straat iets was overkomen. Toen zag ik dat het een zwarte vrouw was. Rondom haar lagen plastic schotels waarmee voedsel wordt opgediend in een vliegtuig. Toen daagde me wat er werkelijk was gebeurd. Daarna zag ik de andere lichamen, overal verspreid, in voortuintjes, vastgepind op het ijzeren hek dat hier stond, en daarboven de jonge vrouw met de witte sokken.”

In het raam van de woning achter Maxwell stak een lege vliegtuigstoel. In de tuinen voor hem, tussen twee huizen in, zag Maxwell een massa verwrongen wrakstukken. Het waren de romprestanten van Pan American Flight 103 van London naar New York - de Clipper Maid of the Seas, die even daarvoor op 31.000 voet boven Schotland uit elkaar was gespat met 243 passagiers en zestien bemanningsleden aan boord.

“We vonden 64 lichamen terug in onze straat. We bedekten ze zo snel als mogelijk met doeken. Een buurjongen wou daags erna zijn fiets uit het schuurtje halen en vond er een lichaam dat los door het dak heen was gevallen. Erg traumatisch allemaal. Maar wij hebben geluk gehad: niemand in onze straat raakte gewond. Maar daar beneden...” en hij wijst naar de voet van de heuvel, “daar was het een hel.”

ELF BUREN EN TWEE ZONEN

“Plotseling was een stuk van ons dak weg”, herinnert Ella Kirkpatrick (70) zich. “Buiten stond alles in brand.” Kirkpatrick woont in Sherwood Crescent 21. Een vleugel vol brandstof van Pan Amvlucht 103 verpulverde de huizen naast haar woning en sloeg een meters diepe krater van meer dan vijftig meter lang. Elf van Kirkpatricks buren verdwenen voorgoed in een vuurzee van brandende kerosine, die uren bleef woeden.

Op nummer 15 stierven vier gezinsleden: Jack en Rosalind Somerville (40) en hun kinderen Paul (13) en Lynsey (10). Op nummer 13 kwamen Kathleen (41) en Thomas (44) Flannigan om, samen met hun tienjarige dochter Joanne. In de andere woningen overleefden het echtpaar Dora (56) en Maurice (63) Henry de klap niet, evenmin als Jean Aitken Murray (82) en Mary Lancaster (81). Hun huizen werden nooit heropgebouwd. Verdoken in een plantsoen herinnert alleen een gedenksteen aan de nacht die Kirkpatrick “een levende nachtmerrie” noemt.

Eigenlijk praat ze er nog altijd liever niet over, zoals vele oudere inwoners. De enige overlevende nabestaande van de gestorven Lockerbie-inwoners, de bejaarde dochter van Mary, legt achter haar raam haar beide handen over haar hart en schudt nee als we aanbellen. De emotie herbeleven lukt op haar leeftijd niet meer.

Het onverwerkte verleden achtervolgde ook de zonen van de Flannigans. “Ik kende de familie goed”, zegt Kirkpatrick. “Steven zag hun huis voor zijn ogen verdwijnen. Hij was bij de overburen de nieuwe fiets in elkaar aan het knutselen die hij zijn zusje cadeau wou doen voor Kerstmis. David was uit aan het gaan. Het waren lieve jongens, maar na de dood van hun gezin waren ze de weg kwijt.”

David (24) stierf in 1993 aan een overdosis drugs in Bangkok, Steven (26) werd na een nacht stappen in 2001 dood aangetroffen op de treinsporen. Beide late slachtoffers van de terreuraanslag hebben nu een grafsteen vlak bij de Lockerbie-herdenkingstuin, waar de namen van alle slachtoffers in marmer staan gebeiteld, omzoomd door aparte herinneringsstenen van nabestaanden, van piloot James Mac Quarrie tot Zweeds VN-topdiplomaat Bernt Carlsson, of Karen Lee Hunt, een van de 35 Amerikaanse studenten van de Syracuse University die hier stierven. De plek is een bedevaartsoord geworden ter ere van slachtoffers van 21 nationaliteiten. Er is ook één Belg bij: Arnaud Rubin (28) uit Waterloo.

Er liggen recente bloemen en kaartjes. “Dear Sarah,” leest een ervan, “you stand at the gate of the quiet place. Wait for us. Mum & Dad.”

SPEUREN NAAR BEWIJZEN

Er is een kaart die aangeeft waar de lichamen van alle slachtoffers werden teruggevonden. George Stobbs (77) ging in de jaren na de ramp met de nabestaanden van de families de plek bekijken waar hun geliefden werden gevonden. De vandaag gepensioneerde politiesergeant was van meet af betrokken bij de zoektocht naar de lichamen. Zijn ogen tranen als hij herinneringen ophaalt aan de ramplocaties, waar hij als een van de eerste agenten ter plaatse kwam. “Door de hitte zag ik in Sherwood Crescent een blauw smeedijzeren hek voor mijn ogen smelten als lava. In Rosebank Crescent wilde ik zo snel mogelijk de vliegtuigzetel met de vrouw in de schoorsteen naar beneden halen, uit respect.”

Er was ook het moment waarop hij een familie kon melden dat een storm in het bos enkele maanden later de handbagage van hun verwant uit een boom had geblazen, overgroeid met mos, maar wel nog met intact paspoort en een onbeschadigde fles wijn. Of het ogenblik waarop hij een oma het kerstcadeau moest overhandigen van haar gedode kleindochter: een theeset die door de lucht in de koffer zachtjes en heelhuids was geland.

“De nabestaanden van de slachtoffers reageerden erg verschillend op deze zaak”, zegt Stobbs. “Sommigen vielen huilend op de grond, anderen wilden uren alleen blijven, nog anderen werden plotseling erg boos op mij. Omdat ze vonden dat het moordonderzoek nooit volledig werd gevoerd, gaven ze mij de schuld. Ik nam het hen nooit kwalijk.”

Nochtans werden kosten noch moeite gespaard om alle puzzelstukken samen te leggen, zegt Stobbs, die na de ramp het moordonderzoek opstartte. “Na de inslag had ik één werkende telefoon en één radio. ’s Nachts liet ik British Telecom vijftig nieuwe lijnen aanleggen. Tegen de ochtend had ik een controlekamer en was er versterking van 1.023 collega’s opgeroepen. Het ijs van de lokale schaatspiste richtten we in als een tijdelijk mortuarium. We kregen ook snel versterking van FBI-speurders.”

Met bewijsstukken die over een oppervlakte van 850 vierkante mijl verspreid lagen, stonden ze voor een schier onmogelijke taak. Toch vonden de speurders fragmenten van een ontstekingsmechanisme in een cassettespeler, wat leidde tot het unieke proces voor een Schotse rechtbank in de voormalige VS-basis Camp Zeist in Nederland. De Libische geheim agent Abdelbaset Al Megrahi werd daar in januari 2001 tot levenslang veroordeeld.

Stobbs was een kroongetuige, en werd door zijn VS-collega’s ‘de sheriff van Lockerbie’ genoemd. Over Megrahi’s veroordeling en vrijlating is hij kordaat. “Ik ken de Schotse justitie van de laagste tot de hoogste rechtbank. Zoals bij iedereen is Megrahi’s zaak rechtvaardig gewikt en gewogen. Op basis van bewijzen is hij veroordeeld en volgens Schotse rechtsvoorwaarden werd hij vorig jaar wegens ziekte vrijgelaten.” Maar, voegt hij er aan toe, “ik heb nooit aanvaard dat hij alleen handelde. Deze aanslag kon niet gebeuren zonder hulp van anderen, zoals zijn overheid.”

Wegens gebrek aan bewijs werd Kadhafi nooit vervolgd voor de terreuraanslag. Maar begin deze maand vroeg VS-minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton aan de FBI om de zaak te herbekijken. Aanleiding was de verklaring van de Libische ex-justitieminister Mustapha Abdeljalil, overgelopen naar de rebellen, dat de Libische leider de aanslag beraamde.Eigenlijk was het meteen na de aanslag aannemelijk dat Kadhafi de opdrachtgever was. De Libische leider werd al kort na zijn aantreden in 1969 berucht als sponsor van internationaal terrorisme, in zijn ogen een vorm van oorlogsvoering waarmee ‘bevrijdingsbewegingen’, zoals de Palestijnse PLO, hun ‘kolonisatoren’ mochten aanvallen.

Zo liet hij op 29 oktober 1972 een vliegtuig van de Duitse maatschappij Lufthansa kapen. Zijn eis was dat de gijzelnemers die in de nacht van 4 op 5 september 1972 elf Israëlische atleten gijzelden tijdens de Olympische Spelen van München vrijgelaten moesten worden. Bij een mislukte bevrijdingspoging kwamen de atleten en vijf terroristen om, maar werden drie overlevende gijzelnemers gevat. Kadhafi kreeg door de kaping zijn zin. De Duitse regering leverde het trio uit aan Libië, waar ze als helden werden ontvangen.

Internationaal Strafhof

De Britse regering lustte Kadhafi rauw, omdat hij het Iers Republikeins Leger (IRA) wapens leverde, maar ook omdat op 17 april 1984 politieagente Yvonne Fletcher in Londen werd doodgeschoten vanuit de Libische ambassade, tijdens een betoging van Libische dissidenten. Kadhafi had gewaarschuwd dat hij geweld zou gebruiken als de manifestatie mocht doorgaan.

Toenmalig VS-president Ronald Reagan bestempelde Kadhafi als de ‘mad dog of the Middle-East’, omdat de aanslag in april 1986 op discotheek La Belle in West-Berlijn in zijn richting wees. Drie mensen kwamen om en meer dan 200 mensen raakten gewond, onder wie vele VS-militairen die in Duitsland woonden. In een reactie liet Reagan de Libische steden Tripoli en Benghazi bombarderen. Kadhafi’s geadopteerde dochter kwam daar bij om.

Twee jaar later volgde de aanslag op Lockerbie, nog een jaar later, in september, een bomaanslag op de Franse UTA-vlucht 772 Brazzaville-Parijs. Alle 170 inzittenden kwamen om. Frankrijk veroordeelde zes mannen bij verstek, onder wie Kadhafi’s schoonbroer Abdullah Senussi, het hoofd van de Libische veiligheidsdienst, die ook Megrahi rekruteerde.

Dat militaire actie tegen Kadhafi destijds beperkt bleef tot de raid op Benghazi had alles te maken met de Koude Oorlog, waarbij de VS en de USSR elkaar bijna permanent blokkeerden in de VN-Veiligheidsraad. Na de val van de Muur bleef Kadhafi een paria. Tot het Westen zaken rook. In ruil voor ontmanteling van zijn massavernietigingswapens wilde het Westen wel oliecontracten met hem sluiten. Er was nog één voorwaarde: Libië moest de verantwoordelijkheid voor de aanslagen op zich nemen. In 2003 gebeurde dat.

Libië betaalde in de voorbije jaren stilzwijgend miljoenen euro’s aan schadevergoedingen, ook aan Lockerbie-nabestaanden. Voor de familie Flannigan ging het bloedgeld naar Luke, het zoontje van Steven. Al zindert voor hem vandaag vooral het grafschrift van zijn vader na: “There is no anthem for doomed youth, only loss.”

Vandaag kijkt oud-politieman Stobbs met gemengde gevoelens naar de bombardementen op Libië. “Ik ben niet oorlogszuchtig. Ik vrees dat er ook onschuldigen zullen sterven en wij hebben hier gezien wat dat betekent”, zegt hij. “Wel hoop ik dat Kadhafi levend in handen komt van het Internationaal Strafhof. Als zij hem vervolgen voor misdaden in zijn land komen er misschien ook nieuwe zaken aan het licht over Lockerbie. Hopelijk gaan in de komende weken en maanden nog meer mensen uit zijn omgeving aan het praten om hun vel te redden. Als er nieuwe bewijzen opduiken, moeten ze Kadhafi met alle mogelijke middelen ook voor deze terreuraanslag berechten. Daar gaat het voor ons om: bewijs. We zijn niet uit op wraak, wel om gerechtigheid voor de nabestaanden van de slachtoffers en ons dorp.”

Stobbs is voor de inwoners van Lockerbie een held, maar hij haalt de schouders op als hij de medaille toont die hij van koningin Elisabeth kreeg. “In Lockerbie verdienen meer dan duizend mensen een medaille voor wat ze na de ramp hebben gedaan, zoals vele vrouwen uit het dorp. Ze beslisten na de ramp om alle kledij die ze vonden te verzamelen, te wassen en te strijken, om terug te geven aan de nabestaanden.”

Als organisator van een praatgroep voor rouwverwerking na de ramp waren Maxwell Kerr en zijn vrouw bij dat initiatief betrokken. Zij kozen er voor om de ramp hun hele leven mee te dragen. Ze verhuisden enkele jaren geleden van Rosebank Crescent naar een van de heropgebouwde huizen van Sherwood Crescent, van de ene plek des onheils naar de andere.

“Toeval” bezweert Maxwell. Maar als we met hem naar de gedenksteen gaan van de families die hier omkwamen, zegt hij dat het hem tevreden stemt dat hij hier regelmatig de vroegere medebewoners kan gedenken. Zichtbaar geroerd neemt hij een verse bloemenkrans in de handen voor Jack Somerville, “een uitstekende bouwvakker”.

Plotseling wordt hij boos. “Bommenlegger Megrahi werd vrijgelaten omdat hij maar een maand meer te leven had. Daar was ik het niet mee eens. En kijk, hij leeft nog altijd. En weet je wat? Ik hoorde gisteren op televisie dat Kadhafi er mee dreigt westerse vliegtuigen aan te vallen, ook burgervliegtuigen. Daarvoor twijfelde ik altijd of hij wel de opdracht gaf, omdat ook Iran een mogelijke dader was. Nu groeit mijn overtuiging dat de Libische leider er toch achter zat. Ik hoop dat hij nog voor de rechter kan verschijnen en verantwoording moet afleggen, zoals ze de Servische president Milosevic destijds hebben berecht in Den Haag. The truth is out there, wij willen weten wie dit gedaan heeft.” Waarop hij rondom zich kijkt. “Deze slachtoffers verdienen waarheid en gerechtigheid.”

Daarna zucht hij even heel diep. “Kunnen we het nu over iets anders hebben? Voetbal, of cricket?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234