Zondag 25/10/2020
Ann De Craemer.Beeld Eric De Mildt

taalcolumn

Hoogsensitief of niet: verveel u af en toe te pletter

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: hoogsensitiviteit.

Je moet al onder een steen hebben geleefd om de voorbije twee weken het woord niet te hebben gehoord: hoogsensitiviteit. Columniste Fleur van Groningen schreef er het boek Leven zonder filter over, waarmee ze er zowaar in slaagde om in de top 10 van best verkochte non-fictieboeken de kookboeken van de troon te stoten. Opmerkelijk, toch: meer interesse van lezers in een moeilijk begrip als hoogsensitiviteit dan in de light- en dagelijkse kost van Sandra Bekkari en Jeroen Meus.

Nog voor haar boek verscheen, hoorde ik Van Groningen al meermaals over hoogsensitiviteit praten en merkte ik ook elders dat het begrip in opmars was. Het ontlokte mij vooral een diepe zucht: oh nee, dacht ik, daar hebben we ze weer: de lui die per se een label aan zichzelf of anderen willen toekennen en daarmee bijdragen aan de hokjescultuur waar onze maatschappij al zo van doordrongen is. Wie zichzelf geen psychologisch label kan toekennen, lijkt wel abnormaal te zijn.

Nadat ik de interviews met Van Groningen over haar boek las, stelde ik mijn mening bij. Het is niet haar bedoeling zichzelf of anderen een label toe te kennen, maar wel (onder meer) persoonlijksheidskenmerken die mensen vaak als negatief zien in een ander daglicht te stellen. Hoogsensitieve mensen, zo schrijft Van Groningen, kunnen bijvoorbeeld niet meer dan één afspraak per dag aan, omdat ze zonder filter leven en te veel prikkels opnemen. Herkenbaar: ook ik moet erover waken om niet meer dan één afspraak per dag in te plannen, want anders kom ik overstuur thuis. Vaak heb ik mensen daardoor horen denken dat ik lui ben. Wie openstaat voor wat van Groningen over hoogsensitiviteit te vertellen heeft, ziet net in dat dat de opmerking van die mensen getuigt van luiheid.

Taal speelt dus een belangrijke rol bij wat Van Groningen doet: door bepaalde persoonlijkheidskenmerken anders te omschrijven, verandert ook je perceptie van de werkelijkheid. Nog niet zo lang geleden was een kind dat niet of slecht kon rekenen ‘dom’. Nu heeft het dyscalculie. Ik zeg niet dat er geen domme kinderen of luie mensen meer zijn. Ik zeg wel dat we moeten opletten met welke woorden we gebruiken om hen te karakteriseren.

Het grote succes van Leven zonder filter heeft volgens mij net te maken met de herkenbaarheid die ik zelf ook ervaar: mensen hebben het gevoel in een maatschappij te leven die te veel prikkels op af ons afvuurt en hebben moeite om die nog te filteren. Misschien heeft onze jachtige samenleving, waarin luiheid nog steeds als een hoofdzonde wordt gezien, van ons allen hoogsensitieve mensen gemaakt.

Zelf heb ik voor de overdaad aan prikkels een remedie bedacht: ik durf toe te geven aan verveling – waarschijnlijk een van de meest onderschatte emoties van onze tijd. In The End of Abscence (lees dat boek!) stelt Michael Harris dat verveling – die hand in hand gaat met eenzaamheid – verdwenen is uit onze samenleving. Oorzaak: het internet en dan vooral de sociale media, waardoor we nooit meer alleen zijn en elke opkomende verveling kan verholpen worden.

Dat zoveel mensen constant op hun schermpjes zitten te tokkelen, betekent volgens de Nederlandse filosoof Awee Prins echter niet dat ze zich niet vervelen. Het is net een bewijs van verveling als grondstemming van onze tijd: we zijn constant op zoek naar vermaak, maar eigenlijk vervelen we ons te pletter. Net als Rousseau vindt Prins verveling een elitaire ziekte: hoe meer welvaart, hoe meer verveling.

Mensen gaan steeds op zoek naar afleiding en prikkels, en dat komt, aldus Prins, omdat niemand gelukkig wordt als hij zich verveelt – wat me doet terugdenken aan de regenachtige woensdagmiddagen van mijn kindertijd waarop ik me te pletter verveelde. Maar waarom snak ik dan vandaag zo vaak naar verveling? Ook daarop geeft Prins een antwoord: omdat verveling pas interessant wordt als ze een zelfbewuste keuze is.

En interessant wordt ze dan inderdaad. En rustgevend. En troostend. Elke week las ik bewust een aantal momenten van verveling in. Ik doe gewoon niets, nada, niente, noppes. Intussen weet ik dat verveling net tot mijn beste ideeën leidt in de roman waaraan ik werk. Dat is ook wat Peter Toohey zegt in Boredom: A Lively History: verveling leidt tot de grootste creativiteit. Wanneer je niets te doen hebt, gaat je geest meer dan anders op zoek naar inspiratie en creatie.

Of u nu hoogsensitief bent of niet: durf u te vervelen. U zult er de overvloed aan prikkels die we dagelijks te verwerken krijgen een flinke loer mee draaien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234