Vrijdag 16/04/2021

Interview

Hoogleraar Jan Blommaert over de uitwassen van corona en zijn terminale kanker: ‘Je wilt vechten, maar de vijand, dat ben je zelf’

Jan Blommaert: ‘Gelukkig hoef ik niet veel van de toekomst meer mee te maken. It will get worse before it gets better, met onze democratie.’
 Beeld Aurélie Geurts
Jan Blommaert: ‘Gelukkig hoef ik niet veel van de toekomst meer mee te maken. It will get worse before it gets better, met onze democratie.’Beeld Aurélie Geurts

In maart vernam de activistische professor taal, cultuur en globalisering dat hij uitgezaaide kanker heeft, zonder kans op genezing. Nu zegt Jan Blommaert (59) vaarwel: ‘Ik voel me niet tekortgedaan, en ik ben klaar voor het einde.’

Op de vraag hoe het met hem gaat, komt een antwoord dat als een natte handdoek in het gezicht kletst. Het is er eentje over een kanker die begon in zijn luchtpijp, maar zijn zonen en dochters uitstuurde naar de longen, de lever, de botten, naar zowat overal. Over hoe van al die kankers de botkanker de ergste, want veruit de pijnlijkste is. Over hoe zijn leven – dankzij de chemo die net weer gestart is – onverhoopt met nog twee maanden verlengd zal worden en hij tegen de verwachtingen in Nieuwjaar zal halen, maar ook over hoe slopend die behandeling is.

Een uurtje hebben we ongeveer, waarschuwt Blommaert, gezeten achter zijn computer in zijn woonkamer, headset op het hoofd. Daarna zal hij zo uitgeput zijn dat hij toe is aan een dutje.

BIO • geboren op 4 november 1961 • professor in de sociolinguïstiek en taalkundige antropologie • is verbonden aan de Universiteit van Tilburg, voorheen ook aan de UGent en universiteiten in onder meer Zuid-Afrika, China, het VK en Finland • vooraanstaand links activist • woont in Antwerpen, heeft een vrouw en twee zoons

Hoe heftig zijn toestand is, zo verbazend is de onthechtheid waarmee Blommaert erover praat. Dat doet hij heel bewust, zegt hij. “Je wilt vechten tegen een vijand, maar die vijand is je eigen lichaam. Ik bén de vijand. Het is niet zoals met dat virus, dat je moet proberen buiten te houden. Die kanker, dat zijn mijn cellen, dat ben ik. Toch probeer ik er een externe houding tegenover aan te nemen, dat maakt het mentaal draaglijker.”

Evident is dat niet, geeft hij toe. “Maar ik zou niet graag boos zijn. Dat zou het lijden nog extra gaan versterken en het hele proces nog moeilijker maken dan het is. Maar het is niet makkelijk. Ik wil niet sterven.”

Het nieuws dat dat toch zal gebeuren, zoveel vroeger dan je verwacht wanneer je nog maar 58 bent, kreeg hij midden maart. Net op het moment dat het land quasi op slot ging, zat Blommaert in het ziekenhuis. “Je reinste chaos was dat daar. Ik moest onderzocht worden, maar er waren geen pneumologen beschikbaar voor de niet-covidgerelateerde aandoeningen.”

In dat gekkenhuis krijgt u te horen dat u kanker hebt en dat die zo vergevorderd is, dat er niets meer aan te doen valt. Had u voorheen dan niets gevoeld?

“Zeker wel. Ik had al een geruime tijd last van een heesheid die me zorgen baarde. Ik ben daarvoor ook naar de neus-keel-oorspecialist geweest, maar die heeft niet diep genoeg gekeken, zo bleek dan in maart. De specialist stopte vlak boven de stembanden, terwijl het gezwel één centimeter dieper zat. Had hij wel één centimeter verder gekeken, hadden we dat gezwel een jaar geleden al ontdekt. En was het, denk ik, nog niet uitgezaaid geweest.”

U kreeg niet alleen een loodzwaar verdict, daar kwam dus ook nog eens het besef bovenop: dit had niet moeten zijn.

(haalt glimlachend de schouders op) “Je moet dan ook nog weten: ik heb vijfendertig jaar gerookt als een stoomtrein, en dat gezwel heeft niets te maken met mijn rookgedrag. Het wordt er zelfs niet door beïnvloed.

“Ik zeg dat erbij omdat je naar een reden op zoek gaat: heb ik dat nu zelf veroorzaakt? Het antwoord is desondanks ongetwijfeld: ja. Er zullen wel dingen zijn in mijn levensstijl die dit hebben getriggerd. Maar tegelijkertijd is deze vorm van kanker zo zeldzaam. Het zijn kleincellige, slecht-gedifferentieerde neuro-endocriene gezwellen. Die zijn zeer agressief. Zodra die er zijn, krijg je ze bijna niet meer weg. Ze reageren wel heel goed op chemo, maar worden er ook zeer snel immuun voor. Aan deze kanker ga je simpelweg dood.”

Hoe verwerk je zo’n nieuws?

“Dat heeft exact twintig minuten geduurd. Ik ben gaan zitten en heb mezelf toegesproken: ‘Oké, mijn leven gaat eindigen, veel vroeger dan ik had gedacht en gehoopt. Maar voel ik me tekortgedaan?’ En het antwoord was duidelijk neen. Het is niet zo dat mij onterecht een leven afgenomen wordt. Ik heb een leven gehad.

“Dat was een goed leven, dat was een rijk leven. Ik heb veel gedaan, ik heb ook veel gekregen van anderen. Ik voel me niet tekortgedaan.

“Natuurlijk zijn er een paar dingen waarvan je zegt: verdorie, die had ik graag meegemaakt. Ik zal mijn zoons niet zien huwen, geen schoonpa kunnen zijn voor hun partners, geen bompa kunnen zijn voor hun kinderen. Maar voor het overige heb ik niet te klagen. En ik ben dus ook helemaal klaar voor het einde. Ik heb ook geen moeite om daarover te praten.”

Doet dat naderende einde u dan geen pijn?

“Natuurlijk heb ik verdriet. Dat valt niet te vermijden. Maar het verdriet is vooral omwille van degenen die om mij geven, mijn gezin, mijn vrienden, mijn familie. Ik heb verdriet omwille van hun verdriet.”

U maakt uw levenseinde nu heel bewust mee. En zoals dat dan gaat, valt mensen op zo’n moment niets dan lof te beurt. Hoe bijzonder is dat voor iemand die gedurende zijn leven zo graag provocerende standpunten innam?

(grijnst) “Dat is speciaal. Het is heel bevreemdend omdat het soms uit zeer verrassende hoek komt. Mensen van wie ik de afgelopen dertig jaar weinig leuks heb gehoord over mij, laten me nu weten hoe jammer ze het vinden dat ik ga verdwijnen.”

We zijn heel benieuwd.

“Laten we het houden op opiniemakers van de andere kant van het spectrum, de gematigd rechtse zijde. Niet van de zeer rechtse hoek, daar zal men toch nog steeds eerder een feestje houden straks.

“Die loftuitingen zijn leuk, maar wat mij vooral enorm deugd doet, is dat ik heel veel berichten ontvang van oud-studenten van over de hele wereld. Ellenlange mails krijg ik, waarin ze me laten weten dat ik hen heb geholpen op manieren die ik zelf niet heb beseft, hun perspectief heb gegeven dat ze nooit eerder zagen. Dat zijn zaken waarvan ik me niet bewust ben geweest, maar die me nu wel ontzettend veel deugd doen.”

De rector van de Antwerpse universiteit, Herman Van Goethem, zei deze zomer in deze krant dat hij het gevoel heeft dat hij via de duizenden studenten die hij gevormd heeft, mee zijn stempel gedrukt heeft op de maatschappij. Voelt u dat ook zo?

“Absoluut, ja. Ik heb altijd gezegd: ik ben mijn eigen massamedium. Ik heb gedurende mijn loopbaan duizenden jonge mensen voor mij gehad en dan niet gedurende zeven à acht minuten, zoals in Terzake. Ik heb hen gedurende vijfenveertig uur per jaar mogen aanspreken. Dat is een groot privilege en een medium dat bijna niemand heeft.

“Ik kreeg wel vaak vragen om op tv te komen, maar ik verbond daar voorwaarden aan. Ik wilde niet onderbroken worden, bijvoorbeeld. Gebeurde dat twee keer, zou ik de studio verlaten. (grijnst) Als ik dat zei, moest ik al niet meer komen. Ik heb de media niet nodig. Jullie hebben mij nodig, het omgekeerde is níét waar. Wanneer je op tv bent gekomen, heeft iedereen je gezien. Ze weten wat je aanhad en hoe zenuwachtig je eruitzag. Maar wat je hebt gezegd? Niemand wist dat achteraf.”

Aan uw sociale media te zien, volgt u de actualiteit nog steeds op de voet.

“Natuurlijk. Zolang ik op mijn voeten sta, ben ik deel van deze wereld en zie ik mijn belangen ook graag vertolkt en verdedigd. Uiteraard zit ik nog in met de wereld die ik ga verlaten. Ik heb twee kinderen van wie ik hoop dat ze nog heel lang gaan leven, en dat ze dat in een treffelijke wereld kunnen doen.”

Hoe optimistisch bent u gestemd dat dat zal lukken?

“Ergens ben ik blij dat ik niet veel meer moet meemaken van die toekomst. It will get worse before it gets better met onze democratie. Kijk alleen al naar de uitwassen van de coronacrisis: we zijn aan een veel actievere politiestaat, aan een autoritairdere overheid gewend aan het raken. Sociaal protest wordt neergeslagen, soms zelfs gewelddadig, met het excuus van het samenscholingsverbod in de hand. Dat zijn heel zwaarwichtige ontwikkelingen.

“Je zult me niet horen zeggen dat de maatregelen niet nodig zijn, maar we moeten er vanuit een zuiver democratisch oogpunt voortdurend over waken dat de gewenning niet mag toeslaan. We moeten straks weer met duizenden op straat kunnen komen. Het mag niet de gewoonte worden dat een overheid straks bij het geringste een land op slot doet en wij knikken, omdat we het nu toch al gewoon zijn. Straks gedogen we nog dat men mag slaan en schieten op de smeerlappen die zich niet aan de regels houden.”

Bent u daadwerkelijk bang voor uitwassen van geweld?

“Ik maak me veel meer zorgen over het falen van Europa. Sinds Donald Trump in de Verenigde Staten aan de macht kwam, zijn de geopolitieke machtsverhoudingen aan het verschuiven. De hegemonie van de VS is ten einde, de brexit is een feit en de EU komt daar niet ongeschonden uit.

“Toen we met corona werden geconfronteerd, was ik hoopvol. Ik dacht: ho, dit is goed, dit is een buitenkans voor de Europese Unie om zich als een efficiënte organisatie te manifesteren. Maar net op het ogenblik dat die grote schaalniveaus in grote beweging zijn, laat Europa het afweten en staat het met zijn handen in de lucht.

“Het steunpakket van 500 à 750 miljard euro vereiste ellenlange onderhandelingen voor het werd goedgekeurd. Na acht maanden Europese pandemie! Hoeveel doden is dat over alle lidstaten heen? Dat is een hoop volk dat onder corona geleden heeft. Hoe is dat toch mogelijk? Hoe is het mogelijk dat de mondmaskers niet op Europees schaalniveau zijn aangekocht en verdeeld? Hoe is het mogelijk dat de EU in de zoektocht naar een vaccin niet van meet af aan het voortouw genomen heeft en dat we nu met vijf of zes farmagroepen moeten onderhandelen?

“Ik had veel meer verwacht van Ursula von der Leyen (voorzitter van de Europese Commissie, red.). Een veel krachtdadiger bestuur. Er zouden nu in allerijl instrumenten ontwikkeld moeten worden die voorkomen dat de EU nog eens zo gepakt wordt door een grote ramp van deze envergure.”

Waaraan denkt u dan?

“Om te beginnen dat lidstaten, en ik denk nu bijvoorbeeld aan het Hongarije van Viktor Orbán, geen veto’s meer kunnen uitspreken wanneer het brandt. Dat je een rampenscenario ontwikkelt waarin het Europese schaalniveau het voor eventjes overneemt.

“Het zou een manier zijn om het eurosceptische populisme tegen te gaan, maar ook een manier om het gevaar van het nationale autoritarisme te counteren. Die staat van beleg waar we nu gewoon aan geraken: laat Europa die in de toekomst afkondigen. Het is de beste garantie dat ze van korte duur zullen zijn, aangezien de druk van de lidstaten groot zal zijn om ze weer op te heffen. Het zal kort en effectief zijn. Het zijn allemaal kansen die ik niet gegrepen zie worden.”

‘Straks gedogen we nog dat je mag slaan of schieten op de smeerlappen die zich niet aan de regels houden.’
 Beeld Aurélie Geurts
‘Straks gedogen we nog dat je mag slaan of schieten op de smeerlappen die zich niet aan de regels houden.’Beeld Aurélie Geurts

Hoe ziet u de toekomst van de democratie op lokaal niveau? In Vlaams-nationalistische middens wordt gehoopt op een meerderheid van N-VA en Vlaams Belang in 2024.

(knikt) “Daarom dat je tegen dan eigenlijk een zeer duchtig Europees migratiebeleid moet hebben. Dat beleid is al grotendeels in handen van Europa, meteen de reden waarom we op Asiel en Migratie een staatssecretaris hebben en geen minister. Maar momenteel is dat beleid enkel negatief: Europa lost niks op, het ageert enkel repressief en in respons op de verkiezingsuitslagen. Terwijl ze de hele beweging zouden moeten leiden.

“We hebben nog drie jaar om die angel uit te trekken.”

Dat is kort dag.

(lachje) “Vandaar: it’s gonna get worse, before it gets better.

Ziet u dan geen lichtpuntjes?

“Zeker wel. Kijk naar Joe Biden die de klimaatagenda weer oppikt. Zijn regering zal ook een veel agressievere agenda op het vlak van gezondheidsverzekeringen nastreven dan we tot voor kort voor mogelijk hielden. En bij ons zal de politiek ook meer en meer naar links opschuiven, in navolging van de grondstroom in de maatschappij.”

Die grondstroom is toch duidelijk rechts gebleken?

“Volgens mij zien we dat verkeerd. Michael Moore (linkse documentairemaker, red.) zegt het in zowat al zijn films over de VS: Amerika is eigenlijk een links land. Dat is bij ons niet anders. Want wanneer je in opiniepeilingen traditionele socialistische agendapunten voorlegt, zal quasi iedereen daarmee instemmen. Moet het minimumloon omhoog? Moet er betere sociale bescherming zijn? Moet het volk machtiger worden ten opzichte van de elite? Allemaal zeer linkse overtuigingen.

“In de samenleving zie je dingen die je in de politiek pas over vier of vijf jaar zal zien. Het middenveld is enorm geactiveerd sinds de regeringen waarin N-VA zat. Sinds 2007 hebben we in het middenveld een veel groter activisme gezien dan ik, nochtans geroutineerd activist, ooit heb meegemaakt. Kijk bijvoorbeeld naar een organisatie als Hart boven Hard, die meer dan 120.000 mensen op de been kreeg. Links moet nu alleen weer voeling met die bewegingen krijgen om dat ook politiek te kunnen verzilveren.”

Bij de jongste verkiezingen haalde sp.a nog amper 10 procent, een historisch dieptepunt. Gelooft u in een kentering onder leiding van Conner Rousseau en Frank Vandenbroucke?

“Ik denk dat zij heel weinig effect zullen hebben op de electorale uitslagen van de partij. Sp.a zal op pakweg 10 procent blijven hangen. Het patroon ligt nu grotendeels vast voor een hele tijd, als je het mij vraagt. Er zal één partij zijn die het dubbele van al de rest haalt, Vlaams Belang. Alle andere partijen zullen blokjes worden die allemaal ongeveer even groot zijn: zo ergens tussen de 6 en 11 à 12 procent, en zij zullen het dan samen moeten doen. Dat is op zich niet slecht.”

Dat voedt de polarisering toch, wanneer vele kleintjes moeten samenwerken om één reus buitenspel te zetten?

“Als het alternatief de dominantie is van één partij, dan is het wel veruit te verkiezen. Kijk naar Vivaldi: er is geen grote roerganger in deze federale regering, geen grote jongen die de anderen kan plat­slaan. Ik vond de regeringsvorming eigenlijk heel mooi.”

U bent vast de enige.

“Als les was het nochtans prachtig. Ze hebben eerst geprobeerd de wet van de sterkste toe te passen. N-VA en PS hadden een houding van: u kunt niet zonder ons, want wij weerspiegelen de wil van het volk. Belachelijk, want ‘het volk’ bestaat niet.

“Wat je wel kunt doen, is een meerderheid van het volk samenbrengen door een krachtige eenheid rond een bepaald aantal doelen samen te smelten. Daar heb je goede onderhandelingen voor nodig, waarbij je de belangen van de verschillende deelnemers afweegt. Je hebt daar met andere woorden een serieus democratisch proces voor nodig. Dat hebben we met de Vivaldi-onderhandelingen gekregen. Zodra de wet van de sterkste niet implementeerbaar bleek, zijn we aan echte politiek gaan doen.”

U staat zelf bekend als sympathisant van PVDA. Heeft u dat nooit parten gespeeld tijdens uw carrière?

“In Vlaanderen wel. Hier ben ik het voorwerp geweest van marginalisering, boycots en afrekeningen. Maar dat interesseerde me eigenlijk niet. De wereld is veel groter dan Vlaanderen. Ik heb de Vlaamse academische wereld nooit nodig gehad om een antwoord te krijgen op de vraag of mijn werk goed was of niet. Dat deed de rest van de wereld wel.”

U hebt baanbrekend onderzoek gedaan, u bent de eerste die het fenomeen superdiversiteit benoemde en onder de aandacht bracht, schreef dertig jaar geleden een boek over migratie dat vandaag nog steeds brandend actueel is. Maar in uw laatste essay, Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?, rept u daar met geen woord over.

“Nee. De kern is voor mij altijd geweest: kennis doorgeven. Doe onderzoek op academisch hoog niveau, maar zorg ervoor dat het resultaat ook de brandweerman en de verpleegkundige bereikt. We hebben de plicht om relevant onderzoek zo snel mogelijk op een verstaanbare manier naar het grote publiek te brengen.

“Dat is me redelijk gelukt. Ik heb in het Nederlands zeventien vulgariserende boeken geschreven – waar ik overigens geen enkele academische erkenning voor gekregen heb, die tellen zogezegd niet mee. Geen enkele van die boeken is een bestseller geworden, maar dat was ook nooit de bedoeling. Ze hebben wel goed hun weg gevonden bij middenveldorganisaties, ze hebben het publiek bereikt dat ze moesten bereiken.

“Ik heb mensen willen aanzetten tot nadenken, tot vragen stellen, en dat is ook het enige dat ik zal nalaten. Een analyse over Trump, hoe goed ook, zijn we over zes maanden weer vergeten. Mijn boeken worden oud, de realiteiten die daarin beschreven worden, zullen verouderen en veranderen. Op mijn boekje over het migratiedebat na dan, dat lijkt altijd stabiel te blijven.” (lachje)

Dat is de essentie van uw academisch leven. Bent u er ook al uit wat de essentie van het leven is?

“O ja. Het geluk van anderen helpen realiseren. Mijn verdriet is het verdriet dat ik bij mijn geliefden zie, met vreugde en geluk werkt dat op dezelfde manier bij mij. Het geluk van anderen maakt mij gelukkig. En daartoe bijdragen, dat doet heel veel plezier. Ik heb altijd geprobeerd om dat na te streven, ik ben daar niet perfect in geweest en heb ongetwijfeld alle fouten gemaakt die een mens maar kan maken. Maar ik heb het wel altijd geprobeerd. En in dat opzicht heb ik ook een gelukkig bestaan gehad. Dat is voor mij de waarde geweest van de tijd die ik heb gehad.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234