Dinsdag 22/10/2019

Hoogbegaafdheid kan dodelijk zijn'

Jan Toye (63), eigenaar van biermerk Palm, is een captain of industry. Maar Toye financiert ook twee leerstoelen aan de KU Leuven, over het welzijn van jongeren en de risico's van hoogbegaafdheid. Waarom? Zijn zoon stapte in 2004 uit het leven. 'Hij kreeg geen vat op onze wereld.' Matthias Declercq

Het is een logische stap voor Toye, de financiering van de leerstoelen aan de KU Leuven. Hij heeft al een stichting, Ga voor Geluk, ter preventie van depressie en suïcide, en wil die stichting ook uitbouwen. Toye is bij het brede publiek bekend als de eigenaar van de familieholding Diepensteyn, die biermerk Palm bezit maar ook participaties heeft in tal van andere bedrijven. Toye is geen flamboyante man met aktetas. Bij hem geen foulard om de hals, geen gouden pin op de revers.

Maar hoe begin je een gesprek met een van de rijkste mensen van het land, een CEO van de strakke lijnen en het harde discours, dat niet gaat over balansen en cijfers maar over de man, de mens, de vader. Wat is je eerste vraag?

We zitten in een rustige zithoek van de Belga Queen in Gent, ook al eigendom van Toye. De eerste vraag komt van de ober, die Toye een paar kussens achter de rug steekt. In een decor waar vaker wordt geklonken op kwartaalcijfers dan op communies steekt Toye van wal. Hij zal twee uur lang praten. Over de stichting Ga voor Geluk, maar toch vooral over de U-bocht die daaraan voorafging. Af en toe stopt hij, om de tranen te bedwingen. Af en toe lacht hij, om het gemoed te luchten. En te eindigen als volgt: "Voilà, we zijn er."

Groeipijnen?

"Er is een reden waarom ik Ga voor Geluk heb gesticht, samen met een andere familie. Mijn engagement voor depressie, suïcide en hoogbegaafdheid is gebaseerd op een persoonlijk drama. Ik vertel daar niet vaak over. Nooit echt zomaar. Wel als mensen meevoelen. Vrienden of familie. Niet openlijk in de pers. Nu wel. Om tegelijk ook aandacht te vragen voor het probleem van hoogbegaafdheid. Want jawel, dat is een probleem.

"Tot 2004 wist ik amper wat hoogbegaafdheid was. Een depressie? Alleen het woord kende ik. Eind februari van dat jaar zat Christoph (21), de jongste van onze twee zonen, in het tweede jaar toegepaste economische wetenschappen aan de KUB, de toenmalige Katholieke Universiteit Brussel. Niet de best presterende student, Christoph, een trisser. Vaak afgeleid. Altijd op zoek naar nieuwe prikkels. Meer oog voor de wereld en het bestaan dan voor zijn cursus.

"Soit, de examens waren net afgelopen. Hij zat niet goed in zijn vel toen. Dat wisten we. Dat zagen we ook. Maar ach, de jeugd heeft groeipijnen, niet? 'Maak daar geen drama van', dachten we. Christoph zelf had er ook even genoeg van: 'Pa, ma, ga maar op vakantie. Jullie zijn lang genoeg voor mij thuisgebleven.' Zo kon hij even alleen zijn, een paar dagen. Beetje tot rust komen. We boekten een korte reis naar Egypte. Net voor de afreis kreeg ik van Bob Vansant, een bevriende psychotherapeut, een boek dat hij geschreven had: Depressie is geen ziekte.

"Ik stelde me daar geen vragen bij. In Egypte, aan het strand, begon ik te lezen. Bijna non-stop. Ik herkende er meteen Christoph in. Die typische kenmerken van een depressie. Lusteloosheid, uitstelgedrag, weinig zelfvertrouwen. De confrontatie was hard. Ik sloeg niet meteen in paniek, maar toch. Ik nam mijn telefoon en belde naar huis, naar Christoph. Om te polsen hoe hij het stelde. Matthias, onze andere zoon, nam op.

'Hoe gaat het thuis? Heb je Christoph al gezien?'

'Ik denk niet dat hij thuis is, paps. Ik ben nog maar net thuis en check even mijn mails.'

'Als hij thuiskomt, vraag hem mij te bellen.'

"Na een uur heb ik zelf teruggebeld. De politie stond al in huis. Daar sta je dan, in Egypte, ver van huis, en verneem je dat je zoon zich net van het leven beroofde. We zijn ingestort, natuurlijk. Snel een arts gezocht om niet als een wrak thuis te komen. Die deed meer dan alleen een pilletje geven. Hij praatte op ons in en gaf drievoudige raad: 'Het is de beslissing van een soeverein persoon. Dat moet je aanvaarden. Denk niet na over een mogelijke schuldvraag, dat is eindeloos en werkt zelfdestructief. Probeer hem ook te begrijpen. Het zal je verrijken, al wordt het een lange zoektocht. Een zoektocht die je eigen leven kan verdiepen.'"

Dodelijke cocktail

"De raad van de arts heb ik opgevolgd. Ik wilde weten waarom mijn zoon tot die beslissing was gekomen. Zo plots. Zomaar. Maar hoe begin je daaraan? Het verdriet staat in de weg. Onze jonge zoon moest niet lang zoeken, die wist het antwoord al na twee dagen: 'Paps, Christoph wilde slimmer zijn dan de wereld. Slimmer dan het systeem waarin we leven. Dat gaat niet. Ik aanvaard het systeem. Ik wil er gelukkig in zijn.'

"Ik moest in zijn hoofd geraken, in zijn manier van denken, van leven, van voelen. Hoe doe je dat? Ik ben naar zijn kamer gegaan, op zoek naar teksten. Zijn hele bibliotheek heb ik gelezen, twee jaar lang. Alle boeken waarvan ik wist dat hij ze had bestudeerd. Al zijn notities, al zijn cursussen, chatmails, álles.

"Die hoeveelheid boeken vloeit voort uit zijn aard. Altijd kritisch, altijd op zoek naar antwoorden. Een typische jezuïetenjongen. Hij wilde diepgang, graven naar de kern van zijn bestaan. Diepgang over de zin van het leven. Christoph heeft de volledige evolutie van de mens onderzocht. Hij begon zelfs bij het absolute begin: de big bang. Er zat logica in zijn opgebouwde kennis. Hij las over de oerknal, maar ook over Darwin. Over het ontstaan van de mens. Die schakel bracht hem ook bij Christian de Duve en diens À l'écoute du vivant. DNA, aminozuren, enzymen, maar ook de vraag: 'Et dieu dans tout cela?' De evolutiebiologie had voor Christoph geen geheimen meer. Puur mathematisch begreep hij de wereld als geen ander. 'Waar komen wij vandaan?' Daar had hij een antwoord op. 'Waar gaan we naartoe?' Dat wist hij niet.

"Maar hij ging verder en verdiepte zich ook in de metafysica. Alle opgebouwde fysische kennis moest resulteren in een metafysisch antwoord. Hij las filosofische traktaten. Van het nihilisme van Nietzsche tot Camus en de Grieken. Hij ontwikkelde voor zichzelf een macroconcept van het bestaan. Daar sprak hij met mij niet over, wel met zijn jezuïetenvrienden. Zijn theorie van het existentialisme. Maar ook hun visie op het kapitalistische systeem. Een van hun kernachtige analyses was dat het consumentisme van de westerse wereld de nieuwe slavernij is. Waarbij de slaven die slavernij zelfs aanbidden. Als je de mensen geeft wat ze vragen, heb je ze in hun greep. Ze worden uitgebuit en beseffen het niet. De mens wordt geëxploiteerd, er is roofbouw op de consumenten én op de natuur. Dat soort onrecht en de niet-gerichtheid van de darwinistische ontwikkeling kon hij niet aan.

"Als je binnen die macrobenadering van het bestaan je eigen korte leven beschouwt, als een druppel op een hete plaat, overmand door onmacht en ontgoocheld door de hoge graad van determinisme, over hoe weinig impact een mens maar heeft op zijn eigen leven en op de wereld om zich heen, als je dan nog eens perfectionistisch bent en moeite hebt om tot een goed zelfbeeld te komen, dan kan ik begrijpen dat je moedeloos wordt en de zin om te leven verliest.

"Het was als vader hard om te lezen hoe mijn zoon van de wereld vervreemdde. Ik voelde wat hij gevoeld moet hebben. Ik las zijn gedachten. De hele tijd was hij bij me. Christoph las mee. De Egyptische dokter had gelijk: de zoektocht was boeiend. Maar tegelijk ook gevaarlijk. Ik begon de uitzichtloosheid ook zelf te begrijpen.

"Het was Tessa Kieboom van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek in Antwerpen die me verder inzicht gaf in wat zich wellicht in het hoofd van mijn zoon heeft afgespeeld. Ze herkende de symptomen van hoogbegaafdheid. Behalve hoogintelligent was Christoph ook bijzonder gevoelig. Veertien jaar en hij zat te huilen voor de televisie. Beelden van de genocide in Rwanda grepen hem sterk aan. 'Vader, waarom sterven die mensen? Waar zijn de Verenigde Naties?' Hij zag onrecht en werd triest. Hij voelde onmacht en raakte gefrustreerd. Tegelijk kon hij er niet over praten. Introvert: niks zeggen, maar alles opkroppen. Perfectionistisch, dat ook. Tegenover zichzelf, maar ook tegenover de wereld. Een horloge voor zijn verjaardag? Het duurde een jaar voor hij er één kocht. Het moest het beste zijn, met het beste mechanisme.

"Het bleek de dodelijke cocktail van zijn hoogbegaafdheid, zo vertelde Kieboom: veel te slim, hooggevoelig, introvert en perfectionistisch. Hij kon zijn ontgoochelingen niet delen met anderen. Hij paste zijn wereldbeeld toe op zichzelf en raakte intellectueel zeeziek. 'Waarom loop ik hier rond? Het heeft toch geen zin.' Christoph kon zijn leven geen zin geven en raakte verstrikt in zichzelf.

"Hij kwam in de fameuze tunnel terecht. Verdwijnen was de enige, laatste optie. De dood als compagnon. De dood als ultiem middel voor innerlijke rust. Het werd een evidentie voor hem. Een betrachting. De psychische pijnen moeten Christoph enorm gekweld hebben. In de laatste fase heeft hij zich volledig geconformeerd aan de wereld rondom zich, om zich voor te bereiden op de dood. Wij hadden de indruk dat het beter met hem ging, dan maak je je minder zorgen. Maar toen gebeurde het."

"En dan begin je te denken als vader, als ouder. Het schuldgevoel drijft boven. 'Had ik dit kunnen voorkomen?' 'Had ik dat moeten zien, die depressie en die afsluiting van de wereld?' 'Had ik vroeger gebeld, dan was hij er misschien nog.' 'Had ik dat boek vroeger gelezen, dan was hij er misschien nog.'

"Die vragen kwellen mij niet. Het leven is een Russische roulette. Was Christoph ontgoocheld in mij, omdat ik hem niet begreep? Moet ik mij schuldig voelen omdat ik hem vroeger zo moeilijk kon doorgronden? Die jongen zei niks. Toonde niks. Hij leefde in zijn eigen denkwereld. Misschien had ik te weinig aandacht? Besteedde ik te veel tijd aan mijn werk? Te weinig aan het gezinsleven? Ik mag die vraag niet stellen. Ik heb wel geprobeerd hem te begrijpen. Pogingen ondernomen om toegang tot hem te krijgen.

"Hij was twaalf jaar en ik greep hem eens vast: 'Jongen, ik wil dat je me een brief schrijft. Vertel me wat er in je omgaat. Je kunt er niet over praten, schrijf het gewoon eens op.'"

Een uurtje later kreeg ik een enveloppe. 'Voor papa', stond er op. En dan die brief:

"Papa, je begrijpt mij niet. Ik ben nu twaalf jaar. Ik moet nu door mijn puberteit. Tijdens die periode moet ik ontdekken wie ik ben. Ik wil het weten: wie is Christoph? Ik weet dat jij met mij op een bepaald punt wil uitkomen. Je hebt een rechte lijn voor mij getrokken. Die kan ik niet volgen. Als ik uw lijn volg, weet ik straks nog altijd niet wie ik ben. Ik moet zigzaggen. Afwijken. Je zal misnoegd zijn, dat weet ik. Toch zal ik het doen. Maar papa, op de eindmeet, zal ik u niet ontgoochelen.

Van uw zoon, Christoph."

Tranen in de ogen, natuurlijk. Zo'n brief, voor een manneke van twaalf jaar. Ik was fier te weten wat de diepgang van zijn leven was. Maar op zijn verdere pad heeft hij mij niet echt meer in vertrouwen genomen. Hij had meer empathie van mij verwacht. Ik heb zijn vertrouwen geschonden, denk ik. Al heb ik zelf wel vertrouwen. Hij zou er wel geraken, op eigen kracht en samen met vrienden.

"En dan zoveel jaren later. Totaal onverwacht. Ik moet de tranen bedwingen, maar het is de waarheid: het was het recht van Christoph om eruit te stappen. Ik heb het grootste begrip gekregen voor mensen die er niet uit geraken, die ondraaglijke psychische pijnen krijgen van het nietige eigen leven. Op het doodsprentje hebben we geschreven: 'Wij respecteren uw beslissing.' Niet iedereen begreep dat."

De empathische samenleving

"Het inzicht van Christoph heeft me aan het denken gezet. Ik zie nu problemen in de wereld die hij veel eerder zag. Door de dood van mijn zoon ben ik een compleet ander mens geworden. Ook een andere zakenman. Wat was mijn zingeving vóór zijn dood? Eerlijk? Ik was zelf ook een slachtoffer van de greediness, de hebzucht van de wereld. Altijd meer willen hebben. Ik wilde vroeger ook aanzien. Ik wilde een gerespecteerd zakenman zijn. Erkenning als ondernemer. Dat was het doel, mijn zingeving: zelfrealisatie. Zonder daarbij emoties te tonen. De harde zakenman, zeg maar, in een wereld met alleen winners and losers. Ik wilde geen loser zijn. Ik wilde winnen. Geld, status, aanzien. Maar aan een lijkwagen hangt geen trekhaak. Niemand neemt zijn opgebouwde vermogen mee.

"Mijn gedrevenheid was vooral gericht op mezelf. Dat geef ik toe. Dat mag niet aan de top van een groot bedrijf. Het mag niet om jezelf gaan. Je moet bezig zijn met je mensen, je personeel, je klanten. Om verbondenheid te creëren. De band klant-bedrijf, díé is van tel. Het personeelslid als ambassadeur van het bedrijf, dat ruimte krijgt voor zelfrealisatie. Vroeger beschouwde ik een personeelslid meer als een middel.

"Door Christoph is mijn zingeving gekanteld. Nu wil ik meewerken aan een samenleving waarin het individu centraal staat. Waarin we de kwetsbaarheid van de wereld centraal stellen. De 'empathic civilization', dixit de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin. Het klinkt misschien vreemd voor een zakenman, maar ik wil een indignado zijn. Ik wil deelnemen aan de revolutie die zich op gang trekt. De Arabische lente, Occupy Wall Street, de indignado's: het huidige kapitalistisch systeem heeft zijn grenzen bereikt. We moeten een maatschappij organiseren waarin niet presteren centraal staat, maar wel de zorg voor elkaar en voor onze blauwe planeet. Een wereld waarin kinderen zonder druk kunnen opgroeien om hun eigen talenten te ontdekken. Een wereld waarin we rekening houden met de kwetsbaarheid van elkaar. Met de kwetsbaarheid van mensen als Christoph. Respect boven macht.

"Nú wordt duidelijk waarom ik dus investeer in die leerstoelen omtrent hoogbegaafdheid en de stichting Ga voor Geluk. We moeten inzicht krijgen in de materie. In de grondslag van het 'psychisch onwelbevinden'. We moeten hoogbegaafdheid ook begrijpen. De signalen herkennen. Op school, thuis, bij de sportclub, overal. We moeten werken aan onze empathie, om anderen beter te begrijpen. Ik zag de signalen niet bij Christoph. Ik had ook niet de kennis om die signalen te kúnnen herkennen."

ALIVE

"Zoals gezegd pas ik die werkwijze, die focust op empathie, ook toe als zakenman. Dat probeer ik tenminste. En ik niet alleen. Met ALIVE, een voorlopig nog relatief gesloten groep ondernemers, willen we dat promoten. ALIVE staat voor Authentiek Leiderschap in Verbondenheid en Empathie. Vanuit een maatschappelijke gezagspositie willen we dingen veranderen. Onlangs organiseerden we met ALIVE een bijeenkomst op kasteel Diepensteyn in Steenhuffel. Samen met VKW, Acerta en de faculteit Economie van de KU Leuven. Heel wat niet-leden waren uitgenodigd. Zo'n negentig mensen. Allemaal mensen met een zeker gezag. Bedrijfsleiders met een zeker vermogen. Ondernemers en HR-consultants.

"Onze maatschappij is nu een Icarus. En de zon nadert snel. Wat in onze maatschappij staat individueel geluk in de weg? Wellicht het foute mensbeeld. Volgens Nietzsche is het het verlangen naar macht. Volgens Adam Smith de drang naar verrijking. Laat dat los in een vrije markt en er wordt welvaart gecreëerd. Maar niet voor iedereen. Daar is het Westen op gebaseerd. Daar moeten we van af. Het systeem botst op zijn limieten. En te weten dat Christoph al lang wist waar het met onze maatschappij naartoe ging en nog altijd gaat. Hij trok alleen de verkeerde conclusie."

Toye is klaar. Een vloed was het. Een stroom. Hij leunt achterover, kijkt me diep in de ogen en besluit: "Voilà, we zijn er."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234