Donderdag 25/02/2021

Hoog, groen en compact

Hoe ziet de stad van de toekomst eruit? Wordt het een betonnen jungle of het paradijs op aarde? Op welke manier moet de stad haar inwoners opvangen, entertainen en voeden, opdat ze er nooit meer weg willen?

Anno 2012 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad. Volgens de Verenigde Naties zal dat tegen het jaar 2050 maar liefst 70 procent zijn. Steden zullen 90 procent van de bevolkingsgroei opvangen, 50 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot voor hun rekening nemen, en 75 procent van het energieverbruik. Dit betekent meteen een forse hoeveelheid problemen. Hoe vang je de nieuwe stedelingen op? Waar zullen ze wonen, en hoe? Hoe zullen ze zich verplaatsen, en waarheen? Waar halen ze de energie vandaan? En hun voedsel? Maar bovenal, hoe moet een stad in 2050 georganiseerd worden, wil ze een plek zijn waar het goed toeven is?

Nadenken over de toekomst van de stad is zo oud als het bestaan van de stad zelf. Al van in de tijd van de Sumeriërs, een van de eerste beschavingen, is de mens op zoek naar creatieve oplossingen voor de problemen die het stedelijke leven stelt. Al draaien urbanisten en architecten het liever om. Volgens architect Daniel Libeskind is een architect "een geboren optimist". Iemand die vooruit kijkt, een constructief denker bij uitstek. De stad is niet het probleem, wel de oplossing, zegt de urbanist. Studies suggereren bijvoorbeeld dat bij een goede stedenplanning de ecologische voetafdruk per hoofd van de bevolking daalt naarmate mensen dichter bij elkaar wonen. Ook de Amerikaanse socioloog Richard Florida is een vurig verdediger van het idee dat bevolkingsdichtheid en productiviteit recht evenredig zijn met elkaar.

Een goede of een slechte droom?

Het beeld van de stad als bakermat van een paradijselijke toekomst inspireerde zowel utopisten, sciencefictionauteurs als futuristen. De Frans-Zwitserse architect Le Corbusier droomde in 1924 al van de ideale stad als grondplan voor sociale hervormingen. La Ville Radieuse was de opvolger van een eerste ideale stad, Ville Contemporaine en Plan Voisin. Le Corbusier had zich toen net tot het syndicalisme bekeerd, en had een stad voor ogen die die ideale samenleving van arbeiders zou doen schitteren. De gebouwen zouden strak zijn, met daaromheen veel groene open ruimtes. Het nooit uitgevoerde maar vaak tentoongestelde project diende velen tot inspiratie.

Hebt u ooit al gehoord van Victory City? Het concept is het levenswerk van de intussen 89-jarige Amerikaanse ondernemer Orville Simpson II. Sinds zijn dertiende al schaaft hij aan zijn droom om nabij Dayton, Ohio, een stad te bouwen die de urbanistische perfectie moet benaderen. Hij tekende er de plannen voor, en schreef handleidingen voor de bewoners. Victory City is een megastructuur van 102 etages waar meer dan 300.000 mensen kunnen wonen, werken en leven. Voedsel zou worden verbouwd in boerderijen die buiten de stad liggen. De bewoners zouden eten in centrale cafetaria's die in drie uur tijd zo'n 30.000 mensen zouden kunnen bedienen. De bedoeling? Door alle functies te centraliseren en bepaalde regels na te leven, denkt Simpson een niet te onderschatten verschil te kunnen maken voor het milieu. Hij is nog altijd op zoek naar de laatste honderd miljoen dollar voordat de bouw van start kan gaan, maar het blijft wachten op investeerders. Is hij een gek in polyester maatpak of een utopische radicaal?

Le Corbusier is ook niet ver weg in de in de jaren vijftig uit het niets opgetrokken Braziliaanse hoofdstad Brasilia. De plattegrond van Brasilia werd getekend door urbanist Lucio Costa. Hij hanteerde daarvoor de stedenbouwkundige idealen van de jaren vijftig, waar residentiële, commerciële en industriële gebieden apart van elkaar liggen, verbonden door een transportnetwerk. Van bovenaf gezien lijken de contouren van de stad op een vliegtuig. De belangrijkste gebouwen zijn van de hand van de onlangs overleden architect Oscar Niemeyer. Ook hij is schatplichtig aan Le Corbusier. Over zijn werk zei Niemeyer dat het "een manier was om mijn idealen uit te drukken. Eenvoud, een wereld die voor iedereen gelijk is, met een optimistische kijk op de mensheid en haar talenten. Ik wil alleen maar geluk creëren".

De bedoeling van de toenmalige president Juscelino Kubitschek was om met deze nieuwe hoofdstad het binnenland van Brazilië te ontginnen en leefruimte te creëren voor de Brazilianen. Het werd een visueel verbluffende, maar ook een onleefbare betonnen plek waar niemand wil wonen als het niet echt nodig is.

Vierhonderd nieuwe steden

Toch bouwt 'de architect', het optimistische wezen, naarstig verder. Vandaag is het Verre Oosten een gedroomd laboratorium, waar de kiemen van de stad van de toekomst worden gelegd. Azië beleeft de grootste urbanisatiegolf aller tijden. Alleen al de volgende vijftien jaar zullen 300 tot 400 miljoen Chinezen het platteland verlaten en zich in een stad vestigen. Om deze gigantische migratie te kunnen opvangen, wil de Chinese overheid tegen 2025 maar liefst 400 nieuwe steden bouwen. Ook in Singapore, Zuid-Korea en Maleisië moeten megabouwwerven straks woon-, leef en werkruimte bieden aan miljoenen mensen. Het is de perfecte context voor architecten en stedenbouwkundigen die er hun fantasie botvieren maar tegelijk ook nieuwe antwoorden bedenken op de vraag hoe de ideale stad er moet uitzien.

Het is één ding om architecturale parels te tekenen. Het is iets helemaal anders om mensen te laten geloven dat ze ergens dolgraag willen wonen en blijven wonen. Is het toeval dat een stad als Brasilia, waar elke functie in een apart district ligt, wordt geconfronteerd met mensen die er weg willen? In zijn boek Cities for People stelt de Deense architect en stedenbouwkundige Jan Gehl dat het absurd is om te beginnen met gebouwen en dan te wachten op de mensen. Volgens hem werkt het eerder andersom: "Eerst het leven, dan de ruimtes, daarna pas de gebouwen." Een ander citaat van Gehl: "Een goede stad is als een goed feestje. Mensen blijven er langer dan verwacht omdat ze het er fijn hebben."

In de stad van de toekomst staat de mens centraal, aldus Gehl. Hij staat niet alleen met die visie. Volgens Kent Larson, architect en professor aan het befaamde Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston, zijn de huidige stadsmodellen - waarbij je je voortdurend moet verplaatsen als je wilt werken, shoppen en wonen - niet meer functioneel. "Naar kantoor gaan" is verouderd, zegt hij. Het huis wordt volgens hem opnieuw het centrum van waaruit zal worden gewerkt, gewinkeld, gezorgd.

Een stad is een plaats voor mensen, niet voor doorgaand verkeer, aldus Larson. Hij bestudeerde steden die al bestonden voor de komst van de auto, en vergeleek die met de nieuwe steden of steden in aanbouw van na de komst van de auto. Voor de auto was de stad een organische verzameling van aan elkaar grenzende buurten waar alles wat een mens nodig heeft te vinden was binnen een afstand van twintig minuten wandelen.

De stad van na de auto bestaat uit een sprawl van voorsteden en winkelcentra, wat volgens de expert een bron van vervuiling en tijdverlies is, en niet meer van deze tijd.

Nieuwe steden moeten volgens hem opnieuw lijken op die oude, maar dan uitgerust met de 21ste-eeuwse technologieën die voldoen aan de behoeften van vandaag. Larson is duidelijk over wat zo'n stadscel nodig heeft: micronetwerken, openbaar vervoer, opvouwbare stadswagens die worden gedeeld door de gemeenschap en openbare kantoorruimtes en ontmoetingsruimtes, stijl Starbucks, waar de werkende mens kan afspreken en inloggen. Nabijheid, internet en fietspaden, meer heeft een mens volgens hem niet nodig om gelukkig te zijn.

Het zou over de Deense hoofdstad Kopenhagen kunnen gaan, de stad die al verschillende keren werd uitgeroepen tot aangenaamste ter wereld. Kopenhagen, dat in 2014 de Groene Hoofdstad van Europa wordt, maakte van duurzaamheid een prioriteit. Dat deed het niet alleen om de CO2-uitstoot in te dijken, maar vooral om het zijn bewoners zo aangenaam mogelijk te maken en de straat terug te geven aan de zwakke weggebruiker.

Wind, zon en water

Begrippen als schone energie, emissievrije stad en zero carbon footprint zijn niet loos als ze uit de mond van een urbanist komen. Duurzaamheid staat in de top vijf van eigenschappen waaraan de stad van de toekomst moet voldoen. Zelfs in de nieuwe versie van het computersimulatiespel SimCity, dat volgend jaar verschijnt, zal de speler rekening moeten houden met zaken als luchtvervuiling, verkeersproblemen en energieverbruik. Tussen de 35 en 40 procent van de inwoners van Kopenhagen verplaatst zich in de stad per fiets. Dat doen ze omdat de stad daartoe is uitgerust. En omdat fietsen er veilig, goedkoop en verreweg de snelste manier is om eender waar in de stad te geraken.

Op de begane grond kan het dus, duurzaam leven. Maar kan het ook in de lucht? Gensler is een internationaal designbureau dat erg actief is in Azië. "Driehonderd miljoen Chinezen die de volgende twintig jaar naar een stad zullen trekken, dat is de volledige bevolking van de Verenigde Staten", onderstreept Daniel Winey in de lezingen die hij wereldwijd geeft. De directeur van Genslers afdeling in Azië tekent een beeld bij de abstracte getallen. "Tegen 2025 moeten we dus wolkenkrabbers bouwen voor een oppervlakte zo groot als het tienvoud van de oppervlakte van Manhattan. De vraag is niet of we in de hoogte zullen bouwen, maar hoe we dat kunnen doen op een manier die toch leefbaar en duurzaam is."

Winey stelt de dynamische stad verticaal voor: een hoogbouw die alle functies van een stedelijke buurt in zich draagt. In 2014 zou het bureau de Shanghai Tower moeten opleveren in Singapore. Het tweede grootste gebouw ter wereld zal 125 etages tellen, dagelijks plaats bieden aan 35.000 mensen om er te wonen, werken, shoppen, eten, genieten van allerlei culturele faciliteiten en wandelen in de luchttuinen. Het gebouw is opgedeeld in negen verticale zones die dienst doen als de buurten waar Kent Larson het over heeft, waarbinnen mensen alles vinden wat ze nodig hebben. Het gebouw zal duurzaam zijn, in die zin dat er een beroep wordt gedaan op windturbines, dat het regenwater wordt opgevangen en gerecycleerd en dat nieuwe technologieën, zoals zonnepanelen en geothermische warmtepompen, de energie zullen genereren voor verwarming en afkoeling waar dat nodig is. Maar misschien is het meest verbluffende wel dat 33 procent van het gebouw groene ruimte zal zijn: binnenparken en -tuinen waar mensen kunnen wandelen en zich ontspannen.

Groene longen

Wat maakt een stad tot een stad? De visie van Eduardo Paes, burgemeester van Rio de Janeiro en een hedendaagse utopist die met zijn stad van zes miljoen inwoners voor een gigantische uitdaging staat: "Een stad is een verzameling van mensen." Volgens Paes is de stad van de toekomst een stad die zorgt voor zijn inwoners en hen de mogelijkheid biedt om sociaal te integreren. Hoe? Door simpelweg de groei van de betonnen jungle in te dijken. Een stad leeft op door haar open ruimtes en groene zones, vindt ook Paes. Of blauwe zones, zoals Kopenhagen creëerde in de zeehaven. Het gebied werd omgeturnd tot een recreatieve zone die op zonnige dagen intussen een hotspot is. Mensen komen er wandelen, of zwemmen in het gezuiverde zeewater.

In New York heb je de High Line, de tot wandelpark omgebouwde groene zone op een plek die ooit een spoorweg op hoger niveau was. Ook Parijs heeft zijn promenade boven de stad.

De Promenade Plantée is een afgedankte metrolijn waar je kunt wandelen en fietsen met uitzicht op de daken van de lichtstad. In Melbourne heb je de laneways en de arcades, een web van autovrije straten dat door de hele stad loopt. Voor oude steden is dit normaal, in nieuwe iets waar men beter op voorhand aan denkt wil men niet opnieuw een autostad als Los Angeles neerzetten. Een van de neveneffecten is trouwens dat de huizen in wandelbuurten in waarde stijgen. Het is hét bewijs dat de stedelingen zich goed voelen in buurten met open en groene ruimtes.

Het kan ook groter en spectaculairder. Seoel brak een viaduct dat het verkeer over de stad leidde af om de rivier de Cheonggyecheon opnieuw bloot te leggen. Er ontstond een zes kilometer lange groene zone met wandelpad. In Singapore hervormde het Duitse architectenbureau Atelier Dreiseitl het Bishan-park tot een dynamisch ecosysteem. Ook hier werd een rivier, de Kallang, opnieuw opengegooid. De bevolking kreeg er zo een groene long van 62 hectare bij, waar wilde bloemen, dieren en insecten leven, en verminderde in één moeite door de kans dat de rivier uit haar oevers treedt en de stad overspoelt.

Singapore investeerde overigens ook nog in een ander staaltje van urban landscaping, met de horticulturele attractie Gardens by the Bay, een unieke maar vooral futuristische mix van natuur en techniek. Het park herbergt achttien door mensenhanden gebouwde en met zonnecellen beklede superbomen. Twee superserres bieden er onderdak aan tienduizenden planten van over de hele wereld. Spectaculair, maar wel groen.

Maar open ruimtes en hoogbouw, werkt dat wel samen? Jason Pomeroy, architect van megaprojecten als de Trump Tower in Manila, ook een verticale stad, en de parkstad Vision Valley Kuala Lumpur, is ervan overtuigd dat groen en het stedelijke karakter hand in hand kunnen gaan. Pomeroys specialiteit zijn luchttuinen en -parken, en gebouwen met een lage CO2-uitstoot. Hij puzzelt met daktuinen zoals met legoblokjes. De esthetiek en de ethiek van het groen leveren ook echt iets op, aldus de groene wonderboy. Ecosystemen als dakgroen isoleren de gebouwen en absorberen vervuilde lucht. Daktuinen dienen bovendien als sociale gel: ook daar komen mensen samen, daar leeft de gemeenschap.

Het idee van een park als etage in een wolkenkrabber is nu al in volle evolutie. Londens nieuwste landmark, een wolkenkrabber van de hand van sterarchitect Renzo Piano, heeft bijvoorbeeld 15 procent openbare groene ruimte.

Een ander voorbeeld is de conceptuele stad Earth City, een plan van het Italiaanse ecodesignbureau J.M. Schivo & Associati. Het plan bestaat voor 40 procent uit natuur rond woonblokken - met groene daken en groene muren - die op wandelafstand van elkaar liggen, elektrische wagens en, dankzij spitstechologie, een energievoorziening die voor de volle 100 procent schoon is. Op dit moment bestaat Earth City alleen op papier. Maar aangezien China volop nieuwe steden aan het bouwen is, en men ook daar nadenkt over de ecologische stad, zou Earth City wel eens erg snel realiteit kunnen worden.

Bijenroutes en viscontainers

En dan is het 2050 en leeft 70 procent van de mensheid in milieubewust gebouwde steden. Waarop de volgende vraagt zich stelt: wat zullen we eten? Meer nog dan bij transport is de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de productie en het transport van voedsel een bedreiging voor de planeet. Bovendien is er niet veel geschikt landbouwgebied over om de drie miljard extra monden te voeden. De oplossing zou stadslandbouw zijn. Teel eigen groenten, raap de eieren van eigen kippen, eet honing van de bijen die op het dak van de gebouwen leven.

Stadslandbouw is een fenomeen dat vandaag vooral de hippe, alternatieve gemeenschap en de early adapters aanspreekt. Maar de kans dat het een bredere en vooral blijvende beweging wordt, die meer is dan wat mensen die in volkstuintjes scharrelen, is reëel.

Begin juni van dit jaar werd in Amsterdam bijvoorbeeld het grootste urban farming-dak van Europa onthuld. Het dak is 3.000 vierkante meter groot en ligt op een bedrijvencomplex. Bedoeling is dat de werknemers van de firma's die er gehuisvest zijn er hun lapje grond beplanten.

Een andere oplossing zou indoorlandbouw kunnen zijn. In een stad zijn er altijd gebouwen die toe zijn aan herbestemming. Als de auto naar de achtergrond verdwijnt, zouden dat bijvoorbeeld parkeergarages kunnen zijn. Niet eens zo'n kwaad idee als het wordt ondersteund door innovatieve technologieën. In Zurich ontwikkelde een Roman Gaus het zogeheten Aquaponics, een gesloten systeem waarbinnen groenten en vis kunnen worden gekweekt. De theorie achter de uitvinding is dat de uitwerpselen van de vissen dienen als voedingsstoffen voor de planten die op het water worden geteeld. Gaus berekende dat er op deze manier 90 procent minder water wordt gebruikt dan bij een reguliere moestuin of akker. Hij ontwikkelde miniboerderijen, containers eigenlijk, waar gezinnen van drie goed van kunnen leven. Momenteel draait in Basel een proefproject van de Urban Farmers Box voor honderd personen. De containers staan op het dak van een groot gebouw.

Naar analogie van de verticale stad is er ook een beweging die het verticale telen aan de man wil brengen. Op www.verticalfarm.com staan niet alleen argumenten pro indoorlandbouw, zoals productie het hele jaar rond, biologische teelt en meer opbrengst op minder ruimte. We vinden er ook ontwerpen voor verticale boerderijen die niet zouden misstaan naast de wolkenkrabbers van de toekomst.

Maar tot het zover is kunnen we ons behelpen met wat voorhanden is, en een voorbeeld nemen aan het Eetbare Park in den Haag van de Britse kunstenaar Nils Norman, en de propagandamoestuinen van het Britse stadje Todmorden. Daar wordt elk stukje aarde benut voor wat er in de volksmond guerrilla-telen heet. Enige voorwaarde is dat de politie toestemming moet geven voor het verbouwen van maïs voor je deur.

Dat mag dan grappig lijken, de ernst van de zaak is dat over niet al te lange tijd voedsel schaars kan worden en dat een mens maar beter zijn eigen boontje kan leren kweken. Met andere ogen leren kijken naar de middelen die we hebben, is daarbij een eerste, nuttige stap. En als we dan toch bezig zijn, kunnen we meteen een bloesemroute aanleggen om de bijen opnieuw naar de stad te lokken. Pesticiden bedreigen de bijen, maar zoals Einstein al zei: "Als de bij van deze planeet verdwijnt, dan heeft de mens nog vier jaar voor hij mee ten onder gaat."

Het zou zonde zijn van al die nieuwe gebouwen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234