Maandag 21/10/2019

Hoofddoek of minirok: kies zélf wat superieur is

Volgens Gwendolyn Rutten is onze manier van leven superieur. Met die uitspraak zette ze opiniërend Vlaanderen in rep en roer. Is de soms snoeiharde kritiek op de voorzitster van Open Vld terecht? Of heeft Rutten wel degelijk een punt? Allebei, zo blijkt. Een essay over de rechtsstaat, hondenfluitjespolitiek en gelijke kansen voor iedereen.

Gewone stervelingen zijn daar normaal gesproken niet toe in staat, maar Gwendolyn Rutten kán dat: volkomen gelijk hebben en toch ook een beetje ongelijk. Die goocheltruc voltrok ze twee weken geleden in een interview met Het Laatste Nieuws over haar pas verschenen boek Nieuwe vrijheid. Een spraakmakend interview, mogen we wel zeggen, want de - overwegend negatieve - reacties blijven maar komen. De opiniepagina's van De Morgen, De Standaard en knack.be stonden bijna in lichterlaaie.

De aanleiding voor de heisa zat verscholen in één zin die de Open Vld-voorzitster aan de interviewer prijsgaf: "We moeten onze overtuiging durven verdedigen: dat onze manier van leven zonder enige twijfel superieur is aan alle andere in de wereld." Volgens onze collega-interviewer van Het Laatste Nieuws was dat "klare taal voor een liberaal", maar daarmee ben ik het gloeiend oneens. Dat ene zinnetje is helemaal geen klare taal, het is bewust mistige en ónklare taal. Dat ene zinnetje is de reden waarom Rutten behalve volkomen gelijk ook een beetje ongelijk heeft. Onze 'manier van leven' is helemaal niet superieur, onze 'samenlevingsvorm', meer bepaald 'de liberale democratie' - ja, die is superieur. Omdat die liberale democratie verschillende 'manieren van leven' mogelijk maakt. En nee, dat verschil tussen een 'manier van leven' en een 'samenlevingsvorm' is geen detail of muggenzifterij, dat is essentieel. Ik kom daar straks op terug.

Maar eerst: waarom Rutten volkomen gelijk heeft, want dat is hier de kern van de zaak. Het was filosoof Maarten Boudry, bij de Zeno-lezers bekend als lid van Het Kernkabinet, die tijdens de boekvoorstelling van Rutten een lofrede hield voor de liberale democratie. "We leven niet in de best mogelijke van alle denkbare werelden, zoals de filosoof Leibniz meende", aldus Boudry. "Maar hier in West-Europa leven we wel in de beste van alle tot nog toe beschikbare werelden." Dat is ook precies wat Rutten schrijft - het boek is zoals gewoonlijk beter dan het interview: "De liberale democratie met onvervreemdbare rechten en vrijheden voor elk individu is - zelfs met haar gebreken - de best mogelijke samenlevingsvorm ter wereld."

Dat lijkt mij, om Boudry te parafraseren, een onloochenbare waarheid. Toch is op die stelling de voorbije weken ongemeen heftig gereageerd. Ook door intelligente mensen, die blijkbaar hun neus ophalen voor de liberale democratie. En dat is raar, heel raar.

De felste reactie kwam van schrijver Bernard Dewulf, in zijn column in dS Weekblad. "Het zogezegde superieure Westen helpt de aarde blindweg naar de kloten", haalde hij uit naar Rutten. "Uw westerse nek, in ons aller naam, is zo dik dat ik van plaatsvervangende schaamte de cijfers heb nagekeken. En inderdaad, onze westerse 'manier van leven' vergroot dagelijks de kloof tussen arm en rijk, ruïneert de aarde en leidt ons feilloos naar de afgrond. Zo superieur bewonen wij onze wereld."

De logica zelve

Toen de lofrede van Boudry op het boek van Rutten online was verschenen, staken de meeste critici nog een tandje bij. Hoe kwamen die liberale dogmatici erbij om het Westen superieur te vinden? En het klimaat dan, heeft het Westen dat niet zo ongeveer eigenhandig naar de knoppen geholpen? En die twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, heeft het Westen die niet gevoerd? En dat koloniale verleden dan, zou het Westen zich daar niet beter een beetje voor schamen? En die misdadige inval in Irak in 2003, was dat ook geen idee van het Westen? Enzovoort en zo verder. Zowat elke zwarte pagina uit de geschiedenis van dat 'zogezegd' superieure Westen kregen Rutten en Boudry naar het hoofd gegooid. Is 'superieur' trouwens geen razend gevaarlijk woord? Wie zich superieur voelt, vindt een ander inferieur, en we weten toch allemaal dat daar alleen maar ellende van komt?

Te vrezen valt dat de critici, onder wie nochtans behoorlijk wat academici en intelligente mensen, blijkbaar niet goed hebben gelezen wat Boudry in zijn toespraak en Rutten in haar boek betogen. Dat iedereen die even nadenkt, de liberale democratie superieur moet vinden, spreekt bijna voor zich. Het is de logica zelve.

Voor de goede orde, om elke mogelijke spraakverwarring te vermijden: de liberale democratie heeft op zich niets te maken met de liberale partij, of met het kapitalisme. De liberale democratie is simpelweg een synoniem voor de democratische rechtsstaat - omdat die gebouwd is op de rechten van het individu. Dat die democratische rechtsstaat superieur is, valt makkelijk aan te tonen.

Laten we beginnen met de democratie: het volk bestuurt zichzelf. Een erg krakkemikkig systeem, zoals Winston Churchill al wist, maar beter dan alle andere systemen die tot dusver zijn uitgeprobeerd. In een plutocratie zijn alleen de rijken aan de macht, in een aristocratie is de macht erfelijk, ook in een oligarchie zit een elite aan de knoppen, in een dictatuur of tirannie heeft één persoon alle macht naar zich toe getrokken. Is er iemand die een van deze bestuursvormen, of eventueel nog een andere, superieur vindt aan de democratie? Iemand? Eenmaal, andermaal? Verkocht! Lang leve de democratie. Iedereen heeft een stem, en de meerderheid heeft het voor het zeggen.

De rechtsstaat, dan. Die staat op gespannen voet met de democratie, en dat is maar goed ook. Want als de meerderheid het voor het zeggen heeft, loopt ieder individu en iedere minderheid voortdurend gevaar. De meerderheid zou bijvoorbeeld kunnen beslissen om alle mannen kleiner dan anderhalve meter te executeren, of alle roodharige vrouwen op te sluiten, of alle moslims te verbannen. Gelukkig maakt de rechtsstaat dat onmogelijk. In een rechtsstaat geldt het heilige liberale principe dat ieder individu dezelfde rechten heeft, en altijd tegen de overheid en de meerderheid moet worden beschermd. Bon, is er iemand die een ander systeem kent dat beter is dan de rechtsstaat? Iemand? Eenmaal, andermaal? Verkocht! Lang leve de rechtsstaat.

En aangezien één plus één nog altijd twee is, luidt de conclusie: de liberale democratie is superieur aan alle andere systemen die tot dusver door de mens werden bedacht. Wat moest worden bewezen.

Een gedachte-experiment

En dat klimaat dan? Die oorlogen? Dat koloniale verleden? Die verwijten zijn in feite een beetje naast de kwestie. Alsof een dictatuur of een land zonder rechtsstaat vreedzamer of ecologischer zou zijn. Uiteraard niet. Geen enkele zwarte bladzijde uit de geschiedenis werd geschreven in naam van de liberale democratie. De Tweede Wereldoorlog werd uitgelokt door een land waar de liberale democratie was opgeheven. Met het koloniale verleden werd afgerekend dankzij de liberale democratie - zo was de afschaffing van de slavernij een liberale maatregel bij uitstek. De liberale democratie is in staat om zichzelf te corrigeren, wat ze dan ook voortdurend doet. Ze kan zichzelf uiteraard ook opheffen, zoals in Turkije of Hongarije, bijvoorbeeld, maar ik denk niet dat ook maar één criticus van Rutten en Boudry die illiberale democratieën - waar de meerderheid het voor het zeggen heeft, maar waar de rechtsstaat is opgeheven - superieur zou noemen.

Laat die critici anders eens een gedachte-experiment doen, geïnspireerd op de bekende sluier der onwetendheid van wijlen de Amerikaanse filosoof John Rawls. Beeld u in dat u niet weet of u man of vrouw bent, rijk of arm, blank of zwart, gezond of ziek, slim of dom, gelovig of ongelovig - en vraag u dan af in welk deel van de wereld u vandaag zou willen leven? Wie of wat u ook bent. Waar is de kans het grootst dat u mee mag beslissen over het beleid, en dat u iets zult hebben dat lijkt op individuele mensenrechten? Waar is de kans het grootst dat u naar eigen inzicht en vermogen een leven kunt uitbouwen? Het is, voor alle duidelijkheid, een retorische vraag. Of gokt u liever op China? Rusland? Turkije? Islamitische Staat, misschien? De kans is gering.

Iedereen is feilbaar, presidenten kunnen oorlogsmisdadigers worden, politici denken op veel te korte termijn, er zitten onschuldige mensen in de gevangenis, natiestaten zijn egoïstisch, en onze samenleving telt meer problemen dan we zouden willen, maar dat neemt niet weg dat Gwendolyn Rutten volkomen gelijk heeft. Dat systeem van ons, dat wij hebben geërfd van onze voorouders, is superieur aan alle andere.

Symbool van vrijheid

En toch heeft Rutten ook een beetje ongelijk. Ze had het in dat interview met Het Laatste Nieuws immers over 'onze manier van leven'. En daarmee begaf ze zich op glad ijs. Al deed ze dat waarschijnlijk bewust. Meer dan met haar boek wilde ze met dat interview blijkbaar de islamkritische of zelfs islamofobe kiezer aanspreken. Daarom zette ze 'onze manier van leven' duidelijk af tegen de islamitische manier van leven. Eerst door een aantal radicale gebruiken te veroordelen die zowat iedereen veroordeelt, waaronder kindhuwelijken en gescheiden zwemlessen, vervolgens door ook de hoofddoek af te branden: "Wie hem dragen wil: draag hem, maar verwacht van mij geen applaus", zei ze. "En stel de hoofddoek vooral niet voor als een symbool van vrijheid, want dat is hij niet. Eigenlijk is hij een belediging voor alle mannen. Alsof die niet in staat zouden zijn om hun lusten te bedwingen."

Met die uitspraak schoot Rutten zichzelf in de voet, omdat ze daarmee de ene 'manier van leven' (geen hoofddoek, wel minirok) superieur acht aan de andere (wel hoofddoek, geen minirok). En dat is nu net wat de liberale democratie niet doet. In een liberale democratie is de minirok niet superieur aan de hoofddoek.

Geverfde gezichten

John Lennon zong het al in 1972: "Woman is the nigger of the world." Omdat ze, zo stelde hij, hun gezicht moeten verven en moeten dansen om mannen te behagen - "We make her paint her face and dance". Wie die redenering consequent volgt, moet tot de conclusie komen dat make-up en sexy kledij een belediging zijn voor de vrouw, alsof vrouwen niet in staat zijn om zonder zulke attributen de mannelijke lust op te wekken

Dat minirok en stiletto het spiegelbeeld zijn van de hoofddoek, schreef François Levrau, sociaal wetenschapper aan de Universiteit Antwerpen, in zijn kritiek op de uitspraken van Gwendolyn Rutten. En die kritiek is wél terecht. Dat is de pijnlijke contradictie in de interviews die Rutten over haar boek heeft gegeven: zij vindt de minirok superieur aan de hoofddoek. En dat mag zij vanzelfsprekend vinden, maar het staat wel haaks op haar stelling dat de liberale democratie superieur is. De liberale democratie ontleent haar superioriteit immers net aan het feit dat ze niet kiest tussen minirok en hoofddoek. In de liberale democratie staan beide 'manieren van leven' op dezelfde hoogte.

Niemand formuleerde dat deze week helderder dan Andreas Tirez, kernlid van denktank Liberales, in zijn column in De Tijd: de liberale democratie is "bescheiden over hoe het goede leven eruitziet, maar onbescheiden omdat ze duidelijk stelt dat niemand dat voor anderen kan bepalen". Rutten mag haar 'manier van leven' verdedigen, en ze mag de hoofddoek een belediging voor mannen noemen, maar ze mag niet suggereren dat haar manier van leven superieur is aan die van de moslima met hoofddoek. Enfin, ze mag dat natuurlijk wel, maar dan heeft ze het dus niet meer over de liberale democratie, maar over één van de talloze 'manieren van leven' die de liberale democratie nu eenmaal toelaat.

Rutten danst een beetje op twee benen, ze verspreidt twee boodschappen tegelijkertijd. Dat is niet ongebruikelijk in de politiek, maar het maakt een helder en rationeel debat wel moeilijk.

Ze doet hier aan dog whistle politics, hondenfluitjespolitiek: ze verspreidt een boodschap die niemand echt hoort, maar die toch feilloos aankomt bij de doelgroep. Officieel verdedigt ze alleen maar de liberale democratie, onder de radar zegt ze tegen haar achterban: onze 'manier van leven' is superieur aan die van de moslims.

Wie haar boek grondig leest, moet helaas tot de conclusie komen dat het liberalisme van Rutten wel hoog van de toren blaast - en vaak terecht: haar vurige vooruitgangsdenken is grotendeels gewettigd - maar op een aantal punten toch teleurstelt.

Zo mist ze de kans om in naam van Open Vld eindelijk eens actie te ondernemen tegen de discriminatie van Vlamingen met een migratieachtergrond. Ze veroordeelt discriminatie, maar het blijft bij woorden. Ze heeft geen plan, doet geen voorstellen, lanceert geen idee. En aan ideeën ontbreekt het haar verder niet: zo verdient ze een staande ovatie voor het voorstel om de levensbeschouwelijke segregatie in het gemeenschapsonderwijs af te schaffen en alle kinderen één en hetzelfde vak over levensbeschouwing en ethiek te laten volgen.

Maar qua discriminatie: geen plannen. Hoe groot is het contrast met haar partijgenoot Bart Somers, de Mechelse burgemeester die met Samen leven onlangs ook een boek publiceerde over een superieure 'manier van leven', maar dan zonder hondenfluitje. Net zoals Rutten vindt Somers dat racisme en discriminatie onze 'grondwaarden' aantasten, maar in tegenstelling tot zijn voorzitster heeft hij wél een plan om daar iets aan te doen: praktijktesten, bijvoorbeeld. "Volgens sommigen tast een antidiscriminatiebeleid onvermijdelijk de vrijheid van mensen aan om zelf te beslissen wie ze aanwerven of aan wie ze verhuren", schrijft Somers. "Nochtans is geen enkele vrijheid absoluut, want ze houdt op waar die van anderen in het gedrang komt. Er is inderdaad een band tussen vrijheid en discriminatie, namelijk in die zin dat racisme en discriminatie de vrijheid en waardigheid van mensen aantasten."

Rutten blijft meer hangen bij negatieve vrijheid (de afwezigheid van belemmeringen), Somers heeft ook aandacht voor positieve vrijheid (de mogelijkheid om iets te doen). Met een voorbeeld: in een Porsche-garage hebben we allemaal de negatieve vrijheid om een auto te kopen, want niemand houdt ons tegen, maar niet de positieve vrijheid, want de meesten onder ons hebben daar geen geld voor.

Gezocht: klare taal

Rutten zit met Nieuwe vrijheid duidelijk op de lijn van Dirk Verhofstadt, broer van en ook kernlid van denktank Liberales. Met haar suggestie om salafistische organisaties "indien nodig aan banden te leggen", sluit ze aan bij wat Verhofstadt betoogt in zijn recente boek Salafisme versus democratie. Net zoals Verhofstadt pleit ze ook voor een strikt neutrale overheid, wat betekent: geen hoofddoeken achter het loket.

Somers, die even kordate taal spreekt ten aanzien van de radicale islam, denkt anders over de hoofddoek. Mensen met een slecht karakter zouden misschien durven te suggereren dat Rutten en Somers niet in dezelfde partij thuishoren, mensen van goede wil zullen zeggen dat Rutten theoretisch denkt en Somers pragmatisch. Rutten is de voorzitter die met hondenfluitjesretoriek op de klassieke achterban mikt, Somers is de burgemeester die met beide voeten in de werkelijkheid staat.

Dat blijkt ook als het over halal gaat: terwijl Rutten in interviews misbaar maakt over culinaire toegevingen, vindt Somers het normaal dat scholen ook halalmaaltijden serveren. "Als we het menen dat Mohamed en Kadisjha, beiden hier geboren, bij onze gemeenschap horen", aldus Somers, "dan sturen we ook wat bij in de keuken en maken we van zulke zaken geen probleem."

Wat in elk geval buiten kijf staat, is dat Somers veel zorgvuldiger de liberale democratie en onze 'manier van leven' uit elkaar houdt. In Samen leven citeert hij zelfs de Turkse journalist Mustafa Akyol: "Liberalism is not a way of life, it is tolerating different ways of life." Letterlijk: het liberalisme is geen manier van leven, het is verschillende manieren van leven tolereren. Dát is pas klare liberale taal.

Het contrast tussen Rutten en Somers bewijst eens te meer dat Open Vld nog altijd geen duidelijke lijn heeft gekozen in het debat over diversiteit. Dat hoeft ze natuurlijk niet te doen, voor liberalen geldt nog meer dan voor anderen: vrijheid, blijheid! Maar het is bekend dat een partij met een heldere boodschap en rechtlijnige koers superieur is aan een partij die blijft zwalpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234