Maandag 21/06/2021

'Honger of achterstelling moeilijk in cijfers te vatten'

In 2000 schaarden 189 landen zich achter acht 'millenniumdoelen'. De deadline loopt binnen een half jaar af. Wat heeft de wereld ervan gebakken? Vandaag de eerste vier doelstellingen.

1. Kindersterfte inperken

Met dank aan mazelenvaccin

Doel

Twee derde minder kindersterfte in 2015 tegenover 1990.

Resultaat

Niet gelukt maar er is vooruitgang. Alle regio's hebben de kindersterfte met de helft kunnen indijken en ondanks de bevolkingsgroei is het aantal doden onder vijf jaar gezakt van 12,7 miljoen in 1990 tot 6,3 miljoen vandaag. Dat zijn dagelijks 17.000 minder kinderdoden.

Ook mooi: de strijd tegen kindersterfte gaat de laatste tien jaar drie keer sneller dan in de periode daarvoor. De kinderen overlijden aan te voorkomen ziektes zoals diarree, longontsteking, ondervoeding en mazelen. Een van de belangrijke formules waren vaccinaties tegen mazelen. Sinds 2000 hebben die 14 miljoen kinderdoden vermeden.

Evaluatie

Daarmee is de kindersterfte nog niet met twee derde afgenomen. In ontwikkelingslanden sterven nog 53 op 1.000 kinderen voor hun vijfde levensjaar, tegenover 99 in 1990. En jaarlijks sterven nog steeds 6,6 miljoen kinderen voor hun vijfde levensjaar. Eén miljoen baby's per jaar sterven op hun eerste levensdag.

In zwart Afrika geboren worden is nog altijd het grootste risico, ondanks grote vooruitgang in veel landen zoals Niger, Oeganda, Rwanda. Die landen tonen dat lage inkomens geen barrière zijn om kindersterfte aan te pakken.

Maar de situatie was in 1990 zo erbarmelijk dat die successen in het niets lijken te vallen als je naar het totaalplaatje voor de regio kijkt. Eén op de tien kinderen haalt hier de vijfde verjaardag niet. Sterftecijfers onder de vijf jaar liggen er liefst zestien keer hoger dan elders én de meeste geboortes in de toekomst worden net daar verwacht. Wie in Sierra Leone geboren wordt, loopt het meeste risico om binnen de 24 uur te sterven.

Volgens Save the Children zal het niet lukken om de kindersterfte echt terug te dringen tenzij de bevalling veiliger wordt.

Onderzoek toont aan dat de helft van de zuigelingensterfte kan worden voorkomen als moeder en kind toegang hebben tot gratis gezondheidszorg en begeleiding van een verloskundige bij de bevalling. Maar ook eenvoudige maatregelen als 'kangoeroezorg' (het huid-op-huid dragen van de pasgeboren baby zodat die kalmeert en zich beter ontwikkelt), handen wassen om infecties te voorkomen, en het injecteren van corticosteroïden om de longrijping van de baby te bevorderen kunnen het sterftecijfer al flink verlagen.

2. Extreme armoede en honger uitroeien

Een dollar is niet overal hetzelfde waard

Doel

Het aantal mensen die dagelijks minder dan 1,25 dollar (1,10 euro) inkomen hebben, halveren tussen 1990 en 2015. Verder: het aantal mensen die honger lijden halveren tussen 1990 en 2015.

Resultaten

Het aantal extreem armen is al in 2010 gehalveerd. Nog 18 procent van de wereldbevolking (1,3 miljard mensen) moet rondkomen met minder dan 1,10 euro per dag, tegenover 36 procent in 1990. Er zijn nu dus nog ruim een miljard mensen die in extreme armoede leven.

Het aantal mensen in ontwikkelingslanden die honger lijden, is stevig gedaald van 23 procent in 1990-'92 naar 13 procent in 2014-'16. Maar het absolute aantal is nog altijd erg hoog: 799 miljoen mensen, of één op negen. De meesten van hen leven in Azië en in Afrika.

Evaluatie

Er is veel kritiek. Ook al is miljoenen mensen uit de extreme armoede lichten heel wat, nog altijd verdient 45 procent van de wereldbevolking minder dan 2 euro per dag. In absolute getallen zijn er 500 miljoen extreem armen bijgekomen.

Ondertussen neemt de ongelijkheid, die de kans op armoede verhoogt, toe. Zeven op de tien mensen in de wereld leven vandaag in een land waarin de ongelijkheid groter is dan dertig jaar geleden. De armoede-experts zijn het erover eens dat zonder eerlijker handels- en belastingregels en sociale bescherming armoede nooit echt uit de wereld geholpen kan worden. "Men wil de mensen niet van honger zien sterven, maar de politieke wil om armoede echt aan de basis uit te roeien, is er niet", zegt globaliseringsonderzoeker Francine Mestrum (ULB).

Er zijn ook grote verschillen tussen regio's. Zowat iedereen is het erover eens dat verbetering voor een groot stuk op het conto van China te schrijven is. Dat heeft zijn extreme armoede tussen 1990 en 2010 bijna door zes gedeeld. In Sub-Sahara-Afrika daalde het aantal mensen in extreme armoede amper.

Maar experts waarschuwen. "Er is zeker een positieve trend, maar hoe het precies zit, weten we niet", zegt Mestrum. Armoede is namelijk moeilijk te meten. Een euro in het ene land is veel meer of minder waard dan in het andere. En er zitten bovendien grote gaten in de data.

Ook bij de cijfers over ondervoeding staan vraagtekens. "Volgens het Voedsel- en Landbouwagentschap waren er in 1991 zo'n 990 miljoen mensen die chronisch honger leden en zijn dat er vandaag 780 miljoen. Dat lijkt mij te optimistisch en gebaseerd op twijfelachtige methodes", zegt Olivier De Schutter, voormalig speciaal VN-rapporteur. Ondervoeding meten blijkt lastig en de methode is in 2012 ook veranderd. "Nu is de definitie absurd: enkel wie een jaar lang onder de 1.800 calorieën per dag binnenkrijgt, is ondervoed, terwijl dat erg weinig is voor wie fysieke arbeid verricht. Men houdt ook geen rekening met de zware tekorten aan vitamines, ijzer, jodium, eiwit of andere voedingsstoffen.

Iets solidere statistieken over ondervoeding bij kinderen tonen dat die in alle ontwikkelingslanden samen gedaald is van één op vier tot één op zes kinderen. Dat ligt dicht bij het streefcijfer om honger te halveren.

3. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen promoten

Discriminatie zit diep en is subtiel

Doel

De kloof dichten tussen het aantal jongens en meisjes en mannen en vrouwen in alle lagen van het onderwijs, betaald werk buiten de landbouwsector en in parlementen.

Resultaten

Wereldwijd gaan nagenoeg evenveel meisjes als jongens naar de lagere school. Ook voor secundair en hoger onderwijs is er globaal een genderevenwicht bereikt, al zijn daar wel grote regionale verschillen. Zo genieten slechts 64 meisjes per 100 jongens hoger onderwijs in zwart Afrika, terwijl in Noord-Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika juist meer meisjes dan jongens naar het hoger onderwijs gaan.

In parlementen blijven vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd en ze doen nog steeds meer kwetsbare vormen van werk. Daar is nauwelijks vooruitgang op geboekt.

Overal ter wereld blijft geweld tegen vrouwen een dagelijkse realiteit en in fragiele staten is het toegenomen.

Evaluatie

"De achterstelling van vrouwen is lastig in streefcijfers te vatten", zegt ontwikkelingseconoom Jan Vandemoortele. "Dit zit zo diep en is soms zo subtiel. Het is er ook bij ons nog, ook al proberen diplomaten de indruk te wekken dat dat niet zo is. Deze doelstelling geeft zeker geen volledig beeld."

En dan de rest van de wereld. Mexico en Bolivia voerden wetten in om politiek geweld tegen vrouwen aan banden te leggen en in 36 landen nam het aantal vrouwelijke ministers met een derde toe. Nicaragua leidt, gevolgd door Zweden, Finland en Frankrijk.

"Maar verkijk je niet op de VN-cijfers", zegt genderexperte Petra Debusscher. "In totaal is nog geen 17 procent van alle ministers vrouw en er zijn nog geen 20 vrouwelijke staatshoofden. Men pakt graag uit met wat extra vrouwen in het pluche, maar 22 procent vrouwelijke parlementsleden, dat is bedroevend."

Niet dat er helemaal geen goed nieuws is. In zwart Afrika is het aandeel vrouwen dat werkt fiks toegenomen. En veel meer meisjes gaan naar school. Vooral Zuid-Azië en Latijns-Amerika doen het daar erg goed.

Debusscher: "Toch geeft naar school gaan geen volledig beeld. Worden de jongens voorgetrokken? Krijgen de meisjes vooral naai- en kookles? Dat weten we niet. Bovendien haken te veel meisjes weer af na de basisschool, wat illustreert hoe diep het idee dat ze minderwaardig zijn nog zit. Hoewel iedereen weet dat het economisch in je nadeel is om de helft van de bevolking stelselmatig achterop te duwen, blijft het gebeuren."

In een recent opiniestuk in de Financial Times vatte Michelle Obama het zo samen: "Nog altijd gaan tientallen miljoenen meisjes niet naar school door te hoge kosten, kindhuwelijken en de overtuiging dat meisjes scholing geven de moeite niet is. Dat is niet enkel een morele kwestie maar ook een gezondheidskwestie, een economische kwestie en een veiligheidskwestie. Wanneer meisjes naar school gaan, krijgen ze later kinderen die vaker gezond zijn, en ze zijn zelf gezonder. Scholing is een dam tegen extreem geweld en ieder meisje dat naar school gaat kan haar inkomen met een vijfde doen toenemen."

4. Iedereen lager onderwijs

Schoolbanken te vroeg verlaten

Doel

Een volledige cyclus basisonderwijs voor alle jongens en meisjes.

Resultaten

Het streefdoel om alle kinderen naar de lagere school te krijgen is niet gehaald. Vandaag gaat 93 procent van de kinderen in ontwikkelingslanden naar de lagere school, tegenover 80 procent in 1990. Maar de grootste toename is gerealiseerd tussen 2000 en 2007. Nu slabakt de vooruitgang, onder andere door minder ontwikkelingshulp en verminderde toegang tot onderwijs in conflictgebieden.

Vandaag gaan nog altijd 58 miljoen kinderen niet naar de lagere school en een kwart van de kinderen die wel gaan maakt de lagere school nooit af. Ook de kwaliteit van het onderwijs in veel ontwikkelingslanden blijft een uitdaging. Hoewel zwart Afrika een spectaculaire stijging kende blijft de regio als enige onder de grens van 90 procent.

Evaluatie

De doelstelling heeft zeker een verschil gemaakt. "Vandaag gaan 50 miljoen meer kinderen naar school dan in 2000. Het besef dringt door dat dit echt wel een van de beste manieren is om de armoedecirkel te doorbreken en gezondheid en economische groei te garanderen", zegt Charlotte Van den Abeele van Unicef.

Op de eerste plaats komt ouders sensibiliseren en oplossingen zoeken voor de praktische barrières. Zo moeten veel kinderen die niet naar school gaan werken of voor broers en zusjes zorgen terwijl de ouders werken. Anderen wonen te ver van een school of hebben geen centen om naar school te reizen of schoolgeld te betalen. Een halve dag werken en een halve dag school of financiële voordelen voor wie de kinderen naar school brengt helpen dan duidelijk.

Toch zijn er serieuze kanttekeningen. "Er is slechts de helft van de beloofde vooruitgang geboekt", zegt ontwikkelingseconoom Jan Vandemoortele. "Dat komt door een gebrek aan investeringen in onderwijs, op alle niveaus. Zeker in India en Pakistan zie je dat. Veel landen zoals Bangladesh, Malawi, Brazilië hebben bewezen dat het kan. Ze voorzien water en maaltijden op school als stimulans, schaffen schoolpremies af en of compenseren families waar kinderen werken. En er komen toiletten, want anders haken de meisjes af. De kennis over wat werkt is er."

Zwak punt is echter dat deze doelstelling enkel kijkt naar wie op een bepaald moment naar school gaat. Meer dan de helft van de kinderen in ontwikkelingslanden start wel maar maakt de basisschool niet af en daarin zit sinds eind jaren negentig geen verbetering. Ook secundair en hoger onderwijs tellen niet mee, terwijl nog 63 miljoen kinderen die de leeftijd hebben om naar de middelbare school te gaan dat niet doen. Armoede, locatie en geslacht en daarnaast een gebrek aan scholen, leerkrachten en onderwijsbeleid houden kinderen uit de schoolbanken. Vooral bij meisjes is de uitval groot.

"Dat ook de kwaliteit van het onderwijs niet meetelt, is al een even groot mankement. Dat moet beter, want als het onderwijs van slechte kwaliteit is, haken ouders toch af", zegt Van den Abeele.

---

ALLE CIJFERS KOMEN UIT 'THE MILLENNIUM DEVELOPMENT GOALS REPORT 2014'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234