Maandag 30/11/2020

Hongaarse durfal

Iván Fischer is, behalve dirigent, ook entertainer.

Ik moet hem zowat vijfendertig jaar geleden voor het eerst ontmoet hebben. Hij was een jonge cellist die zijn brood probeerde te verdienen door viola da gamba te spelen in oudemuziekensembles zoals dat van de Weense zonderling René Clemencic en door te assisteren bij Nikolaus Harnoncourt, die toen zijn Monteverdicyclus dirigeerde in de opera van Zürich. Op feestjes placht hij de aanwezigen te entertainen met burleske verhalen en te verbluffen met kunstjes zoals het spelen van de derde gambasonate van Bach in doorlopend spiccato, een prestatie die door collega-gambisten als onmogelijk werd beschouwd.

Van al de muzikanten die op die partijtjes rondliepen was hij ongetwijfeld de geestigste, de meest bevlogene en, zo leek het wel, de beste. Dat bleken anderen ook te vinden: Fischer had net een belangrijk dirigentenconcours in Londen gewonnen en de aanbiedingen begonnen binnen te waaien van grote Engelse, later ook Europese en Amerikaanse orkesten. Fischer is Hongaar. In die tijd betekende dat nog: ingewikkelde reis- en visumarrangementen en gehannes met deviezen. Na 1989 werd dat uiteraard anders maar Fischer had niet zo lang gewacht. Al in 1983 keerde hij - na een langer verblijf in Nederland, waar hij onze taal perfect leerde spreken - terug naar zijn thuisstad Boedapest en richtte er samen met de pianist Zoltán Kocsis een orkest op: het Budapest Festival Orchestra. In een mum van tijd (en met de steun van grootheden als Sir Georg Solti) groeide het uit tot een van de beste orkesten ter wereld.

Ook bij ons zag men dat snel in. Serge Dorny bracht Fischer en het BFO al heel vroeg naar het Festival van Vlaanderen, de grote concertzalen volgden. Het orkest heeft nu een residentie in het Concertgebouw Brugge en is ook vaak bij BOZAR en deSingel te gast. En het reeg de ene na de andere prijzenwinnende cd-opname aan elkaar: veel Bartók uiteraard maar evengoed Mozart, Schubert, Beethoven, Dvořák, Liszt, Bruckner en Mahler. Sommige daarvan waren echte shockers, zoals bijvoorbeeld die met de Hongaarse dansen van Brahms, waar Fischer een heuse zigeunerviolist en een cymbalonspeler liet opdraven om tussen de noten van de heilige partituur door te improviseren. Andere zijn inmiddels gewoon klassiekers geworden. Ergens tussen die twee extremen bevindt zich hun nieuwste Stravinsky-cd. Van wat ooit een shocker was, de Sacre du printemps, brengt Fischer een interpretatie die een soort van heidense aardsheid paradoxaal aan veel klankschoonheid en lyriek koppelt. Daarna volgt een flonkerende weergave van de Vuurvogel-suite, Rimski-Korsakov indachtig maar toch niet zwelgend in een vermeende Russische ziel. Tot slot twee hilarische bisnummers: het Scherzo à la Russe en een door Stravinsky geautoriseerde bewerking van zijn Tango voor piano. Hier hoor je, na de grote dirigent, weer de bijna kinderlijke entertainer van toen. Het was vóór Fischer lang geleden dat die combinatie nog eens voor een orkest stond.

Het Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer op 7 maart in deSingel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234