Zaterdag 22/01/2022

Honderd jaar prijzen en misprijzen

Nobelprijs

Nobelprijs en controverse gaan al een eeuw lang hand in hand

De groten en de genieën van deze planeet zetten de bloemetjes buiten voor de moeder van alle prijsuitreikingen: het honderdjarig bestaan van de Nobelprijs. Maar die ultieme prijs voor het genie is niet zo ver gekomen zonder de nodige controverse. Zelfs vandaag is er daarvan nog genoeg.

Stockholm-Oslo / The Independent

Paul Vallely

De laatste controverse kwam er pas in Londen toen de Royal Mail de Nobelprijs wilde vieren met een speciale uitgave van zegels. Op zich klinkt dat niet controversieel. De ruzie kwam er in verband met een boekje dat de postdiensten wilden meegeven met het setje zegels. De Royal Mail had aan Britse winnaars uit elk van de zes categorieën - fysica, chemie, geneeskunde, vrede, literatuur en economie - gevraagd om een kort tekstje te schrijven over hun prijs. Dus besloot fysicaprofessor Brian Josephson van de Cambridge universiteit om zijn werk over supergeleiders - waarvoor hij in 1973 de Nobelprijs voor fysica kreeg - te koppelen aan zijn hobby: het mijmeren over het paranormale. Zijn artikel suggereert dat kwantumfysica op een dag zal leiden tot een beter begrip van het nogal onwetenschappelijke onderwerp 'telepathie'. Oeps!

Nu kan het best zijn dat de geschiedenis professor Josephson ooit een plaats zal geven in dat eerbiedwaardige rijtje van genieën die werden bespot, niet omdat ze verkeerd waren, maar veeleer omdat ze juist waren voor de tijd er rijp voor was. Aan de andere kant zou Josephson ook het beschamender rijtje kunnen vervoegen van Nobelprijslaureaten die op een rampzalige manier op avontuur gingen buiten hun specialiteit.

Denk aan William Shockley, de uitvinder van de transistor, die zich later wijdde aan de studie van de erfelijke intelligentie en 'ontdekte' dat het blanke ras veel intelligenter was dan het zwarte. Of Kary Mullis, die op de proppen kwam met een revolutionaire techniek waardoor wetenschappers massa's kopieën kunnen maken van genen en die zich liet ontvallen dat hiv niet de oorzaak was van aids. De Nobelprijs heeft paradoxen altijd aan zijn borst gedrukt. Zelfs al voor de prijs formeel werd ingesteld in 1901, op de vijfde verjaardag van de dood van de man die het geld achterliet om de prijs te financieren.

Alfred Bernhard Nobel maakte zijn fortuin met de uitvinding van dynamiet. Jammer genoeg blies hij gedurende dat proces zijn fabriek op, waarbij zijn jongste broer het leven liet. Door zijn buren werd hij bestempeld als een waanzinnige geleerde en de Zweedse overheid verbood hem om zijn fabriek opnieuw op te bouwen. (Dus verplaatste hij zijn activiteiten naar een bark.)

Nobel zag zichzelf als een pacifist en hoopte dat de destructieve krachten van zijn uitvinding een einde zouden brengen aan alle oorlogen. Toen dat niet leek te lukken, liet hij in zijn testament geld na - wat bitter werd aangevochten door zijn familie - voor een systeem van prijzen voor "diegenen die tijdens het voorgaande jaar de grootste weldaad aan de mensheid hebben verleend". Dankzij het mirakel van opgetelde intresten zijn de jaarlijkse prijzen nu 10 miljoen Zweedse kronen waard of 41,5 miljoen frank (ruim 1 miljoen euro).

Maar de buit heeft de prijs niet enkel cachet gegeven maar ook controverse. Volgende week worden de winnaars van de Nobelprijs 2001 bekendgemaakt in Stockholm en Oslo te midden van een boemelarij die velen van de 225 nog levende laureaten zal samenbrengen voor vieringen en discussies over hoe de wereld in de eenentwintigste eeuw conflicten kan vermijden. Naar goede gewoonte zal de proclamatie van wie 's werelds begeerdste intellectuele schouderklop krijgt evenveel misprijzen als feestelijkheden meebrengen.

Meestal ontsnappen de wetenschappelijke prijzen aan al die heisa, deels omdat de meeste mensen niet begrijpen wat de laureaat nu eigenlijk heeft gedaan, of omdat er in de wetenschap objectieve criteria bestaan om verdienstelijkheid te kunnen meten. Zeker als je de officiële goedkeuring afwacht van je gelijken voor je de prijs krijgt, wat het Nobelcomité ook vaak doet.

Dat kan lang wachten worden. De nucleaire astrofysicus William Fowler, die de supernova's kon verklaren, wachtte dertig jaar op zijn prijs. Peyton Rous, die in 1903 een kankervirus ontdekte, wachtte 66 jaar. Maar de uiteindelijke uitslag voor de wetenschappelijk prijzen is meestal weinig controversieel. De lijst van wetenschappelijke laureaten leest als een wetenschappelijk geschiedenisboek van de twintigste eeuw. Van Wilfred Roentgen (uitvinder van de X-stralen), via Marie Curie, Alexander Fleming, Einstein, Crick en Watson, tot vandaag.

Datzelfde kan niet worden gezegd van de andere prijzen. Economie komt er nog redelijk onbeschadigd uit, omdat de prijs niet wordt gegeven aan centrale banken of ministeries van Financiën maar aan theoretici die niet de vernedering moeten ondergaan om hun eigen theorieën om te zetten in praktijk. De uitzonderingen daarop zijn Merton Scholes en Robert Merton, die in 1997 werden gehonoreerd voor hun werk op het risicomodel van long term capital management in New York. Een jaar later crashte LTCM.

De prijs voor literatuur, dat is pas een verhaal. Vanaf het eerste jaar van zijn uitreiking - toen niet Tolstoi hem kreeg maar wel de een of andere Franse dichter genaamd Prudhomme - wordt het nieuws over de Nobelprijs voor literatuur ontvangen met twist en meningsverschillen.

Het is zelfs zo erg dat de lijst van diegenen die hem niet hebben gewonnen (Tolstoi, Proust, Hardy, Tjechov, Ibsen, James Joyce, Joseph Conrad, Kafka, Brecht, Graham Greene, Jorge Luis Borges) gewichtiger lijkt dan de lijst van winnaars. En dan laten we nog die paar grote namen vallen die de prijs gekregen hebben maar hem hebben geweigerd, zoals Sartre en Pasternak.

Het intellect, het beoordelingsvermogen en de motieven van de rechters zijn altijd bespot. De rechters? Dat zijn de achttien leden van de Zweedse Academie die de winnaars selecteren van een geheime shortlist van vijf of zes namen, samengesteld door een anoniem comité op het advies van een netwerk van experts en nominaties van Nobelprijswinnaars vanuit de hele wereld. Tijd, de grootste rechter, weigert zich neer te leggen bij de deadlines van het comité. Politiek opportunisme echter maakt volgens velen deel uit van de zittingen. Volgens sommigen kwam de prijs voor Seamus Heaney net op het juiste moment, namelijk tijdens de vredesonderhandelingen in Ierland. Net zoals de prijs voor Nadine Gordimer de doodsteek leek te betekenen voor de apartheid. De prijs voor Wole Soyinka bracht kennelijk democratie in Nigeria. En de prijs die vorig jaar ging naar de Chinese schrijver Gao Xingjian - persona non grata in Peking - mocht worden beschouwd als een aansporing voor China om zijn mensenrechten te verbeteren.

Maar het is de Nobelvredesprijs waarvoor - oh ironie - het felst wordt gevochten. Misschien is dat nog niet zo gek, want er zijn altijd personen die een meer dan gezonde interesse hebben voor het voeden van conflicten, dus diegenen die daar een einde aan maken, zullen altijd wel iemand op de tenen trappen. Hoe dan ook is het gek dat het archetype van de pacifist, Gandhi, de prijs nooit heeft gekregen, terwijl een aanstoker als Henry Kissinger er wel één kreeg.

Er zijn deugnieten die suggereren dan je een terrorist moet zijn om geprezen te worden. Veel laureaten in die categorie - inclusief Nelson Mandela, Yasser Arafat, Shimon Peres, Yitzhak Rabin, José Ramos-Horta van Oost-Timor en de Guatamalteekse indianenrechtenactiviste Rigoberta Menchu - hebben dat soort beschuldigingen al naar het hoofd gekregen, hoewel het verschil tussen een terrorist en een vrijheidsstrijder, zoals we nu aan het leren zijn, veeleer subjectief is.

De vredesprijs lijkt ook een vervloekte trofee. Rabin werd - net als de voormalige Egyptische president Anwar Sadat, een vorige Nobelvredesprijslaureaat - gedood door een van zijn eigen zeloten, die woedend was door het 'verraad' genaamd vrede. In Ierland zorgde de toekenning van de prijs aan The Peace People in 1976 voor een bittere scheiding tussen de twee winnaars Mairead Maguire en Betty Williams, die ruzieden over hoe ze het geld moesten spenderen. Williams gebruikte haar deel voor persoonlijke doeleinden en ontsnapte naar een beter leven in Florida. En het gejuich bij de daaropvolgende gedeelde vredesprijs voor Ierland, voor John Hume en David Trimble, is enkel nog maar een holle echo in de straten van Ulster, die nog steeds verteerd worden door geweerschoten en brandende wagens.

Misschien moeten we de zaak niet zo afgunstig bekijken. In Ierland en het Midden-Oosten lijkt de prijs vaak uitgereikt als een aanmoedigingsprijs om verdere vooruitgang te steunen. En er kan geen twijfel mogelijk zijn dat de prijs, zelfs in met bloed en verdrukking besmeurde situaties zoals in Birma, iets heeft gedaan om de meedogenloze behandelingen te matigen die individuen als Aung San Suu Kyi, winnaar in 1991, moesten ondergaan.

Uiteraard suggereert het prestige van de vredesprijs en van de andere Nobelprijzen dat dat handvol Zweden dat elk jaar vanuit hun noordelijk fort zijn oog op de wereld werpt het vaker bij het rechte eind heeft dan dat het fout is. Voor elke publieke misser - zoals de prijs voor het werk omtrent insuline die in 1923 werd gegeven aan John Macleod, een Canadese professor fysiologie, die zijn lab enkel had geleend aan de echte onderzoekers terwijl hij ging vissen - werden er ook privé duidelijk geïnspireerde beslissingen genomen.

Zo is er die beslissing om de vredesprijs niet te geven aan Imelda Marcos, de vrouw van de dictator, die nogal druk had uitgeoefend op de Filippijnse minister van Justitie om haar voor te dragen bij het Oslocomité in 1978.

Ook hebben de leden van de Academie nog steeds niet toegegeven aan de vraag van de opgesloten thrillerauteur Jeffrey Archer of hij ook enige kans zou maken om de literatuurprijs te winnen. Jezelf nomineren, zo wordt immers altijd gezegd, staat automatisch gelijk met diskwalificatie. Tenminste, zo gebeurde het toch tot hiertoe. Wie weet wat voor nieuws er volgende week uit de bus komt. Met de Nobelprijs weet je het maar nooit.

Vertaling en bewerking: Wilfried Eetezonne

Sommige genieën worden nooit bekroond, sommige laureaten blijken nadien knettergek te zijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234