Zaterdag 16/01/2021

Honderd jaar geschiedenis moet dicht

In Parijs is gisterenmiddag hotel Lutétia dichtgegaan. Het gold als het meest intellectuele etablissement van de Lichtstad. Maar ook de nazi's hielden er kantoor, en na de bevrijding vonden overlevers uit Auschwitz er dan weer onderdak. De kroniek van het Lutétia leest als het verhaal van de twintigste eeuw. Lode Delputte vanuit Parijs

Rive Gauche, Boulevard Raspail, hotel Lutétia. Het is klokslag vier uur, door de draaideur schrijden de laatste gasten naar buiten. Habib en Fatou Diop, een en al Afrikaans raffinement, hebben er niet van terug. "Ik kwam hier als kind al met mijn ouders", vertelt Fatou, terwijl ze de schouders ophaalt. "Vandaag loopt er een hoofdstuk in mijn leven af."

Habib klinkt niet minder aangeslagen: "Van óns leven", corrigeert hij. "Hier hebben we onze eerste liefdesnacht beleefd, toch, schat?" Fatou knikt.

Habib is architect in Dakar maar heeft klanten in Parijs. "Frankrijk bezoeken", zegt hij, "betekende het Lutétia aandoen. Toen ik hoorde dat de sleutel erop ging, dacht ik: dat mogen we niet missen. Ja, we zijn helemaal hierheen gereisd om onszelf dat laatste moment cadeau te doen. Dat we tot het bittere eind gebleven zijn? Ach, we konden maar geen afscheid nemen. Die art-déco-meubelen, de luchters van Lalique, het strijkje in de bar ook..."

Helaas, het is tijd nu om te gaan. De taxi staat al klaar. Hamid, de portier, stouwt hun bagage in de kofferbak, valt Fatou en Habib in de armen en wuift hen met lange armhalen na. Als de auto de rue de Sèvres inscheurt, gaat de dertiger de trappen weer op. "Erg ontroerend", krijgt hij er nog uit. Dan wellen er tranen op.

Aan de bar, in de keuken of achter de balie: het is met een krop in de keel dat de 211 personeelsleden van het Lutétia, een Parijse horecalegende, gisterochtend hun laatste werkdag aanvatten. Voor het laatst serveerden ze de gasten hun ontbijt. Uiteraard, en zoals dat de voorbije 100 jaar de traditie werd, in het Salon Borghèse, op het witte tafellinnen ook dat nu, in functionele wagonnetjes, klaarstaat op de stoep. Omdat zelfs de chicste huizen niet veilig zijn voor knoeiers, zit hier en daar een koffievlek.

"Ik weet niet eens of het nog naar de wasserette gaat", zegt Laetitia Maillot gelaten. Ook voor deze receptioniste, 26 maar toch al goed voor tien jaar dienst, is het een vreemde dag. Vanavond zullen zij en haar vrienden van de brasserie - "wij waren zoveel meer dan collega's" - elders nog wel een glas op hun Lutétia drinken, maar eerst willen ze een groepsfoto op het bordes. "Een souvenirtje", lacht Laetitia. "Officieel nemen ze ons straks opnieuw in dienst, maar we willen zien voor we geloven. Mijn mooiste moment? Het diner op oudjaar 2010, toen Juliette Gréco mee aanschoof. Gérard Depardieu ook, Catherine Deneuve en Benoît Poelvoorde. Beroemdheden, maar toch gewone mensen. Voor ons waren ze ontzettend lief."

Tempel van kunst

Het is de Israëlische groep Alrov die de old lady eerder dat jaar had opgekocht. Zelfs habitués moesten het bekennen, luxe bood het Lutétia allang niet meer. De relazen op Booking.com getuigden van lekkende kranen, kaalgelopen vasttapijt, knarsende deuren en stoffige draperieën. Je moest ze ervoor over hebben, die 350 euro. Ofschoon het hotel standhield terwijl soortgelijke etablissementen, het Ritz en het Crillon, hun klandizie zagen smelten als ijs in een cocktail, kon het de ombouw niet langer voor zich uitschuiven - de globalisering, monsieur.

In 2017, na een renovering die tot 100 miljoen gekost zal hebben, zal een gast niet langer 350, maar 1.000 euro per nacht neertellen. Het Lutétia krijgt eindelijk een zwembad, er komt een ruime afdeling sport en spa en tientallen kamers worden opgeofferd om in suites op te gaan. "Alles, kortom, waar Russische miljardairs en nieuwrijke olieprinsen tuk op zijn", vreest een passant, ook hij met fototoestel in de aanslag. "Het Lutétia krijgt een tweede leven, de mooiste salons zijn beschermd, maar de ziel van het hotel zal dood zijn."

Natuurlijk, echte Lutétiagangers wás het niet om wellness te doen. Het Lutétia, in het ooit zo literaire Saint-Germain-des-Prés, niet ver van Montparnasse vandaan, heette de ultieme reliek van een tijdperk. Picasso en Matisse waren er stamgasten, James Joyce en Samuel Beckett eveneens. De Afro-Amerikaanse zangeres Joséphine Baker woonde er een tijd, compleet met haar talrijke kroost en dienstmeiden.

Ook de auteur van Le petit prince, vliegenier Antoine de Saint-Exupéry, huisde er een vol jaar lang. Een decennium geleden schreef zanger Eddy Mitchell hier zijn chanson 'Au bar du Lutétia', een eerbetoon aan de geniale nachtraaf Serge Gainsbourg. In de bar onderhield de Amerikaanse acteur Andy García urenlang zijn vrienden op de piano. Of er is dat raam met uitzicht op de Boulevard Raspail, hoog op de derde verdieping: daarvandaan was het dat Coluche, een populaire komiek die het tot presidentskandidaat schopte maar jammerlijk verongelukte, joghurt uitstortte over oom agent. Had hij die bon maar niet onder de ruitenwisser van zijn (doelbewust verkeerd geparkeerde) auto moeten stoppen.

De Gaulles huwelijksnacht

In de salons en kamers van het Lutétia werden romans gepleegd, personages bedacht, films gedraaid. Maar het hotel, opgericht in de Belle Epoque om de internationale klanten van het aangrenzende warenhuis Le Bon Marché aan logies te helpen, was lang niet alleen een tempel van kunst en letteren.

De voorbijganger met de camera, en met hem vele anderen, neemt onwillekeurig een foto van het herdenkingsbord op de gevel. Het Lutétia, dat is ook de Tweede Wereldoorlog. Op 14 juni 1940 marcheerden de nazi's Parijs binnen, waarna de Abwehr, de inlichtingendienst van het Duitse leger, hier haar intrek nam. Bij de bevrijding verplichtte generaal De Gaulle, die in 1921 zelf zijn eerste huwelijksnacht in het Lutétia doorbracht, de eigenaar om zijn erkentelijkheid jegens het verzet te uiten. Het hotel werd een opvangcentrum voor gedeporteerden die uit Auschwitz en andere kampen terugkeerden - diegenen wier namen en adressen hier eerder op sinistere lijsten waren getikt.

Receptioniste Laetitia is lutétienne in hart en nieren, en kent het verhaal: "Elke eerste donderdag van de maand, tot voor kort nog, kwamen de overlevenden van de kampen hier dineren. De voorbije jaren waren ze steeds minder talrijk, maar hun getuigenissen bleven erg aangrijpend. Of je had Joodse Parijzenaren die zomaar binnenwandelden, om ons te danken voor het feit dat ze hier hun dierbaren teruggevonden hadden. Joden wier familie omgekomen was, liepen in een brede bocht om het hotel heen."

Zo zeker is het wel, de kroniek van het Lutétia leest als de geschiedenis van de 20ste eeuw, als een verhaal van luister en vergankelijkheid. Het verhaal, wie weet, van het stel dat hier eind 2013 zijn laatste nacht doorbracht. 's Morgens werden mijnheer en mevrouw, beiden 86, in hun suite aangetroffen. Liggend op het bed, hand in hand, een plastic zak over hun hoofd. Zo hadden ze het kennelijk zelf gewild. In het mooiste hotel van de hoofdstad.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234