Zaterdag 28/01/2023

Honderd jaar geen noot te veel

jazz

eeuwfeest van jazzlegende count basie, twintig jaar na zijn dood

Brussel

Van onze medewerker

Didier Wijnants

Al enkele jaren is de jazzwereld bezig met het vieren van eeuwfeesten. In 1999 werd Duke Ellington gevierd, twee jaar later was het de beurt aan Louis Armstrong en dit jaar is helemaal voor Count Basie. De legendarische pianist en orkestleider zou in augustus honderd jaar geworden zijn en hij stierf gisteren exact twintig jaar geleden, op 26 april 1984. De positie van Basie in de jazzgeschiedenis ligt een beetje tussen die van Ellington en Armstrong in: geen uitgesproken kunstenaar en ook geen volbloed entertainer, maar een kunstenaar in het entertainment.

Als geen ander wist Basie de blues te verfijnen zonder te beginnen sleutelen aan de fundamenten ervan. En zijn oeuvre is nog altijd het beste adres voor les nummer één in de muziek: speel nooit te veel noten. In de bekende documentaire Swinging the Blues, nu verkrijgbaar op dvd in de reeks Masters of Jazz, wemelt het van de toespelingen op die zelfbewuste soberheid van Count Basie. Auteur Albert Murray zei dat Count Basie de enige man was die erin slaagde om één noot te doen swingen. Zanger Joe Williams zei dat Basie wellicht meer noten wegliet dan andere jazzpianisten speelden. Soms wordt er over Basies muziek zelfs gesproken in termen die pas met de avant-garde van de jaren zestig gemeengoed werden. Zo wordt hij geprezen voor zijn aandacht voor space, wat letterlijk slaat op de afstand tussen de noten en figuurlijk op de grote bewegingsvrijheid die dat oplevert.

Het lijken dure woorden en ingewikkelde concepten voor muziek die in eerste instantie toch wilde uitnodigen tot dansen. Maar precies die context maakt het zo prettig. Dansmuziek hoeft niet simplistisch te zijn, dat weet elke echte muziekliefhebber. En precies dat was een van de belangrijkste impliciete thema's van de swingperiode op de drempel van de beboprevolutie. Want rond 1940 kantelde de jazz: voordien vond iedereen dat het pure amusementsmuziek was, nadien vonden steeds meer waarnemers dat jazz de kunstmuziek van de Afro-Amerikaan was. Jonge kerels zoals Charlie Parker, Charlie Christian en Dizzy Gillespie verpakten die gedachte in een nieuwe stijl, grillig, nerveus en zelfbewust. Geen periode in de jazzgeschiedenis is zo boeiend en dramatisch als deze. In de jaren veertig maakte de jazz van de grote dansorkesten geleidelijk plaats voor de ambitieuze kunstmuziek van kleine ensembles.

Count Basie runde toen nog maar vijf jaar zijn eigen orkest. Hij kwam een stuk later dan Duke Ellington of Fletcher Henderson, die allebei al in de jaren twintig naam maakten. Zijn succesverhaal begint in Kansas City, waar hij eigenlijk door stom toeval beland was. Hij speelde in het orkest van Bennie Moten toen die in 1935 plots overleed. Basie was niet alleen een uitstekend muzikant maar ook een prima human resources manager (zoals dat vandaag zou heten), vandaar dat hij erin slaagde om het talent dat in de groep van Bennie Moten aanwezig was aan zich te binden. Met dat personeel ging hij aan de slag om een overtuigend maar op zichzelf weinig vernieuwend verhaal op te bouwen.

Basie was niet de man van de grote compositorische vernieuwingen. Bijna zijn hele oeuvre is gebaseerd op de blues, de oervorm van de Afro-Amerikaanse muziek. Maar die blues kreeg bij hem wel een bijzonder kleurtje en vooral een frisse ritmische draai. Sinds Basie wordt er gesproken van 'swinging blues', als aparte specialiteit. Zijn orkest van eind de jaren dertig was een kleine hemel vol muzikanten die het less is more-principe aankleefden. Count Basie op piano, Walter Page op bas, Jo Jones op drums, Freddie Green op gitaar en dan een hele reeks fantastische en toch nooit schreeuwerige solisten. Onder hen Herschel Evans, Harry Sweets Edison, Buck Clayton en natuurlijk tenorsaxofonist Lester Young. Die laatste heeft in het orkest van Basie zijn hele reputatie opgebouwd: de tenorsaxofonist met de fluwelen sonoriteit en de weemoedige blik. In het orkest werd hij vaak als sparringpartner van Herschel Evans opgevoerd, maar dat was een ietwat opgeklopte rivaliteit die in werkelijkheid weinig voorstelde.

Al dat fraais is mooi te beluisteren op de verzamelde Decca-opnamen van de jaren 1937 tot 1939. De verleiding is nog altijd groot om de rest van de Basie-nalatenschap naast je neer te leggen. Het is immers bekend dat het Count Basie Orchestra vanaf de jaren veertig meer en meer evolueerde naar een afgemeten stijl met meer aandacht voor goed verpakte arrangementen dan voor fijne individuele statements. Het orkest heeft vooral vanaf de jaren vijftig talloze tophits gescoord en Grammy-awards in ontvangst genomen, maar het niveau van bijvoorbeeld 'One O Clock Jump' uit 1938 werd daarbij nooit gehaald. Dat was uiteindelijk misschien een beetje de keerzijde van de human resources manager die Count Basie was, want never change a winning team is niet altijd het beste advies.

De dvd Swinging the Blues over Count Basie maakt deel uit van de tiendelige dvd-reeks Master of Jazz, distributie: Culture Records.

Bijna het hele oeuvre van Count Basie is gebaseerd op de blues, maar dan wel met een bijzonder kleurtje en een frisse ritmische draai

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234