Donderdag 28/10/2021

Honderd dagen eerzaamheid

V

andaag liggen de verkiezingen van 13 juni dus exact honderd dagen achter de rug. Er zal geen krant of medium zijn dat de vergelijking niet maakte met die vondst van Hugo De Ridder, die twintig jaar geleden zijn boek over de langste regeringsvorming tot dan toe de titel gaf: Sire, geef me honderd dagen. De uitspraak refereerde aan de toen ongewone en zelfs riskante vraag van informateur Jean-Luc Dehaene aan koning Boudewijn om van een rooms-blauwe naar een rooms-rood kabinet te gaan, aangevuld met de Volksunie. Maar er lag ook een belofte in vervat, een deal: Dehaene beloofde de vorst dat de tijdsspanne weliswaar ongewoon lang zou zijn, maar hij mikte dan ook op een ongewoon resultaat: een broodnodige maar politiek aanvankelijk ‘onverkoopbare’ coalitiewissel, een stabiele meerderheid, onder meer nodig voor een nieuwe staatshervorming.

Als dat maar kan in honderd dagen: het zij zo. Zo lang het maar kan. Vandaag zijn we ook honderd dagen ver. Maar kan er al iets? Gisteren werd wederom een ‘akkoord’ bereikt: men is het eens over een agenda om verder te praten. Verder kan voorlopig nog niets. Goed, zowel ten noorden als zuiden van de taalgrens is dat verheugend nieuws voor alle mensen die van goede wil zijn, maar uiteindelijk staat men zo goed als nergens. Honderd dagen schuifelen: millimeter per millimeter in de richting van een kaderakkoord over de communautaire agenda, en is nog geen woord gesproken over de sociaaleconomische problemen. En soms ineens een meter terug naar achteren. Honderd dagen onderhandelen, met als enige echte geruststelling dat de twee belangrijkste betrokkenen het opnieuw over het volgende eens geraakt zijn: ‘to agree no to disagree’.

Hoe dat komt? Naast alle gekende inzichten en analyses over de huidige politieke toestand (het gebrek aan vertrouwen, de moeizame geschiedenis van de federalisering, de kaarten die de kiezer schudde: duidelijk maar moeilijk, enzovoort enzovoort) is er misschien nog iets wezenlijker aan de hand: dan kandidaat-regeringspartijen stilaan een fout inzicht hebben hoe ze zich moeten opstellen. Welteverstaan: meerderheidspartijen.

Oppositiepartij hebben het comfortabeler: “The duty of Her Majesty’s Most Loyal Opposition is to Oppose.” Ze zijn tegen, en ze mogen - moeten - hun natuurlijke neigingen volgen.

Voor politici in de meerderheid zijn opposanten dus kwaaie klanten, zeker met een publieke opinie die ook van nature ‘kritisch’ staat: tegen gezag, dus tegen regeringen. Dan is de verleiding er redelijk snel om ook ‘tegen’ te zijn - tegen de coalitiepartners, tegen elke partij van de andere kant van de taalgrens - en het ‘voor’ te beperken tot het eigen partijprogramma, het eigen gelijk, de wensen de eigen kiezers. Dat was de ziekte van 2007-2010, ook ‘de Letermemicrobe’ geheten, naar de electorale strategie waarmee de uittredende premier in 2004 en 2007 de verkiezingen won, en het discours dat hij zo in de Wetstraat opgang deed vinden.

Paradox

Die attitude wordt trouwens beloond door middel van een beproefd politiek jargon, waar elk compromis een ‘toegeving’ is, waar elke niet ingeloste kiesbelofte ‘kiezersbedrog’ is. En partijen die laten verstaan dat ze willen regeren, zijn natuurlijk uit op ‘postjes’. Er bestaat ook een politiek correcte variant van dat jargon: partijen horen snel het verwijt als ‘pragmatisme’ het haalt van ‘programma’, of ‘de ideologie’. Politici moeten zich hoeden voor een ‘achterkamertjesmentaliteit’. Zowel in het rechts-populistische als in het links-correcte taalgebruik moeten politici en partijen vooral zuiver en eerbaar blijven.

Terwijl de voorbije honderd dagen duidelijk werd dat het achterkamertje een betere plaats is voor goede politiek dan de vitrine. Als De Wever op het scherm kwam, was hij namelijk niet aan het praten met Di Rupo. Was het crisis.

En ook dat vinden we niet goed. We willen principiële politici, maar die moeten wel akkoorden sluiten. Dus jammeren we ook om het einde van het ‘Belgisch model’. Of staart Nederland met verbijstering naar de implosie van het ‘Poldermodel’.

De voorbije honderd dagen kenmerkte die paradox de Wetstraat. Partijen willen vooral het verwijt niet dat ze hun kiezers bedriegen en te veel toegeven. Maar ze voelen tegelijk druk om een akkoord te sluiten: de publieke opinie eist immers dat de Vlaamse en Franstalige kopstukken elkaars vertrouwen winnen. De grote linkse winnaar in Franstalig België moet het dus asap eens geraken met de nieuwe rechtse triomfator in Vlaanderen. Ze moeten dus tegelijk soepel en stug zijn.

En toch is dat niet te veel gevraagd. Politici (en hun partij- en mediastrategen) zouden namelijk eens opnieuw inzicht mogen krijgen in een juiste verhouding tussen regeringen, dus coalities, en kiezers. Een democratie verwacht van kiezers en burgers dat zij de uitslag van de verkiezingen respecteren, ook al hebben zij zelf niet op de winnaars gestemd. In de eerste van die intussen honderd lange dagen is dat trouwens gebeurd. Zowat de hele publieke opinie - ook de 75 procent niet N-VA-stemmers - erkende dat Bart De Wever aan zet was. Heel Vlaanderen aanvaardde dus een beleid met een zware N-VA-signatuur.

Maar tegelijk moeten die eerstaanwezige politici (in dit geval: die van de N-VA, zij het dat alles ook geldt voor de PS) dus realiseren dat ze zo’n niet-geschreven mandaat van ‘de’ kiezer maar krijgen als ze zich nadien ook verantwoordelijk voelen voor ‘het’ land, en niet alleen voor het N-VA-publiek. Wie regeert, doet dat in naam van iedereen, en dus ook voor iedereen. Elke burgemeester zal de stelling onderschrijven dat hij zich als een goede huisvader dient op te stellen. Maar die wijsheid, zo common sense is in steden en gemeenten, geldt zogezegd niet meer op het federale niveau.

En toch moet het zo. Als de sp.a in een regering stapt, mag die partij toch geen beleid voeren dat pakweg zelfstandigen naar het faillissement drijft? CD&V’ers mogen vrijzinnigen toch niet meer pesten? Inderdaad, ooit was dat anders. Ooit nam de winnaar van de verkiezingen nadien wat hij krijgen kon. Maar geleidelijk verdween die oorlogsmentaliteit ten gunste van het het ‘pacificatiemodel’: de schoolvrede, het cultuurpact, de communautaire akkoorden... Partijen die vandaag tot regeringen toetreden, dienen een veel breder ‘algemeen belang’. In die zin is zelfs de PS eraan gehouden het land zo te besturen dat de gemiddelde MR-kiezer niet meteen emigratie zal overwegen. Is het de ‘moral duty’ van de N-VA om in de mate van het mogelijke ook het welbevinden van het vermaledijde linkse Vlaanderen (en Wallonië) te verzorgen.

Natuurlijk hoeven partijen dat ‘algemeen belang’ niet neutraal in te vullen. Het is perfect eerbaar dat de N-VA veel Vlaamsere accenten legt dan Open Vld of sp.a ooit hadden willen doen, dat liberalen vinden dat omwille van het algemeen belang de belastingen niet of weinig verhogen, en socialisten van mening zijn dat de hele samenleving pas vooruit zal gaan als ze meer solidair georganiseerd worden. Die legitieme verschillen vormen het hart van het politieke debat, het georganiseerde meningsverschil.

Maar de organisatie van het meningsverschil vereist dat men op een redelijke termijn tot een consensus komt. En dat men geen beleid voorstaat tégen groepen in. Vlaanderen tégen Brussel. Franstalige Brusselaars tégen de Vlaamse. Als men niet kan komen van een discours van particulier gelijk naar een praktijk van algemeen belang, als de politici hun zogenaamde eerbaarheid voorop blijven stellen, stort men op termijn niet alleen het land, maar stilaan ook de samenleving in een crisis. Een epigoon van Burke en Dalrymple kan moeilijk burgerzin eisen van de burgers, als de winnaars van de verkiezingen zelf verzaken aan hun civiele plicht: een regering vormen om het land te besturen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234