Vrijdag 20/05/2022

Honden bijten kinderen, artsen bijten terug

Een groep experts heeft een preventieprogramma ontwikkeld om bijtongevallen met honden, zoals die van vorige week in Willebroek (DM 28/3) en Reims terug te dringen. Ze schetsen hieronder de oplossing voor het probleem waarbij kleine kinderen het grootste gevaar lopen.

'Het is tijd dat artsen terugbijten'. Deze titel in een belangrijk internationaal medisch blad (British Medical Journal, 2007) wordt nu wel bijzonder actueel, gezien twee mediaberichten van de voorbije dagen.

In Willebroek raakte een 10 maanden oude baby levensgevaarlijk gewond, toen ze werd gebeten door de hond in huis. De hond beet toen de moeder het kindje wou optillen. Het parket vermoedt dat boorwerken in de omgeving het dier mogelijk zenuwachtig hebben gemaakt. De kleine Chenaya was al eerder gebeten in omstandigheden waarbij de hond "schrok"; toen was er een klein letsel in het gezicht. In Reims raakte een meisje van zes jaar zwaar verwond door twee doggen. De moeder was weg, en het meisje was schijnbaar op eigen houtje alleen in het hok van de twee doggen geraakt: het waren dus 'eigen' honden. De honden waren 'geregistreerd' en werden als 'heel rustig' ervaren door de omgeving.

Deze twee incidenten vragen toch om enige duiding. Elk jaar worden in België ruim 100.000 mensen door een hond gebeten. Uit onderzoek door Belgische kinderartsen van 2004 blijkt dat kinderen dubbel zo vaak gebeten worden dan andere leeftijdsgroepen. Kinderen jonger dan zes lopen hierbij vaak ernstige verwondingen op. Wanneer we kijken naar de omstandigheden waarin de bijtongevallen gebeuren, dan blijkt dat het merendeel thuis plaatsvindt, in dagdagelijkse situaties en met de eigen "gezinshond".

Cijfers melden dat de gezinshond een belangrijke plaats inneemt: België telt gemiddeld 11 honden per honderd inwoners en ruim 33,6 procent van de gezinnen met kinderen heeft een hond. Uit onderzoek blijkt dat de gezinshond een duidelijk positieve rol vervult op vlak van de psychosociale gedragsontwikkeling van kinderen. We hebben er dus alle belang bij om te zoeken naar een veilige manier om met honden samen te leven.

De twee recente ongevallen duiden belangrijke punten aan, die tegelijkertijd bestaande mythes doorbreken:

- Niet zozeer onbekende honden, maar ook de huishond vormt een risico

- Jonge kinderen vormen een zeer kwetsbare risicogroep voor bijtongevallen

- Een deel van de bijtongevallen kan voorkomen worden: beide vermelde gevallen horen daarbij.

In de voorgeschiedenis bij het ongeval van Chenaya was er al eerder sprake van situaties met een verhoogd risico op bijtongevallen: het tijdig (h)erkennen van deze risicosituatie en het adequaat reageren erop, had dit bijtongeval wellicht kunnen voorkomen. In Reims raakt een meisje van zes jaar ongehinderd alleen bij haar twee honden: dit is te vergelijken met een solowandeling in het drukke verkeer. Ontoelaatbaar en risicovol, hier ook slecht afgelopen.

Repressief optreden door het afmaken van honden die betrokken zijn bij bijtincidenten is daarom niets anders dan achter de feiten aanhollen. Tot voor kort stonden we met lege handen om alternatieven aan te reiken. Maar de laatste jaren zijn een tweetal goed onderbouwde preventieprogramma's ontwikkeld. Het eerste, ontwikkeld in Australië, is gericht op scholen, voor kinderen boven de zeven jaar. Het meest recente is speciaal voor de meest kwetsbare groep; de drie tot zesjarigen. Het is in Vlaanderen ontwikkeld vanuit een samenwerking tussen dierenartsen, artsen, ethologen, kinderpsychologen en kunstenaars (die laatsten maakten een tekenfilmpje). Het werd tevens op zijn effectiviteit getest in het Labo Psychologie van de Britse Lincoln University. Het project heeft de steun gekregen van de Vlaamse gemeenschap en is al verspreid in meer dan 12 landen, tot in de VS. Het preventiepakket de Blauwe Hond leert aan de gezinnen met jonge kinderen om potentiële risicosituaties met eigen hond te (h)erkennen en er veiliger mee om te gaan.

Gemeenschappelijk aan beide projecten is de nadruk op de risicovolle situaties. Kinderen, maar ook volwassenen worden vooral gebeten als ze de hond een zoentje willen geven, hem in zijn mand willen aaien, een speeltje willen afnemen, hem storen tijdens het eten enz. Het onderkennen van deze situaties moet leiden tot voorkomen en het zoeken van professionele hulp. De dierenarts is hierbij een belangrijk aanspreekpunt, naast huisartsen en pediaters. We zijn ervan overtuigd dat het realiseren van dit preventieprogramma een waardevolle bijdrage kan leveren aan het terugdringen van het aantal bijtongevallen in ons land.

Het preventiepakket is te verkrijgen via www.blauwehond.be of via de dierenarts.

Tiny De Keuster, dierenarts, lid Vlaamse Diergeneeskundige Werkgroep Ethologie (VDWE, gedragstherapie); Marc De Meyere, huisarts, prof. emeritus Universiteit Gent; Christine Halsberghe, dierenarts, voorzitter VDWE, gedragstherapie; Cathy Tourlouse, dierenarts, lid VDWE, gedragstherapie

Potentiële risicosituaties met honden moeten sneller herkend worden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234