Woensdag 01/02/2023

Hond wordt

Fans van Sherlock Holmes vieren feest

honderd

Recensie door Bart Holsters

The Hound of the Baskervilles viert deze maand zijn honderdste verjaardag. Fans van Sherlock Holmes in heel de wereld blazen kaarsjes uit en toosten op de gezondheid van Sir Arthur Conan Doyle, Holmes' geestelijke vader. Maar heeft Doyle The Hound wel zelf geschreven? Of kloppen de beschuldigingen dat hij het verhaal heeft gestolen... en de echte auteur vermoord?

De verschijning van het augustusnummer 1901 van het blad The Strand was een heel evenement. Lange rijen kooplustigen vormden zich voor de Londense kantoren van het tijdschrift. Drukproeven gingen tegen hoge prijzen van de hand. De reden? The Strand publiceerde de eerste aflevering van een nieuw avontuur van Sherlock Holmes, acht jaar nadat Conan Doyle zijn held een kopje kleiner had gemaakt. The Hound of the Baskervilles, zoals het nieuwe werk heette, zou een van de beroemdste en meest gelezen Holmes-verhalen worden.

Met zijn ongeëvenaarde deductievermogen, ongelooflijke eruditie en haast bovenmenselijke intellect, is en blijft Sherlock Holmes de grootste detective ter wereld. Zijn avonturen, te boek gesteld door zijn naïeve, brave en vooral trouwe vriend, dokter Watson, blijven boeien. Niet door hun plots, die vaak bol staan van de onwaarschijnlijkheden, of door hun psychologisch inzicht, dat meestal onbestaand is. Wel dankzij Conan Doyles zelfverzekerde en meeslepende stijl, de behendigheid waarmee hij spanning opbouwt en - vooral - zijn vermogen om een held te scheppen die in al zijn neurasthenische excentriciteit onmiddellijk fascineert. Zoals Raymond Chandler schreef: "Conan Doyle maakte fouten die sommige van zijn verhalen totaal om zeep helpen, maar hij was een pionier, en Sherlock Holmes is op de eerste plaats een persoonlijkheid en een paar dozijn regels onvergetelijke dialoog."

De geniale detective werd geboren in 1886, toen Conan Doyle reeds enkele bescheiden literaire successen op zijn naam had. De Schotse arts begon te schrijven in het begin van de jaren 1880, om als berooid student geneeskunde wat bij te verdienen met de verkoop van verhalen aan tijdschriften. Zijn prille werk was sterk beïnvloed door voorbeelden als Walter Scott en Robert Louis Stevenson: historische romances en avonturenverhalen in exotische streken. Pas in 1886 waagde hij zich aan het misdaadverhaal en deden Sherlock Holmes en Dr. Watson hun intrede in A Study in Scarlet.

Voor de figuur van Holmes liet Conan Doyle zich gedeeltelijk inspireren door Edgar Allen Poe's C. Auguste Dupin, de vader van alle detectives, maar nog veel meer door een tijdgenoot, Dr. Joseph Bell, een chirurg van wie hij aan de universiteit van Edinburgh les had gekregen. De professor, die een sterke fysieke gelijkenis met Sherlock Holmes vertoonde - lang en mager, een scherp profiel en haviksneus - amuseerde zijn studenten graag met staaltjes van zijn deductievermogen.

Conan Doyle geeft er een voorbeeld van in zijn als fictie vermomde autobiografie, The Stark Munro Letters. Professor Bell krijgt een man voor zich die hij nog nooit gezien heeft en van wie hij alleen weet dat hij aan elefantiasis lijdt. "Zo, beste man, heb je in het leger gediend?" "Ja, meneer." "Kort geleden afgezwaaid?" "Ja, meneer." "Een Schots regiment?" "Ja, meneer." "Onderofficier?" "Ja, meneer." "In Barbados gelegerd geweest?" "Ja, meneer." Waarna de professor zich tot zijn verbaasde studenten richt: "Ziet u, heren, deze man is beleefd maar neemt zijn hoed niet af. Dat doet men in het leger evenmin, maar als hij lang geleden afgezwaaid was, zou hij de gewoonten van het burgerleven weer hebben aangenomen. Zijn houding is gezaghebbend, wat verklaart dat hij onderofficier is. Hij spreekt met een Schots accent, vandaar het Schotse regiment. Hoe weet ik dat hij in Barbados is geweest? Elefantiasis komt voor in de West en niet in Groot-Brittannië, en de Schotse regimenten zijn op Barbados gelegerd." Conan Doyle besluit: "Voor zijn publiek van Watsons was het allemaal miraculeus, tot hij het uitlegde en het heel simpel werd."

Vergelijk het bovenstaande met de eerste kennismaking van Sherlock Holmes met Dr. Watson in A Study in Scarlet en Holmes beroemde opmerking, nog voor Watson iets heeft gezegd: "Ik zie dat u in Afghanistan bent geweest." De verbijsterde Watson snapt niet hoe Holmes dat kan weten, tot hij de verklaring krijgt: "Ik zie voor mij een heer van het medische type, maar met de houding van een militair. Hij moet wel een legerdokter zijn. Hij komt net uit de tropen, want zijn gezicht is bruin en dat is niet zijn natuurlijke huidskleur, aangezien zijn polsen bleek zijn. Aan zijn getekende gezicht zie ik dat hij uitputting en ziekte heeft doorstaan. Zijn linkerarm is gekwetst, want hij houdt hem op een stijve, onnatuurlijke manier. Waar in de tropen kan een Engelse legerdokter zoveel beproevingen hebben doorstaan en gewond zijn? In Afghanistan, natuurlijk."

Conan Doyle gaf de verwantschap tussen Sherlock Holmes en professor Bell grif toe: "Ik dacht aan het scherpe gezicht van mijn oude professor", schreef hij, "zijn vreemde trekjes, zijn griezelige oog voor details. Als hij een detective was geweest, had hij het oplossen van misdaden ongetwijfeld in een wetenschap veranderd."

Het is geen geheim dat Conan Doyle een liefde-haatverhouding met Holmes had. Eerst was het vooral liefde, want A Study in Scarlet bleek een succes en werd snel gevolgd door een reeks verhalen en boeken die Conan Doyle tot een van de meest bewonderde en gelezen schrijvers van zijn tijd maakten - en hem in staat stelden om zijn niet al te bloeiende dokterspraktijk stop te zetten. De oplage van The Strand, waarin de verhalen verschenen, steeg in enkele jaren tijd met 100.000 exemplaren. Na verloop van tijd begon Sherlock Holmes zijn maker echter te vervelen. Voor Doyle was de grote detective slechts een van zijn helden en het misdaadverhaal slechts een van de vele genres die hij beoefende. Zelf vond hij vooral voldoening in zijn historische romans, die hij literair superieur beschouwde, zodat hij niet begreep waarom ze veel minder in de smaak vielen dan de Holmes-verhalen.

In 1893 had hij er genoeg van en besloot hij dat Holmes moest sterven. De enige vraag was, hoe? "Een man als hij kan niet doodgaan aan een speldenprik of influenza. Hij moet gewelddadig en dramatisch aan zijn einde komen." Dat einde werd The Final Problem, waarin Sherlock Holmes, worstelend met zijn aartsvijand, de sinistere professor Moriarty, neerstort in een Zwitsers ravijn.

Eind goed, al goed, moet Conan Doyle hebben gedacht toen het verhaal in het decembernummer 1893 van The Strand verscheen. De reactie van zijn lezers, die niet konden verkroppen dat hun geliefde held hun zomaar werd afgenomen, deed hem echter schrikken. Scheldbrieven stroomden binnen. Een dame ging Conan Doyle op straat met haar handtas te lijf.

De aandeelhouders van The Strand waren in paniek - geen wonder, want van de ene dag op de andere werden twintigduizend abonnementen opgezegd. In Londen droegen heren rouwbanden en werd het overlijden van de grote detective besproken alsof het om een staatsbegrafenis ging. Er gingen geruchten dat zelfs de koninklijke familie overstuur was. Het publiek eiste dat Holmes zou terugkeren, maar Conan Doyle was onvermurwbaar: "Die arme Holmes is dood en verdoemd", zei hij in 1896.

"Ik heb zo'n overdosis van de man dat ik hetzelfde voor hem voel als voor foie gras, waar ik ooit zoveel van heb gegeten dat ik nog altijd misselijk word als ik eraan denk."

Pas acht jaar later had hij Holmes voldoende verteerd om hem in The Hound of the Baskervilles weer op te voeren. Toch bracht hij hem niet opnieuw tot leven: dokter Watson, de eeuwige verteller, meldt dat het verhaal van voor Sherlocks dood dateert. De wedergeboorte kwam pas in het volgende verhaal The Adventure of the Empty House, waarin blijkt dat Holmes zich dankzij zijn kennis van "baritsu, de Japanse gevechtskunst" uit de greep van professor Moriarty heeft kunnen bevrijden en nooit dood is geweest.

Conan Doyle zou zijn held nog heel wat avonturen laten beleven, voor hij er in 1917 definitief een einde aan maakte in His Last Bow. Tegen die tijd had hij trouwens heel andere interesses. Hij was begonnen aan de grote kruistocht van zijn leven, de strijd om de erkenning van het spiritisme, waarin hij hartstochtelijk geloofde. Tot zijn dood in 1930 publiceerde hij boeken waarin hij het bestaan van een geestenwereld verdedigde en doorkruiste hij de wereld om lezingen over het onderwerp te houden. Hij bestond het zelfs om een boek te schrijven waarin hij in alle ernst beweerde dat elfjes echt bestonden - hij had er foto's van gezien. Maar dat is een ander verhaal... The Hound of the Baskervilles is niet alleen een van de beste Holmes-verhalen, maar ook een onderwerp van controverse. Vorig jaar gooide ene Rodger Garrick-Steele namelijk een steen in de Holmesiaanse kikkerpoel door in de Sunday Times te vertellen dat hij opzienbarende ontdekkingen over Conan Doyle had gedaan. Om te beginnen zou Doyle The Hound of the Baskervilles hebben gestolen van een vriend, Bertram Fletcher Robinson. Nog erger: Doyle zou Robinson hebben vermoord, niet alleen om de diefstal geheim te houden maar ook omdat hij een verhouding had met diens vrouw.

Fletcher Robinson beloofde dat hij een boek klaar had waarin hij de beschamende waarheid over Conan Doyle van naald tot draad zou onthullen en bewijzen. Conan Doyle had Fletcher Robinson leren kennen op de pakketboot waarmee hij in 1901 terugkeerde uit Zuid-Afrika, waar hij tijdens de Boerenoorlog als arts-vrijwilliger voor het Britse leger had gewerkt. Robinson was in Zuid-Afrika geweest als oorlogscorrespondent van de krant The Daily Express. Tijdens de reis werden de twee mannen bevriend, en toen ze weer in Engeland waren bezocht Conan Doyle de journalist in diens huis in Devon, waar Robinson hem over de oude legende van de hellehond vertelde. Doyle en Robinson besloten om het verhaal samen tot een boek te verwerken. Conan Doyle verraadde zijn vriend echter en publiceerde The Hound of the Baskervilles onder zijn eigen naam. Om te voorkomen dat Robinson de zaak aan het licht zou brengen - en om vrij spel te hebben met zijn vrouw - vergiftigde hij de journalist met laudanum. Dat laatste kon geen probleem zijn: hij was immers een geschoold arts.

Tot daar het verhaal van Rodger Garrick-Steele. De verstokte fans van Sherlock Holmes, die in heel de wereld, tot in Japan toe, verenigd zijn in Holmes-genootschappen, reageerden verontwaardigd op de verdachtmakingen, zeker toen die door andere kranten werden overgenomen. Het werd nog erger toen in de Britse pers berichten verschenen dat Scotland Yard de zaak zou onderzoeken. Betekende dat niet dat de aantijgingen niet helemaal ongegrond waren? Of wilden de opvolgers van inspecteur Lestrade zich wreken op de nagedachtenis van Conan Doyle, die zo vaak en zo laatdunkend over hun collega had geschreven?

Snel bleek echter dat Garrick-Steeles theorie erg weinig voorstelde. De beschuldiging van overspel werd door alle biografen van Conan Doyle weggelachen: uit alles blijkt dat Doyle een brave, door en door fatsoenlijke echtgenoot en vader was. De vermeende moord op Fletcher Robinson? Waarom zou Conan Doyle zes jaar gewacht hebben om zijn vriend het zwijgen op te leggen? Als Robinson had gevonden dat hem onrecht was aangedaan, had hij trouwens alle kans om zich te verweren: in zijn laatste levensjaren was hij directeur van de Daily Express, zodat het hem niet bepaald aan een spreekbuis ontbrak.

En het co-auteurschap van The Hound of the Baskervilles? Hier leek Garrick-Steele op het eerste gezicht een argument te hebben. Het is een feit dat Conan Doyle het verhaal van de hellehond van Fletcher Robinson hoorde, en zelfs dat de twee mannen aanvankelijk wilden samenwerken.

Conan Doyle ging inderdaad bij Robinson op bezoek en verkende samen met hem de wildernis van Dartmoor. De kans is zelfs groot dat de naam Baskerville geïnspireerd werd door Robinsons koetsier, ene Harry Baskerville. Maar daar houdt het mysterie op. Conan Doyle heeft er namelijk nooit een geheim van gemaakt dat The Hound veel aan Robinson te danken had. Toen het verhaal in The Strand verscheen, was het met een voetnoot: "Dit verhaal dankt zijn ontstaan aan mijn vriend, de heer Fletcher Robinson, die mij zowel met de algemene plot als met de plaatselijke details heeft geholpen." Ook in de opdracht van het boek gaf Conan Doyle zijn vriend de eer die hem toekwam.

Het laatste woord in dit postume Sherlock Holmes-verhaal gaat voor één keer niet naar de grote detective, maar naar Scotland Yard. De berichten dat de speurders de 'moord' op Robinson zouden onderzoeken, bleken immers niet helemaal te kloppen. Detective Chief Superintendent Brian Moore: "De heer Garrick-Steel heeft verzuimd ons te vertellen dat het hier om een meer dan negentig jaar oude zaak gaat. Veel mensen trachten onze naam om allerlei redenen te exploiteren. Wij hebben het te druk om maatregelen te nemen en deze mensen te vervolgen, maar ik zou graag een keer met de heer Garrick-Steele praten en hem een paar woorden vriendelijke raad geven." Jammer genoeg heeft men sindsdien niets meer van Rodger Garrick-Steele vernomen...

Met zijn ongeëvenaarde deductievermogen, ongelooflijke eruditie en haast bovenmenselijke intellect, is en blijft Sherlock Holmes de grootste detective ter wereld

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234