Vrijdag 12/08/2022

Homo zappiëns

Van alle kanten komt de informatie op ons af en ons brein kan er maar geen nee tegen zeggen. Waarom eigenlijk niet? En tast die permanente stroom prikkels echt het concentratievermogen aan? Zoveel is zeker: multitasken bestaat niet.

Vandaag krijgt u, inclusief de krant die u nu leest, een hoeveelheid informatie aangeboden die gelijk staat aan 174 kranten. Net als gisteren. En morgen en overmorgen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers uitgerekend. Moeilijk voor te stellen, maar het is serieus onderzoek.

Hoe dan ook: welkom in het informatietijdperk, met internet, e-mail, 24-uurs-tv, smartphone, Twitter, en natuurlijk de krant. Trouwens: elk uur dat u filmpjes kijkt op YouTube, komt er 5.999 uur aan nieuwe filmpjes bij.

Hoe flikt ons brein dat? Raakt het niet overbelast door het dagelijkse databombardement?

Zeven websites heb ik openstaan, terwijl ik dit verhaal tik. Plus twee mailboxen en mijn Facebookpagina. Mijn gsm heb ik tijdelijk de mond gesnoerd. Als het schermpje oplicht, kijk ik alleen even om te zien of er iets belangwekkends is. Het telefonische interview in steenkolen-Duits van een collega klinkt, ondanks het 'stiltehok' naast mij, luid en duidelijk door het bordkartonnen wandje heen. Er floept een Google-alert op mijn scherm die ik even móét lezen.

Het roofdier en wij

Kan een mens dat allemaal tegelijk? Het lijkt erop. Veel collega's hebben er nog een muziekje bij opstaan, slingeren de ene gevatte tweet na de andere de wereld in en houden met een schuin oog de tv-schermen in de gaten waarop het laatste wereldnieuws voorbij flitst.

Ze gaan er blijkbaar niet onder gebukt. Integendeel, ze geven maar al te graag toe aan de voortdurende hunkering van het brein naar alsmaar meer verse informatie. Dat is - volgens hersenwetenschappers - zelfs onze overlevingsstrategie.

Onze hersenen hebben zich ontwikkeld in een omgeving waar elk brekend takje, elke schaduw of glinstering in de struiken opgemerkt moest worden. Het kon immers een roofdier zijn dat op het punt stond om achter de bosjes vandaan te springen om je op te eten. Een Google-alert of een WhatsAppje is geen kwestie van leven of dood. Maar het brein is zo geprogrammeerd dat het er aandacht aan móét besteden.

De wetenschap begint zich de laatste jaren zorgen te maken over het informatiebombardement. We zouden er minder door gaan presteren en ons minder goed kunnen concentreren. In de boekhandel liggen titels als Google verandert uw brein en Maakt internet ons dom? op de populair-wetenschappelijke plank.

Wordt ons brein echt overvoerd? En zo ja, hoe schadelijk is dat? Dat ons brein wordt overvraagd, staat buiten kijf. Het probleem is niet ons langetermijngeheugen, dat lijkt schier oneindig. Het slaat alles op, veelal waardeloos gearchiveerd zodat het soms lastig terug te halen is. Maar het zit er wel. Als u een foto zou krijgen van uw klasgenootjes van de basisschool, zou u versteld staan van het aantal namen dat weer naar boven komt borrelen.

Ons werkgeheugen, een vorm van het kortetermijngeheugen, is daarentegen beperkt. Dit voorportaal van het langetermijngeheugen kan maar aan weinig zaken tegelijkertijd bewust aandacht schenken.

Compleet verschillende taken gaan nog wel samen. Een roman lezen en een boterham eten, geen probleem. Kauwen doen we vol- automatisch, zodat het niet concurreert met onze aandacht voor het boek. Vreemde woordjes leren en een stukje lopen, gaan ook nog.

Maar zodra de proefpersonen over een smal paadje moeten lopen, gaat hun vermogen om vreemde woordjes te leren meteen achteruit. "Logisch", zegt de Amsterdamse hersenwetenschapper Erik Scherder van de Vrije Universiteit Amsterdam. "Lopen is een motorisch proces. Maar als je over een smal paadje loopt, doe je ook een beroep op je cognitie: je moet afstanden schatten, aan timing doen en je evenwicht bewaren. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met onder meer de prefrontale cortex, die een cruciale rol speelt in het werkgeheugen.

"Als de prefrontale cortex het te druk heeft met te voorkomen dat jij in de afgrond stort, is er minder ruimte om vreemde woordjes te verwerken en naar je langetermijngeheugen te dirigeren. Zo simpel is het."

Maar één processor

Een telefoongesprek voeren en een mail lezen, gaan dus niet samen. Althans niet zonder verlies van kwaliteit. Tegelijkertijd een nota tikken en met je partner praten, idem dito. Die taken lijken te veel op elkaar. En ons brein is nu eenmaal geen computer met meerdere processors die allemaal tegelijk een som kunnen oplossen.

Ons brein heeft maar één processor. En die kan tussen de vijf en negen soortgelijke items tegelijk aan. Een telefoonnummer van vijf cijfers past netjes in ons werkgeheugen. Maar als het om negen cijfers gaat, pakken we er liever een papiertje bij. We hebben niet voor niets externe geheugens bedacht, zoals agenda's, adressen- en notitieboekjes. Als het werkgeheugen wordt overvraagd, komt een deel van de data niet terecht in het langetermijngeheugen.

Nu is de ene mens de andere niet. De hoeveelheid informatie die we kunnen verwerken, verschilt per individu. Slechts een enkeling kan het aan om met 2.400 kilometer per uur door het luchtruim te vliegen in een F-16. En van de ruim duizend mensen die zich jaarlijks aanmelden voor de selectie tot luchtverkeersleider, halen er maximaal tien de eindstreep van de opleiding.

Dat zijn de high performers, zoals hersenwetenschapper Scherder ze noemt. Aan de buitenkant zijn deze goudhaantjes niet te herkennen, maar als je ze computertaakjes geeft en met een speciale MRI-scan hun hersenactiviteit bekijkt, zie je verschil met low performers. Scherder: "Naarmate je de moeilijkheidsgraad van de taak opvoert, zie je bij iedereen verhoogde activiteit in de prefrontale cortex, het controlecentrum achter het voorhoofd en de ogen. Maar bij de goudhaantjes buigt die activiteit op een gegeven moment af en worden er andere, dieper gelegen hersendelen ingeschakeld. Zo krikken deze mensen hun prestaties op en houden ze tegelijkertijd het hoofd koel."

Op de meeste mensen komt veel meer informatie af dan ze kunnen bijbenen. De Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler wees al in 1970 in zijn boek Future Shock op de gevaren van deze information overload voor organisaties en individuen. Hij kreeg - vooralsnog - ongelijk.

"Ik zie geen organisaties instorten of managers massaal van flats afspringen vanwege die honderden ongelezen e-mails", aldus Guus Pijpers, auteur van het boek Information Overload - A System for Better Managing Everyday Data.

Pijpers: "We filteren. We reageren niet op alles. Ben je wel eens op Times Square in New York geweest? De eerste keer duizelt het je van alle indrukken die daar op je afkomen. Na een half uur word je er niet meer warm of koud van, blijkbaar went het snel. Dan filter je zonder probleem alle nutteloze info weg."

Filterkunstjes

Aan de Radboud Universiteit in Nijmegen onderzoeken wetenschappers hoe ons brein overtollige informatie weg filtert. Soms is dat filterkunstje van levensbelang. Op het moment dat je met je auto bovenop je voorligger dreigt te knallen, hoor je even helemaal niets meer van dat boeiende interview op de autoradio. Als de rust op de weg en in je hoofd is weergekeerd, hoor je opeens de radio weer. Dan merk je dat je een stuk van de uitzending hebt gemist.

Over het verkeer gesproken. Dat is bij uitstek een sector die de overdaad aan informatie probeert te beperken. "In Nederland zijn er richtlijnen om flikkerende billboards en doorlopende tekstkranten langs de kant van de weg te ontmoedigen", vertelt Marieke Martens, hoogleraar verkeersgedrag in Twente en onderzoeker bij TNO.

"Op drukke verkeersknooppunten zou je weinig reclame moeten aanbieden, en zeker niet iets wat de aandacht trekt - iets wat reclamemakers juist willen. Daar is de rijtaak al zo veeleisend dat chauffeurs moeten beschermd worden tegen onnodige prikkels van buiten." Immers: in de auto zelf wemelt het al van de prikkels.

Het Amerikaanse ministerie van Transport liet onderzoekers in honderd voertuigen van doorsnee-Amerikanen camera's monteren om een jaar lang te registreren wat ze allemaal uitspoken tijdens het rijden. In het begin gedragen ze zich netjes, maar zodra ze de aanwezigheid van de camera vergeten, is het tegen de klippen op kletsen met passagiers, bellen (handsfree en handheld), sms'en, boterhammetjes eten, cd'tjes zoeken, make-up aanbrengen en vliegen doodslaan.

High performers

We dénken het allemaal tegelijk te kunnen. Maar niet dus. Automobilisten die onderweg andere dingen doen (visueel of manueel) vergroten de kans op een (bijna-)ongeluk met drie keer. Op kruispunten wordt het risico nog groter. Twee seconden van de weg afkijken, verdubbelt al de kans op een bijna-botsing of echte crash, aldus het Amerikaanse onderzoek.

Automobilisten dwingen om zich minder te laten afleiden is niet de strategie waar moderne verkeersdeskundigen op mikken. Als oplossing wordt gedacht aan méér techniek: slimme auto's die de chauffeur in de gaten houden en waarschuwen als er gevaarlijke situaties dreigen. Of de zelfrijdende auto waarin we lekker veilig door kunnen blijven kletsen, eten en appen.

"Het filtermechanisme werkt niet bij alle mensen gelijk", weet neurowetenschapper Ole Jensen. "Sommige mensen zijn beter in staat een boek te lezen in de trein terwijl het landschap voortdurend verandert, hun mobiel pruttelt, iedereen in de coupé zit te kwekken en de conducteur via de intercom mededelingen doet." Dat bracht Jensen op het idee dat mensen met ADHD mogelijk een extreem zwak filtermechanisme hebben. Als alle informatie ongefilterd en met dezelfde prioriteit je brein binnendendert, kun je makkelijk overprikkeld raken, is het idee.

Jensen doet experimenten met gezonde proefpersonen en met ADHD-patiënten bij wie hij van buiten af de hersengolven uitschakelt waarmee wij (vermoedelijk) irrelevante informatie wegfilteren. Op termijn hoopt Jensen dat er games ontwikkeld worden waarmee ADHD- patiënten zich kunnen trainen om overbodige prikkels af te blokken.

De indruk is dat ook gezonde mensen steeds meer moeite hebben om zich langere tijd achtereen te concentreren. Dat valt echter niet te bewijzen. "Dan hadden we twintig jaar geleden moeten beginnen met meten. We hebben geen vergelijkingsmateriaal", aldus Jensen. Er zijn wel sterke aanwijzingen die in die richting wijzen, althans bij jongeren.

In de Californische studie Geef Facebook maar de schuld (vrije vertaling) observeerden onderzoekers van de Universiteit van Californië hoe 263 middelbare scholieren en studenten thuis studeerden. In de meetperiode van een kwartier konden de proefpersonen zich gemiddeld vijf à zes minuten op hun werk concentreren. Elke vijf minuten werd afleiding gezocht door even te sms'en, een telefoontje te beantwoorden, een extra computerscherm te openen met Facebook of televisie te kijken. Scholieren en studenten met lagere cijfers zochten vaker vertier tijdens het studeren.

Regelrechte ramp

Paul Kirschner, onderwijspsycholoog aan de Open Universiteit in Heerlen, vindt het een regelrechte ramp. "Als je veel tegelijk doet - of probeert te doen - doe je uiteindelijk minder en maak je meer fouten." Dat is met onderzoek gestaafd door de Universiteit van Delaware in de VS door proefpersonen te overhoren na het bestuderen van een tekstje waar normaal gesproken vijf minuten voor nodig zijn. De proefpersonen die ondertussen gingen sms'en, deden er geen vijf maar acht minuten over. En ze maakten anderhalf tot twee maal zo veel fouten bij de overhoringen. "Leer uit je verlies", moppert Kirschner, die soortgelijk onderzoek deed naar studenten die studeren combineren met Facebooken. Dat leidt tot anderhalve keer lagere eindcijfers, aldus Kirschner. "In Amerika zijn er al hoogleraren die zeggen: 'Collegezaal in? iPad uit.' Daar groeit het bewustzijn dat multitasken niet bestaat."

Switchen

Dat multitasken niet bestaat, daar zijn alle experts het over eens. Zelfs de homo zappiëns heeft maar één werkgeheugen. Als we denken dat we multitasken, switchen we eigenlijk razendsnel van de ene naar de andere taak en weer terug. Dat is niet efficiënt: het kost tijd om telkens uit te zoeken waar je was gebleven. Kirschner: "Je gaat niet precies terug naar het punt waar je was gebleven, maar naar iets daarvoor."

Die conclusie trekt ook de Amsterdamse neurowetenschapper Erik Scherder. "Het is een nieuw onderzoeksveld, maar uit wat er nu bekend is, mag je wel concluderen dat wie zich voortdurend laat afleiden minder presteert, kwalitatief en kwantitatief."

De grootste zwartkijkers menen zelfs dat frequent multitasken ertoe leidt dat we ons steeds minder goed kunnen concentreren op een taak, met alle verlies aan diepgang van dien. Dat is de achterliggende boodschap van alarmerende kreten als: "Maakt internet ons dom?"

Er is inderdaad onderzoek waaruit blijkt dat hardnekkige multitaskers meer moeite hebben om zich (langer achtereen) te focussen op een taak. Maar het is onduidelijk wat de kip is en het ei. Het zou ook kunnen dat mensen die zich slecht kunnen concentreren, het gewoon fijn vinden om te multitasken.

Tot slot. Het informatietijdperk schreeuwt om bewuste aandacht van het brein om het bombardement van feiten, meningen, weetjes en waarschuwingen te verwerken. Er is steeds minder tijd om gedachten de vrije loop te laten, te dagdromen en om niet bewust ergens mee bezig te zijn.

In die geestestoestand krijgt informatie pas echt de kans om te bezinken. Dat zijn ook de momenten waarop we het creatiefst zijn. In zijn boek The Organized Mind adviseert de Amerikaanse neurowetenschapper Daniel Levitin de lezer op zoek te gaan naar de 'uitknop'. Niet alleen die van onze mobiel, iPad, iPod, televisie en pc. Ook die in ons brein.

"Tijdens een simpel wandelingetje naar de kruidenier of een andere activiteit die geen bewuste aandacht vergt, kan je opeens - boem - de oplossing vinden voor een probleem waar je al tijden op loopt te kauwen. Als je je geest de kans geeft maar wat rond te dwalen, kan je brein verbindingen leggen tussen zaken die je nog niet eerder niet met elkaar in verband had gebracht", aldus Levitin.

Tijdens het schrijven van dit verhaal heb ik 33 (grotendeels irrelevante) websites geraadpleegd, 15 telefoongesprekken gevoerd (waarvan 3 relevant), 12 WhatsApp-berichten, 3 sms'jes, ruim 20 mails verstuurd (allemaal bijzonder irrelevant) en heel wat overbodige gesprekken trachten te vermijden.

Hoog tijd om op die 'uitknop' te drukken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234