Zaterdag 03/12/2022

Hommage aan 'onze grootste levende'

Raveel is in de eerste plaats een merk, een beeld, een taal op de maat van het land dat hem met alle denkbare egards heeft behandeld

Twee monografieën over Roger Raveel

Naar aanleiding van de 85ste verjaardag van de schilder Roger Raveel verschenen tegelijk twee bijzonder lijvige monografieën, die beide het werk van de kunstenaar alle eer aandoen.

Door Eric Min

Een eenvoudige keukenweegschaal kan de recensent uitstekende diensten bewijzen. De twee monumentale monografieën over Roger Raveel die onlangs van de persen rolden, halen samen net geen acht kilo. Ook de uitvoering geeft een indicatie van het soortelijke gewicht van de schilder: de twee delen van Roger Raveel. Een verschrikkelijk mooi leven door Carlos Alleene en de forse band van Marc Ruyters zijn verpakt in fraaie cassettes. Raveel kijkt ons twee keer in de ogen vanaf foto's waarvoor Stephan Vanfleteren en Guy Pieters tekenden. Er is geen twijfel mogelijk: voor deze kunstenaar moeten we het epitheton 'onze grootste levende' uit de kast halen. De man vierde in juli zijn vijfentachtigste verjaardag. Met de massieve hommage was dus enige urgentie gemoeid, al hebben de auteurs hun tijd genomen. Alleene werkte vijf jaar aan zijn biografie, en ook Ruyters voerde lange gesprekken met Raveel of intimi als zijn secretaris Octave Scheire, Roland Jooris, Jan Hoet en Hugo Claus.

Het klinkt allicht oneerbiediger dan het bedoeld is, maar eigenlijk is Raveel in de eerste plaats een merk, een beeld, een taal op de maat van het land dat hem met alle denkbare egards heeft behandeld. Wie Raveel zegt, ziet een buurman met een klak, een tuinmuurtje van betonnen platen en een vrouw die Zulma heet, al kon het ook Mathilde zijn. Vallende duiven. De silhouetten van een kat en een voorbijganger. De Leie. Daarna, en alleen dán, doemen de schilderijen op, kleurig en wit tegelijk: een doek of een muur, een karretje, iets van niets met kijkgaatjes en spiegels - alsof het de ruimte waarin het zich bevindt gewoon wil laten zijn, laten 'zien'. Ook het beruchte witte vierkant dat in talloze werken opduikt, is een vluchtheuvel voor de verbeelding van de toeschouwer, die meedeint op het slappe koord tussen het herkenbare (handen! een brood! Zulma!) en het raadsel, de decompositie en de codering van het beeld in kleuren en verf. Een wandeling door de opulent geïllustreerde turven van Alleene en Ruyters leert alvast dat Raveel geen schilder in de klassieke betekenis is, maar iemand die geen genoegen neemt met het platte vlak. Hij laat zijn werken uitvloeien in de omgeving. Wanneer Raveel in 1971 een protestactie organiseert tegen het dempen van een oude Leiearm, hijst hij een geschilderde vlag in rood en wit op een vlot van plasticzakken dat traag de rivier afvaart. De oever fungeert als achtergrond voor het kunstwerk, dat het landschap 'aantast'.

Wat Raveel onderneemt, is dus dubbel: zijn (op het eerste gezicht bescheiden) ingreep in de wereld creëert tegelijk vreemde, ongevraagde en dus lichtjes agressieve objecten die de omgeving naar hun hand zetten. Het procedé loopt als een rode draad door zijn oeuvre. In Neerhof haalde hij een levende duif als plastisch element naar binnen, terwijl ook het drieluik Het verschrikkelijke mooie leven een sterk staaltje van realisme is, met een spiegel en een kooi met vogeltjes. De Meester van Machelen-aan-de-Leie, zoals Roger Marijnissen hem ironisch noemde, maakt heuse assemblages, environments en installaties. De stijlen van het bed van moeder Raveel omkaderen Herinneringen aan het doodsbed van mijn moeder; zijn vader heeft ze er zelf aan vastgemaakt. De keldergewelven van het kasteel te Beervelde, door Raveel en drie bevriende kunstenaars onder handen genomen, zijn een schilderij geworden. Ook de Dulcia breigoedfabriek werd even artistiek verbouwd. Samen met Hugo Claus realiseerde Raveel in 1969 het boek Genesis, terwijl talloze gedichten naar zijn werk verwijzen. Kunst is dus geen eenzame arbeid, maar een sociaal gegeven. Raveel maakte ook een kanttekening bij de vervuiling van de Brugse reien en organiseerde een imaginaire schilderijenoptocht op een doek van vier meter bij twee. Kan het een toeval zijn dat de rebelse geest van James Ensor, die ooit ageerde tegen de verminking van het oude Oostende en in wiens huis Raveel in 1945 De intrede van Christus in Brussel mocht bekijken, in zijn werk doorklinkt? In het Brusselse metrostation Merode borstelde hij in 1976 een wandschildering met de titel Wat bedoelde Ensor met 'Vive la sociale'? , naar de slagzin die boven De intrede van Christus wappert.

Misschien is het Raveelmuseum, een ontwerp van architect Stéphane Beel, wel de kroon op het levenswerk van de schilder: een toegankelijke ruimte, een plek waarin we kunnen rondwandelen. Al een kwarteeuw lang komen we Raveel letterlijk overal tegen: op Chambres d'Amis (1986), in Watou (1993), op de kusttram (Beaufort 2003)... als een God in Vlaanderen. Raveel heeft alles gezien. Hij is een mens die kijkt, een halve buitenstaander ook. "Het was toen eenmaal zo, dat men mij in de stad een brok buitenmens vond, en in het dorp een soort hippie." In een interview uit 1983 vat hij zijn carrière samen: "Ik ben op verschillende momenten Raveel geworden. Zoals iedereen ben ik gevormd met vallen en opstaan. Als kind had ik al een heel persoonlijke manier van kijken; toen reeds ervoer ik het leven en de natuur als zeer kosmisch. Het had niets te maken met kindertekeningen. Het stond ook ver af van Cobra. Eigenlijk zie je daar al dat ik in zekere zin een kijker ben. Iemand die minder werkt vanuit een verbeelding dan vanuit een visie."

Het werk van Alleene is uitputtend biografisch gedetailleerd, met veel onuitgegeven beeldmateriaal en citaten uit de gesprekken die hij met de schilder voerde. Tal van bevoorrechte getuigen komen aan bod, van ex-onderwijzer Camiel Simoens tot bevriende dichters en schilders. De illustraties zijn ingepast in de chronologie van het levensverhaal, zodat ook recente werken die teruggaan op jeugdherinneringen (zoals Een moment zonder einde: 10 mei 1940) biografisch worden geduid, bij voorkeur door de kunstenaar zelf. Herhalingen waren echter onvermijdelijk, en naar het einde toe krijgen we iets te veel kiekjes van glimlachende mensen op vernissages te zien. De lay-out is dynamisch maar wat vermoeiend, vooral door de talloze quotes die uit de tekst gelicht worden. De biograaf heeft zijn huiswerk echter zorgvuldig gemaakt.

Marc Ruyters' mooie tekst is minder exhaustief en overzichtelijk, maar leent zich meer tot doorlezen en komt dus goed van pas als een introductie tot Raveels leven en werk. Ook in zijn boek zijn de schilderijen weelderig in beeld gebracht, wat een vergelijkende warentest behoorlijk precair maakt. Finaal toch nog een bijgedachte met Test Aankoopallures: er is geen Beste Koop. En geen van beide concurrenten maakte plaats voor een register, wat de praktische bruikbaarheid enigszins bemoeilijkt. Maar schitterende boeken zijn het alleszins. Raveel heeft er weer een reden bij om terug te kijken op een verschrikkelijk mooi leven.

Carlos Alleene

Roger Raveel. Een verschrikkelijk mooi leven

Uitgeverij De Muyter, Deinze, 720 p., 125 euro.

Marc Ruyters

Roger Raveel en de nieuwe visie

Uitgeverij Snoeck, Gent, 456 p., 65 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234