Woensdag 27/10/2021

Home wordt thuis voor asielzoekers

Nette kamers met vloertapijtjes, secuur opgevouwde dekens, een bakje waspoeder en een berg vers fruit. Een 35-tal asielzoekers heeft het leegstaande rustoord Home Ingendael in Laken eigenhandig omgetoverd tot een gezellige thuis, waar iedereen weet wat van hem verwacht wordt. ‘De herberg’, zo wordt het voormalige rusthuis dezer dagen genoemd door de Marokkaan El Miri Abdelouhad, de zelfverklaarde vader des huizes. ‘We overleven door de solidariteit van moslims hier in de buurt’, zegt hij. ‘En de rest doen we gewoon zelf.’door barbara seynaeve / foto’s Tim Dirven

‘Dankjewel voor uw giften”, prijkt op een handgeschreven briefje aan de glazen voordeur van Home Ingendael, naast een met sneeuwbus gespoten kerstboompje. Twee mannen, bontmutsen op het hoofd en Tommy Hilfingerjekker rond het lijf, roken zwijgend een sigaret in de deuropening. Binnenin heet een doos vol afval bezoekers welkom en wijst een pijl getekend op de muur de weg naar de keuken enkele deuren verder.

Vier jongemannen staan rond de twee kookplaten op het gasvuur te discussiëren of de lamsworstjes in de pan nu al dan niet gaar gebakken zijn. Boven hun hoofden herinnert een A4-blad met een waarschuwing voor de Mexicaanse griep nog aan het verleden van Home Ingendael. Als ze het eens zijn, gaan de in gelijke blokjes gesneden tomaten en ajuinen erbij, en even nadien wordt alles in een grote witte schotel gelepeld. Alsof ze het geroken hadden, duikt op datzelfde moment een tiental mannen in de keuken op benedenverdieping op. Er komt wat Turks brood op tafel, en ieder doet zich tegoed aan een grote portie.

Pas als zijn maag gevuld is, heeft Abdelouhad tijd voor enkele vragen. Hij beantwoordt ze hartelijk maar moeizaam, in een mengeling van Frans en Spaans, zichzelf voortdurend onderbrekend om iemand iets toe te roepen. Ze zijn hier op dit moment met ongeveer 35, allemaal mannen, in alle soorten en maten. De jongste is zeventien, de oudste wil niemand graag zijn dus daar wordt in alle talen over gezwegen. De overgrote meerderheid is van Marokkaanse origine, maar Abdelouhad stelt met trots een Roemeense Roma voor, net als een Iraniër, twee Algerijnen, een Pool die de politie van de straat heeft geplukt en dan maar naar hier werd gebracht, en ten slotte twee Belgen.

Delende moslims

Enkele weken geleden sliepen de meesten van hen nog in het Noordstation, tot ze daar hardhandig buitengewerkt werden. Parti Egalité, die voornamelijk bestaat uit een aantal bevlogen Marokkaanse dames met hoofddoek, zocht met hulp van advocaat Georges-Henri Beauthier naar leegstaande panden in de buurt. “Het rustoord is ideaal omdat de eigenaar het niet kan verhuren op de reguliere markt”, zegt Farida Aarrass, een van de hulpverleensters. “Het telt vijf verdiepingen, met telkens ongeveer tien kamers. We hebben dus plaats voor nog meer mensen.”

“Hoe meer zielen, hoe meer vreugd”, buldert Abdelouhad. “We hebben genoeg: kijk maar!” Op de schappen in de voorraadkamer, waar de man als enige de sleutel van heeft en die dan ook angstvallig bewaakt, staan brikken tomatensoep met balletjes, kilo’s droge pasta, tientallen potten Nutella en zelfs speculaaspasta. Daarnaast staat een achttal kisten met witte en blauwe druiven opgestapeld, maar ook mandarijnen, kiwi’s, peren en appels.

Een klein deel kwam van het Rode Kruis, maar het meeste hebben de gedupeerden aan de Marokkaanse halalslagers, Turkse bakkers en fruitwinkels te danken. Die komen elke dag leveren wat ze kunnen missen, en meestal slepen ze ook nog eens dekens, matrassen en kleren aan. “We zijn het aan onze godsdienst verplicht om hen te helpen”, zegt Youssef van de fruitwinkel even verderop. “Daarnaast geven klanten me ook wat geld zodat ik wat meer fruit en groenten kan schenken aan die mannen.”

Abdelouhad klopt zich op de borst, net zoals hij nog een paar keer zal doen tijdens de rondleiding in zijn nieuwe huis. “Moi je suis musulmane”, zegt hij daar telkens trots bij. “En moslims houden ervan hun geluk te delen.” Waarop hij steevast met de glimlach enkele druiven, een lamsworstje, of een sigaret aanbiedt.

Van de voorraadkamer gaat het naar de kelder, waar een gigantische rode verwarmingsinstallatie zachtjes zoemt. Daarnaast staat een wasmachine met Abdelouhads naam op, “omdat niemand ze mag gebruiken zonder dat hij erbij is”. Naast de wasmachine: een blauwe ton, gevuld met stookolie, van waaruit twee buisjes vertrekken die naar de verwarming leiden. “We hebben ze eigenhandig weer in gang gestoken”, klinkt het trots. “Elke nacht verwarmen we enkele uren op kosten van Parti Egalité. Overdag gaat de installatie uit, net zoals de elektriciteit op de verdiepingen.”

Op de gelijkvloerse verdieping wordt één ruimte voortdurend verwarmd en verlicht, zodat de grootste koukleumen het nooit echt koud hoeven te hebben. Ondanks het verbodsbord dat er duidelijk op de muren is getekend wordt er gerookt dat het een lieve lust is. “We kunnen hier niemand echt iets verbieden”, legt Abdelouhad uit. “Als we niet zouden roken in het gebouw, zou het hier snel gedaan zijn met de lieve vrede, denk ik. Voor veel van ons is het een van de enige verzetjes.”

Ook op de gangen die naar de slaapkamers leiden hangt een rookgeur, al heeft die de typische lucht die in verzorgingstehuizen hangt nog niet kunnen wegblazen. Elke kamer heeft een nummer gekregen, en achter elk van de witte deuren schuilt een goed onderhouden ruimte, compleet met kasten, tapijtjes, matrassen, een veelvoud aan dekens, en blinkende lavabo’s. “Er zijn er ook bij die het niet zo nauw nemen, vooral bij de jonkies”, zegt Abdelouhad. “Maar ik probeer er iets aan te doen. Ik heb lang in het leger gezeten en ik weet hoe belangrijk een nette ruimte is, het is een teken van respect tegenover jezelf.”

Terwijl hij de fotograaf probeert te bewegen om van iedereen foto’s te maken, wordt de trappenhal druk bevolkt door zowel huisbewoners als bezoekers. Zo komt Fernandes Kerim (17) hier een vriend bezoeken die hij op de voetbalterreinen van Anderlecht heeft leren kennen. “Ik speel zelf bij de jeugdploeg”, zegt hij. “Omdat hij geen papieren heeft mag hij niet meedoen, maar hij komt vaak kijken en we komen goed overeen. Zo vaak ik kan, kom ik hierheen, want veel heeft hij anders niet te doen.”

Eenmaal beneden, inspecteert Abdelouhad de grondig schoongeboende keuken. Hij is tevreden en dus kan de deur op slot tot vanavond. Iedereen is verzameld in de hal, want er moet straks betoogd worden voor de gebouwen van Fedasil wanneer de commissie Binnenlandse Zaken op werkbezoek komt. “Net nu we het hier een beetje ingericht hebben, moeten we alweer de straat op”, foetert Semai Mustaphe uit Algerije. “De eigenaar wil het gebouw verkopen, zegt hij, daarom moet het leeggemaakt worden binnen de tien dagen. Maar het zal op 20 december zo mogelijk nog kouder zijn, en waar moeten we dan weer naartoe?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234