Zondag 09/08/2020

Holocaustmonument staat te verkommeren

Auschwitzmuseum in Polen lanceert noodkreet om internationale hulp

Auschwitz, het bekendste massavernietigingskamp dat Adolf Hitler liet aanleggen, staat te vervallen. Het museum kan de stijgende werkings- en onderhoudskosten niet langer opbrengen, maar tot nu toe kijkt de wereld de andere kant op. Er is nochtans dringend geld nodig van de internationale gemeenschap, omdat niemand zich kan voorstellen dat een van de macaberste herdenkingsoorden van menselijke misdaden ineens niet meer zou bestaan. Door Frank Schlömer

De noodkreet voor financiële hulp komt uit Polen zelf, een land dat altijd een gespleten verhouding heeft gehad met de Joden, zelfs lang voor er nog maar sprake was van Auschwitz. Het Poolse stadje Oswiecim heeft na het einde van de Tweede Wereldoorlog een trieste wereldreputatie verworven, door de gruwelbeelden die toen algemeen bekend werden. Uitgemergelde en nog nauwelijks levende ooggetuigen hebben bericht over wat daar in naam van een onvoorstelbare rassentheorie is aangericht.

Het stadje ten zuiden van Krakau, aan de Weichselrivier, telt tegenwoordig zo'n 50.000 inwoners en werd destijds door nazi's uitgekozen als luguber oord om de Endlösung der Judenfrage - lees: de terminale uitroeiing - tot haar culminatiepunt te brengen. Nadat de Wehrmacht en de SS van nazileider Hitler op 1 september 1939 Polen hadden overvallen werd Auschwitz ingericht tot nationaalsocialitisch concentratiekamp waar tegenstanders van het regime werden vastgehouden.

Vanaf 1941 werd het omgebouwd tot vernietigingskamp waar de nazigruwelmachine zoveel mogelijk mensen op een industriële manier vermoordde. Met bijkomende vestigingen zoals Birkenau ging het op de duur om liefst veertig vierkante kilometer uitroeiingszone, waar vooral Joden maar ook Roma en Sinti, politieke en andere gevangenen, homo's, vrijmetselaars, Untermenschen uit alle mogelijke Europese landen, de dood werden ingedreven op een destijds uitermate geperfectioneerde manier. De als douches gecamoufleerde gaskamers, het zyklon B-gifgas en de verbrandingsovens behoorden destijds in Auschwitz tot de moderne spitstechnologie van de nazi's.

Arbeit macht frei was de onwaarschijnlijk cynische slogan die de Hitleradepten boven het ingangshek lieten plaatsen. Het was een arbeidsplek waar vooral mensen werden vermoord. Meer dan anderhalf miljoen mensen werd tijdens de nazibezetting van Polen in Auschwitz gedecimeerd, wat het lugubere record vormt van al dat soort kampen dat de Duitsers er in Europa op na hielden. Na de Tweede Wereldoorlog werd het concentratiekamp omgevormd tot een gruwelijk herdenkingsoord voor de wereldgemeenschap en een eeuwige herinnering aan de Holocaust, de massamoord op vooral de Joden maar ook honderdduizenden anderen. In 1979 is het kamp van Auschwitz opgenomen in de lijst van het werelderfgoed van Unesco.

Auschwitz is het negatieve icoon van een tijdperk dat men niet zou mogen vergeten, maar heeft het nu financieel moeilijk om zichzelf in stand te houden. Zonder extra financiële middelen dreigt de gedenkplaats te vervallen. De woordvoerder van het Auschwitzmuseum, Jaroslaw Mensfelt, bevestigde een bericht daarover in de Poolse krant Dziennik Polski. De krant was de eerste die onlangs de kat de bel heeft aangebonden over de weinig rooskleurige toestand van het museum.

Zonder buitenlandse hulp wordt het moeilijk om Auschwitz als herdenkingsplaats te bewaren. Naar verluidt is er 200 miljoen zloty (62,5 miljoen euro) nodig voor renovatiewerken. De gebouwen moeten gerenoveerd worden, op veel plaatsen is een nieuwe laag verf nodig, het onkruid woekert over de site en de honderdduizenden bezoekers richten - hopelijk onvrijwillig - ook schade aan. Auschwitz is onderhevig aan dezelfde verschijnselen als andere plekken op aarde waar veel bezoekers naartoe komen.

De weersomstandigheden in dat deel van Polen, vooral in de winter, zijn ook al niet echt bevorderlijk voor de gebouwen en andere infrastructuur. Alle landen die in Auschwitz slachtoffers lieten, waaronder ook België, hebben er een nationaal gedenkteken. Maar van sommigen vallen brokstukken naar beneden. Tussen de sporen waar de dodentreinen uit alle delen van Europa aankwamen en aan het beruchte 'eindstation' staan vooral gewassen als in een verwilderde tuin. De bakstenen verbrandingsovens brokkelen af en stuiken in elkaar, mede door de onvoorzichtigheid van bezoekers die er kaarsen en bloemen op leggen.

Het museum in Oswiecim krijgt jaarlijks 10 miljoen zloty (3 miljoen euro) van de Poolse overheid, dat wel. Maar men weet ook dat de opeenvolgende Poolse regeringen niet echt geestdriftig waren over die betoelaging. De verkoop van boeken en rondleidingen leveren jaarlijks ook nog eens 10 miljoen zloty op. De buitenlandse hulp bedraagt zo'n 600.000 zloty. Er zijn wat individuele 'sponsors' die wel eens een schenking doen, maar dat is vaak alleen maar gaatjes vullen in de kas. Duitsland doet, om evidente historische redenen, een extra inspanning van 4 à 5 miljoen euro. Het geld is echter te weinig om de drieduizend 'individuele punten' die voor restauratie in aanmerking komen onder handen te nemen. Vooral verwarmings- en airco-installaties zijn blijkbaar dringend.

Volgens de directeur van het museum Piotr Cywinski zou de internationale gemeenschap de lasten voor het onderhoud en de restauratie op zich moeten nemen. Vooral de Europese Unie zou een concreter beleid, en niet alleen financieel, voor de site moeten ontwikkelen. Het gaat tenslotte om een van de donkerste bladzijden uit de geschiedenis van het Europese continent, die niet uit het collectieve geheugen mag verdwijnen. Dat vindt alvast ook Paul de Grave.

De Grave is een gedetacheerde leerkracht die nu actief is voor de Belgische Auschwitz Stichting, een studie- en documentatiecentrum over de problematiek van de nazimisdaden en -volkerenmoorden voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De in 1980 opgerichte vereniging wil het Belgische publiek, vooral de jongeren, informeren over het fascisme, het nazisme en hun gruwelijke gevolgen: WO II, de concentratie- en vernietigingskampen en de massamoord op Joden, zigeuners en vele anderen.

Paul De Grave: "Het is nauwelijks voorstelbaar dat men het patrimonium rond Auschwitz zou laten vergaan, omdat het een uitermate centrale plaats bekleedt in de herinneringsopvoeding die wij permanent moeten voeren. Jongeren zijn al al te vaak niet meer echt op de hoogste wat in die gruwelijke periode is gebeurd, ook in eigen land niet. Ik denk aan sites als de Dossinkazerne in Mechelen en Fort Breendonk, waaraan het onderwijs meer aandacht zou kunnen besteden. Ook de Vlaamse overheid moet tegenover het onderwijs haar verantwoordelijkheid opnemen en bagage meegeven aan de leerlingen opdat ze een besef zouden kweken over dat punt in de geschiedenis, dat ook aan ons land niet is voorbijgegaan. Het geheugen moet in stand worden gehouden en daarom mag Auschwitz niet verloren gaan."

De Grave is wel tevreden over het initiatief van federaal minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) en diens Vlaamse collega van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a). De eerste stelde onlangs vast dat de kennis bij de jongeren over de Holocaust "ontstellend zwak" is en hij wil graag meer investeren in 'Holocaustopvoeding', zodat ze meer leren over de mechanismen die geleid hebben tot dit vreselijke drama. Frank Vandenbroucke vindt het idee uitermate interessant en is opgetogen over het feit dat "de federale overheid wil helpen bij alles wat we al doen rond herinneringseducatie".

Paul De Grave meent dat nog meer moet worden gedaan om "jongeren inzicht te laten verwerven in de structuur van volkerenmoord", en Auschwitz en de oude site van het nazikamp zijn daarbij natuurlijk aangewezen educatieve middelen, die in elk geval voor de ondergang moeten worden behoed. Hij vindt de beslissing van minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) om niet langer bussen van landsverdediging ter beschikking te stellen voor jongeren om naar oorden zoals Auschwitz te gaan, dan ook volkomen fout. "Catastrofaal, we hebben al zo weinig op dat vlak." Hij hoopt dat de Crem die beslissing ongedaan zal maken.

De interesse voor de gedenkplaats is de laatste jaren sterk gegroeid, ondanks het sluipende verval. In 2007 werd een recordaantal van 1,22 miljoen bezoekers geteld. In het eerste semester van 2008 waren er al meer dan 562.000 en het cijfer van vorig jaar zou minstens geëvenaard kunnen worden. De noodkreet blijft natuurlijk nazinderen. Bijna 65 jaar winterse vrieskou en sneeuw, continentale zomerhitte en de voetsporen van miljoenen bezoekers hebben hun tol geëist.

De gevangeniscellen vervallen verder, de prikkeldraad blijft roesten en doorbreken, tentoonstellingsstukken - als men haren, kinderspeelgoed, brillen, menselijke beenderen en tanden van slachtoffers zo mag noemen - liggen onder het stof en vallen ten prooi aan insecten en schimmel. Vandalen uit Oswiecim en omstreken doen er hun vernielingswerk terwijl de politie de andere kant opkijkt.

Het verval van Auschwitz is een stille steun aan degenen die de Holocaust willen relativeren of zelfs ontkennen en als er niet snel financiële middelen komen, blijft er op termijn weinig over van de grootste herdenkingsplaats van de naziterreur op het Europese continent. "Als er één plaats op aarde bestaat die als herinnering aan de gevolgen van intolerantie en racisme moet blijven, dan is het toch wel Auschwitz. Het wordt echter elk jaar moeilijker en ik begrijp de houding van de internationale gemeenschap hoegenaamd niet", zegt een ontgoochelde Piotr Cywinski.

Museumdirecteur Piotr Cywinski:

Als er één plaats op aarde bestaat die als herinnering aan de gevolgen van intolerantie en racisme moet blijven, dan is het toch wel Auschwitz

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234