Dinsdag 02/03/2021

Hollywood verkeert in staat van oorlog

Na een periode van bezinning richten de Amerikaanse filmmakers hun pijlen op de oorlog in Irak. De resultaten mogen dan nog niet in de zalen te zien zijn, maar één ding is nu al zeker: het worden de komende maanden ongemakkelijke cinemabezoeken voor George Bush.

Door Andrew Gumbel

HOLLYWOOD l Voor het eerst in een eeuw breekt Hollywood met zijn veilige traditie om met kritiek te wachten tot na de oorlog. Paul Haggis, Brian De Palma en hun collega-regisseurs uit Tinseltown konden blijkbaar niet langer stilzitten.

Niet zo lang geleden was Hollywood bijzonder huiverachtig om zijn thema's uit de krantenkoppen te plukken. Films zijn tenslotte een vorm van escapisme. Wie wil er naar een multiplex gaan voor meer van de deprimerende verhalen waar het nieuws al van bol staat?

Filmmakers en studiobonzen verkozen een indirecte weg om kritiek te geven op de gebeurtenissen van het moment, zeker als het over kwesties als oorlog en vrede ging. Het conflict naar een vroegere periode of een andere cultuur verplaatsen volstond meestal. En als zelfs dat te gevoelig lag: simpelweg hun mond houden tot het conflict ten einde was. Zo wist M*A*S*H, Robert Altmans tegendraadse meesterwerk, de absurditeiten van de Vietnamoorlog te ontmaskeren, terwijl het de indruk wekte zich twintig jaar eerder in Korea af te spelen. Onlangs nog gaf Ridley Scott een impressie van de uitwassen van het imperialisme in het Midden-Oosten door de kruistochten tot leven te wekken in Kingdom of Heaven.

Hollywood lijkt nu zijn zedigheid overboord te hebben gegooid. Misschien was Michael Moore wel de eerste die met zijn documentaire Fahrenheit 9/11 de woede tegen de regering-Bush, op de valavond van de presidentsverkiezingen van 2004, in een ongewoon box-officesucces goot. Of misschien kwam de ommekeer met United 93, waarmee Paul Greengrass vorig jaar een aangrijpende recreatie afleverde van het gedoemde vierde vliegtuig van 11 september 2001, waarvan de passagiers zichzelf opofferden om een grotere ramp in een stad aan de oostkust te vermijden.

Feit is dat we op het punt staan overspoeld te worden door drama's die in of rond de Irakoorlog gesitueerd zijn. En de toon van de meeste zo niet alle films van de nieuwe golf is bezwaarlijk complementair te noemen met George Bush' weergave van het militaire avontuur in het Midden-Oosten.

De eerste in de reeks springt meteen het meest in het oog, aangezien zowel scenario als regie in de handen van Paul Haggis zijn. De Canadese filmmaker schreef eerder Clint Eastwoods Oscarwinnaar Million Dollar Baby, om vervolgens aan de haal te gaan met een Oscar voor Beste Film voor zijn regiedebuut Crash. Haggis' nieuwste film, In the Valley of Elah (de plaats waar David Goliath op de knieën kreeg) is gebaseerd op het verhaal van Richard Davis, een legerspecialist wiens mysterieuze dood in 2003 nabij zijn basis Fort Benning, Georgia, in de doofpot werd gestoken. Tot Davis' vader zelf op onderzoek ging en ontdekte dat zijn zoon doodgestoken was door leden van zijn eigen peloton, omdat hij getuige was geweest van de gruweldaden die ze in Irak gepleegd hadden. Hoofdrollen in Haggis' film, die in september in de VS uitkomt, zijn weggelegd voor Tommy Lee Jones als de vader, Susan Sarandon als de moeder en Charlize Theron als de fictieve detective die de vader in het onderzoek bijstaat.

Ongeveer een maand later draait in de Amerikaanse cinema's Grace Is Gone, een melodrama dat met gemengd succes in première ging op het Sundance Film Festival. John Cusack speelt een diepbedroefde echtgenoot die aan zijn twee dochters moet vertellen dat hun moeder gesneuveld is in Irak. Rond dezelfde periode is Reese Witherspoon te zien in Rendition, als een Amerikaanse vrouw wiens echtgenoot die in Egypte is geboren verdacht wordt van betrokkenheid bij internationaal terrorisme. Net voor Kerstmis laat Brian De Palma dan weer van zich horen met Redacted, over de gruweldaden van een legereskadron tegen een Iraakse familie.

Het lijstje gaat verder. Volgend jaar komt Kimberley Peirce (Boys Don't Cry) met Stop Loss op de proppen, waarin Ryan Philippe een soldaat speelt die een bevel naast zich neerlegt om naar Irak terug te keren nadat zijn tour of duty er officieel op zit. Paul Greengrass is het non-fictieboek Imperial Life in the Emerald City aan het bewerken, dat het verhaal vertelt van wat zich achter de deuren van Bagdads superbeschermde groene zone afspeelt. Vermoedelijk wordt het een semidocumentair verslag van alle fouten en misstappen van de Amerikaanse troepen van 2003 tot heden. De film zou voor 2009 in de zalen spelen.Verschillende aspecten aan die projecten zijn verrassend te noemen. Ten eerste worden de films gemaakt terwijl de Amerikaanse troepen de oorlog in kwestie nog altijd aan het uitvechten zijn. Ten tweede ligt de focus haast overweldigend op de Amerikaanse mislukking, zowel militair, politiek, diplomatiek als spiritueel. Zo zit er in In the Valley of Elah naar verluidt een shot van de stars-and-stripes, ondersteboven opgehangen ergens in het hartland van Amerika. En ten derde lijkt de thematiek van de films bijzonder sterk op de onderwerpen die in nieuws- en opiniepagina's van kranten over de hele wereld blijven opduiken.

Niet meteen het standaardpatroon dat de voorbije eeuw in de oorlogscinema gehanteerd werd. De eerste oorlogsfilms ooit gemaakt, en heel wat sindsdien, waren au fond aanhangsels van de nationale propagandamachine, met victoriekreten voor de eigen troepen en boegeroep voor de vijand. Een 90 seconden lange kortfilm uit 1898, het jaar van de Spaans-Amerikaanse oorlog, toonde de volledig fictieve overmeestering van een Spaans regeringskamp in Havana, de Cubaanse hoofdstad, het verwijderen van de Spaanse vlag door Amerikaanse troepen en het hijsen van de Amerikaanse vlag.

In de jaren daarop heeft Hollywood met groot gemak (maar achteraf ook tot zijn eigen schaamte) films als The Sands of Iwo Jima voortgebracht, een John Waynevehikel uit 1949 waarin het verslag van een van de bloedigste gevechten van de Tweede Wereldoorlog ter eigen verheerlijking vervormd werd. Idem in The Green Berets, een ander project van Wayne uit 1968, het jaar van het Tetoffensief, waarin de Amerikanen de oorlog in Vietnam aan het winnen waren, net op het moment dat het duidelijk werd dat ze op een nederlaag afstevenden.

De beste, krachtigste, relevantste oorlogsfilms zijn steevast gemaakt zodra de gevechten gestopt waren. All Quiet on the Western Front, een van de belangrijkste films over de Eerste Wereldoorlog, werd pas in 1930 uitgebracht. Andere vermeldenswaardige films over hetzelfde conflict deden er zelfs langer over: Stanley Kubricks Paths of Glory kwam er in 1957, Peter Weirs Gallipoli zelfs pas in 1981.

Hetzelfde geldt voor de Tweede Wereldoorlog, niet het minst omdat verschillende grote Hollywoodsterren in actieve dienst waren gegaan en de hele industrie in gelid achter het nationale project marcheerde. Cinemaschermen in de vroege jaren veertig werden gedomineerd door verhalen van vermetelheid en stiffupperlipmoed in gevecht. Voorbeelden zijn niet moeilijk te vinden: Howard Hawks' Sergeant York, dat het relaas doet van een boer uit Tennessee die een ongewone held wordt in de Eerste Wereldoorlog; Yankee Doodle Dandy een onbeschaamd patriottische musical met uitgerekend James Cagney; of sensationele Britse importfilms als In Which We Serve of The Battle of Britain, met als hoofddoel het moreel op te krikken.

Pas in 1946 kregen cinemazalen de keerzijde van de oorlogsheroïek voorgeschoteld, met bitterzoete verhalen als William Wylers The Best Years of Our Lives, dat naar de traumatische effecten van het strijdgewoel op een groep teruggekeerde veteranen keek.

De Tweede Wereldoorlog was evenwel een conflict dat door de meeste Amerikanen, ondanks flink wat scepsis bij aanvang, gesteund werd. In het geval van Vietnam, waar de publieke opinie in de tegenovergestelde richting ging, van steun naar twijfel, was Hollywood bijzonder voorzichtig om al te directe kritiek te leveren terwijl het strijdgewoel nog bezig was. M*A*S*H veroorzaakte flink wat opschudding in het conservatieve binnenland, net zoals Jane Fonda's beslissing om op de top van haar Oscarroem naar Hanoi te reizen.

In een zonderling giftige politieke sfeer had niemand het lef om Amerika's mislukking in Zuidoost-Azië in een film te gieten, met de mogelijke uitzondering van Francis Ford Coppola en zijn vrienden, die in 1972 ernstig overwogen om een vroege versie van Apocalypse Now te schieten, te midden van de daadwerkelijke gevechten - ze kwamen echter tot de conclusie dat het risico te groot was. Het was dan ook pas in de late jaren zeventig, na de terugtrekking van de VS, dat films als The Deerhunter, Coming Home en later Platoon en Born on the Fourth of July in de zalen draaiden. Tegen dan vierde ook de Amerikaanse revisie van het conflict hoogtij, wat filmisch al snel vertaald werd in onder meer de Rambo-serie, waarin de Vietnamoorlog opnieuw gevochten werd - en deze keer werd gewonnen door de Amerikanen. De presidentiële campagne van 2004, waarin het oorlogsverleden van John Kerry in vraag gesteld en vervormd werd, bewijst dat Vietnam een vurige topic blijft in het Amerikaanse politieke leven.

Fast forward naar het huidige conflict in Irak, waar die revisie vooralsnog ver weg lijkt. In tegenstelling tot de vorige oorlogen is er simpelweg geen propaganda-achtige film om op het thuispubliek los te laten. Tenminste, als je Disneys Hidalgo uit 2004 buiten beschouwing laat. Het verhaal van een Amerikaanse ruiter die door de Arabische woestijnen scheurde om een beroemde race uit de vorige eeuw te winnen, bleek achteraf trouwens niet zo waargebeurd als aanvankelijk beweerd.

Diehardaanhangers van Bush, de voorbije jaren een slinkende groep, zullen zonder twijfel argumenteren, net zoals ze de voorbije vijf jaar gedaan hebben, dat Hollywood een onpatriottisch hoopje liberale politieke correctheid is, niet bij machte om om enig politiek thema in zijn juiste context te plaatsen. Een prominente veteraan, Dennis Griffee van de Iraq War Veterans Organization, wil zelfs niets met In the Valley of Elah te maken hebben omdat Susan Sarandon erin meespeelt, een van Hollywoods meest uitgesproken anti-oorlogsstemmen.

Dat argument negeert echter Hollywoods decennialange gewoonte om zich olijk aan eender welke kant van het politieke hek te scharen, zolang de voornaamste nood van de entertainmentindustrie er maar mee vervuld wordt: geld opbrengen. We moeten ons dan ook geen illusies maken: de box-office blijft de lakmoesproef van de nieuwe oogst films. Als ze scoren, zien we er meer van. Als ze niet scoren, zal Hollywood zich zonder twijfel snel heroriënteren. Op Paris Hilton. Of zoiets.

© The Independent

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234