Vrijdag 13/12/2019

Holland-België voor allochtonen

Premier Leterme en de Nederlandse minister-president Rutte hebben tijdens hun onderhoud doorgeboomd over elkaars politieke modellen. Publiek werden er amper verklaringen over afgelegd, terwijl het nochtans een interessante discussie is: ondanks alle evidente verschillen zijn er tussen de Nederlandse en Belgische samenleving ook tal van gelijkenissen. En toch is het Belgische model van omgang met extreem rechts, en bij uitbreiding met de multiculturele samenleving - het ‘cordon sanitaire’ - wezenlijk anders dan het Nederlandse - waar Geert Wilders een centrale rol speelde bij de regeringsvorming van het kabinet-Rutte I. Diens Partij voor de Vrijheid (PVV) haalde bij de jongste parlementsverkiezingen 15,5 procent van de stemmen. Op haar electoraal hoogtepunt, in 2004, had het VB bijna 10 procent meer (24,4 procent). En toch bleef het VB politiek geïsoleerd, en ligt het lot van de Nederlandse regering in de palm van Geert Wilders’ hand.

Ons cordon sanitaire is een kind van de late jaren tachtig. Na de electorale doorbraak bij de (Antwerpse) gemeenteraadsverkiezingen van 1988 en de Europese verkiezingen van 1989 bestreed de Belgische politiek de klim van extreem rechts met twee verstrekkende initiatieven. Eén: de aanstelling van Paula D’Hondt als ‘koninklijk commissaris voor het migrantenbeleid’. In haar rapporten expliciteerde D’Hondt voor het eerst een cruciaal principe: de onomkeerbaarheid van de migratie. De gastarbeiders / immigranten / migranten van de jaren zeventig en tachtig zouden vanaf de jaren negentig onze ‘allochtonen’ worden. Voortaan was België ‘geofficialiseerd’ tot een multiculturele samenleving.

Exotisch en zorgwekkend

Tegelijk was er een officieus maar in de praktijk stug aangehouden cordon sanitaire. Het zorgde voor een tweedeling tussen partijen die zichzelf ‘officialiseerden’ tot democratisch, en die ene andere.

Het kernwoord is telkens ‘officialiseren’. De multiculturele samenleving was een realiteit, maar werd nu ook beschermd tegen die ene, tot on- en anti-democratische belager uitgeroepen partij: het VB. En daardoor werd veel kritiek op die multiculturele samenleving ook als ondemocratisch beschouwd. Ook al waren het - soms onbeholpen geformuleerde, maar vaak terechte klachten over fricties en problemen die elke samenleving kenmerken. Zeker een multiculturele, en dus multi-religieuze en multi-linguïstische.

In die vroege jaren negentig keek Nederland met enig amusement naar Vlaanderen en zijn VB. Men vond het VB even exotisch als zorgwekkend, in het verlengde van het boven de Moerdijk als bijzonder folkloristisch ervaren IJzertoren-nationalisme. Nu dweepte het VB in die dagen ook redelijk opzichtig met een aangebrand verleden. Voorzitter Karel Dillen had de politieke collaboratie altijd verdedigd en goedgepraat, had boeken van negationisten vertaald en van voorstanders van het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. De jonge Philip Dewinter liet zich gretig filmen bij rellen als hij kransen wilde leggen op bij graven van gesneuvelde soldaten die hij Oostfronters noemde, en de tegenbetogers Waffen-SS’ers. Bij dat VB was de Tweede Wereldoorlog nooit ver weg. Dat was trouwens ook het geval met Jean-Marie Le Pen en het Front National in Frankrijk, Giancarlo Fini en de MSI in Italië of Jörg Haider en de FPÖ in Oostenrijk. Allemaal even ‘fout’.

En dus distantieerde ook de Nederlandse pers zich van dat VB, en van zijn Nederlandse vrienden, de Centrum Partij en later de Centrum Democraten van Hans Janmaat. Ook die was ‘fout’. En waar VB nog kon rekenen op de welwillendheid van de brede Vlaamse beweging, keerde Nederland Janmaat de rug toe: wie ‘fout’ was, hoorde er niet bij.

De man die alles veranderde - eerst in Nederland en nadien ook in Vlaanderen - was Pim Fortuyn. Homo, ex-communist, academicus, publicist, een aparte, radicale, vaak tegengesproken maar door iedereen beluisterde stem in de Nederlandse samenleving. Hij motiveerde zijn kritieken op de multiculturele samenleving niet met een nationalistisch discours, hij argumenteerde vanuit de verlichting, de liberale waarden van de westerse democratie, vanuit het recht op vrije meningsuiting, de gelijkheid tussen man en vrouw, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Anders dan Dewinter, die een paar jaar terug nog begripvolle woorden sprak voor VNV-leider Staf De Clercq, zou Fortuyn nooit positief herinneren aan hun NSB-voorman Anton Mussert.

Met dat discours, dat inhoudelijk en politiek zo parallel was aan het VB, maar historisch en intellectueel zo anders geworteld, raakte hij niet alleen het hart van de Nederlandse kiezer (dat deed het VB ook al in Vlaanderen), maar de andere partijen en de verzamelde opiniemakers konden hem moeilijk met ‘democratische’ argumenten isoleren. De post-9/11-context en de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh brachten het land zelfs in shock.

Fortuyn bracht zowel in Nederland als in Vlaanderen de liberale partijen in verwarring. De VVD werkte zowel Geert Wilders als Rita Verdonk buiten. VLD/Open Vld deed dat met Ward Beysen, Hugo Coveliers en Jean-Marie Dedecker. Dedecker slaagde er bijna in een Vlaamse Fortuyn te worden, en riep ‘stoute waarheden’ over allochtonen die graag overgenomen werden aan Vlaamse cafétogen. Maar niemand in de Wetstraat die het in zijn hoofd haalde om Dedecker, ooit een lieveling van vele media, met een ‘cordon sanitaire’ te bedreigen. In die jaren ook begonnen zowel nieuwe sociale bewegingen (Gaia en het ritueel slachten) als ‘klassieke’ politici (Patrick Janssens en het hoofddoekenverbod) de multiculturele samenleving expliciet te problematiseren. En terwijl VB en ook LDD in een existentiële crisis zitten, staat in Vlaanderen het nationalisme sterker dan ooit (zij het in de vorm van de N-VA), en is het common sense onder de meeste partijen om volop kritisch te zijn voor de multiculturele samenleving. Meestal minder ranzig dan het VB, met wat respect voor de islam ook, of zeker voor individuele moslims. Over heikele punten is er ofwel luide onenigheid (hoofddoeken, halal-voeding), ofwel nog onvoldoende politieke consensus om één richting uit te gaan (concentratiescholen, volgmigratie).

Hoofddoek

In Nederland is Geert Wilders minstens zo grof als Dewinter als hij de moslims viseert. Hij provoceert en beledigt waar hij kan. Toch is er in Nederland een kamerbrede consensus om hem niét de luxe te gunnen van het cordon sanitaire: zelfs de radicaal-linkse SP van Jan Marijnissen als Femke Halsema en heel GroenLinks vinden dat. Marijnissen en Halsema zijn felle bekampers van Wilders, ze willen beiden werken aan de integratie van moslims en andere allochtonen. Maar de Nederlandse linkerzijde operationaliseert ‘integratie’ anders dan de Belgische. Femke Halsema zegt dat ze “moeite heeft met de hoofddoek”. Jan Marijnissen riep op het praatprogramma Pauw & Witteman: ‘Moslima’s, gooi die hoofddoek toch af!’ Het is een andere interpretatie van ‘vrijheid’, want ook de Vlaamse politici die positief staan tegen de hoofddoek, beroepen zich daarop.

België is België, Nederland Nederland. Met alle voors en tegens. Veel Belgen hebben geen goed oog in het ‘gedoogkabinet’-Rutte en de gure wind die nu vanuit de Nederlandse regering naar dit land wordt aangeblazen. Sinds het VB in de lappenmand ligt, wordt het multiculturele debat in België niet zo op de spits gedreven als Wilders dat doet in Nederland. Maar Vlaanderen leverde, bijna een kwarteeuw na Paula D’Hondt, nog altijd géén allochtone toppoliticus af, niet één belangrijke allochtone schrijver, niet één spraakmakende allochtone opiniemaker. In Nederland zijn er dichters als Ramsi Nasser, schrijvers als Hafid Bouazza en zo uiteenlopende opiniemakers als Ayaan Hirsi Ali en Anil Ramdas. En heeft Rotterdam, de tweede stad van het land, met de in het Marokkaanse Beni Sidel geboren Ahmed Aboutaleb geen ‘eerste-generatie-allochtoon’ als burgemeester? We zijn toch eens benieuwd wanneer een allochtoon de sjerp zal krijgen in Antwerpen, Gent of Genk. Over tien jaar? Dertig? Vijftig?

Het Nederlandse model is inderdaad anders. Maar is het daarom slechter?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234