Zaterdag 22/01/2022

Hoge returns gaan ook bij beleggingsfondsen gepaard met hoge risico's

De belegger kan de risicocategorie van elk fonds raadplegen in de (verkorte) prospectus.

Brussel

Kurt Kegels

Wie zijn spaargeld collectief wil beleggen, zal bij zijn financiële instelling gauw een luisterend oor vinden. Talloze fondsbeheerders staan immers te trappelen van ongeduld om de spaarcenten te beheren. Het is dan ook niet evident om een keuze te maken uit het brede aanbod van beleggingsfondsen. Teneinde een verantwoorde keuze te maken, kan een belegger vooreerst eens een blik werpen op het kostenplaatje van de diverse fondsen (wat volgens recente plannen in de toekomst zal worden gebundeld in één cijfer). Die belegger zal, naast de kosten, natuurlijk ook de return van de verschillende fondsen eens naast elkaar leggen. Mogelijk laat hij zich verleiden door het fonds dat in het verleden de hoogste return (koersprestatie en/of dividenduitkering) kon neerzetten.

Toch is het al te eenvoudig om de keuze van beleggingsfonds louter te baseren op de kostenstructuur en de gepresteerde returns. Niet elk fonds mag zomaar over dezelfde kam worden gescheerd. Neem nu enerzijds een conservatief beheerd monetair fonds, dat enkel belegt in staatsobligaties op korte termijn, en anderzijds een fonds dat volledig is geïnvesteerd in volatiele technologieaandelen. In het normale geval kan het monetaire fonds hoogstens met een schamele return uitpakken. Het aandelenfonds daarentegen zou wel eens hoge toppen kunnen scheren. De return in één bepaalde periode is natuurlijk slechts een deel van het verhaal. De toekomstige prestatie is immers steeds onzeker. Indien de belegger opteert voor het veilig monetair fonds, hoeft hij, inzake return, niet echt te vrezen voor onaangename verrassingen. Indien hij daarentegen belegt in het aandelenfonds anderzijds zou het sterk positieve resultaat wel eens kunnen omslaan in een negatief bedrag.

Teneinde het risico op forse koersschommeling correct in te schatten kan een beroep worden gedaan op de zogenaamde 'standaardafwijking'. Deze statistische term schept een beeld van de mate waarin de prestaties van een fonds schommelen rond haar gemiddelde return. In het geval van het monetair fonds is deze standaardafwijking waarschijnlijk zeer beperkt, en wijken de jaarlijkse returns dus niet fel af van de gemiddelde return. Indien het fonds jaarlijks een bescheiden return jaarlijkse van 3 procent neerzet, en de standaardafwijking ongeveer 2 procent bedraagt, dan is er een redelijke kans (ongeveer twee derde) dat de jaarlijkse return zich in de toekomst steeds tussen de grenzen van 1 en 5 procent zal bevinden.

In het geval van het aandelenfonds loopt die standaardafwijking wel wat hoger op, maar komt de gemiddelde return vermoedelijk ook wat hoger uit. Bij een return van 8 procent en een standaardafwijking van 15 procent, kan de verwachte jaarlijks return makkelijk (twee derde kans) fluctueren tussen -7 procent tot 23 procent. De hogere return van dit aandelenfonds wordt dus eigenlijk gecompenseerd door het hogere risico, wat tot uiting komt in de relatief hoge standaardafwijking.

Een belegger hoeft gelukkig de standaardafwijking van een fonds niet zelf uit zijn hoed te toveren. De sectorfederatie van fondsbeheerders (BVICB) rekent immers het een en ander voor. Concreet worden alle fondsen onderverdeeld in verschillende risicocategorieën, gaande van klasse 0 (weinig risicovol) tot klasse 6 (risicovol). De fondsen die behoren tot klasse 0, hebben een standaardafwijking (over de laatste 5 jaar) die niet meer bedraagt dan 2,5 procent. De hoogste klasse 6 (die pas eind vorig jaar in het leven is geroepen na een periode van hoge volatiliteit) daarentegen bevat de fondsen met een standaardafwijking van minstens 30 procent.

Een belegger kan de risicoklasse van een fonds steeds raadplegen in de (verkorte) prospectus. Ook in de (half)jaarverslagen van elk fonds zal bovendien telkens melding worden gemaakt van de risicoklasse. Die is immers voortdurend onderhevig aan wijzigingen. In het algemeen genomen behoren vooral de monetaire fondsen tot de laagste klassen. Obligatiefondsen bezetten de middenmoot van de risicoklassen, en het zijn vooral de aandelenfondsen die terug te vinden zijn in de hogere klassen.

Wees dus als belegger bewust van het risicoprofiel van een beleggingsfonds. Wanneer uw bankier u in de toekomst een nieuw 'fonds van de maand' wil aansmeren, vraagt u hem maar eens hoe het dan precies zit met de standaardafwijking van dat fonds. Blijft hij u het antwoord schuldig, dan neemt u gewoon maar even de (verkorte) prospectus ter hand. Zo wordt u toch alvast een beetje wijzer van het risicoprofiel van het fonds in kwestie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234