Zaterdag 16/01/2021

Hoge pieken, diepe dalen

De Nachten, een door de vzw's Villanella en 5 voor12 georkestreerd feest dat de crossover tussen woord, beeld, muziek en beweging zou moeten bevorderen, was dit jaar niet echt een sprankelende bedoening. Vooral vrijdag leek de fut er nooit echt in te komen en was de belangstelling voor sommige optredens benedenmaats, een bewijs dat het programma minder dan vorige jaren tot de verbeelding sprak. Zaterdag kwam er op het nippertje toch nog schot in de zaak, met Josse De Pauw die werk van Brouwers voorlas, en memorabele concerten van Bill Janovitz en Millionaire.

Antwerpen / Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Het probleem met een evenement als De Nachten is dat je nooit alles kunt zien. In ieder hoekje van deSingel valt immers wel wat te beleven en de simultane programmering in verscheidene zalen van het complex dwingt de nachtbraker voortdurend keuzen te maken. Dat houdt risico's in, want terwijl je je in de ene zaal zit te ergeren over de ondermaatse kwaliteit van het gebodene, stijgt in de andere misschien net een hoogvlieger op. Iedere journalistieke impressie van De Nachten is dus per definitie subjectief en de onze is dat we, zeker op muzikaal vlak, al boeiender en opwindender edities hebben meegemaakt.

Voor de aftrap zorgde vrijdagavond HGH, een Noors countryfolkduo dat zijn nagenoeg volledig akoestische muziek omschrijft als Trash Grass. Met behulp van banjo, gitaar, harmonica, kazoo, muziekdozen, allerlei speelgoedinstrumenten en elektronisch vervormde stemmen speelden de heren, van wie enkele deel uitmaken van de groep Motorpsycho, pretentieloze huis-, tuin- en keukendeuntjes, die meer dan eens de lachspieren van de toeschouwer kietelden. Hagfors en Gebhardt kwamen nu eens gevoelig ('Astrodome') dan weer swampy ('Garbage in the Mud') uit de hoek, voerden een Elvis-figuur op die gratis cd's uitdeelde, maar zouden wellicht beter tot hun recht zijn gekomen in een kleine, gezellige club. Want de Rode Zaal was voor hun frivole rootsmuziek toch enkele maten te groot.

Hetzelfde probleem gold voor het Schotse Aerogramme, een trio dat, dankzij zijn recente cd A Story in White, tot Grote Belofte werd gebombardeerd. Zijn groepsgeluid drijft op het contrast tussen lieflijke, dromerige melodieën en harde, logge Black Sabbath-riffs, maar op het podium in Antwerpen schortte er duidelijk wat aan de dynamiek: de momenten waarop de zanger zich transformeerde van bedeesde romanticus in losgeslagen brulboei wekten dan ook veeleer medelijden dan bewondering op. Over uitstraling bleken de drie beardies al evenmin te beschikken en tijdens enkele nummers, waaronder het miserabilistische 'Hatred', viel op dat de helft van het instrumentarium (piano, harp, strijkers) gewoon op een computerschijfje stond. Flauw. Aerogramme trachtte nog wel sympathie te wekken door een liedje op te dragen aan Tom Barman "for writing some incredible songs", maar een onuitwisbare indruk liet de groep zeker niet na.

Wie voor de Canadese singer-songwriter, performer en stand-up comedian Hawksley Workman koos, had meer geluk. De man had aan een pianist, een campy lichaamstaal, sterke songs en een stem die het midden hield tussen Jeff Buckley en Lewis Furay genoeg om het publiek volledig in te pakken. Tip: koop zijn drie cd's en ga hem binnenkort bekijken als hij de Brusselse Botanique aandoet.

De artiest die vrijdag op de grootste belangstelling kon rekenen, was Flip Kowlier, een West-Vlaamse songsmid van wereldniveau die, net als op zijn cd Ocharme ik, zijn introspectieve mijmeringen over de kleine dingen des levens ('Ti woa', 'Moeder lieve moeder') trefzeker voor het voetlicht bracht. Dat deed hij met een prima band die, getuige 'Vredeslied' en 'Welgemeende', zowel het behoedzaam als potig rockende werk aankon. Na een poosje kreeg het gezelschap assistentie van rapper Buzze en DJ 4T4 en wendde het zijn steven richting 't Hof van Commerce. Het resultaat: enkele prima nieuwe nummers en het bekende 'Zonder Niet', waarin Kowlier, nu als Levrancier, stukjes uit 'Ik ben moe' debiteerde. "Da werkte wel", als we even de zanger zelf mogen parafraseren.

De absolute 'miscast' van De Nachten 2002, zeker qua timing, was Cornershop, de Britse punjabipopgroep die bij ons alleen bekend is van het inmiddels vijf jaar oude hitje 'Brimful of Asha'. De nieuwe cd van het octet, Handcream for a Generation, verschijnt pas in april en de status van eendagsvlieg speelde Tjinder Singh en de zijnen duidelijk parten. Ze traden aan voor een zo goed als lege Blauwe Zaal en zweefden een hele set lang op automatische piloot. Hun recept: melodieuze, zij het iets te lang uitgesponnen gitaarpopliedjes op een dance-groove, gekruid met samples, een occasionele sitarsolo en naar Indië verwijzende dholki-ritmen. Het concert was niet zonder hypnotische momenten, maar Singhs manifeste onwil om met de schaarse toehoorders te communiceren, deed Cornershop finaal de das om. Daar kon zelfs een exotische versie van 'Norwegian Wood' niet aan verhelpen.

Na een makke openingsavond hing er zaterdag gelukkig beterschap in de lucht. Een en ander was al voelbaar tijdens de show van Bobby Conn, een controversiële artiest uit Chicago die zich in het grensgebied tussen kunst en kitsch beweegt. Conn, naar eigen zeggen de antichrist in persoon, ziet de dingen nogal theatraal. Hij pasticheert en parodieert er lekker op los, goochelt met muzikale anachronismen en stapelt zoveel referenties op dat je hoofd ervan gaat tollen: de glamrock van Bowie anno Ziggy Stardust, de falsetfunk van Prince, de hoogdravende progrock van Utopia, de withete metal van Monster Magnet, de intellectualistische artpop van Laurie Anderson. Conn overgoot dit muzikale slaatje met een lounge-saus en veel subversieve humor en wist zo de belofte van zijn cd The Golden Age bijna helemaal in te lossen. Niettemin was het allemaal maar om te lachen. Fence is een sympathiek jongensclubje zonder pretenties, dat een middenweg bewandelt tussen de vroege Beatles, The Beach Boys en Pavement. Zoals blijkt uit hun songs bekijken de Limburgers de wereld door kinderogen en die naïeve onschuld is, gekoppeld aan rammelende gitaartjes en meerstemmige zangpartijen, beslist niet zonder charme. Toch gleed het Fence-offensief, met veel materiaal uit Angels on Your Body, langs je heen zonder ook meer één moment doel te treffen. Zelfs de vier blazers die af en toe de rangen van het kwartet kwamen versterken, voegden aan de liedjes niets wezenlijks toe. Fence blijft dus een 'net niet'-groep; in deSingel kregen we althans niets te zien dat ons op andere gedachten zou kunnen brengen.

Kippenvel en koude rillingen werden wél ons deel tijdens de akoestische soloset van Bill Janovitz. De man begon en eindigde zijn set met mooie, uitgebeende versies van 'I'm Allowed' en 'Taillights Fade', klassieke songs die hij ooit schreef voor Buffalo Tom. Uit het oeuvre van die groep plukte hij ook 'Crutch' en 'Sodajerk', maar op een Ray Charles-cover na prijkten op zijn setlist overwegend nummers uit zijn nieuwe, tussen folk en country laverende cd Up Here. Janovitz was een en al passie, zong heel sterk en slaagde er met 'Atlantic', 'Up Here' en 'Half a Heart' moeiteloos in het publiek te imponeren. Soms bezondigde de zanger zich even aan overacting en ook zijn gitaarspel klonk niet altijd even vlekkeloos, maar je kreeg tenminste het gevoel dat er eindelijk iets gebeurde.

De Belgische groep Millionaire sloot De Nachten in schoonheid af in een afgeladen Rode Zaal, met een overdonderende selectie uit haar debuut Outside the Simian Flock: grofkorrelige, weerbarstige en verwrongen noisefunk die, in al zijn grilligheid, strak en opwindend uit de luidsprekers knalde. O ja, en de verbale oorlog, vermomd als Freestyle Interland, werd, tot chagrijn van het publiek, beslecht in het voordeel van een rapgrage Nederlander. Als je goed luisterde, kon je deSingel omstreeks drieën vermoeid horen kreunen. Nog enkele uren en in Antwerpen zou het weer voor een vol jaar Dag worden.

Terwijl men zich in de ene zaal zit te ergeren, stijgt in de andere misschien net een hoogvlieger op

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234