Vrijdag 03/12/2021

Hoezo,Vlaanderen heeft rechts gestemd?

Een arbeider heeft graag bijstand van een vakbond wanneer er problemen zijn, maar nog liever heeft hij dat zijn baas goed geld verdient, want dat betekent werkzekerheid en de kans op opslag. Wat een arbeider absoluut niet wil, is de door oud-links bewonderde Jef Sleeckx aan de fabriekspoort te zien opdagen, want dan weet hij dat het hoog tijd is om ander werk te gaan zoekenDe Blok-stem is allang niet meer alleen racistisch geïnspireerd. Het is een stem die een hoogstpersoonlijke frustratie of trauma afreageert op 'die van Brussel'

Yves Desmet

Tekening Jan Vanriet

Frank Vanhecke, voorzitter van het Blok, had op zondagavond 18 mei zijn analyse snel klaar: Vlaanderen had voor 80 procent rechts gestemd, maar zou desondanks nog maar eens door een linkse regeringsformatie gegijzeld worden, wat allemaal de schuld was van dat vervloekte cordon sanitaire. Een paar dagen later deed conservatief publicist Paul Beliën, echtgenoot van Alexandra Colen, het rekensommetje nog eens dunnetjes over. Hij kwam tot 60 procent rechts-conservatief, maar de rest van de analyse was gelijkluidend. Rik Van Cauwelaert, hoofdredacteur van Knack en stilaan de gezaghebbendste democratisch conservatieve pen in Vlaanderen, was geneigd die analyse te volgen. En natuurlijk zou een aantal linkse intellectuelen hun aanspraak op intellectualiteit verliezen wanneer ze niet gretig argumenten hadden aangedragen om die stelling op hun beurt kracht bij te zetten. Want dat een progressief kartel als grootste winnaar uit 18 mei was gekomen, met een stemmenverschuiving die voor Vlaanderen ongezien was, verbleekte in het niets bij het verdwijnen van Agalev en de paar procenten winst van het Blok. Nee, Steve Stevaert, per slot van rekening toch niet veel meer dan een stuntende kok, een man die een tijdelijke populariteit heeft opgebouwd door de populist uit te hangen en de linkse intellectuelen te jennen, mocht dan een paar stemmen gewonnen hebben, maar een nieuwe Zwarte Zondag had hij niet kunnen voorkomen. Nee hoor, hen maakte men niets wijs, de linkse intellectueel bevond zich nog maar eens in zijn geliefde habitat: het is slecht, en het zal nog slechter gaan. Links masochisme, de progressieve variant van het kaakslagnationalisme, onbewust maar gretig meestappend in de retoriek van rechts-conservatief Vlaanderen. En dat is dan allemaal naar de universiteit geweest.

Nee, Vlaanderen heeft niet conservatief gestemd. Integendeel: Vlaanderen heeft voor 50 procent progressief gestemd, voor 30 procent centrum, en slechts voor 20 procent echt conservatief, en dan nog. Misschien een woordje uitleg bij die nochtans voorzichtig geschatte stelling.

Laten we beginnen bij het gemakkelijkste. Met uitzondering van Kris Merckx en Abou Jahjah, en een aantal linkse intellectuelen die oprecht menen dat "het ontbreken van een geloofwaardig radikaal socialistisch alternatief tegen de strukturele uitbuiting van het Zuiden door het Noorden de echte reden is waarom de arbeidersklasse radikaal rechts stemt", zal een overgrote meerderheid van de bevolking het met me eens zijn dat het kartel SP.A-Spirit de omschrijving progressief verdient. Hoe heeft dat kartel die historische stemmenwinst gehaald? Omdat de SP.A voordien op een historisch dieptepunt zat en moeilijk nog verder kon zakken, zeker, maar er spelen nog andere redenen.

Scène 1. Een klasreünie van de laatstejaars rechten van de KU Leuven, die elkaar na twintig jaar voor het eerst terugzien. Het zijn allemaal advocaten geworden, magistraten, bedrijfsjuristen, jonge veertigers, behoorlijke tweeverdieners, een publiek waarvan je de VLD- en CD&V-profielen bijna kunt ruiken. Net als overal word ik op 'de politiek' aangesproken. Tot mijn verrassing wil een meerderheid op SP.A-Spirit stemmen. De partij heeft niet langer het imago van de 'zieken, de zwakken en de misselijken', maar oogt modern en fris, met aandacht voor de aspiraties van tweeverdieners en niet te beroerd om dat te koppelen aan een sociaal engagement voor hen die dat geluksleven niet kunnen delen. Maar bovenal apprecieert de groep de pure competentie van Vandenbroucke en Vande Lanotte. Zijn ze tenslotte niet zelf producten van dat nieuwe Vlaanderen, waarin meritocratie de oude klassenindeling op basis van afkomst vervangen heeft?

Scène 2. De publieksbar van VTM, de avond van de verkiezingen. Aan de toog worden de uitslagen becommentarieerd. Sociale categorie 5 en 6 en nog lager, vijftigplussers, bruggepensioneerden voor wie dit een avondje uit is. Naarmate de monsterscore van Stevaert duidelijker wordt, zegt iemand : "Ge ziet dat ge geen universitair moet zijn om het in de politiek te maken." Er wordt driftig geknikt. Weer zo'n inschattingsfoutje van de radicale linkse intellectuelen, die graag jeremiëren over het ontbreken van 'arbeiders' op de linkse lijsten. Zij zien arbeiders als wezens die in ruil voor een schamel loon aan de lopende band hun meerwaarde laten exploiteren door een ongetwijfeld gewetenloos kapitalistische ondernemer. Arbeiders zelf zien arbeiders als mensen van gewone komaf die het ook zonder universitair diploma proberen ver te schoppen in het leven. En die, wanneer ze daar in slagen, niet vergeten vanwaar ze komen. Die nog met hen 'klappen'. Dat heeft Stevaert meesterlijk gedaan: over de camera's en de journalisten heen, over de gestudeerde kaders van zijn eigen partij heen heeft hij een campagne lang puur en alleen met zijn kiezers gepraat. Blair heeft hem dat in zijn goede periode ooit voorgedaan, en Clinton trouwens ook.

Scène 3. Een jongerencafé, een vrolijke bende bij elkaar. De avond voordien hebben ze meegedaan met Doe de Stemtest en tot hun verrassing zijn er nogal wat die op Spirit zijn uitgekomen. Eentje is gaan surfen en heeft het Spirit-programma uitgeprint. Een week later weten ze me te vertellen dat de stemming na hun schooldebat een afgetekende overwinning voor het kartel heeft opgeleverd. VLD was tweede. Agalev scoorde er minder dan het Blok.

Kiezers kiezen in meerderheid niet voor programma's, kiezen in meerderheid niet voor de rationele argumenten die een intellectuele bovenbouw hen aanreikt. Ze kiezen, net als in de winkel, meer en meer voor een merk. Op basis van de kwaliteit en de inhoud, zeker, maar ook op basis van de emotionele eigenschappen die ze dat merk toedichten, de empathie die dat merk veroorzaakt, de identificatie die ze ermee kunnen opbrengen. Het verklaart het succes van het kartel en de afgang van Agalev.

De beste politieke analyse na de verkiezingen kwam niet van een politicoloog, een commentator of een socioloog, maar van een reclamejongen. Guillaume Van der Stichelen van het bureau Duval Guillaume verklaarde de implosie van Agalev in merktermen. Agalev had een te hoog Becel-gehalte gekregen, was te veel een minarine geworden. Passend in de tijdgeest van tien jaar geleden, toen zelfonthouding, soberheid en het zich ontzeggen van persoonlijk plezier de weg vormden naar een gezond en lang leven, ook al was daar weinig lol aan te beleven. Anders gaan leven staat niet meer voor beter gaan leven, maar voor minder gaan leven. In een decennium waar genot en gezondheid niet langer haaks op elkaar staan, waar de kwaliteit van het leven voorrang heeft op de lengte ervan, is Becel van de markt gespeeld door Bertoli, de vrolijke, zonnige en ook nog eens lekker smakende olijfolie waar je een puberachtige grijsaard mee kunt worden. Van Becel wordt inmiddels bovendien door Scandinavische consumentenorganisaties beweerd dat het niet eens zo gezond is.

Jos Geysels heeft gelijk: de ecologische beweging en het gedachtegoed zijn niet dood, maar de politieke partij die er de vertaling van was wel. Dat heeft vooral te maken met het gegeven dat Agalev zich in een Becel-verpakking aangediend heeft: onthouding, regelgeving, waarschuwend tegen al wat leuk is. Nee hoor, die bussen van Stevaert zijn echt niet zo gratis als ze lijken; de communicatieflater van de nieuwe eeuw, met de ooit volkse en sympathieke Mieke Vogels in de rol van zure, chagrijnige diëtiste, die beter dan de kiezer wist wat die moest slikken. Geen wonder dat de Agalev-stemmen naar het Bertoli-socialisme van Stevaert - 'Socialisme zal gezellig zijn, of het zal niet zijn' - overstapten. Publicist Manu Claeys argumenteerde dat het ecologische gedachtegoed in de politieke evolutieleer een verfijndere en verbeterde versie van de sociaal-democratie is, en die stelling valt zelfs te beargumenteren. Alleen zal ze nooit overtuigen zolang ze zich in een onthoudend, regelgevend, restrictief en dus eigenlijk conservatief jasje aanprijst. Maar goed, niemand zal ontkennen dat ook de resterende 5 procent Agalev-stemmen tot het progressieve kamp blijft behoren, dus zitten we al aan bijna 30 procent.

Nu wordt het, zeker voor de klassiek-linkse goegemeente en de vakbondsvertegenwoordigers onder u, even moeilijker, maar toch en op het gevaar af verketterd te worden: ook de VLD heeft een progressieve vleugel, die zelfs versterkt uit deze verkiezingen gekomen is. Op ethisch vlak behoeft dat weinig argumentatie: het homohuwelijk, het opstappen van liberale kopstukken in de Gay Parade en de stemming over de euthanasiewet zijn slechts een paar maar overtuigende bewijzen dat het verlichte, progressieve ethische denken binnen de liberale partij de bovenhand heeft, en niet langer de verstarde normen en waarden van de conservatieve kleinburger.

Bovendien heeft de laatste verruimingsoperatie het soortelijk gewicht van het links-liberalisme binnen het politiek personeel van de VLD groter gemaakt. Vankrunkelsven, Gatz, Van Quickenborne en anderen zijn erbij gekomen, Ward Beysen en Leo Goovaerts hebben zich met hun conservatief-rechtse scheurlijsten oeverloos klemgereden. De netto-opbrengst van die operatie is een stap in de progressieve richting.

Allemaal goed en wel, maar economisch en sociaal blijft de VLD een rechtse en antisociale partij, hoor ik u mopperen. Ook dat valt redelijk mee. Toegegeven, de VLD blijft de partij van de vrijheid van ondernemen, het absolute recht op eigendom, het minimale staatsbeslag op inkomsten, maar zotternijen als de volledige privatisering van de sociale zekerheid hebben ze allang opgegeven. Zelfs de VLD vindt vandaag dat Frank Vandenbroucke het goed doet, al zouden ze graag willen dat hij iets minder geld uitgeeft. En wat is er eigenlijk mis, of erger nog, rechts, aan het recht op eigendom? Oud-links mag dat dan nog altijd diefstal of toch minstens verwerpelijk vinden, nieuw-links heeft het daar iets gemakkelijker mee. Oud-links vindt het erg dat Vlaanderen zo weinig sociale woningen heeft, nieuw-links wil net dat zoveel mogelijk Vlamingen een eigen huis kunnen kopen.

Het is trouwens niet alleen een Vlaams verhaal. De ontwikkelingseconoom De Soto heeft de afgelopen jaren overtuigend aangetoond dat voor de derde wereld niet zozeer ontwikkelingshulp belangrijk is, maar wel het creëren van een juridisch kader waardoor de armen hun eigendomsrechten op de schamele economische activiteiten die ze uitoefenen kunnen formaliseren en dus behouden en dus overgeven aan hun kinderen. Dat soort ideeën wordt bij de Vlaamse liberalen geïntroduceerd door Dirk Verhofstadt, broer van, die zijn denkbeelden onlangs samenvatte in een boekje Het menselijke liberalisme. Een recensie zou hier te ver leiden, maar het geschrift mag overduidelijk tot de progressieve gedachtestroming gerekend worden.

De VLD is trouwens historisch gezien nooit de partij geweest van het echte grootkapitalisme, die traditioneel steeds meer vertegenwoordigd werd door een tak binnen de christen-democratie. De economische basis van de liberalen stoelt veel meer op de middenstand en de kmo's, die weliswaar een sterkere en soms irrationele afkeer van vakbonden hebben, maar die anderzijds veel dynamischer, beweeglijker en in die zin progressiever opereren in het economische systeem dan de vaak overgebureaucratiseerde grote bedrijven. De VLD is tevens de partij die het ondernemende individu alle kansen wil geven en zo nauw aansluit bij het meritocratische model, dat - ik blijf het herhalen - diep geworteld zit in alle lagen van de bevolking, ook en zelfs vooral bij de arbeidersklasse. Een arbeider heeft graag bijstand van een degelijke vakbond wanneer er problemen en conflicten zijn, maar nog liever heeft hij dat zijn baas goed geld verdient, want dat betekent werkzekerheid en de kans op opslag. Wat een arbeider absoluut niet wil, is de door oud-links bewonderde Jef Sleeckx aan de fabriekspoort te zien opdagen, want dan weet hij dat het hoog tijd is om ander werk te gaan zoeken. Natuurlijk zullen we hier niet beweren dat het kartel SP.A-Spirit moet oppassen wil het niet links voorbijgestoken worden door de VLD, maar het is niet omdat de VLD economisch en sociaal wat rechtser van het kartel staat dat het daarom meteen tot het rechts-conservatieve kamp moet worden gerekend. Want ook in haar economische benadering blijft de VLD in eerste instantie een antiautoritaire partij, basisvoorwaarde voor progressiviteit en volstrekt contradictorisch met het autoritair-conservatieve denken.

Maar goed, we willen niet eens zo ver gaan de hele VLD als een in hoofdzaak progressief van het centrum staande partij te beschouwen, ook al valt die stelling te verdedigen. Nee, laten we er een zeer bescheiden helft van nemen. Dat brengt de score van progressief Vlaanderen op dik 40 procent.

De christen-democraten lijken een steeds meer aflopend verhaal. Een dioxinecrisis of een wat breedsprakerige oud-voorzitter voldoen niet als verklaringsmodel voor een almaar voortschrijdende afgang. Wel het simpele gegeven dat bij iedere verkiezing een generatie sterft die in meerderheid op de CVP stemde uit zuilgebonden en sociologische motieven, en die vervangen wordt door een groep jongeren die niet op CD&V stemt, vanwege de groeiende ontkerkelijking en individualisering van de samenleving. De tegenstrategie van de CD&V-top, een beroep op het normen- en waardeverhaal, heeft daartegen niet geholpen. Niet omdat normen en waarden niet belangrijk zijn, integendeel. Universele normen en waarden zijn zelfs zo belangrijk dat ze door alle partijen worden uitgedragen. Het probleem van CD&V is dat de waarden en normen die zij als exclusief CD&V beschouwen, geen universele maar zeer groepsgebonden waarden en normen zijn, met een veeleer restrictief-conservatief karakter, en dat lusten de jonge kiezers niet.

Los van die analyse blijft de vaststelling dat het afkalvende electoraat van CD&V net zoals vroeger blijft bestaan uit verschillende sociale geledingen, waaronder het ACW veruit de grootste is. Een argumentatie dat die groep ook tot het progressieve kamp gerekend mag worden, laten we achterwege wegens overbodig. Voorzichtigheidshalve schatten we die groep op een kleine helft van CD&V, en we tellen die kleine 10 procent bij ons subtotaal. En voilà: dik 50 procent van de Vlamingen heeft in een of andere vertaling, met de nadruk op een meer sociale of een meer vrijheidslievende nuance, gestemd op partijen of delen van partijen die deel uitmaken van het brede progressieve denken.

Waar haalt Frank Vanhecke het vandaan dat 80 procent van Vlaanderen met hem zou willen meestappen in de richting van een autoritair-repressief Vlaanderen, gestoeld op aartsconservatieve ethische waarden en normen, met een wereldbeeld dat rechtstreeks teruggaat op het Ancien Régime? Hij dwaalt, zelfs over zijn eigen kiezers.

Scène 4. Verkiezingszondag, op de middag, een dorpscafé in de provincie Antwerpen. Twee mannen hebben zichzelf aan de toog met een paar rondjes beloond voor hun stemgedrag. "Gaai go ni ver ons partaai gestemd hemmen, hé?" Ik beaam dat volmondig, maar wil vooral weten waarom zij voor hun partij gestemd hebben. Met enige moeite zetten ze zich recht op hun kruk en brengen ze de ogen weer in focus: "Allé na, menier, mé wa ze na doen mè die drugs en zoë, da kan na toch nie mie."

Scène 5. Na een paar maanden verschijnt ze opnieuw in de brasserie op de Grote Markt. Alleen, terwijl ze vroeger onafscheidelijk was van haar man. Een lief, ouder koppel, altijd samen, hard werkende middenstanders in ruste, VLD'ers, lachende levensgenieters. Het verhaal komt eruit. Kanker, en het is snel gegaan. En alsof dat niet genoeg was, had ze nog iets meegemaakt. De bank had hun rekeningen geblokkeerd in afwachting van de regeling van de erfenis. Dat was te veel: nooit hadden ze zelfs maar een boete gehad en nu behandelde die bank haar als een misdadigster. Ze had zelfs de schande ondergaan tegen de huisbaas te moeten zeggen dat ze voor het eerst in dertig jaar te laat zou zijn met haar huur, omdat ze niet bij haar eigen rekeningen kon. Maar één ding kon ze me verzekeren: het zou deze keer het Blok worden.

De Blok-stem is allang niet meer alleen racistisch geïnspireerd. Het is in een aantal gevallen een vaccinstem geworden: een preventiestem die de problemen van de grootstad in die grootstad moet houden, ook in dorpen waar het verschijnen van een allochtoon in het straatbeeld tot kijkfiles zou leiden. Het is een stem die een hoogstpersoonlijke frustratie of trauma afreageert op 'die van Brussel'. De Blok-stem psychologiseert meer en meer: een gevoel van persoonlijk ongeluk of verdriet vindt er een politieke vertaling mee. Het is een treiterstem, niet zozeer om de maatschappelijke doelstellingen van het Blok te ondersteunen - een overgrote meerderheid van de Blok-stemmers kent die niet eens en wil ze ook niet kennen - maar wel om de machtigen van de Wetstraat een heidense angst aan te jagen. Het Blok is de maatschappelijke vergaarbak van negatieve emoties geworden, de stem van de klagers en de zagers, onder wie velen trouwens gegronde redenen hebben om dat te doen.

Maar het gaat slechts zover als het gaat: zelfs een oppervlakkige analyse van de voorkeurstemmen geeft aan dat niet-Blok-politici die zich in dat discours laten meeslepen en eveneens beginnen te jammeren, bijzonder slecht scoren, terwijl politici die een positieve boodschap uitdragen het bijzonder goed doen. Wanneer een Inge Vervotte de meeste stemmen in Antwerpen haalt, zal dat wel met haar madonna-looks te maken hebben, maar evenzeer met het gegeven dat ze zich nooit heeft laten betrappen op het negativisme dat de rest van de CD&V-campagne zo kenmerkte.

Over Antwerpen gesproken: de Visa-kaarten, de opgesloten stadssecretaris, de geschorste commissaris, de onbestuurbaarheid, de dreigende aanwezigheid van nieuwe schandalen, een lokale krant die volop mee het rexistische klimaat aanwakkert. Gerolf Annemans had gelijk: zelfs een goede fee had zoveel wensen tegelijk niet willen vervullen. Maar in plaats van op die open boulevard de absolute meerderheid binnen te rijven ging het Blok er, in vergelijking met de gemeenteraadsverkiezingen (hun vergelijking, niet de onze), op achteruit. Leg dat eens uit.

Wel, een poging: er is een opvallende parallel te trekken tussen de Nederlandse verkiezingen en Antwerpen. Ook in Nederland was een balorige klas, aangevoerd door een flamboyante figuur 'die zei wat de mensen dachten', in opstand gekomen tegen de saaie, paarse, regenteske leraar. Tot een van de afgevuurde proppen verkeerd aankwam en zowel de leraar als de opstandige leerling uitgeteld op de klasvloer lagen. Toen liep de klas prompt naar de prefect, verward en met als enige vraag de orde te herstellen. Ook in Antwerpen was de grote mond van de klas er bijna in geslaagd de school lam te leggen, tot het zelfs voor de balorige klas duidelijk werd dat de leraar dat eigenlijk ook weer niet verdiend had, en dat hij nu echt gezocht werd en niet langer terecht bekritiseerd om zijn pedagogische fouten.

Het Blok is te gretig geweest, heeft even oprecht geloofd dat zijn kiezers zijn programma echt als een oplossing zien. Dat is voor een meerderheid van het eigen electoraat niet het geval: veel Blok-kiezers willen geen extreem-rechtse oplossingen, ze willen dat de democratische partijen luisteren en hun werk goed doen. In die zin is zelfs de Blok-kiezer niet eens een echt extreem-rechtse conservatieve stem.

Tachtig procent van Vlaanderen rechts? Dream on, Frank Vanhecke, dream on. Vlaanderen heeft op 18 mei getoond in grote meerderheid een rationele, rustige, pragmatische, optimistische en, ja hoor, zelfs progressieve regio te zijn. Ook al zullen de linkse intellectuelen dat weer niet willen geloven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234