Maandag 30/03/2020

Terreurdreiging

Hoeveel ruimte krijgen terreurverdachten hier?

IS-strijders in Raqqa. Wanneer zij naar ons land terugkeren, worden ze als oorlogsmisdadiges berecht.Beeld REUTERS

De aanslag in een Franse kerk doet opnieuw vragen rijzen over het toezicht op terreurverdachten. Dader Adel Kermiche was bekend bij de veiligheidsdiensten en droeg een enkelband. Dat hield hem niet tegen. Hoe zeker zijn we dat dit bij ons niet kan gebeuren?

1. Wat met teruggekeerde Syrië-strijders?

Als ze de Belgische nationaliteit hebben of zich op ons grondgebied bevinden, zullen teruggekeerde jihadstrijders worden bestraft. Volgens het Belgisch recht zijn ze oorlogsmisdadigers. Teruggekeerde en veroordeelde Syrië-strijders gaan daarom meteen de cel in. Ze kunnen geen enkelband krijgen.

Maar: Adel Kermiche, een van de daders in Saint-Etienne-du-Rouvray, was technisch gezien geen Syrië-strijder. Hij had geprobeerd om naar Syrië af te reizen, om zich aan te sluiten bij IS, maar dat mislukte. Bij zijn terugkomst werd hij opgepakt en aangeklaagd voor banden met een terreurorganisatie.

De jongeman werd een tijd in voorhechtenis geplaatst. In maart van dit jaar kreeg hij huisarrest en een enkelband. Toch hield dat hem niet tegen om dinsdag samen met een kompaan een aanslag te plegen. In ons land zou dit niet kunnen. Terreurverdachten kunnen geen enkelbanden meer krijgen.

De federale regering heeft daar in november vorig jaar een richtlijn over rondgestuurd, na een incident met een teruggekeerde Syrië-strijder uit Vilvoorde. De man kreeg een enkelband ter controle, maar verdween een dag van de radar. Uiteindelijk moest de politie uitrukken om hem opnieuw te arresteren.

Verdachten die wachten op hun proces kunnen geen enkelband krijgen als er ernstige aanwijzingen zijn van schuld en er in afwachting van de rechtszaak een gevaar is voor de openbare orde. De rechter houdt het laatste woord over de toekenning van een enkelband, maar veel keuze heeft hij op die manier niet.

2. Wat met geradicaliseerde moslims?

Deze groep mensen van nabij opvolgen, is een lastige kwestie. Ze hebben nog geen strafbare feiten gepleegd, zoals gewezen Syrië-strijders. Het is daarom zaak voor de politie en de inlichtingendiensten om hen zo dicht mogelijk op de hielen te zitten, maar wel zonder hun burgerrechten te schenden.

In het najaar van 2015 lanceerde de regering een voorstel om mogelijk geradicaliseerde moslims met een enkelband te controleren. Zo zou men kunnen voorkomen dat deze mensen achter de rug van de veiligheidsdiensten naar Syrië vertrekken. Of nog erger: een terreuraanslag beramen.

Ruim een half jaar later is deze maatregel van tafel. In de praktijk blijkt dit bijzonder lastig uit te voeren. Want hoe kun je nagaan of iemand radicaliseert en een gevaar vormt voor de maatschappij? Of dat hij er 'gewoon' foute ideeën en vrienden op nahoudt. Juridisch gezien is dat een erg dunne lijn.

Sowieso is het zo goed als onmogelijk voor het gerecht om iemand een straf op te leggen als hij nog geen misdaad heeft begaan. Een administratieve sanctie, waarbij de politie en Binnenlandse Zaken de beslissing nemen, is in theorie mogelijk. Maar de kans dat er 'preventieve enkelbanden' komen, lijkt klein.

De regering heeft de voorbije maanden namelijk voor een andere aanpak gekozen. Een reeks nieuwe maatregelen moet ervoor zorgen dat de speelruimte voor terreurverdachten zo beperkt mogelijk is. Een voorbeeld hiervan: haat prediken en aanzetten tot terrorisme is sinds kort strafbaar.

Wie over de schreef gaat met woorden, kan daarvoor ook worden vervolgd. Een ander voorbeeld is de beslissing om beelden, gemaakt door camera's met gezichtsherkenning, langer te kunnen bewaren als er terreurverdachten op worden herkend. Zo kunnen ze heimelijk worden gevolgd.

3. Wat met vluchtelingen?

Drie van de vier aanslagen die vorige week in Duitsland plaatsvonden, werden gepleegd door asielzoekers. Het is algemeen bekend dat IS misbruik maakt van de stroom van duizenden oorlogsvluchtelingen om aanhangers naar het Westen te brengen. Grondige screenings zijn dus nodig.

In ons land worden kandidaat-asielzoekers bij een aanvraag twee keer volledig doorgelicht door de dienst Vreemdelingenzaken, de Staatsveiligheid, de politie en de militaire inlichtingendienst ADIV. Eenmaal in de asielcentra worden ze vervolgens in het oog gehouden door de medewerkers.

Bijna duizend personeelsleden hebben een speciale opleiding gekregen om radicalisme op te merken. Als ze dat ook daadwerkelijk doen, moeten ze hun bevindingen doorgeven aan een centraal meldpunt. Sinds maart zijn op deze manier twintig dossiers overgemaakt aan het gerecht en de politie.

Het gaat om twintig mannen, hoofdzakelijk uit Afghanistan en Irak. Ze bekeken bijvoorbeeld gewelddadige filmpjes van IS of verheerlijkten een aanslag. Een werkgroep volgt hun dossiers op. Als deze mensen strafbare feiten plegen, worden ze opgesloten en kunnen ze geen verblijfsvergunning meer krijgen.

Ondertussen werkt de regering aan een juridisch kader om gsm's en laptops van asielzoekers altijd te kunnen screenen als er vragen opduiken over hun echte indentiteit. Ook hun Facebook-profiel kan worden gecontroleerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234