Donderdag 17/10/2019

Hoet in en uit de gunst vooral schilders zorgden in 2001 voor de meest beklijvende beelden

Het jaar 2001 werd vooral gekenmerkt door een forse politieke kentering op het vlak van het structureler ondersteunen van de beeldende kunst in Vlaanderen. Nooit eerder werd een dergelijk inhaalmanoeuvre voor mogelijk gehouden.

Brussel / Van onze medewerker

Luk Lambrecht

Minister Bert Anciaux geeft nu tal van initiatieven en centra wat meer ruimte om - zoals het hoort - meer gerichte aandacht te kunnen besteden aan de kunst en de kunstenaar. Het werd tijd dat de sector beeldende kunst wat meer middelen werden toegestopt. Nog al te veel wordt bij beeldende kunst gedacht in termen van commercie, alsof de meeste beeldende kunstenaars een riant leven zouden leiden door de verkoop van hun werk...

Er is niet alleen meer financiële ruimte nodig bij kunstinstituten en -verenigingen, een sociaal en fiscaal statuut voor de beeldend kunstenaar is ook meer dan broodnodig. In vergelijking met de collega's op het podium staat de plastisch kunstenaar er vrijwel altijd moerderziel alleen voor. Het NICC-kunstenaars-syndicaat doet er alles aan om dat statuut zo snel mogelijk te realiseren, maar die intentie stuit nog blijkbaar op tal van politieke obstakels.

Het NICC in Antwerpen kwam trouwens dit jaar erg fris uit de hoek met de reeks The Big Show, interessante tentoonstellingen met een inhoudelijk en theoretisch concept, wat voor ons land erg uitzonderlijk is. Er valt trouwens in onze musea een gebrek aan nadenkendheid op: daarmee bedoel ik dat de numerieke druk van het tentoonstellen langzaam maar zeker de inhoud en de wetenschappelijke omkadering van het museum achteruit duwt. De musea moeten natuurlijk mee-evolueren met de (p.r.) gang van zaken maar men vergeet wel eens dat een museum een van de laatste plekken is waar op een vrije manier gedacht kan worden over de stand van de cultuur in een bredere maatschappelijke context.

Misschien schuilt hierin wel het belang van signalen die uitgaan van organisaties zoals het NICC of de Brusselse Roomade, die dit jaar vooral ophef maakte met het zogenaamde Koning Boudewijn Project op het Atomium van de Duitse kunstenaar Carsten Höller. Wellicht is het ook een zeer goede keuze van de Vlaamse Gemeenschap om dit jaar de Prijs voor Beeldende Kunst uit te reiken aan Jan Vercruysse. Hij zorgde in 2001 in Museum DD in Deurle voor een van de meest serene tentoonstellingen waarin zijn kunst een krachtig antwoord formuleerde op de nivellering en het waardevrijer worden van kunst en cultuur.

Trouwens niet alleen Jan Vercruysse schitterde. Ook andere kunstenaars die de Belgische kunst al lang een gezicht geven kwamen verrassend sterk uit de hoek. Denk maar aan Panamarenko in het S.M.A.K. en nog recenter in de Zoo en het Justitiepaleis van Antwerpen. En Lili Dujourie die het alweer moest stellen met een tentoonstelling in de periferie: in Eupen stelde zij een prachtige expositie samen met werk waarin haar hele carrière erg mooi in elkaar paste. Marthe Wéry zette in het Brusselse PSK rond de Italiaanse schilder Jacopo Pontormo een schilderkunstinstallatie neer waarin architectuur, schoonheid en kleur een weergaloze dialoog met elkaar aangingen. In dat zelfde PSK was de retrospectieve te zien van Marcel Broodthaers: een tentoonstelling die paradoxaal genoeg niet de massa trok, maar waarin (weduwe) Maria Gilissen zijn beste werken op een intelligente manier bij elkaar bracht. Directeur Piet Coessens programmeerde dit jaar overigens ook een boeiend project met Anne Decock-Vanraef en was gastheer voor de Jeune Peinture Belge, waarbij de hoofdprijs naar Hans Op de Beeck ging.

Ook Jef Geys pakte in München enorm sterk uit met een straffe tentoonstelling waarin zijn verhaal en carrière als kunstenaar naadloos overliep in een open gehouden insinuatie over het historisch beladen verleden van de stad München. De expo met Jef Geys werd meteen de laatste tentoonstelling van Dirk Snauwaert in het Kunstverein in München: in 2002 wordt hij adjunct-directeur van het befaamde museum in Vileurbanne (Lyon). Ook andere Belgische kunstenaars zoals Honoré d'O, Orla Barry en Ann Veronica Janssens worden vaak gesignaleerd op buitenlandse tentoonstellingen.

Het MuHKA in Antwerpen, dat binnenkort in handen komt van Bart De Baere, werd dit jaar vooral ingepalmd door het modejaar: het waren vooral het opgevoerde spektakel en de indrukwekkende displays die een massa kijklustig volk lokten. MuHKA-directeur Flor Bex, die binnenkort met pensioen gaat en in tegenstelling tot zijn al eerder gepensioneerde collega Jan Hoet in Gent wel een opvolger tolereert, bracht in het najaar een controversieel vervolg op het indrukwekkende naslagwerk van Karel Geirlandt over de kunst van 1975 tot nu. Vooral de Franstalige kunstenaars waren (terecht) gegriefd en verwijten Bex een tekort aan objectieve belangstelling voor de Waalse kunst en kunstenaars. Het schrijnende gebrek aan belangstelling voor beeldende kunst aan Waalse kant is en blijft een irritatie voor veel Waalse en Franstalige artiesten, die meer en meer terugvallen op het blitze en financiële elan van Vlaanderen.

2001 was ontegensprekelijk het jaar van Jan Hoet: hij etaleerde zich niet alleen poedelnaakt op een foto en in de catalogus van de tentoonstelling Casino 2001 maar streek vooral in alle windstreken met assistenten neer voor grote projecten die in de meeste gevallen op veel kritiek stuitten. Behalve het Duitse Borken was vooral Sonsbeek in het Nederlandse Arnhem een controversieel gebeuren en illustreerde een beetje het failliet van dat soort grote publieksvermoeiende zoektochtprojecten waarmee kunstenaars zich vandaag in de meeste gevallen nog nauwelijks inhoudelijk betrokken voelen.

Een aangename verrassing dit jaar was Watou, waar de curatoren Pier Luigi Tazzi en Ann Demeester er wonderwel in slaagden een tijdsgevoelige tentoonstelling te maken over begrippen zoals migratie en nomadisme gecombineerd met een zeer goede catalogus geconcipieerd door Luc Derycke en Christophe Fink.

Ook viel de erg knappe openluchttentoonstelling op van de Amerikaan Carl André in Middelheim evenals de daaropvolgende van Timm Ulrichs. Curator Jan Hoet vertegenwoordigde Vlaanderen op de Biënnale van Venetië met topartiest Luc Tuymans, die een nieuwe reeks schilderijen bedacht over Belgisch Congo. Groot succes was op het eerste gezicht verzekerd, al besliste de internationale jury er in Venetië even anders over.

Op het thuisfront werd het S.M.A.K. herleid tot een goed geoliede expomachine; de ene tentoonstelling volgde snel de andere op en vooral de solopresentaties met werk van Walter Leblanc, Oleg Kulik en Stanley Brown vielen in tegenstelling tot de andere meer voorspelbare tentoonstellingen van bijvoorbeeld Raoul de Keyser, Luc Tuymans en Dirk Braeckman op door het zichtbaar maken van een historische correctie of door het poneren van extreme standpunten op het vlak van inhoud of vorm.

In de marge van het grote kunstgebeuren vielen opnieuw de tentoonstellingen op van Netwerk in Aalst met onder meer snijdende presentaties van 51N4E, Koen De Decker en Lucie Renneboog. Argos in Brussel wordt meer en meer een kunsthalle waar bekende namen als Michel François, Eran Schaerf, Joëlle Tuerlinckx en Wim Catrysse ruime installaties maakten met video als basis. Argos is een plek waar grondig wordt nagedacht over kunst, onder meer via zeer goed gefundeerde publicaties.

In Brussel werd in de voormalige koloniale pakhuizen de spectaculaire tentoostelling Hier & Nu gehouden. Curator Laurent Jacob nodigde zonder veel criteria meer dan honderd in ons land wonende kunstenaars uit die al bij al voor een spannende tentoonstelling zorgden in een weergaloos architecturaal decor. Behalve bekenden zoals Leo Copers, Guillaume Bijl en Walter Swennen vielen nogal wat jonge kunstenaars op zoals Christophe Terlinden, Annick Nölle. Lise Duclaux, Valérie Mannaerts en Manfred Jade.

In het nabije buitenland vergeten we niet de puntgave tentoonstellingen in het Casino in Luxemburg, de gedurfde projecten in Kunstcentrum Witte de With in Rotterdam, dat binnenkort wordt geleid door Cathérine David; de fantastische retrospectieve van Dan Graham in Kröller-Müller Museum in Otterlo en de steeds kabbelend-historisch onderhoudende tentoonstellingen van Rudi Fuchs in het Stedelijk in Amsterdam.

Sinds kort zijn de nieuwe presentaties in het Ludwig Museum in Keulen opnieuw te zien. Wat een collectie (!) en op wat voor een oppervlakte waarvoor de nieuwe directeur Kasper König er nu al in slaagde een mooi evenwicht te vinden tussen moderne en hedendaagse kunst. De gigantische gezamenlijke installatie van Isa Genzken en Wolfgang Tillmans (nog tot 17 februari) wijst op een fonkelende toekomst voor dit roemruchte museum.

De beeldende kunst parkeert zich vandaag meer dan ooit in de plooien van de verschillende artistieke media. Buiten de vele mixed-media-installaties met soms gigantische videoprojecties (remember Biënnale van Venetië) is het stand houden van de schilderkunst een treffend fenomeen. Denk maar aan het succes van Raoul De Keyser en Luc Tuymans en aan de interesse voor de deelnemers aan een tentoonstelling zoals Het versluierd beeld in het Museum van Hasselt of... aan de opkomende internationale belangstelling voor schilders zoals Koen van den Broek, Jan Van Imschoot en Robert Devriendt. En wat meer is: op een tentoonstelling zoals Casino 2001 in het S.M.A.K. zijn het vooral de schilders die in een inhoudelijke context van kunst en spektakel paradoxaal genoeg zorgen voor de meest beklijvende (na)beelden. Dat de schilderkunst koortsachtig uitwegen zoekt buiten het doek en de lijst mag in het S.M.A.K. volop blijken met werken van Franz Ackermann, Nic Hess en Katharina Gross...

De kunst van vandaag is centrumloos - blijkbaar kan alles nog en dat is maar goed ook - maar is de beeldende kunst daarmee gediend? Het jaar 2002 wordt een scharnierjaar waarin vooral veel verwacht wordt van een prikkelende injectie vanuit het MuHKA waar Bart De Baere hopelijk een nieuw model van het omgaan met hedendaagse kunst opzet.

Maar om schoonheid en het oproepen van soms heel onbestemde emoties en bedenkingen over het (georganiseerde) leven, daar is en blijft het nog allemaal in de kunst om te doen.

2002 wordt een scharnierjaar, waarin vooral veel verwacht wordt van een prikkelende injectie van Bart De Baere en zijn MuHKA

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234