Donderdag 14/11/2019

Hoet & Hoet

Tweegeslacht

Senior raast eerst nog wat. "Ik ben een paar dagen in België en word ongeveer gestalkt. Een interview over het S.M.A.K., een over Claus, dan een halve dag in dat Floraliënpaleis. (schudt het hoofd) Klein zijn in zo'n ruimte. Dat is precies Borremans."

Jan Hoet junior: "Waarom dadde?"

Jan Hoet senior: "Die schaalverhouding. Dat is toch zo, dat gigantische ding van de Floraliën en dan de kleine mensjes die Michaël Borremans bij zijn grote modellen zet. Komaan dat ken je toch, Junior?"

Junior: "Tuurlijk, maar sorry, ik was niet mee. Als ik de Floraliën zie, moet ik niet meteen aan Borremans denken."

Senior: "Ik wel, en ik heb uren de tijd gehad om dat te doen. Pff."

Misschien het moment om een licht surreëel gesprek te onderbreken voor wat trivia, zoals: vindt de vader dat hij de zoon af en toe moet leren of corrigeren?

Senior: "Aftoetsen, dat doen we, ik wou je nooit iets léren, hé Junior."

Junior: "Ja Jan, ik bedoel: neen Jan."

Jan hier en Jan daar, junior senior, wat een verwarring met die gekloonde naam. Waarom moest Jan Hoet per se nog een Jan Hoet hebben, alsof één niet volstond?

Senior: "Dat was toen op zijn Amerikaans. De zoon van de vader werd Junior genoemd. Zoals bij Foreman, de bokser. Charles. Zijn vader heette ook Charles."

Was het niet George?

Senior: "(gooit armen in de lucht) George Foreman, ja. Zijn eerste zoon heette George the first, zijn tweede George the second en de derde George the third. Voilà."

Al een geluk dat u naast deze Jan twee dochters hebt. Nog iets: oude Jan noemt jonge Jan Junior en zoon noemt vader Jan.

Junior: "De naam Junior koos ik niet zelf, de omgeving deed dat. Ik was Jan Hoet. Punt. Maar ik kreeg problemen bij de bank, administratief was het nogal vervelend. Dus ik paste mijn naam aan, noemde mij zoals ik door anderen werd genoemd."

Naast de naam is zichtbaar ook de rookverslaving doorgegeven. En de kunst. Heeft het doorgeven der dingen enig nut?

Junior: "Jawel, ik ben dankbaar dat mijn vader mij het principe van de schaalverhouding doorgaf. Bij alles wat hij deed, klopte de schaal."

Senior: "Wat bedoel je daarmee?"

Junior: "Jij leerde me dat de norm de mens is, wat de schaal betreft. Alles en dus ook kunst staat dicht bij iedereen, is niet autoritair. Jij gebruikte geen vergrotingen, sokkels of podia en dus geen verwijdering. Jij stond het vroegst op thuis, vertrok voor dag en dauw om met de mensen van Ivago te babbelen als ze het vuilnis kwamen weghalen bij het S.M.A.K.. Je vond dat belangrijk, want, zo zei je, 'zonder hen geraak je nergens'. Jij leefde en ademde mee doorheen die maatschappij, in al haar geledingen."

Senior "(knikt) Dat is de spirit die ik in Italië ook merk: de communicatie tussen de aristocraat op de vierde verdieping en de conciërge, het gesprek van die mensen samen. Soms een halfuur lang praten ze, voor elk zijn wereld betreedt. Toen ik in het S.M.A.K. binnenkwam 's ochtends sprak ik eerst met de opzichters en met wie aan de kassa zat. Zij wisten veel. Dat is zoals je in een stad aankomt en de ultieme verkenning doet met de taxichauffeur in plaats van met de gediplomeerde gids. Je komt veel dichter bij de werkelijkheid."

Op welke leeftijd kwam kleine Jan in het kunstbad terecht?

Junior: "Ik was zeven toen mijn vader benoemd werd in het S.M.A.K.."

Senior: "Ik nam hem overal mee naartoe. Hij leerde de kunstenaars en dus ook hun werk kennen."

Junior: "Fascinerend was het, zonder commentaar. Mijn vader legde niets uit."

Senior: "Nee, natuurlijk niet. Ik vond: je mag mee en voor de rest 'trek uw plan'."

Junior: "Zo kreeg ik interesse en geen degout."

Senior: "Ik wou mijn ideeën niet opdringen aan mijn kinderen. Ik doe dat liever voor het publiek. (lacht)"

Toch is de boodschap aangekomen bij de jongste. Vervult dat?

Senior: "Natuurlijk. Ik ben ook blij dat hij zo'n mooie galerie heeft en dat hij zich in de kunst begeeft. Hoewel ik tegelijk bang ben. Het is een harde wereld, waar veel geld mee gemoeid is."

Junior: "En een groot percentage van de mensen ziet graag je neergang tegemoet."

Senior: "Helaas zal de naam Hoet daar een rol bij spelen."

Als kind hebt u waarschijnlijk wel wat Hoetbashing meegemaakt, uw vader werd soms verguisd en ronduit uitgelachen om zijn obstinate betoog voor actuele kunst.

Junior: "Dat was zo, maar ik hield me afzijdig als ik iets opving op school of zo. Ik vond dat die polemieken op niets sloegen. Bij de eerste aankoop van een Panamarenko bijvoorbeeld hoorde ik: 'Wat heeft uw papa nu gedaan, op wat trekt dat nu.' Mij een zorg. Dat was het ene oor in, het andere er weer uit."

Uw zoon heeft een galerie, Jan senior, uzelf was geen galeriemens, integendeel.

Senior: "Juist. Ik wou dat het museum zo dicht mogelijk bij de kunstenaar stond. De galerieën hebben me dat vaak kwalijk genomen. Ik vond het museum niet het verlengstuk van de galerie. Vandaag echter zijn het de galerieën die beslissen. McCarthy bijvoorbeeld, die komt van Hauser & Wirth. Tuymans in Budapest, komt van Zeno X. Niet dat de galerieën slecht zijn, ik heb wel wat last van de juiste posities, begrijp je?"

U zou ook kunnen zeggen: Junior is op de juiste kar gesprongen.

Senior: "Jawel, want er is nog iets veranderd: de kunstenaar ging zich meer binden aan de galerie."

Junior: "Ik heb alles meegekregen van thuis wat kunst betreft, behalve de commerciële kant. Net die kant wou ik actief leren kennen. Het fascineert me. Het feit dat je als galerie een verantwoordelijkheid hebt voor de kunstenaars. Wij bij Hoet & Bekaert vertegenwoordigen zeventien kunstenaars. Mijn vriendin noemt ze onze kindjes. Delphine zegt: 'Ach, eigen kinderen hebben, ik zie dat niet zitten, we hebben er nu al zeventien.' We voelen ons echt papa en mama. Ook dat is anders dan bij jou, Jan, in het museum. Wij dragen echt mee een zorg over die mensen."

Jan Hoet senior ging kunst te lijf met een onnavolgbare bezetenheid, Junior lijkt stiller, meer ingetogen. Of is dat schijn?

Senior: "Junior is inderdaad terughoudender."

Junior: "De bezetenheid zit meer vanbinnen. Ik kan wel beter relativeren."

Senior: "Oei, ik niet. Relativeren, ik weet niet wat dat eigenlijk is."

U hebt uw vader wellicht weinig gezien, wegens zijn zwerftocht over de hele wereld op zoek naar kunst voor zijn museum.

Senior: "Welnee, Junior heeft zijn vader veel gezien. Elke keer als ik in Gent was, was hij bij mij. Elke zaterdag en zondag was ik in het museum. Junior zat daar dan ook, te spelen, dom te doen. Van de kunstwerken moest hij afblijven, dat wist hij."

Junior: "En ik ontmoette de kunstenaars. Toen ik nog klein was, zijn we een paar keer naar Beuys gegaan samen. Ook Richard Tuttle ontmoette ik. En Panamarenko natuurlijk."

Senior: "Met een kind erbij leer je de kunstenaar nog beter kennen. Neem Panamarenko. Ik herinner me dat Junior in het atelier van Panamarenko ergens in een hoek een stapel balsahout had gevonden, soepel hout waarvan modellen worden gemaakt. 'Papa, kan ik zo'n stukje balsahout hebben?', vroeg Jantje. Ik zei: straks jongen. Iets later vroeg ik de kunstenaar: 'Mijn zoon zou graag zo'n stukje balsahout hebben.' Waarop Panamarenko: 'Ik zal de winkel doorgeven waar ik dat gekocht heb.' (lacht luid) Formidabel hé. Toen heb ik iets geleerd. Ik begreep dat hij van knutselaar tot kunstenaar kwam vanuit gierigheid. Gierigaards kunnen met om het even wat iets maken. En uit dat zogenaamde gepruts komt iets formidabels voort. Ongelooflijk toch, die correlatie tussen gierigheid en kunst."

Junior: "Beuys was ook zo'n gierigaard, herinner ik mij."

Senior: "(verontwaardigd) Beuys was géén gierigaard."

Junior: "Maar enfin, we waren amper binnen en hij begon al sigaretten te schooien bij u."

Senior: "Niet uit gierigheid, hij mocht niet roken van thuis."

Junior: "Komaan zeg, ik herinner me als kind dat we over straat liepen en dat hij zich bukte om overal peuken op te rapen."

Senior: "Neen! Beuys heeft altijd zijn geld uitgedeeld. Als ik geen marken bij mij had, gaf hij me spontaan geld. Ik moest nooit iets teruggeven. Je zag die gulheid ook in zijn kunst."

Hoe zit het met uw beider smaak? Ik weet dat ik smaak in de buurt van een Hoet niet mag gebruiken, en toch...

Senior: "Kunst gaat bij mij inderdaad niet direct over smaak. Kunst is een statement."

Junior: "Onze smaak zie je eerder in ons interieur. Bij hoe Jan en ik wonen zie je als rode draad de drang naar gezelligheid."

Had Jan senior ooit in het S.M.A.K. zijn bed willen neerpoten of er een keuken installeren? Junior slaapt, eet, leeft in zijn galerie.

Senior: "Ik had dat ook graag gedaan, geleefd tussen de kunst. Ongelooflijk. Ik vind dit hier fantastisch. Neem die keuken. Het belang ervan. Alle kunstenaars eten graag. De grootste artiesten genieten zelfs van een gewone patat. Beuys, Buthe, Mario Merz, Paolini, die waren gek op eten. Panamarenko niet. Die drinkt cola de hele dag. Jan Fabre eet alleen spaghetti en bij Delvoye zijn het chips en Twix."

Junior: "Een keuken is centraal, én controlepunt én ontmoeting. Vanmiddag hebben wij hier geluncht met twee kunstenaars en een verzamelaar, iedereen bijeen aan deze toog."

Volgen vader en zoon de realisaties van elkaar?

Senior: "Junior stuurt me documentatie van hieruit. Als ik in Gent ben, kom ik altijd langs. Maar volgen in de zin van instrueren doe ik niet. Ook om de buitenwereld te tonen dat hij autonoom is."

Hebt u ooit de fameuze vadermoord moeten plegen, Junior?

Junior: "De vadermoord is bij ons net die afstand geweest."

Senior: "Elkaar met rust laten."

Jullie blijken eens bijeen vooral veel lange stiltes te laten vallen.

Junior: "Stel dat wij samen in de wagen naar Duitsland zouden rijden of zo, ik denk dat we hoogstens 'hier naar links' en 'hier naar rechts' zouden zeggen."

Senior: "En voor de rest geen woord. Het klopt."

Junior: "Maar we voelen elkaar perfect. Als ik mijn vader zie, weet ik meteen of het goed of niet goed gaat met hem, dat hoeft bijna niet verteld te worden. Omgekeerd is dat ook zo."

Senior: "(zucht) Junior is wel iets geheimzinniger dan ik."

Junior heeft vele waters doorzwommen, partyreizen georganiseerd, zaken opgezet, café S.M.A.K. geopend, dat dan weer failliet ging, het was een hobbelig pad.

Senior: "Junior was een stuk luxueuzer ingesteld dan ik. Vond een chique auto ineens belangrijk."

Junior: "Misschien was dát de vadermoord, Jan. (lacht)"

Senior: "Hij had ook graag hostessen rondom zich. Hij was het type dat het sterrenrestaurant wou uithangen terwijl hij niet meer op tafel kon toveren dan de modale gehaktbal."

Junior: "Dat is waar, ik heb zo'n periode gekend: meer willen tonen dan er was. Ik wou net het omgekeerde doen dan wat ik thuis had meegemaakt."

Senior: "Ik heb nooit iets met luxe gehad. Junior wel, al was het meer een statement toen, denk ik."

Junior: "Jawel, zo moest ik één keer in mijn leven met een sportwagen gereden hebben. Ik kocht die, zonder centen te hebben. En Jan kende daar effectief niets van. Toen ik bij hem kwam showen luidde zijn vraag: 'Waar is de voorkant?' Gelukkig is de zoektocht afgelopen en ben ik met zaken bezig die inhoudelijk goed zitten."

Senior: "En toch, in een bepaalde periode ben ik heel bezorgd geweest."

Had u door uw drukke bezigheden voor het S.M.A.K., de kunst en het oreren voor het publiek genoeg tijd om de zorgvolle vader te zijn, was u niet meer de gemiste vader?

Senior: "Ik heb het vaderschap opgenomen en het tegelijk ook ontvlucht. Als er problemen waren, kon ik niet ver genoeg zijn. Problemen op school of zo, dat was voor mijn vrouw."

Junior: "Ik heb nooit een gemis gevoeld. Jans deur stond ook altijd open. Het was aan ons om de fiets te pakken en naar het S.M.A.K. te rijden."

Senior: "Waar ik wel belang aan hechtte, was welke keuzes hij maakte, wat mensen betreft. Zo kwam hij ooit thuis en zei hij: 'Papa, nu heb ik een formidabele professor.' Dat bleek Stefan Hertmans te zijn. Hij was ook de eerste om naar Hertmans te gaan met het doel hem echt te ontdekken. Heel fijn."

Junior: "Ook die lijn heb jij in jouw leven getrokken, Jan: jij wou steeds met de positieve dingen bezig zijn. En dat vind ik ook, dat je op negatieve impulsen niet kunt bouwen. Neem de manier waarop mijn vader met zijn ziektes omging, zijn hart- en nierproblemen en zo. Ziek zijn op zich was nooit belangrijk, tenzij als uitgangspunt naar herstel toe. In het ziekenhuis trok hij, hoewel nog met de baxter verbonden, rond, bezocht hij andere patiënten en sprak hen moed in. Ik zou net hetzelfde doen. Zet mij morgen in een rolstoel en ik word een echte rolstoelpatiënt, met alle mogelijkheden die dat geeft."

Senior: "Ze hebben mij al vijftien keer geopereerd en ik vind het nog altijd fascinerend. Ik ben katholiek opgevoed. De dokter blijft bij mij nog steeds de priester. De chirurg komt al zeer dicht bij God zelf."

Junior: "Ook wij zijn katholiek opgevoed. Op zondag naar de kerk. Tot mijn zestiende was ik misdienaar. Net zoals mijn vader. Het moest niet, maar ik vond het vanzelfsprekend."

Senior: "Het is ook celebreren van een kunstvorm, kunst die in zijn oorsprong in Europa gestoeld is op de joods-christelijke tradities. Alles wat we nu over kunst denken, is gestoeld op de assumptie."

Ineens beginnen met een interval van amper twee seconden twee gsm's te rinkelen, die van Jan én Jan. Een bizar tweegesprek ontspint zich. Eén in het - met Gents doortrokken - Nederlands, één in het - met Jean-Marie Pfaffaccent gekruid - Neder-Duits.

Junior: "Jan Hoet Junior."

Senior: "Jan Hoet. Ah, Christina, wie geht es? Hat er eingerufen? Seine Tochter? Und wie geht es sonst? Ruhig?"

Junior: "Zeker, en die worden van heel dichtbij geprojecteerd."

Senior: "Ist Suzanna schon zurück?"

Junior: "Die zijn erbij, die sokkels."

Senior: "Wie lange?"

Junior: "Er zijn twee sokkels en die staan in 45 graden ten opzichte van de muur. Twee projecties over mekaar."

Senior: "Komisch. Guck maar, was möglich is, nächste Woche. Samstag. Das dat Mädchen dann kommt. Hoezo? Ah die sind in Urlaub. Oejejoej. Türlich. Dan sprech ich sie in de nachmittag so rund drei."

Junior: "Daarvan zouden we toch zo'n 3 meter nodig hebben. Maximaal."

Senior: "Zusammen, inderdaad. Schreibe ich so in mein agenda. Mittwoch. Und wie geht's mit dir?"

Junior: "Van heel dichtbij is dat hoor."

Senior: "Ah ja, ah nee, gut so. Es ist gut dass du gegangen bist. Wenn du dann später noch Schmerzen hast, verstehst du? Oké. Ich? In de galerie von mein Sohn. Ja. Daaag."

Junior: "Ja, dat is perfect..."

Senior: "Wat ik nog wou zeggen. Het verschil tussen ons beiden is: ik ben een typische ambtenaar, Junior is een zelfstandige. Ik ben altijd graag in overheidsdienst geweest. Het is zo veel abstracter als je ambtenaar bent. En ook meer dienend voor de gemeenschap. Ik heb me ook nooit willen verrijken. Ik heb die kans gekregen, maar nooit de behoefte gevoeld. Wel behoefte gehad om werk te ontdekken. Af en toe heb ik het werk gekocht, omdat het museum het niet wou kopen. Ik kocht het uit schaamte, ik durfde het niet terug te geven. Nadien bleek het een meesterwerk te zijn en dat heb ik vaak geschonken aan het museum. Werken van Beuys, Broodthaers en Tuymans."

Ai, Junior, dat was anders wel een zekere erfenis geweest...

Junior: "(lacht) Het lag op mijn lippen. Papa toch."

Senior: "(doordravend) Raoul De Keyser ook. Twee prachtige werken trouwens. Het belangrijkste is dat het werk bewaard is voor de natie, het volk. Publiek bezit is belangrijker dan een privécollectie. Ik kon het niet verdragen dat de mensen het niet wilden en ook niet konden zien. Ik wou ze naar binnen trekken en dat doet de verzamelaar niet, hij verzamelt voor zichzelf. Een museum is van de gemeenschap, dus heb je als conservator een zekere verplichting. Je moet de mensen warm maken voor kunst. Dat is bij mij de leidende gedachte geweest van toen ik dertien was. Al op school trok ik met leerlingen van mijn klas naar Permeke in Jabbeke. Ze moesten dat zien. Als je dan voor een Permeke staat, een schilderij dubbel zo groot dan jij bent, dan weet je: hier gaat een poort open. Dit overweldigt."

Marthe, de jongste van Junior komt opa groeten. Marthe lijkt op MARTa, de naam van Hoets museum in Herford, Duitsland. "Ah Martheke. En gade graag naar school? Nee hé. Waar zit je? In de Wingerd, aan de Bisdomkaai. Ik heb nog les gegeven aan de Bisdomkaai." Weer een telefoon. Of Jan de oudere de cultuuragenda van Het Belang van dit weekend wil bekijken. Ik vraag of hij het niet beu wordt dat gedurige optreden.

Jan senior: "Het opdraven wel, de kunst nooit. Omdat ik iets moet zien, moet doen."

U zult hoe dan ook herinnerd worden, de bio's over u zijn nu al lang en u bent nog niet eens dood.

Senior: "Ik heb een paar grote dingen kunnen doen, een museum hier uit de grond gestampt, en een in Duitsland en dan nog een paar dingen onderweg."

En lijkt de privévader op degene die men ooit in een in memoriam zal trachten te vatten?

Junior: "Voor mij is er maar één persoon. Jan is een totaliteit."

Senior: "En identiteit. Mijn beroep is ook verbonden aan die identiteit. Dat overlapt elkaar."

Junior: "Er zijn natuurlijk extra's privé. Zo was mijn vader thuis een stuk stiller. Daar genoot hij van de rust. Iedereen kent mijn vader als de kolerieke, de ruziemaker. Goed, thuis werd er ook wel eens geroepen, maar wij kennen die andere vader, die min of meer een vorm van harmonie nastreefde."

Senior: "Al bleef ik emotioneel betrokken bij de dingen. Emoties, ach, ik wou ze voelen én uitdrukken. Ik denk dat het met de oorlog te maken heeft. De oorlog heeft me de verschuivingen aangeleerd: van chaos naar orde en omgekeerd. Rust en onrust, dood en leven, vernieling en oprichting, die extremen wortelen in mij. En nu zit ik in een periode dat ik ongelooflijk vrees. Ik vrees dat alles wat we opbouwden weer zal afbrokkelen. Je merkt het in de politiek."

En in de kunst. Neem uw S.M.A.K., dat dezer dagen zwaar onder vuur ligt, waar misschien beslissingen moeten worden genomen.

Senior "(haalt schouders op) Het S.M.A.K. blijft een geschenk. Van en voor de stad. Dieptepunten zijn normaal. Een crisis is niet slecht, het is alsof je weer eens op de wereld wordt gezet en van nul mag beginnen. Als het vertrouwen maar blijft. Het grote gevaar zou kunnen zijn dat de administratie en de politiek zich gaan mengen."

Junior: "Mij raakt het enorm, dat verhaal over S.M.A.K., het levenswerk van mijn vader. Ik vind dat het nogal over eigenbelang gaat van figuren. Wat me enorm frappeert, is dat mijn vader zijn hele leven lang alles gedaan heeft om het museum te depolitiseren. En het eerste wat ze deden toen hij met pensioen ging, was er een politiek museum van maken."

Senior: "(schudt van nee) Dat klopt niet helemaal. Wij hadden altijd al een politicus als voorzitter, dat kon niet anders. De schepen van Cultuur geeft het geld aan S.M.A.K. en is dus voorzitter. Maar.. stel dat men dat wil verzilveren, dat zij ook invloed willen, dat is andere koek. Het ergste zou zijn dat men het museum financieel straft. Ik heb het meegemaakt toen ik die Beuys kocht. Ze wilden drie jaar geen geld meer geven."

Junior: "Toen heb je die prachtige nieuwjaarskaart gemaakt."

Senior: "Inderdaad, een foto van een lege zaal met onderschrift: overzicht van de aankopen van dit jaar, volgend jaar voller? Dat is overal in de pers verschenen.

"Ik heb prachtige dingen meegemaakt, toch? Ik ben nu 72 jaar en ik heb voldoende tijd gehad om me voor te bereiden op het werkelijke leven. Er zijn er niet veel die deze kans kregen. Velen stierven onderweg, toen ze 35 waren of zo."

Wat heet voorbereidingstijd en op welk werkelijke leven?

Senior: "Het werkelijke leven is de dood. Altijd, omdat dat de referentie is voor iedereen. Daar moeten we allemaal naartoe en daar zijn we ook allemaal dezelfde."

Junior: "Voor mij nu, een stuk jonger dan Jan, is mijn doel in het leven voldoening hebben. Zo weinig mogelijk compromissen sluiten. De kunst blijft daarbij de drijfveer."

Jan Hoet senior zei: 'Alles is kunst'. Is wat hij zelf voortbracht, een Jan Hoet, ook een beetje kunst?

Senior: "Ik zei dat véle dingen kunst zijn, maar een zoon, een nageslacht, dat is meer dan een kunstwerk. Dat staat boven alles. Waar je ook door bewogen bent. Het grootste wonder blijft: de mens."

Jan Hoet junior:

Mijn vader was thuis een stuk stiller. Iedereen kent hem als

de kolerieke, de ruziemaker, maar wij kennen ook die andere vader, die min of meer een vorm van harmonie nastreefde

Jan Hoet senior:

Het verschil tussen ons beiden is: ik ben een typische ambtenaar, Junior is een zelfstandige. Ik ben altijd graag in overheidsdienst geweest. Het is abstracter. Ik heb me ook nooit willen verrijken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234