Dinsdag 30/11/2021

Getuigenissen(Ex-)leerkrachten

‘Hoelang hou ik dit nog vol?’: leerkrachten over het lerarentekort, de leerachterstand en de besparingen

leerkrachten fallback Beeld rv
leerkrachten fallbackBeeld rv

In een niet eens zo ver verleden was leraar een prachtberoep. Kinderen voorbereiden op de toekomst, wat is er mooier? Maar de werkdruk wordt steeds groter. Vijf getuigenissen over hoe het is om in deze tijd voor de klas staan. ‘Er komt te veel op je af.’

‘Elke leraar die uitvalt, is extra werk voor wie blijft’

Lana de Jager (24) geeft zes vakken aan het Stedelijk Lyceum Olympiade, Antwerpen

In het bad gegooid en zwemmen maar: zo zou je de eerste stappen van Lana de Jager in het onderwijs kunnen omschrijven. De Jager, zelf een oud-leerlinge van het Stedelijk Lyceum Olympiade in Antwerpen, solliciteerde hier na haar opleiding Toegepaste Psychologie. Ze wilde leerlingenbegeleider worden, maar kreeg meteen een aanbod voor een voltijdse lesopdracht.

“Dan is het gewoon gaan, hè. Ik ben nu volop bezig met mijn lerarenopleiding. Maar mijn eerste vraag was, toen ik hoorde dat ik PAV (Project Algemene Vakken) zou geven: wat ís dat eigenlijk?”

Vijf vakken geeft De Jager dit schooljaar: toegepaste psychologie, gesprekstechnieken, maatschappelijke vorming, ICT & studievaardigheden en public relations, én ze begeleidt ook stages. “Vaak ben ik tot één uur ’s nachts bezig met mijn lessen voor te bereiden, en ook de opleiding is veel werk. Ik moet veel opofferen voor deze job. Vrije tijd bestaat bijna niet meer.”

Lana de Jager: ‘Leerlingen komen te laat of  zijn onwettig afwezig. Taken indienen lijkt eerder optioneel.’ Beeld Thomas Nolf
Lana de Jager: ‘Leerlingen komen te laat of zijn onwettig afwezig. Taken indienen lijkt eerder optioneel.’Beeld Thomas Nolf

Op zich is lesgeven een fijne job, vindt De Jager. “Ik heb leuke collega’s, ik word gewaardeerd en het geeft veel voldoening als je de leerlingen meekrijgt.” Maar ook: er komt zoveel op haar af. In haar eerste jaar voor de klas moest ze niet alleen de coronacrisis behappen, het lerarenkorps heeft het gevoel dat de ‘modernisering’ van het secundair onderwijs er op een drafje is doorgeduwd.

Lees ook:

Waarom het lerarentekort zo acuut is: ‘Welke man wil nu nog leerkracht lager onderwijs worden?’

‘Roeien met de riemen die we hebben? Ik denk dat de boot aan het zinken is’: lezers over het lerarentekort

“De eindtermen zijn veranderd, er zijn nieuwe richtingen en vakken bijgekomen en bestaande vakken worden inhoudelijk omgegooid. Die omslag moest razendsnel gebeuren: de tijdsdruk om nieuwe cursussen te maken was enorm, terwijl de beloofde ondersteuning vanuit de overheid en de onderwijskoepels heel beperkt was. Veel vragen bleven onbeantwoord en door de uitval van leraars werden klassen samengevoegd. De poging om het onderwijs kwaliteitsvoller te maken, heeft volgens mij net het omgekeerde effect gehad.

“Ik merk dat veel collega’s zich vragen stellen: wat houdt mij hier? Waarom niet eens iets anders proberen? En elke leraar die uitvalt, is extra werk voor wie blijft”, zegt De Jager. En ook al is het nog niet zo gek lang geleden dat ze hier zelf haar diploma Onthaal en Public Relations haalde, ook de leerlingen zijn veranderd, merkt ze.

“Door corona kijken ze anders naar het onderwijs: de structuur viel weg, ze hebben nu niet langer het gevoel dat school een verplichting is. Ze komen te laat, vertrekken vroeger of zijn onwettig afwezig. Taken indienen lijkt eerder optioneel. Wij zijn een technische en beroepsschool met een vrij specifiek publiek, maar van collega’s in andere scholen hoor ik dezelfde verhalen.”

“Op je vrije namiddag moet je inhaaltoetsen of taken organiseren voor afwezige leerlingen. En ondertussen moeten we steeds meer differentiëren in de klas. Alles moet ook gerapporteerd worden in het leerlingenvolgsysteem. Die administratieve last is loodzwaar, maar als leerkracht moet je aantonen welke inspanningen je doet.”

Het is, in die omstandigheden, op de tanden bijten als zelfs vrienden opperen dat leraars toch veel vakantie hebben? “Dat is echt een van mijn grootste ergernissen”, zegt De Jager. “Ja, wij hebben veel vakantie, maar dat wil alleen maar zeggen dat ik fysiek niet op school moet zijn. Die vrije dagen heb ik nodig om mijn werk in te halen en nieuwe cursussen te maken.

“Ik ga nog elke dag met plezier werken. Maar de werkdruk is enorm, en eerlijk? Ik weet niet hoelang ik het volhoud. Op school word ik ontzettend goed omringd, maar structurele ondersteuning is meer dan welkom, ook voor mijn collega’s die al jaren in het veld staan.”

‘Ik moet te veel tijd in randzaken steken’

Arvid De Muynck (39), leraar Nederlands-Engels, Eeklo

Arvid De Muynck: ‘De leesvaardigheid van onze leerlingen is echt een probleem. Laten we er dan iets aan doen.’ Beeld Thomas Nolf
Arvid De Muynck: ‘De leesvaardigheid van onze leerlingen is echt een probleem. Laten we er dan iets aan doen.’Beeld Thomas Nolf

Blij dat de situatie van leerkrachten een hot topic is, verzucht Arvid De Muynck, die afgelopen voorjaar door het tijdschrift Klasse werd verkozen tot Leraar van het Jaar 2021. “In plaats van te babbelen over wat er moet gebeuren, is de tijd gekomen dat er iets beweegt.”

Het is geen sinecure om De Muynck te pakken te krijgen op een ‘vrije’ woensdagmiddag. In zijn school, het College ten Doorn in Eeklo, een mastodont van 2.700 leerlingen, loopt een filmfestival waarbij de zesdejaars ASO na de lesuren de betere films krijgen aangeboden. Vorige week stond Three Billboards Outside Ebbing, Missouri op het programma, deze week leidde De Muynck de Japanse animatiefilm Spirited Away in en deed hij de nabespreking.

“Er waren 45 van de 150 zesdejaars aanwezig. We programmeren acht films en verwachten dat iedereen naar minstens twee films gaat kijken. De coronaperiode heeft het leven op school door elkaar geschud. De meeste activiteiten liggen op hun gat en hervatten slechts met mondjesmaat.”

Ook het lerarentekort laat zich voelen in Eeklo. Op 1 september waren er nog negen vacatures. Een leerkracht kan niet vervangen worden, waardoor diens lesuren onder vakcollega’s verdeeld moeten worden. Dat leidt soms tot dubbele lesuren en dus vervangende lesopdrachten. Ook voor een leerkracht Nederlands die in de herfstvakantie onder het mes moet en een tijdje afwezig zal zijn, is er geen vervanging.

De Muynck houdt de moed erin. Het zijn immers de collega’s aan wie hij zich optrekt – en niet alleen het voorbije anderhalf jaar. “Collega’s zijn het hoogste goed in het onderwijs. De tijd is voorbij waarin een leerkracht de deur van het klaslokaal achter zich dichttrekt en er heer en meester is. In onze school werken leraars parallel. Met een collega neem ik samen examens af. We laten onze leerlingen ook in elkaars klassen presentaties geven. Op die manier worden ze met vreemde gesprekspartners geconfronteerd.”

Het mooiste aan zijn beroep vindt De Muynck de evolutie bij zijn leerlingen. In het zesde jaar heeft hij het geluk dat hij de vruchten kan plukken van het werk van de leerkrachten die hem voorgingen. Bij het schrijven van teksten maakt dat een groot verschil. Hij kan leerlingen anders naar een tekst leren kijken, hen een betere inleiding en slot suggereren. “De evolutie die ze maken tussen september en juni is fantastisch.” Ook leren relativeren beschouwt De Muynck als een van zijn taken. In de klas waar hij titularis is, zijn de leerlingen nogal gefocust op cijfers. Lage punten zijn dramatisch, maar tegelijk een startpunt voor verbetering. “Punten zijn slechts een symptoom.”

De Muynck stelt vast dat de teneur over het onderwijs al jaren negatief is, maar dat dat voor de leraars in de klas weinig verandert. “We horen al langer dat de leesvaardigheid van onze leerlingen achteruitgaat – wat trouwens een echt probleem is. Prima, laten we daar dan iets aan doen, want er zijn geen andere oplossingen gekomen voor meer leesvaardigheid dan de pogingen die leerkrachten zelf hebben ondernomen.”

Een globale aanpak die de lessen Nederlands overstijgt, is nodig, aldus De Muynck. Zijn school hanteert vakoverschrijdende leesstrategieën die je bijvoorbeeld ook in de lessen geschiedenis kunt toepassen. “Maar de leerlingen volgen niet. Vroeger had ik tijd om ze extra uitleg te geven, maar door de planlast lukt dat steeds minder. Ik steek te veel tijd in randzaken. Zelf heb ik geen nood aan de nakende herfstvakantie, maar ik zal blij zijn als er een straks een week rust is.”

‘De verontwaardiging over de besparingen is tastbaar’

Sara Maissin (40), lerares gedrags- en cultuurwetenschappen, Brussel

Sara Maissin: ‘Ik zou mijn week eens moeten filmen om te laten zien hoe druk ik het heb.’ Beeld Thomas Nolf
Sara Maissin: ‘Ik zou mijn week eens moeten filmen om te laten zien hoe druk ik het heb.’Beeld Thomas Nolf

Een laptop? Die betaalt ze zelf. Net zoals haar rode pennen, dertig stuks per schooljaar, computerkabels en communicatiekosten. Meer loon voor leerkrachten is een valse discussie, vindt Sara Maissin. “Ik heb een masterdiploma, ik verdien prima. Waar we echt nood aan hebben, zijn ruimte en infrastructuur om rustig te werken en meer tijd om leerlingen bij te spijkeren.”

Nadat ze tweeënhalf jaar in Etterbeek had lesgegeven, richtte Maissin tien jaar geleden mee het atheneum in Brussel op, pal in het centrum van de hoofdstad. Het gaat om een kleine school van het Gemeenschapsonderwijs met 200 leerlingen en een gemengd publiek: er lopen zowel Dan­saertkinderen met twee Vlaamse ouders als jongeren uit Molenbeek school. Dat stelt Maissin en haar collega’s voor uitdagingen die hen dwingen in te spelen op de realiteit van een grootstad.

Die realiteit bracht onder meer de discussie over het coronavaccin met zich mee. “Er zijn mensen die vinden dat zulke gesprekken niet in de klas thuishoren. Maar als individu en als leerkracht gedragswetenschappen zijn solidariteit en dus gevaccineerd zijn belangrijk voor mij. In de les verval ik niet in de polarisatie tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden, maar hou ik debatten over de redenen waarom jongeren zich niet laten vaccineren. Als ze zich baseren op stukjes desinformatie in plaats van op de wetenschap en niet kritisch nadenken, wijs ik hen daarop. Zeker in een richting gedragswetenschappen is dat ontoelaatbaar.”

Hoe graag ze ook voor de klas staat, de besparingen in het onderwijs laten zich voelen, vindt Maissin. Tijdens de jongste klassenraad bleek dat het CLB, dat alle middelen inzet in de strijd tegen Covid-19-besmettingen op school, amper nog tijd heeft om leerlingen met specifieke leernoden te begeleiden. “We zullen het zelf moeten doen en leerlingen na onze gewone lesuren bijles geven. De verontwaardiging daarover is tastbaar en concreet.”

In de twaalf jaar dat ze voor de klas staat in Brussel, heeft Maissin de leernoden zien toenemen. “Steeds meer leerlingen hebben een individuele aanpak nodig, maar ik vraag me af waar de grens van de differentiatie ligt. Leraars moeten ook de ruimte krijgen om professionele opleidingen te volgen om jongeren met dyslexie of een aandachtsstoornis te kunnen begeleiden. Maar als ik door een bijscholing niet op school ben, moet een collega voor me inspringen. Dat is niet bemoedigend.”

Ook de planlast, de toevloed aan opdrachten en administratieve taken die veel leerkrachten als zinloos en tijdrovend ervaren, is wat Maissin betreft een werkpunt. “Een uitstap plannen en projecten organiseren klinkt leuk, maar op papier zetten welk deel van het leerplan je daaraan koppelt, vergt een denkoefening. Dat is tijd die ik niet in verbeterwerk kan steken.”

Co-teaching, met twee leerkrachten voor de klas staan, is voor haar niet de oplossing. “Ik spreek me niet uit over de pedagogische waarde van co-teaching. Maar ik merk nu al dat als ik stagiairs van de Vrije Universiteit Brussel, die getraind worden in co-teaching, voor de klas krijg, dat dat extra planlast met zich meebrengt. Je kunt niet ’s morgens in de klas aankomen en snel beslissen wie wat gaat uitleggen.”

Meer maatschappelijke erkenning zou welkom zijn. “Het afgezaagde verhaaltje van de vele vakanties en weinig werkuren per week is stilaan doorgeprikt. Mensen hebben geen idee. Ik zou mijn week eens moeten filmen met een GoPro om te laten zien hoe druk ik het heb”, zegt Maissin. Zolang collega’s en ouders haar werk waarderen, trekt ze het nog wel.

‘Tegenwoordig moet je het uitpraten met je leerlingen’

Jef Bergmans (68), gepensioneerd leraar Nederlands-Duits, Essen

Jef Bergmans: 'Soms moet je de boeman zijn. Ik durfde me nog boos te maken, maar blijkbaar mag dat niet meer.' Beeld Thomas Nolf
Jef Bergmans: 'Soms moet je de boeman zijn. Ik durfde me nog boos te maken, maar blijkbaar mag dat niet meer.'Beeld Thomas Nolf

“Ik heb bijzonder graag lesgegeven”, zegt Jef Bergmans. “Het is het mooiste beroep ter wereld. Als je je klas in de hand kunt houden, tenminste. Anders is het de hel.” En met dat laatste aspect had de leraar Nederlands-Duits het in de laatste jaren van zijn carrière moeilijk, geeft hij toe. “Ik hield van mijn leerlingen, maar ik was geen leuke man meer.”

Acht jaar geleden, net voor hij 60 zou worden, ging Bergmans met vervroegd pensioen. Het plezier maakte steeds meer plaats voor hoofdbrekens. “De discipline ging achteruit. Een leerling zei zelfs onomwonden tegen mij dat hij geen Duits meer wilde krijgen.”

Bergmans, die elke les eindigde door samen met zijn leerlingen een lied te zingen in het Duits, stond op orde en tucht. ‘Ordnung muss sein’, las een van de vele ludieke posters die hij in zijn klas had opgehangen. Als tijdens zijn les iemand sprak, moest de rest stil zijn en luisteren. Hoe hij dat voor elkaar kreeg? “Vroeg ingrijpen als er iets gebeurde. En non-verbaal communiceren. Wie begon te fluisteren, keek ik bestraffend toe. Meestal was dat voldoende om de leerling in kwestie te doen ophouden.”

Hij besefte dat hij een uitzondering vormde. Collega’s die Bergmans’ lessen bijwoonden in het kader van openlesdagen, konden amper geloven dat het zo rustig was in zijn klas. “Zelfs bij een klas die bekendstond als de moeilijkste ooit, kreeg ik het voor elkaar dat ze zwegen. Het hielp dat ik hun klastitularis was en zowel Duits als Nederlands aan hen gaf. Het is makkelijker om de orde te bewaren als je zeven uur in een klas komt dan voor een leraar aardrijkskunde, die de meeste klassen maar een uur ziet.”

Bergmans, die zijn carrière in 1976 begon en altijd verbonden is geweest aan het Sint-Jozefinstituut in Essen, maakte deel uit van een uitstervende generatie die nog tucht eiste van zijn leerlingen. “Ik was zeker niet de perfecte leerkracht. Soms moet je de boeman zijn. Ik durfde me nog boos te maken, maar blijkbaar mag dat niet meer. Van jongere collega’s hoorde ik dat je stem verheffen not done is. Tegenwoordig moet je het uitpraten met je leerlingen.”

Aandacht en zorg voor zijn leerlingen stonden centraal bij Bergmans, maar dat hij na veertig jaar niet meer alle leerlingen tegelijk kon examineren, vond hij vreemd. “Er kwamen examens in aparte klassen voor leerlingen met ADHD, dyslexie en dyscalculie. De groepen die langer over hun examens mochten doen, werden steeds groter.” Ook de toegenomen mondigheid van leerlingen die, gesteund door hun ouders, hun resultaten aanvechten en naar de rechtbank stappen, was wennen.

Hij wil niet negatief zijn, benadrukt hij. Bergmans hield van zijn school en van zijn job, nog altijd. Hij gaf les in eigen dorp, kende al zijn leerlingen, soms zelfs van ouder op kind. Toen hij met pensioen ging, zongen zijn leerlingen speciaal voor hem een lied in het Duits. Hij bleef ook altijd betrokken bij wie in zijn klas zat. Toen de moeilijkste klas ooit afstudeerde, heeft hij ze nadien vaak gemist.

Bergmans is een van die leerkrachten die een onuitwisbare indruk naliet bij veel van zijn leerlingen. “Ik had een leerling die consequent te laat kwam. Tijdens een gesprek met zijn vader zei die: ‘Ik neem dat wel op mij’, wat ik onzin vond. De dag erna was de leerling opnieuw te laat. Ik heb hem toen stevig de les gespeld, waarop hij begon te huilen. Daarna is hij nooit meer te laat gekomen. Een tijdje geleden werd hij doctor. In de versie van het doctoraat dat hij naar zijn oude school stuurde, bedankte hij me uitdrukkelijk. Dat ontroerde me.”

‘Weer gaan lesgeven? Nooit van mijn leven’

Mieke Daerden (44), ex-lerares Engels, Lanaken

Mieke Daerden: 'Wat is er zo moeilijk aan om mensen op de plek te houden waar ze thuishoren?’ Beeld Thomas Nolf
Mieke Daerden: 'Wat is er zo moeilijk aan om mensen op de plek te houden waar ze thuishoren?’Beeld Thomas Nolf

Met veel toewijding gaf Mieke Daerden jarenlang les aan bso-afdelingen van het derde tot het zevende jaar. Ze had een zwak voor de directheid van haar leerlingen en trok zich op aan hun succes­ervaringen. Tot het gebrek aan steun van haar directie haar in een burn-out deed belanden.

Daerden beschouwt zichzelf als een geboren leerkracht. “Als kind speelde ik schooltje met mijn knuffels. Ik stond voor het bord en legde het hen uit. Na een jaar Germaanse taal- en letterkunde schakelde ik over naar leerkracht Nederlands-Engels-Geschiedenis. Het voelde als thuiskomen.”

Na enkele interims vond Daerden werk op het atheneum Alicebourg in Lanaken, waar ze vastbenoemd werd. Ze koos er bewust voor om les te geven in bso-klassen, waar ze aan de zelfredzaamheid werkte van leerlingen die in het watervalsysteem waren terechtgekomen en die vaker dan hen lief was te horen hadden gekregen dat ze niet slim genoeg waren. “Ik had die gasten graag.”

Maar hoe langer hoe meer ruimde haar idealisme plaats voor de realiteit. “In de klas zijn er voortdurend 48 ogen die naar je kijken; elke leerling wil een vraag stellen. Ouders kunnen je 24 op 7 bereiken via Smartschool. Je moet vergaderen met collega’s, ouderavonden bijwonen, lessen voorbereiden en toetsen verbeteren.”

Bovendien begon het onderwijs steeds meer van haar te eisen. “Ik moest flitsend lesgeven”, zegt Daerden. “En dan heb ik het niet over filmpjes of dynamische opdrachten, maar je moet de ene remediëren terwijl je de andere uitdaagt. Lesvoorbereidingen voor een homogene groep? Vergeet het. In elke klas zitten er wel drie met dyslexie, twee met ADD, vier met ADHD en eentje met dyspraxie (verstoorde grote of fijne motoriek, red.). Je hebt leerlingen met een agressieprobleem en met een andere thuistaal. Die moet je allemaal met aparte protocollen benaderen.”

Het was moeilijk, maar Daerden hield vol. Tot ze plots van haar directie door een lerarentekort van het bso naar de eerste twee jaren aso moest overschakelen. “De leerstof van 3 Kantoor is dan misschien vergelijkbaar met die van 1 Latijn, het vergt een totaal andere aanpak.” Het dyslexiebeleid dat ze op vraag van haar school samen met het CLB uittekende en dat daarna in heel Vlaanderen werd uitgerold, kwam na twee jaar zonder boe of bah bij een andere collega terecht. “Heel demotiverend allemaal.”

Van de directie kreeg Daerden weinig steun. “Ze waren alleen bekommerd om het leerlingen­aan­tal, om toch maar aan genoeg uren voor alle leerkrachten te komen. Ik snap ook niet wat er zo moeilijk is aan mensen op de plek houden waar ze thuishoren. Na een tijdje moest ik weer schuiven omdat een collega terugkwam na langdurig verlof. Twee maanden nadat hij weer aan de slag was, ging hij ziek met vervroegd pensioen.”

Leeggezogen en opgebrand verdween Daerden in maart 2019 in een vijfjarig verlofstelsel. “De laatste maanden durfde ik op de parking van de school niet meer uit de auto te stappen, bang voor weer een nieuwe tegenslag. Het begon te malen in mijn hoofd: als ik wilde veranderen, moest ik de stap zetten. Op mijn vijftigste zou ik dat niet meer doen.”

Sinds september 2019 bemant de voormalige leerkracht de back-office voor een openbaar nutsbedrijf. “Het is zalig. Wanneer de computer om half vijf uitgaat, is het werk ook echt gedaan. Ik heb weer avonden en weekends vrij. Als ik nu groepjes pubers zie rondlopen, krijg ik kriebels. Gek, want ik heb nooit problemen gehad met tucht.”

Nog tweeënhalf jaar voor ze definitief moet beslissen of ze weer gaat lesgeven. “Nooit van mijn leven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234