Zaterdag 04/04/2020

Hoe wij Unia hebben ervaren

Beschikbaar, professioneel, neutraal en objectief: dat zijn de termen die ik vanuit eigen ervaring met Unia verbind. Anders dan de woorden die sinds vrijdag de ronde doen, zeg maar.

Heel concreet kan ik mijn ervaring omwille van privacyredenen niet maken, maar toch dit: enkele jaren geleden begeleidde ik een slachtoffer van discriminatie bij het formuleren van een klacht bij Unia, het vroegere Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR). Het negatieve daglicht waarin Unia recent wordt geplaatst, strookt allerminst met de mate van professionaliteit en objectiviteit die ik toen heb ervaren. Het verwijt dat Unia alleen ten dienste zou staan van 'klagende allochtonen' kan ik dus níét bevestigen.

Het contrast met het totale gebrek aan objectiviteit en neutraliteit bij de preventieadviseur van de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (EPBW), waarbij eerst klacht werd neergelegd, kon niet groter. Na de eventuele interne preventieadviseur of vertrouwenspersoon, is de externe evenknie nochtans het toevluchtsoord bij uitstek voor werk- nemers die het slachtoffer zijn van pesterijen, geweld of discriminatie. Niettegenstaande je in die functie volgens Boréal (netwerk van de preventieadviseurs) de wettelijke plicht hebt als een speurder feiten, plaatsen en data te verzamelen, weigerde onze adviseur elk bewijs nog maar te bekijken, laat staan in het dossier te verwerken. Dit was volgens haar immers "voer voor advocaten".

Neutraliteit te grabbel

Toen onze preventieadviseur schriftelijk werd gewezen op onder andere de geldende wetgeving en een cassatiearrest, kwam het ontstellende antwoord dat men daar in het kader van hun neutraliteit afstand ging van nemen. Door het enige voorhanden zijnde neutrale kader, de wet, naast zich neer te leggen, gooide deze preventieadviseur haar neutraliteit net te grabbel.

De gevolgen lieten zich raden. Er verscheen een verslag dat niet alleen op tientallen punten aantoonbaar afweek van de vele bewijzen die voorhanden waren, en een loopje nam met de wet, maar ook belangrijke tegenstrijdigheden bevatte. Er viel bijvoorbeeld te lezen dat het slachtoffer volgens de aangeklaagde wél werd uitgenodigd naar vergaderingen, terwijl dezelfde persoon enkele bladzijden verder verklaart zich voor schut gezet te voelen omdat het slachtoffer plots op een vergadering verscheen. Het slachtoffer werd niet - zoals het hoorde - door de aangeklaagde op de hoogte gebracht van vergaderingen, maar door een collega, die nadien door de aangeklaagde werd verboden nog data van vergaderingen te communiceren.

Het belangrijkste element in dit specifieke dossier was de weigering van de werkgever om gevolg te geven aan het verbod van de arbeidsgeneesheer en specialist om een bepaalde activiteit uit te voeren. Met als verzwarende element het niet naleven van het KB inzake moederschapsbescherming.

Dooddoener

In haar verslag schreef de preventieadviseur: "Betrokkene voelt zich gediscrimineerd, terwijl ook de andere medewerkers te maken hebben met eigen problematiek en hierin een compromis/oplossing dienen te zoeken". Met deze dooddoener heeft de preventieadviseur discriminatie met één pennentrek eigenhandig uit de wereld geholpen.

Onmiddellijk is hiermee aangetoond dat er duidelijk nood is aan een neutrale instantie zoals Unia. Zij deden onderzoek op basis van feiten en verklaringen in het verslag van de EPBW. De conclusie luidde dat het wel degelijk om discriminatie ging op basis van dezelfde discriminatiegrond waarmee het slachtoffer eerst naar de EPBW is gestapt, en daar nul op het rekest kreeg.

Als de neutraliteit en objectiviteit ergens in het gedrang is, is dit vooral het geval bij de EPBW's. De klantrelatie tussen werkgevers en EPBW's staat immers allerminst garant voor een neutrale behandeling van een klacht. Problemen met de neutraliteit en objectiviteit van de externe preventiediensten zijn nochtans niet onbekend. Parlementaire hoorzittingen van enkele jaren geleden illustreren dit perfect. Wellicht zou men zijn pijlen beter daarop richten. De financieringswijze van Unia lijkt me geen risico's in te houden.

Unia heeft zijn meerwaarde en bestaansrecht wat mij betreft duidelijk bewezen.

Carl Van Keirsbilck is informaticus. Hij schrijft in eigen naam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234