Zaterdag 24/08/2019

Stand van het land

Hoe welvarend zijn de Belgen? ‘Een groot deel van de jongeren dreigt in de marginaliteit te verzeilen’

'Onze sociale zekerheid doet meer dan ziekte en werkloosheid opvangen: het heeft van België een rijk land gemaakt ‘’ Beeld Marco Mertens

Ons land mag er in internationaal verband dikwijls bekaaid van afkomen, qua rijkdom zijn we wel wereldtop: vorig jaar stond op onze spaarrekeningen alleen al een kolossale 265 miljard euro geparkeerd. Bovendien is die rijkdom redelijk goed verdeeld vergeleken met het buitenland. En toch: 1,7 miljoen Belgen leven in armoede, ruim een kwart van de Vlamingen voelt zich arm, en de structurele armoede bij Belgen onder de 65 is in tien jaar tijd zelfs verdubbeld.

Ook deze week buigt een uitgelezen panel zich over de stand van het land. Bart Van Craeynest is hoofdeconoom van werkgeversorganisatie Voka en schreef onlangs het boek Terug naar de feiten, Matthias Somers is wetenschappelijk medewerker bij denktank Minerva en Patrick Deboosere demograaf aan de VUB. Zij wikken en wegen onze welvaart, door Van Dale omschreven als ‘een toestand van voorspoed, volle behoeftebevrediging en een gunstige ontwikkeling in maatschappelijk en economisch opzicht, zowel met betrekking tot een persoon als tot de gemeenschap. Niet alleen het inkomen per hoofd van de bevolking telt, maar ook zaken als gezondheid en milieu.’ 

En toch wordt welvaart door veel politici en economen vaak uitgedrukt in één cijfertje: het bruto binnenlands product.

Bart Van Craeynest: “Robert Kennedy zei daar ooit over: ‘Het meet noch onze humor, noch onze moed, noch onze wijsheid, noch onze kennis, noch ons medeleven, noch onze toewijding aan ons land. Het meet met andere woorden alles, behalve datgene wat het leven de moeite maakt. Het bbp is een nuttig instrument, maar zeker niet perfect.’ De drugseconomie zit erin vervat, en ook milieuverontreiniging heeft een positief effect op het bbp, want vervuilende fabrieken drijven het bbp omhoog, terwijl de milieuschade onze welvaart bedreigt. Je kan welvaart simpelweg niet vatten in één cijfer.”

Patrick Deboosere: “Ik hoor het je graag zeggen, en bij veel economen is het bewustzijn aan het kantelen, maar toch zie ik in het politieke discours nog altijd een sterke nadruk op dat ene cijfer. De Better Life Index van de OESO, die ook rekening houdt met onder meer huisvesting, onderwijs, luchtvervuiling, klimaat en levensverwachting is een mooie poging om breder te gaan. Op die index valt België net buiten de top tien op een totaal van veertig onderzochte landen. Helaas blijven veel politici gefixeerd op het bbp.”

Om maar te zwijgen over hun obsessie met ‘groei’.

 Matthias Somers: “Ik ben niet tegen groei, want als je economie groeit, is er meer rijkdom om te verdelen. Die rijkdom moet je zelfs niet per se omzetten in geld: als we met z’n allen per uur meer produceren, kunnen we die extra productiviteit evengoed in vrije tijd omzetten: in een kortere werkweek of een lagere pensioenleeftijd. Als mikpunt is het bbp een nuttig begrip, maar je mag het niet zien als de alfa en de omega van je maatschappijvisie.”

Lees ook 

Het vorige deel van ‘De stand van het land’: hoe gezond is leven in België? 

Ik heb de rangschikking er voor de sport toch maar eens bijgenomen. Welk land heeft volgens jullie het hoogste bbp per hoofd?

Somers: “Luxemburg?”

Deboosere: “Koeweit? De Verenigde Arabische Emiraten?”

Bingo. Luxemburg staat op één, en de top tien bulkt inderdaad van de dwergstaten, belastingparadijzen en Golfstaten.

Van Craeynest: “Qatar, Brunei, Koeweit... (Zucht en veegt die landen denkbeeldig van tafel) Niemand zal zulke landen als voorbeeld nemen.”

België staat, naargelang de bron, op de 17de of 18de plaats.

Van Craeynest: “Maar bijna in de top tien als je de kleine, niet-representatieve landjes wegfiltert. Dat is de simpele waarheid: België is één van de rijkste landen ter wereld.”

Somers: “De rijkdom is hier ook goed verdeeld. Ons doorsnee inkomen is één van de hoogste ter wereld.”

Aan wat hebben wij onze financiële voorspoed te danken?

Van Craeynest: “Die is historisch gegroeid: er bestaan historische reeksen, van wel vierhonderd jaar geleden, en daarin staat België consequent in de top drie.”

Deboosere: “Ons land stapte na het Verenigd Koninkrijk als eerste de Industriële Revolutie in.”

Somers: “Op het einde van de negentiende eeuw was de beurs van Brussel de grootste van de wereld. Dat had met die vroege industrialisering te maken. Maar ook met de kolonisatie, die toen begon te euh… renderen.”

Deboosere: “De Belgische situatie toont wel aan dat niets voor altijd is. Zo is Wallonië sinds de teloorgang van de staalindustrie niet langer de motor van de Belgische economie en heeft het moeite om aansluiting te vinden bij nieuwe economische activiteiten.”

Heb je vat op zulke evoluties?

Van Craeynest: “Gedeeltelijk. Dat de economie verandert, staat vast: de agrarische samenleving is geïndustrialiseerd. De industriële samenleving evolueert naar een – digitale – diensteneconomie. Als je die schommelingen wil opvangen, mag je je niet vastklampen aan sectoren die ten dode zijn opgeschreven.”

In het World Competitiveness Report van het Wereld Economisch Forum scoort België slechter dan Rwanda in de categorie future preparedness – ‘klaar voor de toekomst’.

Deboosere: “Zulke landen komen van nergens; als ze erop vooruitgaan, zoals Ethiopië nu, maken ze meteen grote sprongen voorwaarts, zoals China jarenlang heeft gedaan.”

Van Craeynest: “Scandinavië en Nederland doen het op dat vlak ook beter dan wij, hoor. België is een rijk land, maar onze structuren én onze mentaliteit zijn gericht op het status quo. Dat zorgt voor problemen op de arbeidsmarkt, maar anderzijds hebben we een sterk uitgebouwde sociale zekerheid.”

DE 0,01 PROCENT

Het World Competitiveness Report kent landen ook een algemene score toe, voor de mate waarin overheden de welvaart van hun onderdanen garanderen. De VS staat op nummer 1.

Somers (diepe zucht): “De rijkdom is in de VS zo slecht verdeeld dat zulke rankings níéts zeggen. Het gemiddelde inkomen van iemand uit de onderste helft van de bevolking, ligt in de Europese Unie de helft hoger dan in de VS. Ik heb een jaar in Indiana gewoond: je kan die ongelijkheid met het blote oog zien. Mijn universiteit was puissant rijk, maar twee straten verder stonden de huizen op instorten.”

In België is de ongelijkheid relatief klein. De 20 procent Belgen die het meeste verdienen, verdienen maar vier keer zoveel als de 20 procent die het minst verdienen.

Somers: “In vergelijking met het buitenland is de ongelijkheid inderdaad niet zo groot. Dat is het gevolg van onze sterke welvaartsstaat: het sociaal overleg is heel belangrijk geweest.”

Deboosere: “Met dank aan onze sterke vakbonden. In het Verenigd Koninkrijk is de vakbeweging in de jaren 80 ontmanteld door Margaret Thatcher, en dat heeft tot een enorme verarming geleid. Het sociaal overleg en de cao’s zijn de fundamenten van onze welvaartsstaat, we mogen dat niet vergeten.

“Je hebt het eigenlijk ook alleen over de loonspanning (de verhouding tussen de hoogste en laagste inkomens, red.). Het netto belastbaar inkomen van de 20 procent rijkste huishoudens ligt ruim tíénmaal hoger dan dat van de 20 procent armste huishoudens. En kijken we naar de ongelijkheid in vermogens, dan is de kloof nóg veel groter.”

Somers: “Ik denk dat de reële ongelijkheid groter is dan de inkomensstatistieken doen vermoeden. De 25 procent huishoudens met het laagste inkomen geven 46 procent van hun inkomen uit aan huisvesting en energiefacturen. Bij de hoogste inkomens is dat maar 20 procent. Als je kijkt naar het geld dat overblijft om in andere essentiële behoeften – eten, drinken, kleding – te voorzien, is de ongelijkheid groter.”

Deboosere: “De huurprijzen zijn in het lage segment de laatste decennia ook enorm gestegen, in het bovensegment amper.”

Somers: “En het huizenbezit is de laatste dertig jaar gekelderd in de laagste inkomensklassen. In 1985 kon meer dan de helft een huis kopen, vandaag is dat nog maar 30 procent. Daardoor zijn die huurprijzen de hoogte in gegaan.”

Deboosere: “De ongelijkheid is de laatste dertig jaar toegenomen, ook in België. Dat zorgt voor een democratisch deficit.”

Het Wereld Economisch Forum geeft België wel goede punten op het vlak van economische stabiliteit. Wat zeg ik: we krijgen 100 op 100.

Van Craeynest (temperend): “Ex aequo met veel andere landen, hoor.”

Somers: “Dat wil zeggen dat België economische recessies goed kan opvangen.”

Door de loonindex?

Somers: “Onder meer, maar ook door werkloosheidsuitkeringen en door het systeem van tijdelijke werkloosheid. In tijden van crisis en werkloosheid stuikt ons besteedbaar inkomen niet ineen, waardoor je nadien weer sneller kan groeien.”

Van Craeynest: “De keerzijde is dat onze groeicijfers dan wel minder hoog zijn. Wij waren de beste van de klas tijdens de kredietcrisis van 2008, maar sindsdien hebben we het minder goed gedaan. ”

Somers: “We moeten ook wel durven zeggen dat wij zo rijk zijn omwille van onze sterke sociale zekerheid. Als ik weet dat ik in het allerslechtste geval – een ontslag – kan terugvallen op een uitkering, is het gemakkelijker om iets uit te bouwen. De bank geeft mij gemakkelijker een lening, om maar iets te zeggen. Onze sociale zekerheid doet dus meer dan ziekte en werkloosheid opvangen: het heeft van België een rijk land gemaakt. Daarom moeten we twee keer nadenken voor we eraan morrelen.”

Van Craeynest: “Niemand zal beweren dat we de welvaartsstaat moeten afbouwen. Maar we moeten die wel dringend aanpassen en voorbereiden op de vergrijzing en de digitalisering.”

Somers: “De omstandigheden zijn inderdaad veranderd. Onze sociale zekerheid is uitgebouwd in de tijd van het kostwinnersmodel, terwijl we nu in een tweeverdienersmodel zitten.”

Deboosere: “We bevoordelen mensen die in een klassieke gezinsvorm leven, terwijl veel mensen niet meer trouwen, maar samenwonen, een latrelatie hebben of allerlei andere tussenvormen. Daarom pleit ik ook voor een individueel recht op uitkeringen. Het zou veel problemen van zogenaamde sociale fraude oplossen.”

Mijnheer Van Craeynest, u hebt recent een boek geschreven met als titel ‘Terug naar de feiten’, omdat politici vaker dan u lief is aan de haal gaan met die feiten. Hebt u tijdens de kiescampagne geregeld in de gordijnen gehangen?

Van Craeynest: “(wuift)Lang vóór de campagne hing ik er al in. Of het nu gaat over de slimme kilometerheffing, de begrotingscijfers of de minimumlonen: zelden storen politici zich nog aan de realiteit. Dat is van alle tijden, maar het is extreem geworden en werkelijk iedereen doet het.”

Laten we het concreet maken. Minister-president Geert Bourgeois verspreidde op 1 mei een opmerkelijke videoboodschap waarin hij weerlegde wat John Crombez later die dag nog moest zeggen. Schrappen wat niet past: ‘De koopkracht is wel/niet gedaald.’

Somers (diepe zucht): “Ik neem aan dat Bourgeois verwees naar het onderzoek van André Decoster van de KU Leuven? Dat vermeldt al op de eerste bladzijde: ‘Dit onderzoek zegt niets over de reële evolutie van de koopkracht.’ Het staat er letterlijk, maar zelfs dan begrijpen ze het blijkbaar niet.

“De regering heeft zwaar ingezet op jobcreatie: het is nogal wiedes dat de koopkracht van mensen met een job gestegen is. Maar de koopkracht van de laagste inkomens is gedaald. Wie geen inkomen uit arbeid heeft, heeft geen netto-opslag gekregen, maar betaalt de btw-verhogingen wel mee.”

Deboosere: “Uit de armoede-enquêtes van de EU kun je afleiden dat bepaalde groepen verarmd zijn. De armoede is afgenomen bij ouderen en neemt toe bij jonge mensen. Eigenlijk volstaat boerenverstand: als je beslist om pas afgestudeerde jongeren geen werkloosheidsuitkering meer te geven, duw je ze naar het leefloon. Als je vervolgens de btw op elektriciteit met 15 procent verhoogt, is het evident dat mensen minder overhouden.”

Waar haalt Bourgeois dan dat het armoederisico met 15 procent is gedaald?

Somers: “Ik heb geen flauw benul. 15,9 procent van de Belgen leeft onder de armoedegrens en dat percentage evolueert al jaren nauwelijks.”

15,9 procent: dat zijn 1,7 miljoen mensen.

Somers: “België heeft na Finland en Tsjechië het kleinste aantal werkende armen van Europa. Het probleem ligt bij de werklozen: daar zijn we van één op de drie naar één op de twee gegaan. Dat heeft inderdaad te maken met de invoering van de geleidelijke daling van de uitkeringen onder de regering-Di Rupo – een farce. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zegt zelf in een rapport dat er al meer dan voldoende ‘financiële prikkels’ waren voor werklozen om aan de slag te gaan zonder die versterkte daling, en dat het alleen het armoederisico voor werklozen fors de hoogte heeft doen ingaan.”

Van Craeynest: “Er is toch ook een structureel probleem? Wij hebben de hoogste sociale uitgaven in Europa, maar toch hoge armoedecijfers: het geld komt dus terecht bij de verkeerde mensen.”

Somers: “Dat klopt. Eén vijfde gaat naar de huishoudens met de laagste inkomens en één derde naar de middeninkomens. De kinderbijslag zou veel selectiever kunnen, en ziekte-uitkeringen en subsidies voor tijdskrediet gaan per definitie naar mensen met een job.”

Deboosere: “Het leefloon ligt ook te laag. Men had beloofd om het op te trekken tot de armoedegrens, maar dat is niet gebeurd.”

Somers: “980 euro voor een alleenstaande: dat zit onder de armoedegrens van 1.038 euro.”

Deboosere: “Nogmaals: we hebben een groot deel van de jongeren van de werkloosheid naar het leefloon geëvacueerd, wat de facto een verarming inhoudt. Een steeds grotere groep jongeren komt in de problemen en leeft in de marginaliteit.”

Van Craeynest: “Veel van de problemen zijn terug te brengen tot the elephant in the room: er zijn te weinig mensen aan het werk. De werkzaamheidsgraad bedraagt bij ons maar 70 procent.”

Deboosere: “Een kanttekening: als je het aantal gepresteerde uren optelt, doen we beter dan Duitsland en niet veel slechter dan Nederland. Daar zijn meer mensen aan het werk, maar velen hebben deeltijdse jobs.”

Iedereen kent het cliché van de noeste, hardwerkende Belg. Cijfers tonen dat wij productiever zijn dan de omliggende landen: is dat ook een verklaring voor onze welvaart?

Somers: “Die hoge productiviteit danken we aan één iets: de aard van de economie. Wij hebben veel hoogproductieve sectoren.”

Maar wij verbranden per werkdag niet meer calorieën dan Nederlanders?

Van Craeynest: “Behalve economen? Nee, niemand (lacht).”

Deboosere: “Als je een Belgische autofabriek vergelijkt met een Spaanse, zal de productiviteit bij ons misschien iets hoger liggen, maar dat heeft vooral te maken met betere robots en machines. Die moet je natuurlijk wel kunnen bedienen. Menselijk kapitaal is ook niet te onderschatten. Studies wijzen erop dat een toename met 1 procent van hooggeschoolden in de werkende bevolking een productiviteitsstijging van 0,3 procent geeft.”

Dat we vandaag nog maar 38 uur per week werken, heeft te maken met de productiviteit die altijd maar blijft stijgen. U, meneer Deboosere, pleit voor een werkweek van 30 uur.

Deboosere: “Dat is nog bescheiden, vergeleken met de 15 uur van John Maynard Keynes (lacht). Maar werktijdverkorting is onvermijdelijk. Onze output wordt steeds groter: je kunt die omzetten in meer geldelijke welvaart maar evengoed in meer vrije tijd.”

Van Craeynest: “Dat is een legitieme keuze, maar onze productiviteit stijgt niet snel genoeg om naar 30 uur te gaan. En al zeker niet met loonbehoud: dat zou neerkomen op een loonsverhoging van 27 procent. Onbetaalbaar.”

Allemaal ouder

Een vervelende hobbel op onze weg naar een zorgeloze oude dag is de vergrijzing. We kennen het mantra allemaal: ‘De pensioenen worden onbetaalbaar.’

Deboosere: “Ten eerste mag weleens gezegd worden dat die vergrijzing ook het resultaat is van onze welvaart. Niet alleen door betere geneeskunde worden we ouder, maar ook door betere leefomstandigheden. Doordat er meer 65-plussers zijn, is de bevolkingspiramide een rechthoek geworden. Ik ontken niet dat het een uitdaging is, maar een bedreiging zou ik het zeker niet noemen.”

Van Craeynest: “Dat er meer mensen oud worden, is een succes, maar dat succes heeft een kostprijs. De kosten van de vergrijzing – pensioenen en gezondheidszorg – zijn van 2000 tot nu gestegen van 14,4 procent van het bbp naar 18,7 procent.”

Somers: “Die stijging was in België tot nu toe lager dan elders, maar dat gaat veranderen.”

Van Craeynest: “De komende vijftig jaar zal ze in Europa nergens groter zijn. De volgende legislatuur alleen al zal het 5 miljard kosten.”

Deboosere (schudt het hoofd): “De impact zal minder groot zijn dan de Europese Commissie ons voorspiegelt. In haar rapporten is sprake van een vergrijzingskost van 26 procent: dat slaat nergens op. Tegen 2035 zullen we naar schatting 4 procent van het bbp meer moeten uitgeven, maar daar gaan we slechts heel geleidelijk naartoe, met percentages na de komma. Dat is betaalbaar, de enige vraag is waar je dat geld gaat halen. Progressievere belastingen (waarbij het belastingtarief stijgt naarmate het inkomen stijgt, red.) zouden alvast de meerkost van de vergrijzing voor een groot deel kunnen opvangen.”

Kan een vermogensbelasting een oplossing zijn?

Somers: “De vergrijzing veroorzaakt een dubbel effect. De komende jaren gaan veel babyboomers met pensioen, en zullen we een tijdelijke piek zien in de kosten. Nadien zullen die kosten hoger liggen dan vandaag, maar lager dan die piek. De Studiecommissie voor de Vergrijzing zegt heel expliciet dat een vermogensbelasting nodig is om die piek op te vangen. Veel van dat vermogen zit trouwens bij die oudere mensen: ze betalen dan voor een deel zelf de kosten die ze veroorzaken. Maar nadien heb je nog een oplossing nodig voor de hogere kosten van de volgende jaren. Daar moet je je naar organiseren. Sommigen zullen zeggen dat we productiever moeten worden, anderen dat we langer moeten werken.”

'Als er íéts een bedreiging vormt voor onze welvaart, dan wel de klimaatcrisis. Uit angst om onze welvaart van vandaag te verliezen, dreigen we die van morgen kwijt te spelen.' Matthias Somers(links) Beeld Marco Mertens

Van Craeynest: “Ik denk dat we het er alle drie over eens zijn dat er meer geld naar de pensioenen zal moeten gaan. Ik begrijp dat Patrick dat wil oplossen met hogere belastingen, maar we zijn al één van de zwaarst belaste landen ter wereld. Een andere mogelijkheid zijn lagere pensioenen, zoals de Grieken hebben gedaan, maar daar is hier niemand voor te vinden. Ik denk dus dat meer mensen moeten bijdragen door met meer en langer te werken.”

Dan moeten bedrijven die mensen ook in dienst nemen én houden.

Van Craeynest: “Het klopt dat bedrijven tuk zijn op gesubsidieerde uitstapregelingen zoals de SWT-regeling, het vroegere brugpensioen: daar moeten we van af. En we moeten ook de loonstructuur voor bedienden herbekijken. Hun verloning volgens anciënniteit maakt dat bedrijven niet happig zijn op oudere werknemers.”

De sp.a heeft een strijdpunt gemaakt van de pensioenleeftijd. Ze wil dat die weer verlaagd wordt naar 65. Voor Bart De Wever mag het zelfs wat meer dan 67 zijn.

Deboosere: “Dat meer mensen oud worden, betekent níét dat het verouderingsproces is veranderd. Op 65 heeft een derde van alle mensen gezondheidsproblemen. Wie pleit voor een verdere verhoging van de pensioenleeftijd, houdt geen rekening met die realiteit.”

Somers: “Tijdens de kiescampagne van 2014 werd zelfs gezegd: we gaan hem níét verhogen.”

Deboosere: “Dat het nadien toch gedaan werd, is volstrekt ondemocratisch.”

Somers: “Het is niet zinvol om te discussiëren over 65, 66 of 67, omdat er gigantische verschillen zijn in gezonde levensverwachting tussen sociale klassen. Een kortgeschoolde arbeider heeft op zijn 67ste al tien jaar te kampen met chronische gezondheidsproblemen. Moet zo iemand zich kapotwerken om een hooggeschoolde prof langer van zijn pensioen te laten genieten?”

De belastingdruk zit momenteel rond de 44 procent in ons land. Is dat te hoog?

Somers: “Dat is hoog, maar ook dat cijfer is vertekend: zo stort de overheid een deel van de geïnde bedrijfsvoorheffing bijvoorbeeld terug naar bedrijven. In België krijgen bedrijven 44 keer meer loonsubsidies dan in Duitsland. Ik vind trouwens absoluut niet dat ik te veel belastingen betaal.”

Deboosere: “Je moet je ook afvragen: wat krijgen we ervoor terug? We kunnen de belastingen flink laten zakken als we morgen aan iedereen vragen om 9.000 in plaats van 900 euro te betalen als ze hun kind naar de universiteit sturen. Dan daalt de belastingdruk en stijgt het bbp met 1 procent – omdat mensen plots zelf veel meer moeten ophoesten.”

Ik vind evenmin dat ik te veel belastingen betaal, maar ik lees wel dikwijls over het tekort aan cipiers, rechters en belastingcontroleurs, over capaciteitstekorten in het onderwijs en wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg.

Somers: “Men is lange tijd geobsedeerd geweest door de ambtenarij en heeft er enthousiast in geschrapt. Nu stelt men vast dat het niet meer marcheert: tja.”

Van Craeynest: “En toch vind ik dat de kosten en baten in veel domeinen niet in verhouding zijn. De zorg, justitie, wegeninfrastructuur en openbaar vervoer... We betalen veel, maar krijgen vaak middelmaat terug: veel landen doen beter met minder middelen. Dat heeft te maken met de manier waarop onze structuren georganiseerd zijn.”

ROBOTS EN CHINEZEN

Ik gooi ten slotte nog vier bedreigingen voor onze welvaart op tafel. Één: digitalisering en robotisering. Of is dat eerder een opportuniteit?

Van Craeynest: “Dat zou vooral een opportuniteit moeten zijn, maar om die te grijpen zullen inspanningen nodig zijn. Sommige jobs zullen verdwijnen, dat is nu al het geval in de financiële sector. Die dynamiek hebben we al gezien bij andere technologische veranderingen: elke keer ontstonden er meer nieuwe jobs en activiteiten dan dat er verdwenen. Dat is met de digitalisering tot nog toe ook het geval: nooit waren er meer mensen aan het werk dan vandaag.

“Maar om die kansen te grijpen is wel flexibiliteit en aanpassingsvermogen nodig. We moeten inzetten op levenslang leren en mogelijk maken dat mensen vlot kunnen overstappen naar nieuwe jobs: net op dat vlak scoort België niet goed, doordat veel van onze structuren gericht zijn op het handhaven van het status quo.”

Somers: “Robotisering is een verderzetting van een verschuiving die al langer bezig is: technologisering vervangt routinematige jobs in het míddensegment van de arbeidsmarkt, omdat jobs in dat segment makkelijk te vervangen zijn door machines, én omdat die jobs ook relatief goed betaald zijn, waardoor het de moeite is om ze te vervangen. We zien dat middensegment dus verdwijnen, terwijl er heel wat goed betaalde, moeilijk te automatiseren jobs bijkomen in het hoge segment en ook heel wat slechtbetaalde jobs in het lage segment. Technologisering zorgt zo niet voor minder werk, maar wel voor een polarisering van het werk.”

Twee: migratie. Vooral bij rechtse politici is dat een bron van grote ongerustheid.

Van Craeynest: “Migratie zou positief moeten zijn voor onze welvaart. De huidige aantallen zijn niet de bedreiging voor onze welvaartsstaat die sommigen er van maken, maar ook niet de oplossing voor de vergrijzing die anderen erin zien.

“Normaal gezien dragen nieuwkomers positief bij tot de economie, op voorwaarde dat we ze inschakelen in onze arbeidsmarkt, maar op dat vlak doen we het ronduit slecht. Minder dan de helft van de 20- tot 64-jarigen die van buiten Europa komen, zijn aan het werk. Dat is het laagste cijfer in Europa.”

Somers: “De relevante vraag is niet of migratie onze welvaart bedreigt, wel hoe het komt dat niet iedereen mee geniet van onze welvaart.

“Niemand wordt beter van de manier waarop ‘migranten’ vandaag haast gedemoniseerd worden in bepaalde discours. Er wordt opgehitst en gelogen. Migranten, vluchtelingen en moslims worden op één hoop gegooid. Men wakkert het racisme aan om het eigenbelang veilig te stellen.”

Drie: China, dat de voorbije decennia een economische kwantumsprong heeft gemaakt. Mensen met een eerder droefgeestige inborst zien daar een bedreiging in voor onze welvaart en economische macht.

Deboosere: “Welvaart is iets anders dan economische macht. Dat laatste kan alleen maar verkleinen als je de ontwikkeling van Azië, Afrika en Latijns-Amerika ziet. Als zij op ons niveau komen, gaat dat ten koste van ons gewicht in de wereld, maar dat vertaalt zich niet noodzakelijk in welvaartsverlies. Dat relatief gewicht ís de voorbije vijftig jaar alleen maar afgenomen, terwijl onze welvaart is blijven stijgen. De vooruitgang van andere delen van de wereld draagt bij aan onze eigen welvaart.”

Van Craeynest: “Het is een feit dat we trager groeien dan vroeger en dat nu andere landen sneller groeien, maar dat is geen ramp. Het kan geen kwaad dat ons deel van de koek kleiner wordt als de koek steeds groter wordt. Als China erop vooruit gaat, exporteren wij meer naar China en komen meer Chinezen naar hier om onze kerken en kastelen te bezoeken.”

We moeten dus niet vrezen voor de ondergang van het avondland, zoals sommige politicologen doen?

Somers: “Dat beeld is zo oud als de straat. We gaan al honderden jaren de dieperik in en toch hadden we het nooit zo goed.”

Een laatste mogelijke bedreiging voor onze welvaart: de opwarming van het klimaat.

Deboosere: “Als we het goed aanpakken, is dat net een enorme economische opportuniteit: het bbp zal twee jaar lang stijgen als we morgen onze woningen beginnen te isoleren. Ik denk wel dat we onze economie zullen moeten herdenken, circulair, aangepast aan de beperkingen van de planeet.”

Meneer Van Craeynest, u ziet een belangrijke rol weggelegd voor economen in de klimaatproblematiek

Van Craeynest: “Ik kan moeilijk anders, hè? (lacht) Net als de vergrijzing is de opwarming van het klimaat een effect van onze toegenomen welvaart. Ik denk dat onze inspanningen voor het klimaat serieus moeten versnellen en dat economen daar een rol te spelen hebben. Met een doordacht prijsbeleid kun je het gedrag van mensen, gezinnen en bedrijven sturen. Met een Europese CO2-taks kun je vervuilende producten duurder maken, waardoor je mensen naar milieuvriendelijke oplossingen port.”

De N-VA roept nu al maanden dat al die linkse fixatie op het klimaat de gewone man geld gaat kosten.

Deboosere: “Dat is kortzichtig politiek denken. We moeten af van het idee dat het klimaat ons geld zal kosten. Als we onze mobiliteit herdenken, zal de lucht zuiverder zijn en onze steden aangenamer.”

Van Craeynest: “Klimaatactie moet geen geld kosten als je het prijsmechanisme laat spelen. Het is zoals met rekeningrijden: wie zijn gedrag niet aanpast en blijft rijden tijdens de spits, betaalt de rekening, maar kan wel rijden met minder file. Wie zijn gedrag aanpast, betaalt minder.”

Somers: “Maar laten we wel wezen: als er íéts een bedreiging vormt voor onze welvaart, dan wel de klimaatcrisis. Uit angst om onze welvaart van vandaag te verliezen, dreigen we onze welvaart van morgen kwijt te spelen.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden