Zondag 25/08/2019

Reeks: Antwerpen-Centraal

"Hoe we omgaan met gedetineerden is veel belangrijker dan je denkt"

Laurens Claes was vroeger advocaat. Nu is hij als assistent en onderzoeker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, onderzoeksgroep rechtshandhaving. Beeld Illias Teirlinck

Antwerpen-Centraal is een station en ook een kleine stad. Hier loopt de hele wereld rond. De een draagt een aktetas, de ander een plooifiets of een werptent, en iedereen heeft een doel. Dit is het verhaal van de onbekende man of vrouw naast u op de trein of het perron. Vandaag in deel 2: Laurens Claes, jurist.

Laurens Claes zit op een plastic stoel en roert met een lepeltje in een tas koffie. Hij praat voornaam, professioneel. "Ik was er niet op voorbereid als jonge advocaat, en trok me terug."

Naast Laurens, een meter verder, zit een oudere man in een T-shirt en een beige kostuumbroek. Midden in het station is dat, in een eethuis. De man heeft donker, halflang haar en is psychisch ziek. Iedere dag volgt hij een ingebeeld parcours in Antwerpen-Centraal en praat onderweg in volzinnen tegen zichzelf. Over immomakelaars, luchtballonnen en warme wafels, en al loopt hij er iedere dag rond, toch kent niemand hem. Niemand praat althans tegen hem. De man is een van de onzichtbare bewoners van de stad die dit station is. Altijd zegt hij vriendelijk goedendag en ’s zomers zoekt hij verkoeling tegen de koude, marmeren muurbekleding van de stationshal. Nu eet hij twee bollen vanille-ijs en luistert geconcentreerd naar het discours van de jongen recht voor mij.

"Maar evengoed waag ik later een nieuwe poging als advocaat. Alles ligt open."

Laurens draagt een strak aangesnoerde das en chique schoenen. Tegen een tafelpoot rust een aktetas. Hij is het prototype van de hoogopgeleide pendelaar, de populatie die het station ’s ochtends bevolkt tussen 7.30 en 9 uur en ’s avonds tussen 16.30 en 19 uur. Dan zie je de vermoeidheid in de ogen, hangt de das al wat losser of is de oogschaduw uitgevaagd, en spoelen sommigen de dag door met een blik bier. Laurens niet. Die blijft ingesnoerd, met haar dat plechtstatig de ene kant is opgekamd en een kwak gel die het professionele uiterlijk de klok rond vasthoudt. Hij komt uit Riemst en woont in Brussel, en vroeger "kon hij het al zo goed uitleggen". Dus werd Laurens advocaat. Hij is nu als assistent en onderzoeker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, onderzoeksgroep rechtshandhaving. Daar doceert hij het vak ’practicum strafrecht’ en leert hij studenten processtukken opstellen. En daar voelt Laurens zich goed, omringd door gelijkgestemden.

"Aandacht. Aandacht. Door een staking..."

"Ik studeerde af als master in de rechten, begon als stagiair bij een advocatenkantoor in Gent en nam verschillende zaken aan als pro-Deoadvocaat. Zo verdedigde ik een vrouw die een sociale woning huurde en in conflict lag met de verhuurder. Het was miserabel om zien. Een niet onderhouden huis zonder verwarming, met afbladerende verf en vochtplekken. In een andere zaak stond ik aan de kant van een meisje dat bij een vechtpartij een mes had bovengehaald en mensen had bedreigd. Ik besefte dat mijn mensenkennis op dat ogenblik ontoereikend was om op de juiste manier met de cliënten om te gaan. Te afstandelijk was ik, te onervaren, en ik had moeite de juiste houding aan te nemen met de vrederechter in een verwaarloosd pand, of in een gevangenis bij een beklaagde van een mes-incident. De voldoening was ook beperkt. Dan dwing je bijvoorbeeld een straf met uitstel af, wat een succes is, en blijkt de cliënt kwaad dat hij of zij niet is vrijgesproken. Dat is lastig om mee om te gaan."

Dus richtte Laurens zich op een academische carrière, met focus op het Belgische strafrecht en de situatie van gedetineerden in ons land. En ook dat was schrikken. "België loopt ver achter."

Tekortkomingen

Twee jaar geleden, voorjaar 2016, brak in het Belgische gevangeniswezen een langdurige cipierstaking uit. In zo goed als alle Brusselse en Waalse gevangenissen werden gedetineerden aan hun lot overgelaten. Zij klaagden over een "onmenselijke en vernederende behandeling". Vooral de situatie in Lantin was exemplarisch voor de staking: geen bezoek, geen verzorging, geen hygiëne. Net in die periode rondde Laurens Claes zijn masterthesis af: 'Het EHRM en de strafuitvoering’. Hij won er de Jaarlijkse Prijs van de Orde van Advocaten te Antwerpen mee en werd derde laureaat bij de Nullum Crimen Prijs, naar het gelijknamige tijdschrift over straf-en strafprocesrecht.

"Ik heb de juridische situatie van de gedetineerden afgetoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Artikel 3 kreeg de meeste aandacht: ’verbod van foltering.’ Het Europees Verdraag voor de Rechten van de Mens stipuleert dat niemand onderworpen mag worden aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Dus vroeg ik me af: hoe is de situatie van de gedetineerden in België op dat vlak?"

Beeld Illias Teirlinck

"Je zag op de televisie natuurlijk al de tekortkomingen tijdens die staking, maar ook op wettelijk vlak schieten we te kort, zo bleek. Neem nu de persoonlijke leefruimte. Het Europees Hof schrijft voor dat iedere gedetineerde minstens over drie vierkante meter persoonlijke ruimte moet beschikken. Wat zet de Belgische wet daartegenover? Niks. Er is gewoon geen wettelijk kader, er zijn geen minimumvereisten. Dus ook niet bij een cipierstaking. Wie tot zestien gedetineerden in een grote cel opsluit, komt vanzelfsprekend niet aan de vereiste drie verkante meter oppervlakte. Dus is het logisch dat gedetineerden die naar het Europees Hof stapten omwille van de ’onmenselijke behandeling’ van artikel 3, in het gelijk werden gesteld en België een schadevergoeding diende te betalen."

"Gezondheidszorg in de gevangenis is nog zo’n heikel punt. Er is een basiswet die dateert van 2005, waarin bepalingen staan die nog altijd niet in werking zijn getreden. Er is geen register die de medische voorgeschiedenis van een gedetineerde oplijst, wat het Europees Hof nochtans uitdrukkelijk vraagt."

"Maar goed, er worden ook stappen gezet. Belgische strafrechters spreken al minder gevangenisstraffen uit dan vroeger, kiezen vaker voor enkelbanden, werkstraffen en autonome probatie, waarbij de veroordeelde bijzondere voorwaarden krijgt opgelegd gedurende een periode. Dat is een stap voorwaarts."

Laurens is op dreef. Zijn buurman vergeet het vanille-ijs en blijft luisteren. 

"Ik ben nu het werk van Cesare Beccaria aan het lezen. Beccaria is een van de grondleggers van het humaan strafrecht. Hij was diegene die komaf maakte met het 'oog om oog, tand om tand'-principe. Dus geen armen afhakken als straf bij diefstal. Geen executie na een moord. Beccaria pleitte toen al, 250 jaar geleden, voor een straf die als voldoende wordt beschouwd als ze het aangebrachte leed ongedaan heeft gemaakt."

"Dat principe van de zogenaamde proportionele straf bestaat in theorie niet in België. Er wordt bij de huidige bestraffing te weinig stilgestaan bij de familiale, financiële en professionele situatie van de veroordeelde. Er is geen evenwicht tussen de straf, het leed en de invloed op de maatschappij. Nu is een strafrechter vrij, binnen de grenzen van de wet weliswaar, en kan hij geldboetes uitspreken die voor de ene een mokerslag betekent voor zijn toekomst, zowel financieel als professioneel, en voor de ander, een vermogend man of vrouw die eenzelfde misdrijf heeft gepleegd, is die boete makkelijker op te vangen. Die ongelijkheid wringt toch? Nu maken Belgische rechters zich er soms makkelijk van af: 'Deze straf staat volgens ons in verhouding tot de ernst van het misdrijf.' Tja, wat moet je daar mee als veroordeelde? Niks."

Hoe beter de motivering, hoe uitgebreider ook, hoe groter de kans dat de veroordeelde begrijpt waarom een bepaalde straf is uitgesproken. Strafrechters spreken over ’evenredigheid’ en het standaardzinnetje ’en rekening houdend met de persoonlijkheid van de beklaagde’. Meer niet. België kent geen rechtsbeginsel van evenredigheid. Het Hof van Cassatie zegt zélf dat dat ontbreekt. Ik hoop me daar in de toekomst over te buigen. Het boeit mij. Hoe we omgaan met veroordeelden en gedetineerden is van veel groter belang dan we allemaal denken. Zeker nu de grondstroom in Vlaanderen naar rechts verschuift."

Vergeetput

"Af en toe verschijnen er wel verhalen in de media over het Belgische gevangeniswezen, maar de situatie blijft toch in grote mate onderbelicht. We leven in een klimaat dat steeds repressiever wordt. 'Ze hadden het maar niet moeten doen', is de gangbare teneur. Maar dat zeggen mensen die nog nooit in een gevangenis geweest zijn. Sinds de aanslagen van 22 maart is de duur van bepaalde vrijheidsstraffen bovendien verhoogd, soms zelfs zonder reden. Dat is steekvlamwetgeving, een juridische reactie die ingegeven is door emotie. Maar we mogen van geluk spreken dat onze rechtstaat daar een stokje voor kan steken. Het Grondwettelijk Hof gaat na of de maatregelen objectief gerechtvaardigd zijn, ook al zijn er veel steekvlamwetten goedgekeurd. We moeten ons afvragen in wat voor samenleving we willen leven."

"Voor mij is een gevangenis een vergeetput, waar mensen niet wakker van liggen en waar geen stemmen mee te winnen vallen. Terwijl het iedereen aanbelangt, hoe ver van je bed ook. Hoe we omgaan met gedetineerden zegt iets over de samenleving. Iedereen verdient een tweede kans, verdient een volwaarde re-integratie in de maatschappij, maar als we gedetineerden niet voorbereiden op een nieuw leven, moeten we ook niet verschieten van hoge recidive-cijfers. We moeten die mensen weer opnemen, hen steunen, niet de rug toekeren. Alleen zo kun je als samenleving groeien en de uitwassen indammen. En dat kan. Er is altijd hoop."

Beeld Illias Teirlinck

Aanrijding

De bollen vanille-ijs zijn gesmolten. Het is 17 uur en je ziet aktetassen en lege blikjes. Ambtenaren die naar huis sporen. Ambtenaren die aankomen en opgaan in de stad. Mannen in donkere pakken. Hun voorhoofd glimt en ze zuchten.

"Door een aanrijding van een persoon is het treinverkeer onderbroken in..."

Dan praat je over strafrecht en strafuitvoering. Over theoretische wetten. En dan weergalmt dat ene zinnetje in het station. Het is een zin die niemand hoort. Een van de honderden die iedere dag wordt afgekondigd. Het is een zin die niemand wíl horen. Niet de treinbestuurder, niet de familie van een persoon, niemand. Aan de andere kant van het land worden levens door elkaar gegooid, hulpdiensten gealarmeerd. In Antwerpen-Centraal is dat een simpel zinnetje. 'Door een aanrijding...'

Laurens legt de plastic lepel naast de tas, schudt de hand en verdwijnt in het peloton pakkendragers dat de NMBS over het land uitstrooit. De man naast me lacht. Hij gooit zijn haar achterover en vervolgt zijn parcours. Altijd op weg naar ergens. "Dank u wel", zegt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden