Dinsdag 22/09/2020

Hoe vreselijk het soms ook loopt, plots is de grap er

Het socializen is achter de rug, het nader tot elkaar komen al goed bezig. Als we binnenkomen staan er al lege bierblikjes op tafel. Van Lies en man. Sien drinkt water. Het klinkt monter, hard lachen, levendig gekwek. Sien zit ontspannen in de sofa, Lies zit tegenover haar op een stoel, schuivend over de vloer met pantoffels aan. Pantoffels?Sien: “Die bracht ze inderdaad mee. Geef Lies een paar sloffen en het leven is goed.” Lies: “Ik had Sien deze week aan de telefoon gezegd: ‘Doen we het interview bij jou thuis? Oké, dan wil ik me ook thuis voelen.’ Zonder sloffen is dat uiteraard onmogelijk.” Na een paar minuten interview verzet Lies zich, schuift bij op de bank, schurkt zich tegen Sien aan. Nog een halfuur later zitten ze arm in arm. En maar kletsen en maar klepperen. Het klikt zichtbaar tussen beiden, hoe anders ze ook zijn. Sien, een beetje timide, kijkt graag de kat uit de boom. Lies is even dwingend en direct als een onverwachte hagelbui hartje zomer. Sien en Lies hadden elkaar nog nooit in the flesh ontmoet. Wij brachten hen samen nadat we Lies in De laatste show ‘Gelukkig is daar nog Sien Eggers’ hadden horen zingen, een liedje dat in ‘Kamagurka geneest’ wordt opgevoerd. De kersvers ontdekte Lies verzorgt het voorprogramma en breekt af en toe gevat in op Kamagurka’s theatershow. Ze noemt zich een stand-upcomedian, maakt songs en is zowat vergroeid met haar gitaar, die ze trouwens ook bij heeft tijdens ons gesprek. Was Sien al op de hoogte van het fenomeen Lies Lefever? Sien: “Ik kende haar niet, nee. Tot ze me opbelde en vertelde wat ze had bedacht. Dat liedje over mij.”

Lies, je bent nog niet zo lang bekend.

Lies Lefever: “Het is ook nooit de bedoeling geweest om bekend te worden. Ik had twee kinderen, was het huishouden beu, volgde een cursus, begon liedjes te maken, ontmoette Kamagurka en ineens was het zo ver. Je staat op het podium, wordt uitgenodigd op tv, door een krant, je wordt herkend en blijkt plots een reeks oud-klasgenoten te hebben die je vroeger nooit zagen staan en nu zeggen: ‘Ha, die Lies, weet je nog?’ Dat is best schrikken.”

Waarom koos je Sien uit voor je balkonserenade?

Lies: “Ik had eerst vooral liedjes bedacht die iets negatiever waren, met kritiek op Hollanders, Chinezen, Vlaams Belangers. Ineens dacht ik: laat ik eens iets moois maken waarvan de mensen zeggen ‘oh’. Iets om bij te smelten bijna. Maar over wie moest dat lied dan gaan? Op een ochtend werd ik wakker en dacht ik: ik weet het, Sien Eggers.”Sien Eggers: “(verwonderd) Maar, allez. Ging dat zo?”

Wat trekt je aan in Sien, Lies?

Lies: “Haar tetten, hé.”Sien: (bulderlach)Lies: “Komaan gasten, het blijft comedy, hé. Nu, het eerste wat echt bleef hangen, was haar stem. Ik ga dan even terug in de tijd, toen ik bij mijn ouders thuis televisie zat te kijken. De tv stond redelijk ver. Ik kon de beelden niet altijd goed zien. Maar wanneer ik Siens stem hoorde leek me dat meteen zo bijzonder, zo grappig. Het zoog me dichter naar het tv-scherm. Je had in die tijd de serie Liefde & geluk...”Sien: “Oei, zo lang geleden, en het was niet meteen het beste.”Lies: “Ik vond het inderdaad ook nogal een stomme serie, maar ik keek. Wegens Sien. Later kwam In de gloria, wat ik meteen heel apart vond. ‘Wat leuk, een grappige vrouw’, was mijn eerste, feministische reflex. Later bleek het om meer dan die grappige vrouw te gaan. Eigenlijk was ze niet zozeer grappig maar vooral gewoon, merkte ik. Zelfs als ze die bekende sketch ‘in mijn poep’ doet, denk ik: ‘Fuck, dit kon echt gebeurd zijn’.”Sien: “Dat is ook echt gebeurd. Blijkbaar komt dat verhaal uit een tv-show in het buitenland. Ik weet niet meer precies waar. Koppels konden er een prijs winnen op voorwaarde dat ze op een reeks vragen hetzelfde antwoord gaven. Aan een koppel werd gevraagd waar ze voor het laatst seks hadden. De man antwoordde ‘op de keukentafel’, zijn vrouw zei ‘in mijn poep’. Ohhh, deed het publiek. Verschrikkelijk. Het werd een klassieker bij In de gloria. Daarmee is het bewijs geleverd hoe dicht alles bij de realiteit ligt en hoe net dàt maakt dat je moet lachen.”

Humor is per definitie niet geconstrueerd?

Sien: “Ik zou niet weten wat ik precies moet doen om mensen aan het lachen te brengen. Ik ben wel blij als ze lachen, maar ik lig er niet over te spinnen hoe ik daar het best voor zorg. Vroeger, toen ik als actrice begon, deed ik dat wel en probeerde ik zaken uit. Nand Buyl, die me regisseerde, zei dan: ‘Doe moar gewoen’. Dat vond hij genoeg. Vandaar misschien dat ik gewoon doe. Want hoe gewoner, hoe meer men lacht. Men zegt: ‘Je moet niet vragen om een lach, je moet vragen om een zjat kaffe.’ Die uitdrukking komt uit het Engels: never ask for a laugh, ask for a cup of tea. Het publiek lacht dan omdat het je onvermogen herkent, omdat het ziet dat je ijdelheid doorprikbaar is. (schrikt ineens, kijkt naar Lies) Amai, ik begin hier zowaar ernstig te klinken. Was dat eigenlijk de bedoeling?”Lies: “Jij mag alles, Sien.”

Jullie hebben het allebei op eenvoud begrepen: eenvoudige actie, ontvelde tekst, simpele liedjes.

Sien: “Maar met inhoud. Je acteert op een bepaalde manier omdat je het over dat concrete wilt hebben, omdat je daarover nadenkt, daarin opgaat, zonder dat je wilt verdwijnen in een rol. Ik weet dat ik soms simpel, ongecompliceerd overkom. Uit ervaring weet ik ook dat mensen anders niet luisteren. Moeilijke, bedachte zaken, daar lopen ze sneller in vast. Ik zou het niet graag hebben mocht het publiek de draad kwijtraken.”

Lies, hoe sta jij op het podium?

Lies: “Helemaal als mezelf. Vrienden zeiden me onlangs, na mijn optreden in De laatste show: ‘Wow, wat was jij keihard jezelf, zeg.’ Ik dacht meteen: ‘Tja, wie anders?’ Pas op, bij stand-upcomedy is dat niet vanzelfsprekend. Daar gaat het meestal over: je bouwt iets op, gaat ervoor, weet ongeveer wanneer je een lach moet krijgen en rondt dan af. Ik kan dat niet. Ik ken enkel een vijftiental liedjes uit mijn hoofd en ga daarmee het podium op. Dat lijkt chaotisch, maar het zou me anders niet lukken. Ik ben geen actrice, hé.”

Zou je kunnen of willen acteren?

Lies: “Nee! Daarvoor kan ik me te weinig inleven. Door mijn uitzicht krijg ik al genoeg de indruk dat ik me de hele tijd moet bewijzen. Ik ben slechtziend en ik ben zwart. Ik moet soms het bewijs leveren dat ik redelijk goed Nederlands praat en dat ik ook wel wat kan zien. Eenmaal op het podium valt alles van me af. Daar moet ik de mensen er niet van overtuigen dat er eigenlijk niets met mij aan de hand is. Het is ook redelijk simpel wat ik doe, wat ik schrijf. Mijn liedjes zijn eenvoudig gerijm, niets gezocht of zo. Precies daarom: laat me maar gewoon zijn.”Sien: “Mooi gezegd, terwijl het toch behoorlijk lastig is om over jezelf te spreken. Ik vind dat toch. Anderen kennen je soms beter dan je jezelf kent. Ik leef nogal in verzoening met mezelf, maar toch besef ik dat mensen zich aan mij zouden kunnen storen of me raar kunnen vinden. Wat ze precies raar vinden, weet ik niet. Ik vraag het ze ook niet.”Lies: “Ik denk dat mensen het vooral soms vreemd vinden dat Sien een vrouw is die zo gevat zichzelf is in de hilarische of ronduit trieste personen die ze neerzet.”Sien: “Maar, enfin, ik ben helemaal niet gevat. Integendeel. Ik zal pas over twee dagen weten wat ik had moeten antwoorden op al die vragen hier.”

Dan kom ik gewoon eens terug.

Sien: “Ik wist dat je dit zou zeggen. Ach, ik vind het soms vervelend om mezelf uit te leggen. Ik ben vooral blij met mijn werk en blij dat sommige mensen dat werk appreciëren.”Lies: “En hoe minder ze over jou weten, hoe beter. Jij geeft zelden interviews, je deelt weinig mee over jezelf. Tenzij tegen mij, ik weet intussen alles. (Sien lacht luid) En dat is oké, ik kan dat plaatsen. Ik kan daar perfect mee omgaan.”Sien: “Ik vind dat je het leven al zo vaak in zinnetjes of gedachten moet indelen. Een mens is veel meer dan dat. Het leven is bovendien een gedurige samenloop van omstandigheden waarbij je de hele tijd ook die humor tegenkomt. Hoe vreselijk het soms ook loopt, plots is de grap daar.“Ik geef een voorbeeld uit mijn leefwereld. Brom de poes is nog niet zo lang geleden gestorven. Mijn Brom de poes. Twintig jaar oud, daar heb je toch een band mee. Ik wilde Brom begraven. Met een kameraad erbij. We zouden een klein ritueel doen. Bon, we stonden voor die put van 60 centimeter diep. Onderin stond het wijnkratje vol Brom de poes. Ik had besloten een zinnetje te zeggen. De humor was dat ik niets kon bedenken. Het enige wat eruit kwam, was ‘dikke vriend’. Ik zei dat dikwijls tegen hem ‘dikke vriend, kom eens hier’.“Ik nam dan maar de spade, schepte aarde op en daar donderde alles ineens met zo veel kabaal de diepte in. Zo’n harde plof. Het stond zo haaks op die serene sfeer. Mijn volgende woord was ‘sorry’ en toen moest ik plots verschrikkelijk hard lachen.”

Waren jullie zich als kind al bewust van jullie talent?

Lies: “Ik heb altijd dingetjes geschreven, maar niemand was daar toen in geïnteresseerd. Ik ben ook altijd vrij gevat geweest. Pas nu vindt men dat grappig. Vroeger zeiden ze: ‘Heeft die een grote mond, zeg.’ Ik besefte al vroeg dat je veel kunt doen met woorden en kwinkslagen. En ik luisterde naar anderen, naar series op tv, naar leuke programma’s. Ik vind het nog altijd tof om naar programma’s te kijken die zo goed zijn dat ze op een hoorspel lijken. Het eiland, bijvoorbeeld, is een perfect hoorspel. Als kind was ik nogal fan van de radio. Die was toen ook veel leuker dan nu. Ik herinner me dat ik op woensdag luisterde naar Kattekwaad met Kathy Lindekens en dat ik het gevoel had: ‘Wow, nu mis ik niets van de wereld’.”Sien: “Mij kan het soms storen dat over die media van vandaag, radio én tv, één toon ligt en die heet: enthousiasme. Neem Ketnet, dat ‘hoihoihoi’ de hele tijd.”Lies: “Af-schu-we-lijk.”Sien: “Heel erg, inderdaad. Ik denk dan: kinderen hebben toch ook nood aan andere dingen dan dit uitbundige gejoel? Die zitten toch ook soms in een hoek, zijn toch soms down.”Lies: “Vroeger was het rustiger. Programma’s hadden ook rustgevende namen. Neem (spreekt traag uit)Plons. Nu heb je (spreekt snel)The Mighty Morphin Power Rangers.”Sien: “Een kind heeft vragen en het is toch niet slecht om daar af en toe een antwoord bij te verzinnen. Een saai programma zal dat zeker niet opleveren.”Lies: “Als het er maar toe leidt dat kinderen stoppen met zinloze vragen stellen. Laatst kwam een van mijn zoontjes na het bekijken van Samson en Gert met de vraag: ‘Mama, waarom mag mijnheer Spaghetti die taart niet opeten?’ Ik denk dan: ‘Shit, om tot dit soort diepzinnigheden te komen zet ik jullie toch niet voor de televisie’.”

Sien, jij treedt soms voor kinderen op in Het Paleis. Hoe gaan jongelui om met jouw verschijning, jouw blik op de wereld?

Sien: “Het is heerlijk om voor kinderen op te treden. Onlangs heb ik Prookjes gedaan. Met Inge Paulussen en met de geweldige Benny Claessens. Sindsdien zijn wij ook dikke vrienden. Hoe hij daar stond en zei: ‘Moeder! Waar zijde gij?’. Waarna een kleine vanuit de zaal riep: ‘Ze is dood.’ Ik speelde de moeder die van een rots was gesukkeld en inderdaad stierf. Dat kind deelde dat dus mee. Met zo’n vanzelfsprekendheid, zo eerlijk. Dat ligt me wel en het klikt omgekeerd ook, denk ik toch. In Het Paleis is men trouwens heel gedreven met die kinderen bezig. Men denkt er echt over na hoe je ze wakker kunt maken. Zo’n tegenstelling met wat de televisie doet. Er is zo veel te leren: over wat in het hoofd omgaat en wat je sterk maakt in deze complexe wereld. Je moet dat kunnen trainen als kind. En dat kind mag gerust onaf en onbeholpen zijn, als het maar vragen blijft stellen. Domme vragen bestaan niet, dat weten we. Maar als er niets gevraagd wordt, dat is pas dom. Ik weet waarover ik spreek. Ik was vroeger de kleinste thuis. Ik durfde heel lang niets te vragen.”Lies: “Ik was ook de kleinste thuis. De jongste van zes.”Sien: “Dat is toeval, ik was ook de jongste van zes.”Lies: “Keigrappig dat we eenzelfde positie hadden thuis.”

Is de jongste zijn een positie?

Sien: “Iedereen is groter, ouder, staat letterlijk boven je hoofd. Dat kakelt en beweegt maar en jij bent het kakkenestje met wie men niet echt rekening houdt. Je bent ‘ons kleine’.”Lies: “En dat blijft zo. Mijn broers en zussen zeiden laatst: ‘Wow, nu hebben we een BV in de familie, ons kleine zusje’.”Sien: “Je blijft dus lang de kleinste én de domste. Je weet altijd minder dan degene die ouder is. De jongste voedt zichzelf een beetje op, observeert het gedrag van de ouderen, imiteert, neemt over wat dient, want wil uit die cocon breken. Ik weet niet of het met dit parcours te maken heeft, maar ik merk dat ik het gaandeweg heel graag over het innerlijke van de mens begon te hebben. Dat innerlijke heeft zorg nodig. (kijkt naar Lies) Voilà, dat was nu eens een goede zin van mezelf. En ik heb daar geen twee dagen over moeten nadenken. Het lag er hier ineens uit. Dat hadden we nooit gedacht, toen we belden over dit interview, dat het nog serieus zou worden ook.”Lies: “Inderdaad, maar herinner jij je dat allereerste telefoontje nog? Toen ik zei: ‘Ik heb een lied gemaakt. Mag ik de tekst doorsturen? Je antwoord was: ‘Nee, zing het nu’.”Sien: “Dat deed je ook. Ik was echt ontroerd.”Lies: “En je vond het nog goed ook. Ik had nog gedacht: als ze het niet oké vindt, verander ik het gewoon in ‘Gelukkig is daar nog Goedele Liekens’. (Sien lacht luid) Maar weet je, ik wil het nog eens zingen. Voor jou.” Lies sloft naar de gitaarbak, stemt kort en begint eraan. Sien zakt steeds verder weg in de sofa, verrukt en gegeneerd, geeft kort commentaar na elke strofe.Opstand in Iran, honger in Soedan,vliegmachine dwars door het WTC-ee-ee.kleine kindsoldatenSomalische piraten’t is niets dan miserie op teeveeMaar gelukkig is daar toch Sien Eggers nogGelukkig is Sien Eggers daar toch nogSien: “En die weet niet wat voor kieken ik soms kan zijn.”Vijftv of Vitaya, een Limburgs gezinsdrama,criminaliteit in Zone Stad-a-adOf Flikken in GentPhaedra of Wendy op zoek naar ne ventik heb het intussen allemaal wel gehadMaar gelukkig is daar toch Sien Eggers nogGelukkig is Sien Eggers daar toch nogSien: “Dat is toch lief, hé. Allez, kom dat tegen.”Avonden vol realityIs er temptation of is het er nieallemaal een hele grote hoop troe-oe-oepwaar is de tijd van toenvan de show van Pak de Poengeef mij dan maar die sketch van ‘in mijn poep’Want gelukkig is daar nog, Sien Eggers nogGelukkig is Sien Eggers daar toch nogSien: “(zucht) Je kunt je dus wel voorstellen dat mijn mond openviel toen ik dat door de telefoon hoorde. Je weet niet wat je meemaakt. Weet je wat ik vooral zo fijn vind in het leven? Dat er ineens verbindingen ontstaan tussen mensen. Plots, onverwachts is daar een ontmoeting, is er warmte, herkenning, ja zelfs op de een of andere manier graag zien. Je stelt ook snel het onvermogen vast bij die andere. Een vriend zei me ooit: ‘De mens hangt aaneen van onvermogen.’ Nu, als we dat weten en als we daar niet beschroomd over doen, dan kunnen we met z’n allen ook echt gelukkig zijn, denk ik. Als je maar beseft dat we niet perfect zijn, als je maar weet dat je de hele tijd dat onvermogen tegenkomt, en als dat je niet onzeker of bang maakt.”

Sien, schrijf je nooit op wat je bedenkt?

Sien: “Ik zou het graag kunnen, maar het gaat niet. Ik maak inderdaad wel wat mee en ik denk af en toe dat het geweldig zou zijn mocht dat op papier vorm krijgen. Maar dan zie ik me ineens voor een schriftje zitten en word ik naar het eerste studiejaar terug gekatapulteerd en naar mijn opstelboekje. Dat wilde toen niet lukken en het lukt nog altijd niet.”

Het komt er wel uit als je acteert.

Sien: “Natuurlijk. Ik vertel af en toe op mijn manier wat ik meegemaakt heb en dan moeten de mensen soms hard lachen. Toch denk ik: kon ik dit maar bijhouden, opslaan, opschrijven.”

Vind jij jezelf grappig, Sien?

Sien: “Nee. Op een scène gaan staan en comedy doen, ik zou het niet kunnen. Als ik naar die jongens en meisjes kijk, ben ik bang in hun plaats. Zo van ‘oei, ik kan daar niet mee lachen’ en ‘oei, en nu hebben de mensen ook nog niet gelachen’. Ik vind het vrij pijnlijk. Nu, ik weet dat ik onvermijdelijk aan humor doe. Op mijn manier, want ik pik dingen op, ik kom in verhalen terecht, maak toestanden mee, laat me iets ontvallen. Dan blijkt dat je ineens dicht bij het onvermogen van andere mensen zit. Die dat herkennen en dus beginnen te lachen.”

Sien, klopt het dat je nogal chaotisch bent en dat je al het mogelijke doet om dat kwijt te spelen?

Sien: “Klopt, daarom heb ik graag mensen rondom mij die structuur hebben.”Lies: “Ik denk dat mensen die veel structuur hebben iets minder creatief zijn. Enfin, fuck de structuur, denk ik vooral.”Sien: “Ik kan ineens een totaal andere richting uitgaan en ik voel me daar wel oké bij. Anderen kunnen dat misschien lastig vinden, of eigenaardig. Mensen die zelf heel geordend zijn. Maar net die mensen heb ik graag rondom mij. Een vriendin van me is echt fantastisch, zo ordelijk maar niet saai, hé. Ze is vooral een warme persoonlijkheid. Als zij in de buurt is, daalt er een soort rust over mij neer. Want daar streef ik toch ergens naar, die rust.”Lies: “Wat ik wel merk: je moet steeds mensen in de buurt houden die het goed met je menen. Of mensen die je de waarheid blijven zeggen, zodat je zelf ook echt op de hoogte blijft van hoe je bezig bent.”

Hoe noodzakelijk is jullie werk, kunst, acteren, zingen?

Sien: “Ach, het is niet zo moeilijk. Nu zit ik hier en straks sta ik weer in het theater. Voor het stuk dat ik nu speel, sta ik al op het podium terwijl de mensen zich in hun stoelen nestelen. Ik sta zogenaamd op de bus te wachten. Je ziet dan iedereen uit zijn eigen leven naar je toestappen. Sommigen gaan vlak voor je zitten, anderen ontwijken je blik. Dan zeg ik ‘hallo’ of ‘wat er toch niet allemaal gebeurt, hé’. Die herkenning of dat ongemak, daarover gaat het toch.”Het einde van het gesprek nadert. De fotograaf meldt zich. Sein voor Sien om recht te veren en zich aan haar opsmuk te zetten, maar er rest nog een eindvraag: wat vinden deze dames van elkaar? Sien gaat weer zitten, wrijft over Lies’ arm en zegt stil “fijn, hé”. Waarop Lies: “We gaan nog vrienden worden, toch?”Lies: “Echt, ik vind Sien een toffe. Tja, misschien een onnozel woord maar het is heel gemeend, want weet je...”Sien: “(onderbreekt) We zaten er wel mee...”Lies: “(gespeeld kwaad) Sien, het was aan mij.”Sien: “Oh, pardon.”Lies: “Of niet. Jij bent de grote Sien Eggers, dus ga maar voor.”Sien: “Wat ik wilde zeggen: deze ontmoeting wou ik wel meemaken, die verbinding wilde ik proberen te leggen. Niet uit ijdelheid, wegens dat lied. Ik dacht gewoon: je weet maar nooit. Lies had me gebeld als voorbereiding op dit gesprek. Toen ik inhaakte, dacht ik: oei, er gaat hier iets binnenkomen, iets geweldigs. Lies had gezegd: ‘Sien, er moeten pintjes zijn. Ik zal iets vroeger komen en ik breng mijn sloffen mee.’ Zodra ze binnen was, waren we vertrokken. Ik heb dat niet altijd. Ik heb graag dat de mensen lachen met mij, maar daarna duik ik graag weer onder. Omdat ik mij, onnozel kieken, niet graag uit de doeken doe. Maar zie, het is gebeurd en nog wel met een krant erbij. Wat gaan mijn vrienden niet zeggen als ze dit lezen?”Lies: “Die zullen zeggen: Sien, je hebt je laten strikken door een neger.”Sien: (lacht luid) “Ik heb een kameraad die me niet Sien Eggers noemt, maar ‘Xien Negers’. Vroeger werd ik ook al eens Pien Egels genoemd, of ‘van kwaad naar Eggers’. Of Sien Nergens. Met mijn naam blijkt van alles te arrangeren.”Lies: “Maar ik ben de enige die met die echte naam een mooi liedje heeft gemaakt.”Sien: “Voilà. Verstoade mijn colère? Kijk, dit vind ik zo’n prachtig tussenzinnetje. Ik heb dat geleerd bij regisseur Jan Matthijs. Hij gooide dat er overal tussen toen hij op de set uitleg gaf. Laat het zeker in je tekst staan. Het is een van de mooiste zinnen die ik hoorde en bij deze ook wil lanceren.”Lies: “En zet dan na Sien (lacht) tussen haakjes of (lacht onbedaarlijk). Of worden we nu heel melig? Misschien moeten we hier stoppen, Sien? (Sien knikt)”Lies: “Trouwens, ik moet nodig. Sien, mogen mijn excreties uw rioolput in?”Sien: “Doe maar. Trap op, eerste links.”Lies: “Kakken bij Sien Eggers, dat moet ik ooit in mijn memoires zetten. Ai, of was dat er weer over? Ik heb toch echt een grote mond, hé, Sien?”Sien: “Doe maar, Lies, het is allemaal goed.”

Lies:

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234