Zondag 28/02/2021

Hoe uniek is uw antiek?

Designdetective Judith Miller

gebruikt meubelgeschiedenis

om namaak te spotten

Loep, zaklamp, lintmeter, notitieboekje, fototoestel, een kwastje en wat gedestilleerd water. Volgens de Schotse designhistorica Judith Miller zijn dat de onmisbare werktuigen om echt van fake antiek te onderscheiden. 'En een goede kennis van de meubelgeschiedenis', voegt Miller daar nog aan toe. DMM sprak met deze Sherlock Holmes van de designwereld op TEFAF, de meest prestigieuze kunst- en antiekbeurs ter wereld. O wee als iemand haar daar probeert op te lichten.

Door An Bogaerts

De jaarlijkse TEFAF-beurs in Maastricht staat met stip aangeduid in de agenda van elke kunst- en antiekliefhebber. Verzamelaars van over de hele wereld stallen er hun mooiste waar uit en er wordt druk gepalaverd over Picasso, Fabergé en Monet. De Schotse Judith Miller voelt zich hier als een klein kind in een snoepwinkel, hoewel het snoepwaar niet echt in haar budget past. "Dit is de elite onder de elite, de duurste show ter wereld. En waarschijnlijk ook de beste show ter wereld. Ik heb hier al dingen gezien die ik nog nooit ergens anders zag. En ik doe dit soort shows all the time, van New York tot Londen tot Parijs", zegt Miller glunderend. Judith Miller schreef al meer dan honderd boeken over haar twee grote passies: design en geschiedenis. In haar recentste boek De Antiekdetective bundelt ze belangrijke tips om meubelmiskopen te vermijden. "Eigenlijk komt het erop neer de belangrijkste kenmerken van verschillende stijlperiodes te kennen. Als een meubel met al zijn kenmerken past in één bepaalde stijl, is de kans al vrij groot dat het echt is", zegt Miller.

"Ik ben helemaal niet opgegroeid tussen antiek of kunst. Mijn ouders behoorden tot de formicageneratie: na de oorlog moest alles wat ook maar enigszins oud was de deur uit. Ze hebben in die tijd zelfs veel geld betaald om 'het oude' uit hun huis te laten weghalen", zegt Miller op verontwaardigde toon. "Toch heb ik een fascinatie voor geschiedenis opgebouwd. Tijdens mijn studententijd in Edinburgh bracht ik elk vrij moment door in junk shops, op zoek naar oude schalen en porselein. En van daar was het een kleine stap naar veilingen en naar een veilingverslaving. Dat is misschien iets wat niet veel mensen weten, maar veilingen zijn enorm verslavend. Want in tegenstelling tot wat de grote massa van veilingen denkt, is het een vrij goedkope manier om meubels te kopen. Dat was ook meteen het eerste onderwerp voor een boek: waar kan je design en antiek op de kop tikken en wat is een redelijke prijs?", aldus Miller.

Intussen blijft het volk in Maastricht toestromen: de heren steevast in maatpak, de dames in tailleur en als het even kan met hoed. Het soort mensen dat zich niet laat afschrikken door een toegangsticketje van meer dan vijftig euro. Miller, uitgedost in een smaakvol blauw mantelpakje, kijkt er al niet meer van op. "Als je hier op deze beurs rondloopt, dan ga je met een verkeerd beeld naar huis. Slechts een fractie van deze bezoekers kan zich hier ook echt iets permitteren. Terwijl we eigenlijk in een heel interessante periode zitten, waarin veel jonge mensen investeren in design en antiek. Op veilingen van vintage mode of twintigste-eeuws design, zie ik heel wat jonge gezichten. Veel meer dan pakweg tien jaar geleden", aldus Miller. En hoewel Miller intussen zelf niet meer bij die jonge generatie hoort, blijft ze het moeilijk vinden om haar veilingbezoeken niet telkens te bekronen met een aankoop. "Als ik de deur uitga, zegt mijn man altijd: 'Kijk in mijn ogen en zeg me na: we don't need one more chair'", zegt Miller. "Tja, ik heb iets met stoelen, ik vind stoelen heel representatief voor een tijdperk of een stijl. Maar het is waar, ik heb er te veel. Stoelen zijn voor mij net weeskindjes: ik moet ze mee naar huis nemen." Maar af en toe worden ze ook door Millers gezin met luid applaus onthaald. "Ik heb net zes Arne Jacobsenstoelen gekocht voor de keuken, in verschillende kleuren. Mijn dochters, twintigers, waren in de wolken. Op slag was ik een erg coole mama", lacht Miller. "En het interessante aan zo'n aankoop is dat je dan wil weten wie Arne Jacobsen is en zo onvermijdelijk terechtkomt bij Fins design en het verhaal over de Gustaviaanse periode. Geweldig toch?"

Het verhaal over de Gustaviaanse stijlperiode is er een dat Miller graag gebruikt om de relevantie en de humor van designgeschiedenis te illustreren. In één van de antiekstanden op de beurs, vinden we een Gustaviaanse stoel. Een strakke, gestoffeerde stoel met renaissance-allures en duidelijke tekenen van Scandinavische soberheid. Een betere aanleiding voor een brokje geschiedenis kan Miller zich niet wensen: "Toen koning Gustav aan het einde van de achttiende eeuw naar Frankrijk reisde, was hij onder de indruk van de Franse meubelmakers. Hij slaagde er zelfs in heel wat van die meubelmakers mee naar Zweden te lokken om daar meubelen voor hem te maken. Maar Zweden was in die tijd een stuk armer dan Frankrijk. Beschilderen en vergulden zat niet bij het budget van Gustav gerekend. Teleurgesteld trokken de Franse stielmannen terug naar hun thuisland en lieten daarbij het volgens hen 'flauwe' meubelwerk, veel soberder dan het Franse, achter in Zweden. Plaatselijke meubelmakers gingen daarna aan de slag om die stukken zo getrouw mogelijk na te maken. En zo ontstond een heel aparte stijl, die enorm populair is nu. Maar eigenlijk is die stijl per ongeluk ontstaan, bij gebrek aan geld.

Miller wijst de classicistische, Franse kenmerken van de stoel aan en zet onmiddellijk haar historie kracht bij door het gebrek aan afwerking te tonen. "Typisch Gustaviaans", is haar besluit. "Maar dat weet je natuurlijk alleen als je de geschiedenis kent." Of hier ook nep te vinden is? "Nee, laat ons maar veronderstellen dat hier geen fake staat", lacht Miller. "En trouwens, namaak die hier terecht kan komen -- de organisatoren en specialisten zijn onverbiddelijk -- moet wel heel straffe namaak zijn." Het lijstje benodigdheden (loep, zaklamp, lintmeter, notitieboekje, fototoestel, kwastje, gedestilleerd water) dat Miller in haar recentste boek voorstelt om echt van namaak te onderscheiden, is hier dus totaal overbodig. "Hier gaan ze er niet mee lachen als je met gedestilleerd water over het hout gaat", waarschuwt Miller. "Maar helaas is het elders wel nodig om een goede gids en het nodige materiaal mee te nemen. Want fake is overal, vooral op het internet."

"De belangrijkste tip die ik kan geven is alleen: koop wat je echt mooi vindt. Niet luisteren naar anderen die zeggen wat 'in' is. Art deco is nu erg populair, maar als het je niet aanspreekt, blijf er dan gewoon af. Ga naar musea, collecties, veilingen, shows als deze en maak voor jezelf uit wat je mooi vindt. Pas dan kan je een goede koop doen", aldus Miller. "Ik heb zelf bijvoorbeeld een prachtige collectie Laliquevazen. Namaak. Iemand die het werk van Lalique kent, weet dat hij nooit zulke vazen heeft gemaakt. Maar ze zijn zo mooi en ik heb ze voor een goede prijs kunnen kopen. Ik lig er niet van wakker dat ze niet echt van Lalique zijn."

Judith Miller vindt het enorm belangrijk haar kennis door te geven aan het grote publiek. Ze schreef al boeken over handtassen, parfumflesjes, porselein, tribale kunst, landelijke stijl, sieraden en nog tal van andere van haar stokpaardjes. Ze schreef voor The Guardian en The New York Times, had op de BBC2 een show met als titel The House Detectives en ze is één van de experts op de Antiques Roadshow. Dankzij haar reizen en het contact met mensen uit het milieu heeft Miller een goed zicht op trends en hypes binnen de designwereld. Hoe volgens Miller de huidige interieurstijl de geschiedenisboeken zal ingaan? "Geen idee", zegt ze lachend. "We missen nu een sterke focus. We zitten nog teveel in het modernisme van midden twintigste eeuw. We hebben niet echt een nieuwe interpretatie gegeven aan die stijl, we zijn er in blijven hangen. Als Charles en Ray Eames zouden weten aan wat voor prijzen hun stoelen verkocht worden, they would be totally shocked!" n

INFO De antiekdetective, Herken zelf het verschil tussen echt en namaak, Judith Miller, ISBN 978-90-5897-776-2, uitgeverij Terra Lannoo, 24,95 euro.

Meubelen, een wereldgeschiedenis, Judith Miller, ISBN 978-90-5897-543-0, uitgeverij Terra Lannoo, 69,95 euro.

Fake is overal, vooral op het internet

Tips & tricks

* Wat porselein betreft mag je nooit afgaan op tekens onderaan. De blauwe gekruisde zwaarden die Meissenporselein zouden aanduiden, bijvoorbeeld, worden massaal door andere producenten gebruikt.

* Wie oude teddyberen zoekt, raadt Miller aan de reukzin te gebruiken. Oude beren hebben een typische geur van jarenlang gebruik die niet te imiteren is.

* Om ivoor van hars te onderscheiden, zijn vrij drastische middelen vereist. Een gloeiende naald tegen het voorwerp zal hars doen smelten en ivoor onaangeroerd laten.

* Verzamelaars van oude poppen gaan op zoek naar barsten in de haarlijn van de pop. Barsten aan het hoofd brengen de waarde met 70 procent naar beneden.

* Wie glas wil dateren, moet het alleen even tegen het licht houden. Een groenige schijn wijst op oud loodglas, een amberbruine kleur wijst op een twintigste-eeuwse herkomst.

* Wees tenslotte voorzichtig met het aankopen van antiek en design via internet. Een garantiebewijs is geen overbodige luxe.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234