Zaterdag 06/06/2020

Hoe te overleven onder de grond

Twintig dagen hebben ze al overleefd, op twee koffielepels tonijn en één slok melk elke 48 uur. Maar het ergste moet nog komen voor de mijnwerkers die in Chili gevangen zitten op 700 meter onder de grond. Nog vier maanden moeten ze overleven. Met 33. Op 50 vierkante meter. In 34 graden. Professor psychologie Norbert Vanbeselaere (KU Leuven), collega Alain Van Hiel (U Gent) en astronaut Dirk Frimout leggen uit hoe je dan onder meer vechtpartijen vermijdt.

Vijf survivaltipsvoor de 33 Chileense mijnwerkers die nog 120 dagen op 700 meter diepte vastzitten

Zorg voor zuurstof en voedsel

Het is spectaculair hoe de 33 Chileense mijnwerkers de voorbije 20 dagen hebben overleefd. In de ruimte waarin ze zitten opgesloten stond een kleine voorraad voedsel. De mijnwerkers hebben laten weten dat ze om de 48 uur elk twee koffielepels tonijn en een halve beschuit hebben gegeten en één slok melk hebben gedronken. Water haalden ze onder andere uit pompen van graafmachines. Dat wijst erop dat ze zich goed georganiseerd hebben.

“Dat is ook logisch”, zegt Norbert Vanbeselaere, hoofddocent aan het Centrum voor Sociale en Culturele Psychologie van de KULeuven. “Er was angst, onzekerheid en de wil om te overleven. Hoe paradoxaal dat ook mag klinken: nu die onzekerheid is verdwenen, zullen de spanningen toenemen.”

Sinds zondag is er een kleine schacht, waardoor reddingswerkers glucose, water en zuurstof naar beneden laten. Er wordt gewacht om hen meer volwaardig voedsel te geven, tot ze opnieuw meer kracht hebben. Chili heeft aan de NASA om hulp gevraagd. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie zal de reddingswerkers van astronautenvoeding voorzien.

“De NASA heeft heel wat expertise voor het aanleveren van voeding, water en zuurstof in zo’n situatie”, vertelt Dirk Frimout, de eerste Belgische astronaut. “In de ruimte wordt zuurstof via een filter aangeleverd. Misschien kunnen ze dat systeem ook in die mijn installeren.”

Vertel hen hoe lang ze vastzitten

Als je nog geen medelijden mocht hebben met de 33 Chilenen onder de grond, dan toch zodra je beseft dat zij de enige 33 mensen ter wereld zijn die nog niet weten dat het nog 4 maanden zal duren vooraleer ze daglicht kunnen zien. Daarvoor moet een tunnel worden gebouwd met een speciale boormachine die overkomt uit het centrum van Chili en gratis ter beschikking wordt gesteld door een staatsbedrijf. Het duurt zeker nog drie dagen voor die machine is opgebouwd en wellicht 120 dagen vooraleer de tunnel klaar zal zijn.

“Onzekerheid weegt zwaarder dan slecht nieuws”, vertelt Alain Van Hiel, professor sociale psychologie aan de UGent. “Bovendien is nu het uitgelezen moment om hen de boodschap te vertellen, nu ze nog euforisch zijn. Doe je dat pas over twee weken, dan komt dat veel zwaarder aan.”

Volgens zijn collega Norbert Vanbeselaere moet dat nieuws snel verteld worden, maar wel stapgewijs. “Ze moeten die mannen duidelijk maken dat ze zelf toch ook beseffen dat ze 700 meter onder de grond zitten en dat ze daar niet van vandaag op morgen uitgehaald kunnen worden.”

Ga op zoek naar een leider

Als u nog vaak van een van de 33 mijnwerkers zult horen, dan is de kans groot dat dat Luis Urzua zal zijn, een man van 54 die al een verantwoordelijkheid had binnen de mijn en die zich heeft opgeworpen als leider van de groep. “Dat is zeer goed”, reageert Norbert Vanbeselaere. “Er moet een vorm van organisatie zijn, anders loopt het niet goed af als je zoveel mensen in zo’n kleine ruimte zo lang bij elkaar zet. Dan krijg je het recht van de sterkste. Je hebt iemand nodig die branjes blust en naar wie geluisterd wordt.”

De situatie van de kompels werd vaak vergeleken met die van een bemanning van een onderzeeër of van het internationale ruimtestation ISS, maar is door tal van factoren moeilijk vergelijkbaar. “Ten eerste heeft de bemanning van dat ruimtestation daarvoor gekozen”, zegt Vanbeselaere. “Ten tweede zijn ze voorbereid op hun lange afwezigheid. En ten derde is de persoon met de hoogste verantwoordelijkheid op voorhand aangesteld. Iedereen heeft zich daarbij neergelegd.”

Toch kan de expertise van de NASA een goede hulp betekenen, meent Dirk Frimout. “Er zal een strenge structuur nodig zijn en discipline moeten heersen”, vertelt hij. “Denk alleen nog maar aan hygiëne. Boven aan die mijn zal dus ook een sterke organisatie moeten staan. De NASA kan daartoe bijdragen.”

Stop structuur in hun leven

Hoe je het ook draait of keert, het wordt de hel voor de mijnwerkers. Vooral omdat het er 34 graden warm is. “Je denkt dat je van hitte loom wordt, maar je hart gaat er sneller van kloppen”, zegt professor Alain Van Hiel. “Het is dan ook een van de belangrijkste stressfactoren die tot agressie leidt.”

Nog erger wordt het als je weet dat de ruimte waarin ze leven nog geen 50 vierkante meter groot is. “Elke mens wil een soort intieme zone rond zich. Vooral voor gevangenen is vaak onderzocht hoe groot die persoonlijke ruimte moet zijn”, aldus Van Hiel. “Het minimum blijkt 4 vierkante meter per persoon. In dit geval is dat nog een stuk minder. In de jaren vijftig had je expedities naar Antartica, waarbij een kleine groep mensen in extreme omstandigheden moest samenleven. Dat leidt tot fricties, met hevige discussies over banale zaken. In de psychologie is men dat zelfs Antarticidis gaan noemen.”

Om dat te vermijden moet er regelmaat in het leven van de mijnwerkers komen. “Hopelijk kunnen ze via die schacht ook licht naar beneden brengen”, vertelt Vanbeselaere. “Als je licht hebt, kan je het ook uitdoen. Zo kun je een dag-en-nachtritme installeren.”

Nog beter wordt het wanneer die mannen het gevoel krijgen dat ze nuttig bezig kunnen zijn en dat ze hun eigen situatie kunnen verbeteren. “Het is een boutade”, zegt Alain Van Hiel. “Maar geef ze twee lepels en ze kunnen beginnen graven. Als een groep niets te doen heeft, dan wordt de situatie snel slecht.”

Laat ze communiceren met de buitenwereld

Achttien dagen heeft heel Chili met een bang hart afgewacht, zonder teken van leven van de mijnwerkers. Andersom moet dat nog veel erger zijn geweest. Sinds zondag is er wederzijds contact met de buitenwereld. Eerst met een klein briefje. Daarna volgde zelfs één lange liefdesbrief van de oudste mijnwerker aan zijn vrouw. “Wie had dat gedacht”, zei zijn echtgenote, “dat we elkaar nog brieven zouden schrijven?”

Lang zal dat niet duren. Er is al één microfoon naar beneden gelaten waarmee de mijnwerkers verteld hebben hoe ze de voorbije weken hebben overleefd, waarna ze ‘Viva Chile’ riepen en het volkslied zongen. Sinds gisteren is een tweede schacht klaar, waardoor meer materiaal kan en waarmee een telefoonleiding tot stand kan komen. Er komt nog een derde schacht voor meer ventilatie.

“Contact met de buitenwereld is op zo’n moment een van de belangrijkste zaken”, vertelt Alain Van Hiel. “Vertel desnoods van alles over triviale zaken, zo lang ze maar horen wat er buiten gebeurt.” Met het overbrengen van slecht nieuws, een ernstige ziekte of een overlijden in de familie bijvoorbeeld, kan men beter nog wat wachten. “Zo’n benarde situatie lijkt me niet meteen geschikt om slecht nieuws te vertellen”, besluit Van Hiel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234