Woensdag 21/04/2021

Het kernkabinet

Hoe strafbaar is de 'minder Marokkanen'-uitspraak van Geert Wilders?

null Beeld ANP
Beeld ANP

Dit essay verscheen op 26 november in de weekendkrant van De Morgen. U kan het naar aanleiding van de uitspraak in het proces-Wilders nu gratis opnieuw lezen.

***

Beurtelings schrijven Maarten Boudry, Laïla Ben Allal, Rogier De Langhe en Jogchum Vrielink, vier jonge denkers, een essay voor 'Zeno'. Onder de noemer 'Het kernkabinet' confronteren ze u elke zaterdag met hun originele, eigenzinnige opvattingen. Vandaag: Jogchum Vrielink.

In Nederland is de eerste ronde van het Wilders-proces 2.0, over zijn 'minder Marokkanen'-uitspraak, in de eindfase beland. Half december wordt het vonnis verwacht. Een goed moment voor een doorwrochte juridische voorbeschouwing.

Wacht! Voor u hier onmiddellijk stopt met lezen: als u blijft, is er aan het einde óók nog een rechtstheoretische reflectie.

Zo. Dat ruimt op. We kunnen eraan beginnen.

Wat heeft Geert Wilders gezegd? Twee dingen. Tijdens een campagnebezoek aan een stadsdeel van Den Haag zei hij op 12 maart 2014 dat een stem voor zijn partij een stem was voor een stad "met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen".

Jogchum Vrielink. Beeld rv
Jogchum Vrielink.Beeld rv

Een week later, op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen, vroeg Wilders een café vol aanhangers of ze "meer of minder Marokkanen" wilden. Het publiek scandeerde "minder, minder, minder", waarop Wilders reageerde: "Nou, dan gaan we dat regelen."

Met die uitspraken maakte Wilders zich, volgens het Openbaar Ministerie (OM), schuldig aan 'groepsbelediging'. De leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV) zou zich "opzettelijk beledigend hebben uitgelaten over een groep mensen wegens hun ras".

Daarnaast wordt hem aanzetten tot haat of discriminatie wegens ras verweten; wat in Nederland 'haatzaaien' wordt genoemd (hetgeen de uitingen zelf tot 'haatzaad' maakt?).

Meer van hetzelfde?

Wilders werd in 2011 al eens vervolgd voor haatzaaien en groepsbelediging. Toen volgde een vrijspraak: nu dus ook? Nogal wat media en experts suggereren dat. Maar juridisch zijn de twee zaken niet zo makkelijk vergelijkbaar.

In de vorige ronde ging het overwegend om uitspraken over de islam, terwijl het nu over een groep personen gaat: Marokkanen. Dat is belangrijk, omdat je voor het eerste niet of nauwelijks kunt worden veroordeeld, maar voor het tweede wel.

Dat komt door de formulering van de strafbaarstellingen: je moet haatzaaien jegens een groep personen of een groep personen beledigen. Ook de Hoge Raad (het Nederlandse Hof van Cassatie) stelt dat voor groepsbelediging uitingen "onmiskenbaar betrekking moeten hebben op een bepaalde groep".

De Hoge Raad stelde dit in het zogenaamde gezwel-arrest. Na de moord op Theo van Gogh had iemand aan zijn raam een pamflet opgehangen met daarop: "Stop het gezwel dat Islam heet, Theo is voor ons gestorven, wie wordt nu de volgende? Kom in verzet NU. Nationale Alliantie, wij buigen niet voor Allah. Word lid!"

Dat leidde tot een veroordeling voor groepsbelediging. De Hoge Raad sprak de verdachte vrij, omdat de uitlating geen betrekking had op moslims als religieuze groep, maar op de islam.

We willen even een heterostad

Ook bij uitingen over groepen was het lang onduidelijk hoe ver iemand mocht gaan. De grens was traditioneel of een uitspraak 'onnodig grievend' is. Het probleem met dat 'criterium' wordt treffend verwoord in de uitspraak: "ik zou mij graag onnodig grievend over u willen uitlaten, maar kan niets onnodigs bedenken".

Wanneer is iets onnodig grievend? Eind 2014 schiep de Hoge Raad daarover meer duidelijkheid, zij het niet in het voordeel van de vrijheid van meningsuiting.

Een lokale Amsterdamse politicus, Delano Felter, had tijdens een debat en in een interview gezegd dat homoseksuelen mensen zijn met "seksuele afwijkingen die eigenlijk moeten worden bestreden door de hetero's". De oplossing? We moeten "die mensen eruit sodemieteren" (ja, de ironie van dat woordgebruik ontging de betrokkene evenzeer als het feit dat we in de 21ste eeuw leven...), want "we willen even een heterostad" (Huh? Even maar?).

U kan dit abonneestuk vandaag gratis lezen. Elke dag De Morgen lezen? Proef nu drie maanden en krijg 49 procent korting op demorgen.be/proef

Felter werd eerst vrijgesproken door het Amsterdamse hof. Dat hof benadrukte dat aan politici "een zeer ruime uitingsvrijheid toekomt", vergeleken met niet-politici. Zelfs als Felters uitspraken volledig onder de delictsomschrijving van groepsbelediging en haatzaaien zouden vallen, dan nóg stond het hem vrij om ze te doen, aldus het hof.

Voor de Hoge Raad ging dat te ver. Ja, zegt de Raad, politici moeten dingen aan de orde kunnen stellen, ook als zij daarmee "kwetsen, choqueren of verontrusten". Maar de hoogste rechters stellen daar een grotere verantwoordelijkheid tegenover van politici: zij mogen geen uitlatingen verspreiden "die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat". Politici mogen dus net zo min als niet-politici aanzetten tot haat, geweld of discriminatie. En bovendien mogen ze niet "aanzetten tot onverdraagzaamheid".

Met die aangescherpte criteria werd Felter begin dit jaar alsnog veroordeeld door het hof in Amsterdam. En wat hier belangrijker is: diezelfde criteria vergroten ook de kans op een succesvolle vervolging van Wilders. Zo stelt het hof dat Felters uitspraken aanzetten tot discriminatie van homo's "door hun verblijf - in Nederland, althans in Amsterdam - tegen te gaan" ("minder, minder homo's", iemand?).

Alleen een vraag?

Maar wacht. Heeft Wilders überhaupt wel iets 'gezegd'? Stelde hij niet 'alleen maar een vraag', zoals hij zelf eindeloos herhaalt?

Probleem is: dat klopt niet. In zijn eerste uitspraak zei Wilders zelf dat een stem op zijn partij er een is voor "wat minder Marokkanen". Oké, hij voegde daaraan nog toe "als het even kan", maar ook zijn tweede uitspraak was niet louter een vraag. Wilders beantwoordde het 'minder, minder' scanderende publiek immers met: "Nou, dan gaan we dat regelen."

Relevant is ook dat het tweede moment zorgvuldig geregisseerd was. Niet alleen werd de toespraak bewust scherp neergezet ("Ik mag het eigenlijk niet zeggen", zo leidde Wilders zijn uitspraak in), ook de reactie werd georkestreerd. Voor Wilders begon, ging een fractiemedewerker langs de tafeltjes, met de boodschap: "Dadelijk effe 'minder, minder' roepen jongens."

Bovendien is het Openbaar Ministerie niet gek. Het legde Wilders niet alleen het plegen van groepsbelediging en haatzaaien ten laste, maar ook het 'medeplegen', 'uitlokken' en 'doen medeplegen' ervan. Simpel gezegd: men wierp het net wijd genoeg om de 'het was maar een vraag'-claim te ondervangen.

Op die manier werd in 1997 de politicus Hans Janmaat (Centrumdemocraten) veroordeeld voor het 'medeplegen' van haatzaaien, toen hij tijdens een demonstratie riep: "Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af!" Op zich niet zo schokkend, maar tijdens de demonstratie deden anderen ook uitspraken als "Vol is vol" en "Nederland voor de Nederlanders".

Precies wegens die verhitte sfeer en omwille van wat andere aanwezigen scandeerden, kon Janmaats uitspraak volgens de rechter enkel worden gezien "als gericht op de verwijdering van (leden van) etnische minderheden uit de Nederlandse samenleving". De Hoge Raad liet de veroordeling in stand en weigerde in 2003 nog een herzieningsverzoek.

Een Marokkaans ras?

Wat met de (andere) argumenten van zij die denken dat het tot een vrijspraak zal komen?

Een van hen is hoogleraar Paul Cliteur, die optrad als getuige in het proces. Zijn belangrijkste argument is dat Wilders' statement over 'minder Marokkanen' een uitspraak over nationaliteit is. De wet vermeldt echter alleen ras. Over nationaliteit lezen we niets. En nationaliteit is geen ras. "Daaruit moeten we afleiden", zegt Cliteur, "dat de Nederlandse wetgever ervoor gekozen heeft opmerkingen over nationaliteit niet strafbaar te maken."

Taalkundig plausibel, maar juridisch onjuist. De bepalingen van de Nederlandse wet zijn sinds 1971 de uitvoering van het VN-rassendiscriminatieverdrag. De toelichting bij de wet verwijst ook naar dat Verdrag voor de betekenis van 'ras'. In het Verdrag begrijpt men 'ras' als "ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming". Dat is tevens de manier waarop het begrip al decennia in de nationale en Europese rechtspraak wordt geïnterpreteerd.

Wel is het zo dat ook het Verdrag nationaliteit in strikte zin uitsluit: het is niet van toepassing op onderscheid "tussen onderdanen en niet-onderdanen" en op kwesties van "nationaliteit, staatsburgerschap of naturalisatie". Maar het Verdrag geeft tegelijk aan dat die uitsluiting "geen discriminatie mag inhouden ten aanzien van een bepaalde nationaliteit" (van Marokkanen bijvoorbeeld, om maar iets te noemen).

Belangrijker nog is dat het Wilders zelf niet gaat om nationaliteit. Hij liet binnen en buiten de rechtszaal optekenen dat zijn uitspraken over Marokkaanse Nederlanders gingen. Zo concretiseerde hij zijn voornemen door voor te stellen om, 'om te beginnen' "tienduizenden criminele Marokkanen het Nederlands paspoort af te pakken en ze morgen het land uit te knikkeren". Het gaat dus over nationale afstamming of etniciteit, begrippen die sowieso onder de wet vallen.

Minder Marokkanen zonder fietslicht?

Een letterlijke lezing van het begrip 'ras' biedt dus geen uitweg. Wat met een niet-letterlijke lezing van Wilders' uitspraken? Volgens sommigen, Wilders incluis, zou 'minder Marokkanen' enkel slaan op bepaalde Marokkanen: criminele Marokkanen (en dan minimaal zij die zonder fietsverlichting rondrijden?).

PVV-aanhanger Henk Bres verwoordde dit zo: "Iedereen weet heus wel dat hij mensen bedoelt die afgesneden nekken op straat leggen in Amsterdam en niet de normale hardwerkende Marokkaan."

Juridisch is dat argument niet onzinnig. Het gaat bij de beoordeling van meningsuitingen altijd om de ruimere betekeniscontext van wat iemand zei en hoe het begrepen werd.

Toch is het twijfelachtig of het een obstakel oplevert voor Wilders' strafbaarheid. Zo lijkt de zorgvuldigheid waarmee de speech werd voorbereid tegen een relativerende interpretatie te pleiten. Verder wijst het OM erop dat de latere nuance door velen niet werd gehoord, zodat de eventuele misdrijven - zowel jegens de aanwezige achterban (haatzaaien) als jegens de geviseerde groep (groepsbelediging) - al 'voltooid' waren, zoals dat heet.

Last but not least: ook in de nuancerende interpretatie wordt er aangezet tot een onderscheid op basis van etniciteit. Alleen Marokkaanse criminelen worden dan immers geviseerd. Dat terwijl er ook andere (etnische) groepen oververtegenwoordigd zijn in de Nederlandse criminaliteitscijfers.

Kwetsen, schokken en verontrusten

Een laatste veelgehoorde tegenwerping: als het tot een veroordeling zou komen, dan zal het Europees Mensenrechtenhof Nederland terugfluiten. Welbeschouwd is dat echter even waarschijnlijk als dat het Vaticaan condooms zou produceren.

Als er íéts kenmerkend is aan het Europees Hof, dan is het de aan allergie grenzende afkeer die het heeft voor uitingen die bevolkingsgroepen viseren. Zodra het Hof vindt dat uitingen op gespannen voet staan met erg abstracte en ruime noties als 'cohesie', 'non-discriminatie' en 'tolerantie', vervalt zo goed als elke bescherming.

Weliswaar hanteert het Hof in die zaken niettemin zijn bekende mantra dat ook uitingen die "kwetsen, schokken of verontrusten" bescherming genieten, maar in de praktijk is dat dan niet meer dan een inhoudsloze frase.

Er bestaan eigenlijk geen arresten waarin het Hof een veroordeling van een politicus voor het doen of verspreiden van racistische uitingen een schending achtte van de expressievrijheid. Staten krijgen op dit vlak zo goed als carte blanche van het Hof.

Het is ook uit de Europese rechtspraak dat de Hoge Raad het criterium afleidt dat op politici juist een grotere juridische verantwoordelijkheid rust dan op gewone burgers, waar het gaat om het (niet mogen) beledigen van bevolkingsgroepen.

Politiek proces vs. het politieke proces

Is het dan ondenkbaar dat Wilders wordt vrijgesproken? Dat niet. Maar de kans dat het gebeurt is, gegeven de geldende wetgeving en rechtspraak, veel kleiner dan de kans op een veroordeling.

Dat betekent niet dat ik enthousiast ben over het proces. Integendeel. Om te beginnen omdat het ongeveer even productief is als het bevestigen van een knoop op water. Een goede uitkomst, in het licht van wat de wetgeving beoogt, is bij een politicus als Wilders moeilijk haalbaar. Een veroordeling kan hij bij zijn achterban uitspelen als de Linkse Elite die hem wil muilkorven. Bij een vrijspraak komt de PVV-leider versterkt uit de strijd en zal zijn aanhang zich gelegitimeerd voelen om nog extremere uitspraken te doen.

Ook principieel is de vervolging problematisch. Ja, we moeten minderheden beschermen tegen discriminatie en ongelijkheid op de werkvloer, in het onderwijs en binnen het strafsysteem. Maar we moeten niet verder 'stroomopwaarts' willen interveniëren, door mensen te verbieden dingen te zeggen waarvan we denken dat die discriminatie voeden.

De democratische meerderheid zou niet het recht mogen hebben haar wil op te leggen aan wie het verboden is om te protesteren tegen die beslissing. Oproepen tot het invoeren van discriminatie is zelf nog geen discriminatie. Personen die dit doen, moeten in een rechtsstaat al aanvaarden dat ze hun plannen nooit kunnen verwezenlijken. Hen ook nog verplichten te zwijgen over hun wensen is een brug te ver. Temeer omdat je hen daarmee hun enige (geweldloze) protestmiddel ontneemt en hen en hun opvattingen in de illegaliteit duwt.

Maar als ik dat allemaal vind, waarom bekritiseer ik dan de argumenten van degenen die ijveren voor vrijspraak? Omdat mijn bezwaren (rechts)politiek en niet juridisch van aard zijn. De bestaande Nederlandse wetgeving begrenst de vrijheid van meningsuiting nu eenmaal verregaand en het is de taak van de wetgevende macht om die eventueel te veranderen, niet die van de rechter.

Wilders schreeuwt dat het een politiek proces is: "Het is echt politieke vervolging. Het rechtssysteem in Noord-Korea is beter dan dat in Nederland." Het is ongetwijfeld juist dat de talloze gemartelde politieke dissidenten aldaar niets dan medelijden zullen hebben met het feit dat Wilders voor die af-grij-se-lij-ke Amsterdamse rechtbank moest komen...

In ernst en werkelijkheid is wat rechters beslissen een gevolg van wat de politiek eerst heeft beslist, en zo moet dat zijn. Kortom: het is net omdat Nederland geen Noord-Korea is, dat ook Wilders niet boven de wet staat. Hoe dom die wet ook is.

U kan dit abonneestuk vandaag gratis lezen. Elke dag De Morgen lezen? Proef nu drie maanden en krijg 49 procent korting op demorgen.be/proef

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234