Zondag 18/04/2021

Focus

Hoe sterk is een minister die haar eigen zwakte erkent?

Jacqueline Galant (MR), minister van Mobiliteit. Beeld BELGA
Jacqueline Galant (MR), minister van Mobiliteit.Beeld BELGA

Een minister die in een brief toegeeft dat ze het niet langer alleen kan. Het is ongezien, maar Jacqueline Galant (MR) meent het. Alleen krijgt ze het aantal verkeersdoden niet meer naar beneden, de burgers moeten haar helpen.

Elke maandagochtend zit Galant om acht uur samen met haar staf op haar kabinet. Ze begint er niet met een koffieklets over de kinderen, wel met een analyse van de dodelijke verkeersongevallen van het afgelopen weekend. Voor de MR-minister kwamen die statistieken de laatste weken erg dichtbij. In haar Henegouwse regio, rond Ath en Mons, vielen er uitzonderlijk veel jonge slachtoffers. Langs de steenwegen zijn er daar enkele beruchte cafés en discotheken, waar jongeren zich laveloos drinken en dan toch nog achter het stuur kruipen.

Het waren die jonge verkeersdoden uit haar naaste omgeving die haar aan het denken zetten. Ze wou niet de zoveelste campagne door een reclamebureau laten opzetten, ze besliste zelf een brief te schrijven. De aanhef, "Weggebruikers, nu is het aan u", is niets minder dan een moreel appel.

In die brief, gisteren gepubliceerd in Le Soir en De Standaard, wijst ze op een paradox. Dagelijks ontvangt ze tientallen mails van klagende burgers. Die zagen over de boete omdat ze 3 kilometer per uur te snel reden of vragen zich af of de politie niets beters te doen heeft dan controles op sms'ende automobilisten. Diezelfde Belgen zijn wel gechoqueerd wanneer ze het nieuws zien over de weekenddoden, maar ze veranderen hun gedrag niet. Twee verkeersdoden per dag, het zijn er veel te veel, schrijft ze nog, maar ze weet niet hoe ze er nog meer aan kan doen. "De impact van de overheid heeft bijna zijn grenzen bereikt", besluit ze. "Ik ben een minister, geen tovenaar."

Draagvlak

De Franstalige liberale haalt er een studie van het Belgisch Instituut voor Verkeers­veiligheid (BIVV) bij, waaruit blijkt dat 90 procent van de ongevallen te wijten is aan een menselijke fout. Van overdreven snelheid tot onoplettendheid of alcoholgebruik, het zijn de bestuurders die er zich aan bezondigen. "En daarom wil ik u erbij betrekken", gaat ze verder. "Zonder uw steun lukt het niet om een draagvlak te creëren voor moeilijke maatregelen."

De oproep die ze lanceert, is dubbel. In een staten-generaal in december mogen alle burgers voorstellen doen opdat het aantal verkeersdoden voort zou dalen. Elkeen mag zich voor die vergadering aanmelden op een speciale website (www.sgvv2015.be). Al die ideeën moeten dan wetten worden waar mensen wel het nut van inzien en die dus wél nageleefd worden.

Ontloopt Galant met deze brief haar eigen verantwoordelijkheid of neemt ze een volgende stap in de participatieve democratie? Mobiliteits­deskundige Kris Peeters vindt haar hulpkreet een blamage voor alle academici die dit vakdomein bevolken. Hij wijst op de vele voorstellen - zoals een verdere verbanning van de auto - die de regeringen al jaren naast zich neerleggen.

"De minister zoekt gewoon maatregelen voor verkeersveiligheid waar ze zelf niet minder populair door wordt", meent Peeters. "Dit is de parade van de paraplu's. Haar oproep moet een gebrek aan politieke moed maskeren."

Galant heeft geen problemen met die aanval. "Het is goed dat er debat is", klinkt het kalm op haar kabinet. "Wij willen elke burger met een mening de hand reiken."

Uniek

Want wat ze doet en schrijft, is best uniek. Het is de eerste keer dat een politicus van dit niveau zich zo kwetsbaar opstelt. "Dat is niet problematisch, maar net positief", meent Wouter Van Dooren, die aan de Universiteit Antwerpen burgerbewegingen volgt. "Politici geven hun eigen machteloosheid veel te weinig toe. Ze wekken de indruk dat ze alles onder controle hebben. Dat maakt de desillusie bij de burger des te groter wanneer ze falen."

Gelijkaardige initiatieven hadden tot nog toe een kleiner kaliber. Zo was er het burger­kabinet van cultuurminister Sven Gatz (Open Vld), dat 120 burgers in debat liet gaan over hoe meer mensen aan cultuur kunnen participeren in Vlaanderen. Of er zijn de plannen van socialist Peter Vanvelthoven voor een gelote Senaat en de gespreks­avonden die sp.a organiseert met niet-leden van allerlei slag.

Meer lokaal mocht in het district Antwerpen de bevolking meebeslissen over 10 procent van het budget. Over de grens gebeurt er nog veel meer: Nederland is in dezen nog steeds het gidsland. Om een voorbeeld te geven: Utrecht, de vierde stad van Nederland, loot 150 burgers om mee te praten over duurzame energie.

De politieke professionals haken met die debatten in op de burgerbewegingen die buiten de stolp van de Wetstraat groeiden. Er was de G1000 van schrijver David Van Reybrouck, de 'burgertop' die lang in het brandpunt van de belangstelling stond. Meer recent lokte Hart boven Hard op een druilerige dag 20.000 mensen naar Brussel. En in Antwerpen, alweer Antwerpen, is er Ringland, het burger­collectief dat ijvert voor de overkapping van de ring. Hoezeer ze het ook heeft geprobeerd, Ringland blijkt een collectief dat de Vlaamse regering niet meer kan negeren.

Diplomademocratie

Van Reybrouck, een van de 'aanstokers' van de burgerdemocratie in ons land, is opvallend enthousiast over Galants brief, omdat ze toont wat een modern leider moet zijn. "Niet iemand die knopen doorhakt", meent hij, "maar wel iemand die processen initieert." Toch blijven er twee (rand)bemerkingen. Op de website voor de staten-generaal moeten alle deelnemers zichzelf aanmelden en ze moeten ook meteen opgeven over welk thema ze willen discussiëren: de wegcode, de pakkans, de veelplegers, technologie of diepte­onderzoek rond ongevallen. Galant doet dat om de discussie binnen haar bevoegdheid te houden, Vlaanderen heeft steeds meer te zeggen over mobiliteit. Die begrenzing maakt echter ook dat ze potentiële geïnteresseerden kan afschrikken. Mensen met een gefundeerde mening, maar minder vertrouwdheid met het politieke jargon.

"Het gevaar is dat je de diploma­democratie versterkt", zegt Van Reybrouck. "En dat je dus meer macht geeft aan wie diploma's, geld en contacten heeft. Dat wie mondig is, meer macht krijgt. Voor je het weet, zit je terug in de negentiende eeuw met het cijnskiesrecht."

Loting kan dat euvel tegengaan. "Simpel gezegd: mijn moeder zou zich nooit opgeven, maar ze zou wel komen als ze gevraagd werd."

Geen hoogmis

Wezenlijk zal zijn hoe serieus Galant haar eigen staten-generaal neemt. Ze moet op voorhand duidelijk communiceren wat ze met alle aanbevelingen zal aanvangen en moet opletten dat ze niet in de oude politieke patronen vervalt. Ze mag alle aanbevelingen niet slechts noteren en er dan mee in de politieke controlekamer duiken. "Dit mag niet verworden tot een vergadering met veel te veel mensen die enkele ideeën op post-its krabbelen", merkt de Antwerpse hoofd­docent Van Dooren op. "Vaak weet de politiek nu nog niet goed wat ze met al die inspraak moet aanvangen."

Geen groots opgezette hoogmis dus, maar een opeenvolging van vergaderingen waarbij burgers huiswerk meekrijgen en zelf moeten delibereren over de haalbaarheid van hun ideeën. Of, zoals Van Reybrouck het samenvat: "Als je de band met de burger duurzaam wilt verkloten: zeg dan dat zijn stem telt, en doe er vervolgens niets mee."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234