Donderdag 25/02/2021

VoorpublicatieJoël De Ceulaer & Maarten Boudry

Hoe sommige virologen verkeerde inschattingen maakten: lessen uit één jaar coronacrisis

Joël De Ceulaer en Maarten Boudry. Beeld DM
Joël De Ceulaer en Maarten Boudry.Beeld DM

Hoe kon het zo mislopen en welke cruciale denkfouten zijn er gemaakt? Daarover gaat het boek Eerste hulp bij pandemie van Joël De Ceulaer en filosoof Maarten Boudry. Een voorpublicatie, met oog voor de actualiteit.

Oei. Nóg een kroniek van deze crisis? Hebben we niet al genoeg nieuwsbrieven, curves, grafieken, tijdlijnen en analyses gelezen? Troost u, wij gaan niet nog eens vertellen wat u al in de kranten hebt gelezen en op televisie gezien. Wij proberen vanuit een helikopter naar het rampjaar 2020 te kijken. Hadden we dit kunnen voorkomen? Waarom hebben sommige ezels zich twee of drie keer aan dezelfde steen gestoten? Hoe moeten we dit in de toekomst vermijden?

Om uw leeservaring zo aangenaam mogelijk te maken en u de kans te bieden om als het ware door het boek heen te hinkelen, hebben we gekozen voor de vorm van het lexicon, een verhelderend alfabet van de coronacrisis. Aldus kunt u van hier naar daar springen en hoeft u dit boek niet in één ruk uit te lezen. En hoewel we over wereldontwrichtende rampspoed schrijven, hebben we gestreefd naar de lichte toets en af en toe een kwinkslag. De crisis is zo al zwaar genoeg.

Hier alvast enkele ingekorte fragmenten.

Achterafklap

Waarom een vergissing toch een goede beslissing kan blijken, en waarom je maatregelen altijd moet beoordelen op basis van de kennis die op het moment zelf voorhanden was.

In de heerlijk oneerbiedige animatieserie South Park komt een personage voor dat luistert naar de naam Captain Hindsight, wat we vrij kunnen vertalen als Kapitein Achterafklap. Het is een superheld met een superheldencape die de wereld ‘redt’ door uit het niets op te duiken nadat het onheil is geschied, om vervolgens aan iedereen uit te leggen wat ze hádden moeten doen om de ramp te vermijden. Wie zoals wij over de coronacrisis schrijft, ongeveer een jaar nadat ze uitbrak, moet die Captain Hindsight voortdurend in het achterhoofd houden. Want achteraf is het makkelijk praten. Het is verleidelijk om beslissingen van toen te beoordelen met kennis van vandaag.

Maar niemand beschikt over een glazen bol of tele­tijdmachine, en de toekomst is veel onvoorspelbaarder dan ze achteraf lijkt. Beslissingen uit het verleden moet je daarom altijd beoordelen op basis van de kennis die voorhanden was op het moment dat ze tot stand kwamen. De uitdaging bestaat erin om als het ware wég te denken wat je nu weet en je te verplaatsen in het standpunt van wie niet wist wat er zou gebeuren.

Neem de prille uitbraak van deze pandemie. Waarom, vragen sommigen zich af, trokken virologen niet in januari 2020 aan de alarmbel, toen ze hoorden over een nieuw virus dat in de Chinese provincie Hubei was ontdekt, met SARS-achtige ziekteverschijnselen? Als we vroeger en drastischer hadden ingegrepen, dan hadden we veel onheil kunnen voorkomen. En dat klopt: het had veel ­doden gescheeld.

Bij onzekerheid is het raadzaam om maatregelen te nemen waar je geen spijt van krijgt: ‘spijtloze’ maatregelen .
 Beeld Philip Lindeman
Bij onzekerheid is het raadzaam om maatregelen te nemen waar je geen spijt van krijgt: ‘spijtloze’ maatregelen .Beeld Philip Lindeman

Maar toch is hier Kapitein Achterafklap aan het woord. Virologen krijgen regelmatig waarschuwingen van nieuwe virussen en ziekteverschijnselen van overal ter wereld. De overgrote meerderheid blijkt vals alarm of een storm in een glas water. Als je bij elk dergelijk signaal het rampenplan afkondigt, zouden we in een welhaast permanente alarmtoestand leven. Beeld je in dat je in een luchtverkeerstoren naar een radarscherm tuurt waarop af en toe een stipje verschijnt dat je niet kunt verklaren: welk stipje is verdacht en zou wel eens een raket kunnen zijn? Zodra de bom is ingeslagen, kun je jezelf voor de kop slaan.

Maar dat is achteraf. In december 2019 onderscheidde het coronastipje op de radar zich nog nauwelijks van al die andere stipjes. De afgelopen decennia hoorden we regelmatig waarschuwingen over ziekten die potentiële pandemieën zouden kunnen worden, zoals de vogelgriep of Mexicaanse griep. Achteraf werden virologen als paniekzaaiers weggezet. Dat díé virussen uiteindelijk niet de grote klepper werden en dit coronavirus wel, dat weten we nu natuurlijk, maar dat wisten we toen niet.

Gaan onze politici, journalisten en wetenschappers dan helemaal vrijuit? Toch niet. Want zelfs als we ons hoeden voor goedkope achterafklap, en zelfs als we enkel rekening houden met de kennis die toen voorhanden was, zijn er inschattingsfouten gemaakt. Neem het feit dat de Chinezen in januari plots een miljoenenstad hermetisch afsloten en in twee weken een noodhospitaal bouwden. Dat had ons best wat zenuwachtiger mogen maken. China is wel een dictatuur, maar staat daarom nog niet volkomen onverschillig tegenover de gezondheid van zijn onderdanen (of althans de meeste van hen, gelet op de manier waarop het land de Oeigoeren behandelt). Een miljoenenstad op slot doen en in allerijl noodziekenhuizen bouwen – dat doe je niet zomaar. Dat was een verontrustende en vrij stevige ‘stip’ op de radar. Waarom maakten we ons toen geen of weinig zorgen? Misschien omdat westerlingen China nog altijd een beetje als een ontwikkelingsland beschouwen – wat het al lang niet meer is. Misschien waren Europese politici ook iets te zelfgenoegzaam over de superioriteit van onze gezondheidszorg. Een noodhospitaal bouwen in twee weken, dat is natuurlijk knap, maar wij hébben hier al uitstekende ziekenhuizen. De beste ter wereld! Ons zou het toch nooit overkomen?

Op 26 januari 2020, drie dagen nadat Wuhan in lockdown gegaan was, pleitten twee befaamde risicoanalisten – Yaneer Bar-Yam en Nassim Nicholas Taleb – in een nota aan de internationale gemeenschap nadrukkelijk voor het voorzorgsprincipe: zij riepen landen op om hun luchthavens te sluiten voor vluchten uit China. Zij maakten op dat ogenblik al de juiste inschatting, op basis van de schaarse kennis die voorhanden was. Natuurlijk wisten zij toen nog niet zéker dat dit een mondiale catastrofe zou worden. Toch hadden zij de juiste reflex. Niet alleen achteraf bekeken, maar toen al.

Asymmetrie

Wanneer de ene fout gevaarlijker, gewichtiger en noodlottiger is dan de andere. En wat een brandalarm met een verdachte in een moordzaak te maken heeft.

In een onzekere wereld maken we allemaal fouten. Maar niet alle fouten zijn even vergeeflijk. Dat komt omdat je in veel situaties twee soorten van fouten kunt maken, waarvan de ene veel gevaarlijker of noodlottiger is dan de andere. In de statistiek en besliskunde spreek je dan van een asymmetrie tussen de twee soorten fouten.

Misschien waren Europese politici iets te zelfgenoegzaam over de superioriteit van onze gezondheidszorg  .
 Beeld Philip Lindeman
Misschien waren Europese politici iets te zelfgenoegzaam over de superioriteit van onze gezondheidszorg .Beeld Philip Lindeman

Neem een eenvoudig voorbeeld: de rookdetector. De enige functie van dat toestel is om alarm te slaan wanneer er brand is. Dat is simpel, maar rookdetectoren kunnen zich natuurlijk ‘vergissen’, net zoals mensen. Ze kunnen twee verschillende fouten maken. Eén: er is geen brand, maar de detector gaat toch af. Twee: het brandt ergens, maar de detector slaat geen alarm. De eerste situatie noemen we vals positief, de tweede vals negatief. Nu is het in dit voorbeeld zo klaar als een klontje dat de tweede fout (vals negatief) veel schadelijker is dan de eerste. Een detector die ’s nachts ongevraagd begint te loeien is irritant, maar een detector die zwijgt terwijl je huis afbrandt, is catastrofaal. In een ideale wereld willen we dat onze detector geen van beide fouten maakt, maar we leven niet in een ideale wereld.

En dus moet je een evenwicht zoeken. Ontwerpers stellen de detector zo af dat hij een beetje overgevoelig is en dus op veilig speelt. Het nadeel is dat hij weleens gaat loeien als iemand een kaarsje aansteekt. Het voordeel is dat hij elke échte brand zal signaleren.

Wat heeft asymmetrie te maken met het coronavirus? Veel. Juist omdat we te maken hebben met een gevaarlijk virus dat zich exponentieel verspreidt, is het in allerlei opzichten gevaarlijker om het virus te onderschatten dan het te overschatten.

Neem de vraag of het coronavirus zich enkel via druppeltjes verspreidt of ook via aerosolen. Een interessante wetenschappelijke kwestie, die je rustig kunt onderzoeken als je tijd en geld hebt. Maar moet je wachten tot aerosolverspreiding ‘bewezen’ is voor je maatregelen neemt? Nee, want de risico’s zijn sterk asymmetrisch. Als je aanneemt dat aerosolverspreiding voorkomt, maar dat blijkt later niet het geval, dan heb je wat geld en moeite verspild aan mondmaskers en extra verwarming. Maar als je ervan uitgaat dat er geen aerosolverspreiding is en die blijkt er later tóch te zijn, kun je al honderdduizenden besmettingen verder zitten. Hier kun je beter op veilig spelen.

Nog een voorbeeldje. Moet je wachten tot je hard bewijs hebt voor asymptomatische besmetting, of moet je ervan uitgaan dat iedereen potentieel drager is, ook de mensen die zich nog lekker voelen? De eerste fout is noodlottiger dan de andere. Of denk aan de kinderkwestie. De wetenschappelijke evidentie over de vatbaarheid en besmettelijkheid van kinderen was lang een groot vraagteken. Moet je handelen alsof kinderen vlotte verspreiders zijn, of moet je hopen dat het wel mee zal vallen? Een retorische vraag.

Een andere invalshoek om de asymmetrieën in deze crisis te begrijpen, is om kosten tegen opbrengsten af te wegen. Een maatregel die weinig kost en veel opbrengt, is een asymmetrische maatregel. Enkele voorbeelden: efficiënte bron- en contactopsporing, sneltests en goed nageleefde quarantaines. Als je daar een epidemie mee kunt bedwingen, hoef je niet naar een lockdown te grijpen, wat uiteraard een grote winst is voor de samenleving. Een lockdown zelf kan ook een grote opbrengst hebben, als je het zover hebt laten komen, maar er staan hoge kosten tegenover – een stuk hoger dan bij contactopsporing en sneltests. Daarom is een lockdown géén asymmetrische maatregel. Maar helaas soms wel een noodzakelijke. Om het met Marc Van Ranst te zeggen: “Er is maar één ding dat erger is dan een lockdown, en dat is een lockdown die te laat komt.”

Expertise

Een systematisch geheel van kennis over een bepaald domein dat meestal in het voordeel – maar bij hoge uitzondering soms in het nadeel – van de bezitter speelt.

Wie wil weten hoe wereld en mens in elkaar zitten, kan best kijken naar de consensus die de verschillende experts in hun vakgebieden hebben bereikt. Die consensus is nooit waterdicht of bestand tegen nieuwe inzichten, maar ze is wel de betrouwbaarste benadering van de Ware Toedracht van de Werkelijkheid die we momenteel hebben.

En toch kan expertise ook een nadeel zijn, wat deze pandemie heeft bewezen. Simpel gezegd: het systematische geheel van kennis waarover elke expert beschikt, heeft hij of zij gisteren opgebouwd, terwijl de wereld er morgen helemaal anders kan uitzien. Laten we dat even toepassen op deze pandemie. Bij het opduiken van een nieuw, voorheen onbekend coronavirus heeft elke expert uiteraard de neiging om het te benaderen op basis van de inzichten die hij of zij al heeft verworven over corona- en andere virussen. Dat is slim, want je moet natuurlijk érgens beginnen – zonder een houvast weet je niks en ben je machteloos. Maar te hard vertrouwen op bestaande kennis houdt ook een risico in – wanneer dat nieuwe virus zich anders gedraagt dan wat je op basis van eerdere kennis zou verwachten.

Moet je wachten tot aerosolverspreiding of asymptomatische besmetting ‘bewezen’ zijn voor je maatregelen neemt? Nee.
 Beeld Philip Lindeman
Moet je wachten tot aerosolverspreiding of asymptomatische besmetting ‘bewezen’ zijn voor je maatregelen neemt? Nee.Beeld Philip Lindeman

Het valt hun op zich niet kwalijk te nemen, maar aan het prille begin van deze pandemie hebben sommige virologen, epidemiologen en infectiologen mogelijkerwijze een paar verkeerde inschattingen gemaakt. Meerdere experts gingen er bijvoorbeeld van uit dat bejaarde mensen niet zo besmettelijk zouden zijn, omdat oude mensen oude slijmvliezen hebben die minder virus aanmaken. Dat weten ze dankzij hun ervaring met de griep. Maar het nieuwe coronavirus verraste hen volkomen. Viroloog Marc Van Ranst moest bijvoorbeeld in april 2020 toegeven dat zijn kennis over griep hem wat dat betreft misleid had: ‘Dit virus doet iets dat we nog nooit gezien hebben: die oude mensen produceren massieve hoeveelheden van het virus. Dat ging in tegen elke kennis die we hadden.’ Aanvankelijk hebben experts ook het gevaar van presymptomatische en asymptomatische besmetting onderschat. En de rol van aerosolen.

Achterafklap is gemakkelijk, dat klopt. Maar deze harde les is nu wel duidelijk: bij onzekerheid is het raadzaam om je te vergissen aan de veilige kant. Om maatregelen te nemen waar je geen spijt van krijgt – we lanceren hierbij het neologisme ‘spijtloze maatregelen’. Zeker als dat weinig kost.

Expertise is cruciaal, want zonder expertise vaart de kapitein blind, maar expertise kan leiden tot zelfoverschatting en ongepaste zelfverzekerdheid. Zeker in het begin van een crisis.

Mutatie

Toevallige verandering in het genetisch materiaal van een organisme of virus. De motor van evolutie door natuurlijke selectie, maar de schrik van elke vaccinontwikkelaar.

Het is een van de diepe inzichten in Darwins gevaarlijke idee, het opus magnum van de Amerikaanse filosoof Daniel C. Dennett: de eerste fout die ooit in de geschiedenis van de kosmos werd gemaakt, was een kopieerfout – zo’n kleine vier miljard jaar geleden. Die zette de evolutie van het leven op aarde in gang en leidde tot de verbluffende variatie aan fauna en flora die wij kennen, inclusief de mens.

Waarom zette een kopieerfout de evolutie van het leven in gang? Omdat evolutie werkt volgens drie stappen: variatie, selectie en overerving. Elke populatie – of het nu mensen of virussen zijn – kent verschillende variaties. De individuen die het best aan de omstandigheden van het moment zijn aangepast, hebben de grootste kans om te overleven en zich voort te planten, lees: om door de natuur ‘geselecteerd’ te worden.

Het nageslacht van die best aangepaste individuen erft het genetisch materiaal, en aldus de ‘aangepastheid’, van de vorige generatie. Dat is de evolutietheorie in een notendop, een samenspel van toeval en wetmatigheid.

De kopieerfouten behoren tot het domein van het toeval. De variatie die elke populatie kenmerkt, is meestal het gevolg van mutaties. Mutaties in het genetisch materiaal. Omdat het modale genoom nogal gigantisch is, een code van miljarden letters, is een kopieerfoutje snel gemaakt. De meeste van die kopieerfoutjes gaan onopgemerkt voorbij, sommige pakken ongunstig uit (omdat ze bijvoorbeeld tot een fatale aandoening leiden), maar een kleine minderheid pakt juist gunstig uit (omdat ze bijvoorbeeld de intelligentie verhogen). Maar mutaties leveren de grondstof waarmee de natuur aan de slag gaat – wie het best is aangepast, kan het best overleven en zich voortplanten. En dat is geen toeval.

Wat geldt voor organismen, geldt ook voor virussen. Coronavirussen zijn weliswaar geen volwaardige organismen, omdat ze niet op zichzelf kunnen bestaan en altijd de kopieermachine van een ander organisme moeten gebruiken. Zo’n virus is een stukje genetisch materiaal dat de cellen van volwaardige organismen kaapt om zich maximaal te vermenigvuldigen, door aan de cellen van zijn gastheer de instructie te geven: ‘Kopieer mij.’ En bij elke kopie kan, ook hier, een fout optreden.

Ook dit coronavirus ondergaat voortdurend allerlei mutaties. De meeste daarvan maken geen verschil uit, maar ondertussen weten we dat een aantal varianten veel gevaarlijker zijn dan het oorspronkelijke virus, omdat ze een stuk besmettelijker zijn. Dat werpt ons als het ware een jaar terug in de tijd, want de varianten vormen een nieuwe dreiging, waar we ons met nog strengere maatregelen tegen moeten wapenen. Met effectieve vaccins in het vooruitzicht is het bijzonder tragisch dat we ons nog een derde dodelijke golf op de hals hebben gehaald.

Het goede nieuws? Op termijn zal Sars-CoV-2 wellicht evolueren zoals de andere coronavirussen. Ook die zouden ooit hun carrière begonnen zijn als stevige killers, om te eindigen als relatief gezinsvriendelijke verkoudheden.

Nevenschade

De indirecte maatschappelijke, sociale en economische ravages aangericht door de strijd tegen het coronavirus, die volgens kwatongen erger is dan de kwaal zelf.

Wie zoals wij een strenge aanpak tegen dit virus bepleiten, krijgt vaak het verwijt dat we geen aandacht besteden aan al het menselijke nevenleed dat door de maatregelen werd veroorzaakt: de piek aan eenzaamheid, depressie, kindermisbruik, de vermijdbare kankerdoden, de bedrijven die overkop gaan en mensen die in armoede belanden. De remedies van de virologen zouden veel erger zijn dan de kwaal zelf. Natuurlijk gaan er mensen dood aan covid, erkennen de critici, maar er gaan nog meer mensen dood aan het beleid tegen corona. Dus afschaffen die maatregelen!

Die mensen vergissen zich schromelijk.

Het valt hun op zich niet kwalijk te nemen, maar vorig jaar hebben sommige virologen verkeerde inschattingen gemaakt. Beeld Philip Lindeman
Het valt hun op zich niet kwalijk te nemen, maar vorig jaar hebben sommige virologen verkeerde inschattingen gemaakt.Beeld Philip Lindeman

Om dat in te zien, moeten we zorgvuldig nadenken over wat er zou zijn gebeurd zónder die lockdowns en andere remedies. Tegenfeitelijk redeneren, zoals filosofen dat noemen. Wel, wat indien we in maart 2020 geen lockdown hadden ingevoerd? In de eerste plaats zouden er natuurlijk veel meer coronadoden gevallen zijn. De versoepelaars die beweren dat de lockdown erger is dan het virus, wijzen vaak op het aantal mensen dat in die periode stierf, en zeggen dan: valt nog mee toch? Niet veel meer dan een flink griepseizoen! Maar als je de kosten en baten van een lockdown wilt wegen, moet je niet naar het werkelijke aantal coronadoden kijken, maar naar het aantal doden dat zónder de lockdown zou zijn gevallen: dat zijn er minstens vijf keer zoveel. Dat de ‘kwaal’ niet zo erg lijkt, komt dus omdat je de remedie al hebt ‘geslikt’. Als de tandarts je verdoving toedient, ga je haar ook niet halverwege de operatie zeggen: ‘Zeg dokter, die pijn valt goed mee hoor, waar was die verdoving eigenlijk voor nodig?’

Ook over de economische en maatschappelijke nevenschade moeten we zorgvuldig tegenfeitelijk redeneren. De critici geloven dat we zonder lockdown gespaard waren gebleven van al die economische, sociale en maatschappelijke ellende, maar dat is een illusie. De reden is eenvoudig: ook het virus zélf richt zware nevenschade aan. Niet alleen omdat mensen er ziek van worden, maar omdat ze er ook bang van zijn, overigens terecht. Dat zie je als je data over consumptiegedrag en mobiliteit in het voorjaar van 2020 analyseert. In de dagen en weken vóór de lockdowns gingen mensen al massaal hun gedrag aanpassen: minder reizen, minder op restaurant, minder feestjes, minder consumeren. Een zware economische en sociale opdoffer was sowieso onvermijdelijk, lockdown of niet.

Daarnaast richt covid zelf ook economische nevenschade aan. Als je geen maatregelen tegen het virus neemt, ligt binnen de kortste keren de helft van je actieve bevolking thuis ziek in bed, of in het ziekenhuis. Ook niet bevorderlijk voor de economie.

Maar wat richt nu het meeste schade aan: het virus zelf, of de maatregelen ertegen? Dankzij het noeste werk van economen weten we het antwoord inmiddels: het virus. Zoals de Belgische econoom ­Mathias Dewatripont het samenvatte: ‘Het virus doodt de economie, niet de lockdown.’

De meest hardnekkige misvatting in deze crisis, schier even onuitroeibaar als het coronavirus, is het idee dat gezondheid en economie een soort communicerende vaten zijn, dat beleidsmakers een afweging moeten maken tussen fysieke en mentale gezondheid. Talloze politici en ook sommige academici – zoals in België Lieven Annemans en Jean-Luc Gala – hebben tegen verstrengingen gepleit om onze economie en ons mentaal welzijn te sparen. Maar door dat te doen geef je het virus vrij spel, en zal je finaal nóg meer nevenschade veroorzaken. Dat blijkt duidelijk uit internationale vergelijkingen. De landen die vroeg en doortastend tegen het virus optraden (Zuid-Korea, Japan, Taiwan, Nieuw-Zeeland) hadden het minst aantal doden en beleefden het snelste economische herstel.

Hetzelfde patroon zag je destijds bij de Spaanse griep, die economen natuurlijk al veel langer bestuderen: de Amerikaanse steden die snel en streng ingrepen, kenden achteraf ook het snelste economische herstel.

Natuurlijk, iedereen is het erover eens dat een lockdown grote nevenschade aanricht. Minder dan het virus zelf, maar nog steeds heel veel schade. Zelfs de strengste viroloog erkent dat een lockdown een noodrem is, bij voorkeur niet voor herhaling vatbaar. Niemand gooit voor zijn plezier een heel land op slot. En dat brengt ons bij de finale ironie van dit verhaal: niemand heeft de hernieuwde lockdown in het najaar dichter gebracht dan de versoepelaars die vonden dat de maatregelen veel te streng waren, en dat de ‘remedie erger was dan de kwaal’. Maar het punt is nu juist: die maatregelen dienden om een nieuwe lockdown te vermijden. Zo heeft de versoepelbrigade haar eigen ergste nachtmerrie – een nieuwe lockdown – juist werkelijkheid doen worden. En daardoor hebben ze ook al die nevenschade, waarover ze zich volkomen terecht zorgen maakten, groter gemaakt.

In deze crisis gold zoals nooit tevoren: de weg naar de hel ligt geplaveid met goede bedoelingen. En met diverse denkfouten. Vandaag nog altijd, ­trouwens.

Virusknuffelaar

Een Diepe Denker, doorgaans een bekende filosoof of psychiater, die het virus verwelkomt als bestraffing voor onze decadente levensstijl, vooral die van oude, blanke mannen.

Er is een lange traditie van denkers, vooral in de radicale milieubeweging, die de mensheid als een soort plaag van deze planeet zien. ‘De aarde heeft een kanker, en die kanker heet mens’, zo lezen we in het tweede rapport van de beroemde Club van Rome, wellicht het invloedrijkste genootschap in de moderne milieubeweging. Zelfs sir David Attenborough, de innemende Britse documentairemaker en bioloog, noemde de mensheid een ‘plaag’ voor de planeet. De fraaiste uitbeelding van die gedachte is een populaire internetmeme, waarin je een dialoog ziet tussen twee pratende planeten. De aarde ziet er wat ziekjes uit, tussen haar pruillippen steekt een thermometer. De planeet Saturnus spreekt onze planeet bezorgd toe: ‘I’m afraid you have humans’ – ‘Ik vrees dat je besmet bent met mensen.’

Van de kwaal genaamd misantropie, mensenhaat, zagen we tijdens deze pandemie een
nieuwe opwelling. Beeld Philip Lindeman
Van de kwaal genaamd misantropie, mensenhaat, zagen we tijdens deze pandemie eennieuwe opwelling.Beeld Philip Lindeman

Van die kwaal genaamd misantropie, mensenhaat, zagen we tijdens deze pandemie een nieuwe opwelling. Het ziektebeeld kent drie gradaties. De eerste en mildste vorm is het vage bijgeloof dat de coronapandemie een boodschap bevat, dat de natuur ons iets wil vertellen. Milieudenker George Monbiot omschreef de pandemie in de Britse krant The ­Guardian als ‘een wake-upcall van de natuur voor een zelfgenoegzame beschaving’. De paus zag het als ‘het antwoord van de natuur’ op onze miskenning van milieuproblemen.

Een ernstiger variant van de mensenhaat is de overtuiging dat het coronavirus een soort gerechtigheid brengt, een straf voor onze zonden. Psychiater ­Damiaan Denys loofde het virus zelfs als ‘geniaal’, omdat het vooral de ‘oudere witte man’ treft (wat nonsens is, want etnische minderheden hadden juist zwaarder te lijden in deze gezondheidscrisis). Meer in het algemeen ziet Denys de pandemie als een ‘gezonde correctie op onze megalomane levensstijl, een tik van de Schepper’. We zouden het virus beter ‘omhelzen als vriend’, debiteerde hij.

De zwaarste vorm van misantropie is die van de Italiaanse auteur Sandro Veronesi, die in een interview liet optekenen: ‘Het echte virus op de planeet aarde, dat is de mens. Het lijkt haast alsof het coronavirus de antilichamen vormt van de aarde, die nu op de mens worden afgevuurd, omdat de mens nutteloos en zelfs schadelijk is voor de planeet.’

Natuurlijk raakt die gedachtegang kant noch wal. De natuur wil ons helemaal niets vertellen met het coronavirus. En het virus wil ons geen lesje leren. Dat idee is nonsens, even bijgelovig als de gedachte dat hiv een straf van God is voor homoseksualiteit.

Het is niet alleen nonsens, het is ook verwerpelijke nonsens. Die ‘onze’ waar Denys het over heeft in ‘onze excessen’, dat slaat dus ook op duizenden dokters, verplegers, zorgverleners, winkelbedienden en andere mensen uit essentiële beroepen. Wat zullen Denys en Veronesi doen als ze zelf in het ziekenhuis belanden met covid en de arts – mogelijk een oude witte man – hen met gevaar voor eigen leven wil verzorgen? Het virus ‘omhelzen’?

Een kwarteeuw geleden noemde de Amerikaanse komiek Bill Hicks onze soort een ‘virus met schoenen’. Dat was bedoeld als grap. De virusknuffelaars die vandaag dezelfde boodschap brengen, maar dan met een uitgestreken gezicht, zijn helemaal niet grappig en ook niet diepzinnig of interessant.

Maarten Boudry & Joël De Ceulaer, Eerste hulp bij pandemie. Van Achterafklap tot Zwarte zwaan, Lannoo, 260 p., 19,99 euro.

. Beeld rv
.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234