Maandag 16/12/2019

Privacy en veiligheid

Hoe slim zijn slimme camera’s in moordonderzoeken?

Een ANPR-camera in Mechelen. De technologie wordt ingezet om geseinde voertuigen te registreren en er indien nodig het Snelle Respons Team (SRT) op af te sturen. Beeld David Legreve

Slimme camera's doen steeds meer dienst in moordonderzoeken, zo meldt de woordvoerder van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Niet alle juristen zijn overtuigd. "Dit argument wordt gebruikt om een veiligheidsagenda door te duwen." 

Eerder deze week liet minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) verstaan dat de regering geen 1.000 maar 3.000 nummerplaatdetectiecamera's wil plaatsen langs onze snel- en gewestwegen. De camera's moeten de criminaliteit helpen terugdringen, maar kregen ook kritiek omdat zo'n cameraschild de privacy per definitie aantast.

Nicholas Paelinck zou niet meer zonder de slimme ANPR-camera's kunnen. Sinds 2006 gebruikt de korpschef van de politiezone Westkust al zulke camera's om onder andere voertuigen die in Frankrijk geseind staan, te onderscheppen in België. Intussen heeft de zone ook geïnvesteerd in de nieuwste generatie ANPR-camera's. Die kunnen niet alleen nummerplaten herkennen, maar ook het merk en het type van de wagen.

ANPR staat voor
automatic numberplate recognition. De technologie wordt ingezet in de grensstreek met Frankrijk en in steden als Turnhout, Mechelen en Kortrijk om geseinde voertuigen te registreren en er indien nodig het Snelle Respons Team (SRT) op af te sturen.

De slimme camera's kunnen ingezet worden om misdrijven te helpen voorspellen. "Wanneer we geteisterd worden door een reeks homejackings, zijn we dankzij die camera's in staat om een patroon te ontwaren in hoe criminelen te werk gaan en welke vluchtwegen ze gebruiken", legt Paelinck uit. "Met die informatie kunnen we nieuwe misdrijven voorkomen door ze op tijd te onderscheppen."

Achterstand inhalen

En ook in moordzaken zouden die ANPR-camera's een bijzonder belangrijke rol spelen. "Vandaag vertelde iemand bij de federale politie me dat er nog nauwelijks moordonderzoeken zijn waarbij niet ANPR-camera’s worden geraadpleegd", tweette Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). 

"Als bonafide samenleving hebben we een grote achterstand op mensen met slechte bedoelingen. Deze technologie kan helpen om die achterstand in te halen", zegt Van Raemdonck daarover aan de telefoon.

Een wat gratuite uitspraak, volgens strafpleiter Joris Van Cauter. "Die doet uitschijnen alsof er zonder zulke camera's minder moorden zouden opgelost worden. In de praktijk ken ik geen enkele zaak die opgelost werd met ANPR-camera's." In Van Cauters ervaring ontstaat er snel een kring verdachten bij moordzaken. "Meestal gaat het om mensen die elkaar kennen die een motief hebben om iemand te vermoorden. Je hebt meestal geen camera nodig om die mensen terug te vinden."

De koninginnenstukken in de bewijsvoering zijn volgens hem telefoniegegevens. Daarmee kan je niet enkel bewijzen met wie mensen contact hebben gehad, maar je kan verdachten ook perfect lokaliseren. "Indien Van Raemdonck gezegd had dat er geen enkel moordonderzoek afgerond wordt zonder telefoniegegevens, dan kon ik hem volgen."

Van Cauter is geen tegenstander van camerabeelden. Ze kunnen een belangrijk puzzelstukje vormen in een onderzoek. Maar hij betreurt dat moordzaken, verkrachtingen en ontvoeringen gebruikt worden om een cameraschild te verdedigen. "Dat argument wordt gebruikt om een andere agenda door te duwen. Maar de absolute veiligheid die beloofd wordt, is niet wenselijk. Vandaag heeft de overheid het goed voor met die camera's, maar wat als we met een regering opgezadeld zitten die wel een politiestaat wil installeren?"

Niet flauw doen

Op het kabinet van Jambon hebben ze het gehad met die kritiek. "De nieuwe cameraregels zijn robuust." Die moeten de privacy van de burger beschermen en tegelijkertijd politiediensten opties geven om misdrijven te onderzoeken. Zo kan en mag de lokale politie voor bestuurlijke zaken (zoals welke auto's een lage-emissiezone binnenrijden) voor een termijn van een maand een beroep doen op de beelden. Voor een gerechtelijk onderzoek, zoals bij een moord, mogen rechercheurs een jaar in de tijd terugkeren. Maar zonder machtiging van de onderzoeksrechter, krijgen ze geen toegang tot de beelden. 

Philippe Van Linthout is zo'n onderzoeksrechter. Volgens hem moeten we er niet flauw over doen: camerabeelden van gelijk welke camera spelen een belangrijke rol in het zoeken van bewijzen. Hij herinnert zich de zaak rond seriemoordenaar Renault Hardy: "Die wilde in eerste instantie niet meewerken aan het onderzoek. De politie is toen veel te weten gekomen dankzij camerabeelden. Zo fietste Hardy met een tas vol attributen in de richting van het slachtoffer."

Van Linthout zou niet liever hebben dan dat hij wat meer zou kunnen terugvallen op camerabeelden. "Waarheid vinden is een heel complex proces, waarbij elke hulp welkom is. Ik ben het soms wel beu dat mensen privacy opwerpen als het enige recht dat bestaat."

Op dit moment moeten we ons nog niet te veel voorstellen van die camerabeelden, zegt Van Linthout. "De beelden zijn meestal al lang verwijderd. Bovendien overschatten mensen wat je op camerabeelden kan zien. In de meeste gevallen kan ik hoogstens een gezicht en ogen ontwaren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234