Woensdag 29/01/2020

Hoe Saddams gifgas in handen van IS kwam

Islamitische Staat is in het bezit van zeker 2.500 verroeste raketten met het zenuwgas sarin. IS kon beslag leggen op de voorraden omdat het Pentagon en de nieuwe Iraakse regering slordig omsprongen met deze dodelijke erfenis van Saddam Hoessein, onthult The New York Times.

Ontmijner James F. Burns, van de 752nd Explosive Ordnance Disposal Company, trok in 2003 met honderdduizenden VS-militairen Irak binnen op zoek naar bewijzen dat toenmalig dictator Saddam Hoessein nieuwe massavernietigingswapens (WMD's) bouwde. Tot de terugtrekking uit Irak eind 2011 werden er geen moderne WMD's gevonden. De 'smoking gun' die volgens toenmalig VS-president George W. Bush de invasie rechtvaardigde was er niet.

Toch blijkt vandaag hoe ontmijners zoals Burns wel op overblijfselen botsten van oude massavernietigingswapens: granaten vol gifgassen als mosterdgas en sarin, restanten van het chemisch wapenarsenaal dat Saddam had ingezet tijdens de bloedige oorlog met Iran (1980-'88) of tegen zijn eigen minderheden, zoals de Koerden van Halabja (1988).

Sergeant Burns en zijn collega Michael S. Yandell werden op 15 mei 2004 opgeroepen om een ontplofte bermbom te controleren, aangetroffen door een patrouille in het zuidwesten van Bagdad. Het leek een blindganger, want niemand raakte gewond na een kleine ontploffing. Wat voor de ontmijners een routineklus leek, werd al gauw een nachtmerrie.

Omdat er sluipschutters actief waren namen ze de niet-ontplofte granaat uit de bermbom mee in hun wagen om te vernietigen nabij hun basis. Toen ze door een lokale markt reden, merkten beiden een bittere geur op. Ze dachten dat het rottend groenteafval was. Al snel kreeg sergeant Burns zware hoofdpijn. Yandell, aan het stuur, was al misselijk en kreeg problemen met zijn zicht. Bij aankomst op de basis strompelden ze naar buiten. Achter in hun wagen zagen ze dat uit de meegenomen granaat een vloeistof lekte. Sergeant Burns begreep meteen hoe ernstig de situatie was: dit was een chemisch wapen.

Burns herinnerde zich zijn opleiding en gooide er bleekwater over uit, vooraleer zich in de douches te gaan afspoelen. Daar trof hij Yandell aan, die vol horror in de spiegel keek naar zijn gefixeerde pupillen - "een klassiek symptoom van blootstelling aan het zenuwgas sarin". De gealarmeerde medische eenheid smeerde beiden atropinegel op de ogen. Onderzoek leerde dat ze een lekkende 152 mm-saringranaat hadden gevonden die in 1988 geproduceerd was door het Iraakse leger. Beiden hadden geluk: het sarin had 'slechts' een zuiverheidsgraad van 43 procent.

Hoe de twee militairen kortstondig waren blootgesteld aan sarin werd destijds even kort vermeld door een woordvoerder. Meer zou de publieke opinie er niet over vernemen. "We kregen allemaal een spreekverbod - wij, de aanwezige troepen, de kliniek, iedereen", verklaart - intussen luitenant - Burns nu. "We werden gebrieft dat we onze familieleden moesten vertellen dat we waren blootgesteld aan 'industriële chemicaliën', omdat onze zaak bestempeld werd als Top Secret."

Tot gisteren, toen onderzoeksjournalist C.J Chivers van The New York Times hun verhaal vertelde zoals het echt was gebeurd, en meerdere gelijkaardige incidenten met chemische wapens onthulde op basis van documenten van inlichtingendiensten en interviews met tientallen Amerikaanse en Iraakse regeringsmedewerkers.

Ook Belgische erfenis

Volgens Chivers' onderzoek werden door VS-soldaten ongeveer 5.000 verouderde chemische granaten teruggevonden en onschadelijk gemaakt. Bij ongevallen tijdens die berging kwamen minstens zeventien Amerikanen en zeven Iraakse politiemensen in aanraking met sarin en mosterdgas. De medische behandeling voor gewonde militairen liet dikwijls te wensen over. Zo kreeg een sergeant geen toestemming om naar het ziekenhuis te gaan, nadat hij brandwonden had opgelopen door contact met mosterdgas.

Een voormalige officier, Jarrod Lampier, zegt aan de NYT dat het Pentagon meerdere redenen had om de besmettingen te verzwijgen. Het was voor de regering-Bush te pijnlijk om te melden dat enkel verouderde chemische wapens waren gevonden, terwijl ze op zoek waren naar moderne WMD's. Maar vooral dreigden de publieke opinies van de VS en Europa geconfronteerd te worden met een pijnlijke waarheid: zowel precursoren (ingrediënten voor chemische wapens) als granaatomhulsels waren door Saddam in de jaren tachtig besteld bij Amerikaanse en Europese, ook Belgische, bedrijven.

Niemand zag daar graten in. Saddam kreeg toen nog steun van het Westen in de strijd tegen het Iran van ayatollah Khomeini, die als een grotere bedreiging werd gezien. Zelfs de (intussen failliet gegane) Belgische munitieproducent Poudreries Réunies de Belgique (PRB) leverde Saddam lege granaatomhulsels, waarin chemicaliën of zenuwgas konden worden gegoten in fabrieken zoals in het Iraakse Muthanna. Daar bevinden zich vandaag in een bunker nog steeds raketten met het zenuwgas sarin. Sinds afgelopen juni wappert de vlag van Islamitische Staat er op het dak.

Bunkers 13 & 41

Het Muthanna-complex, zo'n 75 kilometer ten noordwesten van Bagdad, was volgens de Belgische ontwapeningsexpert Jean-Pascal Zanders (zie ook interview) Iraks belangrijkste productiesite van chemische wapens in de jaren tachtig. Vanwege zijn ligging in de woestijn besliste de VN-ontwapeningsmissie UNSCOM na de eerste Golfoorlog van 1991 om alle toxische materialen die ze aantroffen daar te centraliseren, met het oog op vernietiging. Drie jaar later volbrachten de VN er hun werkzaamheden en vernielden de infrastructuur. Bunker 41 van het enorme complex werd gebruikt om toxische materialen en vervuilde aarde te herbergen, maar bunker 13, met chemische munitie, agentia en aanmaakmiddelen, werd verzegeld omdat de schade van bombardementen tijdens Operatie Desert Storm te groot was.

Volgens de Iraakse verklaringen van destijds bevatte bunker 13 op het moment van de VS-aanval zo'n 2.500 122mm-raketten die gevuld waren met sarin. Een deel daarvan zou mogelijk tijdens het bombardement zijn opengescheurd en vernield. Maar de Chemical Demolition Group van UNSCOM kon de exacte aantallen nooit verifiëren omdat de raketten te onstabiel, en dus te gevaarlijk, waren. UNSCOM was ook niet in staat om te controleren of er zich andere munitie in de bunker bevond. Oorspronkelijk zou er volgens de Irakezen 15.000 liter sarin in de bunker hebben gelegen, hetzij van slechte kwaliteit. De VN-experts gingen er destijds vanuit dat ook het sarin van de raketten in de loop der jaren zou degraderen. Toch blijft het gevaarlijk, net zoals de andere inhoud van bunker 13: 180 ton natriumcyanide, 1,75 ton kaliumcyanide en 75 kilogram trichloride. In bunker 41 liggen vooral omhulsels die besmet zijn met mosterdgas.

De NYT schreef gisteren dat VS-soldaten op 11 juli 2008 per toeval ook nog in een andere bunker op granaten met mosterdgas botsten. Onbewust van het gevaar haalden ze de granaten naar buiten door een gat in de bunker. Eén korporaal kreeg tijdens die operatie lekkende vloeistof op zijn bovenlijf en werd in ruil voor zijn zwijgen beloond met een Purple Heart-decoratie. Vijf anderen werden bevangen door de dampen.

Het is onduidelijk hoeveel ander levensgevaarlijk materiaal er nog ligt in het complex, maar vast staat dat sinds het incident noch het Pentagon noch de Iraakse regering inspanningen deed om de voorraden te saneren - ook al waren ze daartoe verplicht onder de Chemische Wapenconventie. Een slordigheid die IS nu in de kaart speelt.

Het Pentagon stelt vandaag dat de chemische wapenvoorraden van Muthanna in de handen van IS geen bedreiging meer vormen, maar Chivers van de NYT denkt daar anders over. "Bijna een decennium van oorlogservaring leert dat oude Iraakse munitie gevaarlijk blijft als ze een tweede leven krijgt als amateurbommen voor lokale aanslagen", schrijft hij. "De verzwegen vondst van chemische wapens in Irak heeft verontrustende gevolgen nu IS een groot deel controleert van het territorium waar de chemische wapens werden gevonden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234