Maandag 10/05/2021

Hoe prins Charles werd gejost

De Britse kroonprins Charles was drie jaar geleden vastbesloten om een goede daad te stellen voor de natie. Hij zou hoogstpersoonlijk vermijden dat een fraai 18de-eeuws landhuis openbaar verkocht werd. Ook al moest dat ten koste gaan van zijn eigen Prince’s Charities Foundation.

door Tom Baldwin en Dominic Kennedy

De datum 27 juni 2007 mag in Groot-Brittannië dan vooral worden herinnerd als de dag waarop Tony Blair 10 Downing Street verliet, erfgoedverenigingen waren vooral gefascineerd door een deal die moest verhinderen dat een met schatten volgepropt 18de-eeuws Palladiaans landhuis in Ayrshire verkocht zou worden en voorgoed verloren zou gaan. Er wordt gezegd dat de verhuiswagens al volgeladen waren met een unieke collectie rococomeubilair, waarvan vele stukken gemaakt door Thomas Chippendale zelve, om enkele dagen later onder de hamer te gaan bij Christie’s in Londen. Het was de Britse troonsopvolger prins Charles die de eer te beurt viel dat alles te voorkomen en de ‘reddingsoperatie van de eeuw’ te leiden.

Er gingen geruchten dat aanpalend land volgebouwd zou worden om leven te blazen in een hoek van Schotland die de sluiting van de steenkoolmijnen in de jaren tachtig nog altijd niet helemaal had verwerkt. Iedereen leek in zijn nopjes met dat vooruitzicht. Het publiek zou toegang krijgen tot een erfgoedpareltje dat al te lang verborgen was geweest achter hoge muren, en ‘the Big House’ zou gebruikt kunnen worden om een verarmde gemeenschap in staat te stellen zich een weg terug te knokken.

TUSSENKOMST OP DE VALREEP

Prins Charles had pas twee à drie weken eerder gehoord over de ophanden zijnde verkoop op een groot fondsenwervingsdiner in Windsor Castle, en besloot onmiddellijk dat de uitverkoop gestopt moest worden. De reden, zei een woordvoerder deze week, was dat “Dumfries House een van de weinige overblijvende historische huizen op het platteland was met alle meubilair dat er ooit voor werd aangekocht nog ter plaatse, en dat Zijne Koninklijke Hoogheid vastbesloten was dit belangrijke en mooie landgoed niet verloren te laten gaan voor toekomstige generaties”.

Een campagne om het huis te redden die al ongeveer 12 miljoen pond (14,5 miljoen euro) had ingezameld, verdubbelde met de hulp van de prins al snel zijn fondsen. De bijdragen stroomden binnen van een hele rits private en publieke liefdadigheidsinstellingen, waaronder de Monument Trust, de National Heritage Memorial Fund, de National Art Collections Fund en Historic Scotland. De laatste instelling, die gefinancierd wordt door de Schotse overheid, had tot dan toe geweigerd te subsidiëren, tot Clarence House (de officiële residentie van de Prince of Wales) persoonlijk ging lobbyen bij Alex Salmond, de eerste minister van de Scottish National Party, om de chequeboek van de belastingbetaler aan te spreken. Maar dat was nog altijd 20 miljoen pond (24,2 miljoen euro) minder dan wat de markies vroeg. Nerveuze adverteerders moesten de prins melden dat ze niet geslaagd waren in de opdracht van de prins en dus niet genoeg geld hadden ingezameld. De prins liet zich niet afschrikken en zei hen dat hij zelf wel zou betalen. Er werden handen gedrukt en cheques getekend. De prins had een onwaarschijnlijke reddingsoperatie afgerond.

In de hoerasfeer die volgde, zou het misschien wat onbehouwen overkomen om erop te wijzen dat de prins net een aanzienlijk risico had genomen met een fonds dat hij al dertig jaar aan het opbouwen was. Hij had het grootste deel aangebracht van de 43 miljoen pond (52 miljoen euro) die nodig was om het vastgoed van de markies te kopen, die op dat moment al verschrikkelijk rijk was, en had daarnaast zo’n 3 miljoen pond (3,6 miljoen euro) kosten betaald die nog verschuldigd waren aan Christie’s en Savills (het grootste Britse vastgoedbedrijf).

De enige manier om de resterende 20 miljoen pond te vinden, was lenen. Het bericht was dat de prins het geld had geleend van zijn ‘persoonlijke vermogen’. In feite was hij de lening aangegaan namens The Prince’s Charities Foundation, een parapluorganisatie bedoeld om sociale ondernemingen te leiden en geld in te zamelen voor goede doelen. Sir Michael Peat, zijn belangrijkste privésecretaris, had snel een ontmoeting georganiseerd met Graeme Shankland, de voormalige managing director geïntegreerde financiering bij Bank of Scotland. Het gebeurde allemaal razendsnel op een moment dat geld lenen - geven de adviseurs van de prins toe - een beetje te gemakkelijk was. Vorig jaar werd de lening geherfinancierd bij Couts voor 18 miljoen pond (21,8 miljoen euro), tegen 2 procent boven de LIBOR, het gemiddelde rentetarief waartegen internationale banken in Londen leningen aan elkaar verstrekken. Clarence House zei deze week: “Er bestaat geen twijfel over dat de prins een risico nam door 20 miljoen pond te lenen voor de aankoop.” Maar de woordvoerder voegde daar aan toe: “Je moet risico’s nemen om vooruitgang te boeken.”

Nochtans waren er weinig aanwijzingen dat de prins bovenmatig bezorgd was over het lot van statige landhuizen of een grote interesse had voor wat een criticaster van de Humfriesdeal “een hoop bruine meubels” noemde. Wel was hij alsmaar meer gefocust geraakt op duurzame ontwikkeling, de strijd tegen modernistische architectuur en wat hij graag de ‘erfgoedgerichte regeneratie’ van economisch achtergestelde regio’s noemde.

Vermoedens dat hij meer gemotiveerd werd door huisvesting dan door het huis worden nog versterkt door het feit dat de prins Dumfries House nooit gezien had toen hij besliste een huizenhoge lening tegen een huizenhoge intrest aan te gaan om ervoor te betalen.

WAAROM ZO VEEL BETAALD?

In 2007 schatte Savills het huis, exclusief inboedel, en de omliggende 770 hectare land op 6,75 miljoen pond (8,17 miljoen euro). Ondertussen had Christie’s met veel liefde 634 loten samengesteld in een verkoopsbrochure van 700 pagina’s en twee boekdelen. De veiling zou in juli van dat jaar plaatsvinden, en de totale opbrengst ervan varieerde tussen 11 en 17,4 miljoen pond. SAVE Britain’s Heritage, dat luid campagne voerde tegen de teloorgang van deze unieke collectie, had 25 miljoen pond (30,26 miljoen euro) veil om zowel het huis als de inboedel binnen te halen. Daarbij inbegrepen was een spaarpotje van 5 miljoen (6 miljoen euro) om het goed open te stellen voor het publiek. In 2004 zou National Trust Scotland ongeveer 25 miljoen geboden hebben voor het geheel, vooral omdat het oordeelde dat veel van het meubilair dat speciaal besteld werd voor het huis ‘maat- en paswerk’ was dat niet geveild kon worden.

Toen de markies die prijs verwierp, meldde de trust per aangetekend schrijven dat hij geen inboedel mocht verwijderen die deel uitmaakte van het beschermde erfgoed. Drie jaar later was de raad van East Ayrshire, het bevoegde orgaan, overtuigd genoeg om de meeste obstakels weg te werken door gehoor te geven aan het advies van Christie’s, het veilinghuis dat al vijf jaar aan het negotiëren was over de verkoop van de markies. Marcus Binney, de president van SAVE Britain’s Heritage, zegt dat de inboedel van het huis op basis van de verkoopscatalogus van Christie’s ongeveer 14 miljoen pond (17 miljoen euro) waard was. Dat bleek echter een schromelijke onderschatting te zijn, want Christie’s was naar gewoonte veel te conservatief geweest in zijn schattingen. Een late e-mail van de zaakgelastigden van de markies meldde dat de reële prijs voor een stopzetting van een openbare verkoop 40 miljoen pond (48,4 miljoen euro) bedroeg - 10 miljoen voor het huis en 30 miljoen voor de inboedel. “Het was te nemen of te laten”, zegt Binney. Het minste wat je kunt zeggen, is dat toen de prins alsnog over de brug kwam met zijn lening van 20 miljoen niemand nog een reden had om af te dingen. De markies kreeg elke cent die hij gevraagd had.

Op 27 november werden het landhuis en zijn dure inboedel ondergebracht in een nieuwe vzw, genaamd - naar een van de oude titels van prins Charles - de Great Steward of Scotland’s Dumfries House Trust. Op dezelfde dag richtte de Prince’s Charities Foundation de volledig eigen dochter Dumfries Farming & Land op, die 30 hectare land van de markies opkocht nabij Knockroon voor 268.000 pond (324.339 euro). Dit, samen met een complex van andere boerderijen in de nabijheid van het landgoed ter waarde van minder dan 2 miljoen pond (2,42 miljoen euro), was de enige borg die de stichting had voor de enorme lening. Achter de schermen was het echter een drukte van jewelste. Sir Michael was naar de markies geweest om een potentieel lucratieve vastgoeddeal te sluiten. De belangrijkste medewerker van prins Charles suggereerde dat de prins een bouwvergunning zou kunnen krijgen voor land dat daardoor 20 miljoen pond waard zou worden, maar zijn collega-aristocraat weigerde. De projectontwikkelingssite werd aangekocht voor slechts 268.000 pond omdat dat de toenmalige waarde weerspiegelde voor landbouwgrond. Maar het Schotse kadaster geeft aan dat de familietrust die het legaat van de markies beheert nog via de kassa kan passeren. De markies valt namelijk nog extra in de prijzen als de prins een bouwvergunning krijgt voor Knockroon. Prins Charles zal een onbekend bedrag aan de markies uitkeren om hem te compenseren voor de toegevoegde waarde van het land als ontwikkelingsgebied.

Een woordvoerder van de prins legt uit: “Die 268.000 pond is niet de uiteindelijke prijs die voor die grond betaald wordt. Een deel van de ontwikkelingswinst moet ook nog betaald worden. De Trustees of the Bute Settlement moeten nog een factuur sturen met het oog op wat hen nog toekomt.”

WAT LIEP ER FOUT?

Na de tussenkomst van de prins herriep de raad van East Ayrshire in zeven haasten een eerdere beslissing om het land in Knockroon niet de bestemming huisvesting te geven. Volgens cijfers van de Prince’s Charities Foundation voor het boekjaar dat eindigde op 31 maart 2008 was het land 14.855.000 pond (18 miljoen euro) waard. Voor een buitenstaander lijkt dat misschien een mooie return op een investering van 268.000 pond. Maar de prijs van gronden was toen al aan het dalen, en zelfs dat bedrag was onvoldoende om de lening te dekken. Het jaar daarop kelderde de waarde van het land verder naar 8.773.897 pond (10.61495 euro). Hooggeplaatste bronnen binnen het koningshuis hebben anoniem erkend dat de vastgoedspeculatie van de prins ten minste gedeeltelijk fout is gelopen. Officieel verklaarde Clarence House gisteren echter dat de deal nog altijd een succes kan worden. “De huidige waarde van 8 miljoen pond voor het land is niet relevant. Van belang is de waarde van het land dat verkocht is”, zei een woordvoerder.

In Dumfries House, waar nu ook de toeristen beginnen binnen te druppelen, is het stempel van prins Charles alom. Er is een kamer die volledig gedecoreerd is met doeken die hij geschilderd heeft, en een inleidend filmpje met de Great Steward zelf, die zedig zwijgt over zijn vastgoedproject om de hoek. Maar de prins citeert wel degelijk de 5th Earl of Dumfries, die toen hij besliste het huis te bouwen schreef: “Dit plan is zeker meer gedurfd dan wijs.” De prins voegt eraan toe: “Zo voelde ik het ook aan 250 jaar later.”

Redding van de eeuw of owngoal van 43 miljoen?

Dumfries House, inboedel en facturen Savills en Christie’s: 52 miljoen euro

Lening Bank of Scotland aan de Prince’s Charities Foundation: 24,2 miljoen euro

Prijs landbouwgrond in Knockroon waarvoor de prins een bouwvergunning hoopt te krijgen: 324.339 euro

Waarde van dat land na ontwikkeling tot modelstad: 18 miljoen euro

Waarde van het land in 2009 na de instorting van de vastgoedmarkt: 10,6 miljoen euro

Verschil met originele lening: 18 miljoen euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234