Zondag 20/10/2019

Hoe politiek zijn de Franse letteren nog?

Van Voltaire en Camus tot Houellebecq: de Franse literatuur heeft een lange traditie van maatschappelijk betrokken auteurs, die ook politieke standpunten innamen. Maar hoe geëngageerd is de Franse roman nog? Ironisch genoeg zijn het vooral Frans-Algerijnse schrijvers die de Franse verlichtingswaarden verdedigen.

"Frankrijk, dat is niet Michel Houellebecq, dat is niet de onverdraagzaamheid, de haat en de angst." Het was een opvallende uitspraak van de Franse minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls, daags na de aanslagen op Charlie Hebdo. Valls drukte in een interview met RTL de begrijpelijke wens uit dat de aanslagen geen opstoot van islamofobie teweeg zouden brengen.

Maar hij wees ook schrijver Michel Houellebecq en zijn roman Soumission met de vinger, als aanstichter van onrust en zaaier van intolerantie. In Soumission - het is intussen genoegzaam bekend - verbeeldt Houellebecq hoe Frankrijk vanaf 2022 geregeerd wordt door een gematigde moslimpresident die de samenleving grondig naar zijn hand zet en de (verplicht gesluierde) vrouw weer naar de haard dirigeert. Had Houellebecq de reprimande van Valls aan zichzelf te danken door meermaals te verklaren dat "hij speelde met de angsten van Frankrijk"? Of werd de schrijver door Valls' uitspraken net tot zichtbaarder doelwit van moslimfundamentalisme gemaakt?

Bijna griezelig toeval

Het is en blijft een merkwaardig, haast griezelig toeval dat de verschijning van Houellebecqs nieuwe roman - op woensdag 7 januari - samenviel met de terreuraanslag op Charlie Hebdo. Temeer omdat Houellebecq de cover van het tijdschrift opluisterde, in een uiteraard oneerbiedige cartoon van Luz: 'De voorspellingen van magiër Houellebecq: in 2015 verlies ik mijn tanden, in 2022 houd ik de ramadan.' Binnenin stond een analyse van Soumis-sion door Bernard Maris, een vriend van Houellebecq, die omkwam bij de aanslag. In september 2014 publiceerde hij nog de studie Houellebecq, econome.

De dagen voordien was Houellebecq niet uit de Franse weekblad- en krantenkolommen weg te slaan, met interviews in primetimejournaals en praatprogramma's op France Inter. Allemaal onderdeel van een slim georkestreerd en goed gedoseerd provocatie-offensief van uitgever Flammarion. Bijna luguber oogde de cover van Le Nouvel Observateur vorige week dinsdag, een dag voor de aanslag. Daar luidde het uit de mond van Houellebecq: "Ik heb alle aanslagen overleefd." Le Nouvel Observateur bleef in de rekken liggen na de schietpartij bij Charlie Hebdo, maar de hoofdredactie gaf "un certain embarras" toe. Het tijdschrift Les Inrockuptibles kon nog net een voorplat terugtrekken met daarop een foto van Houellebecq en de woorden 'Wanted'.

Toch viel in vrijwel alle interviews op hoe gematigd de bedreven ambigue Houellebecq zich uitliet over de islam, nadat hij de godsdienst in 2002 nog - in een dronken bui - "la religion la plus con" had genoemd (en daar doodsbedreigingen voor ontving). Nu bleek er "ruimte voor onderhandeling". En overigens, benadrukte hij, "het meest beangstigende deel van de roman zijn de hoofdstukken voordat de moslims aan de macht ko-men". Houellebecq hekelde vooral "de onwaarschijnlijke graad van verachting" waarmee de Franse politici, rechters en journalisten door het leven stappen. En dramde door over onze "behoefte aan religie", die zich uitte in de toenemende hang naar het islamgeloof of het katholicisme.

In Le Nouvel Observateur benadrukte hij zijn 'neutraliteit': "Het is mijn talent dat het onmogelijk maakt om van mij een mogelijke vijand te maken. (...) Ik stel vragen waarop links geen antwoord weet. En rechts evenmin, trouwens."

Houellebecq mocht dan wel de nuance prediken, na de aanslagen deed de eenzelvige onheilsprofeet er pontificaal het zwijgen toe. Geen enkele uitspraak van Frank-rijks bekendste auteur over Charlie Hebdo viel te registreren. In schril contrast met de doorgaans apolitieke Nobelprijswin-naar Patrick Modiano, die zelfs in de vredesmars meestapte: "Opdat deze slachtoffers (...) voor altijd het symbool zullen blijven van dit gewonde, maar verenigde, moedige, vrije Frankrijk waarvan we houden".

Een interview op Canal+ met Houellebecq, dat vrijdagavond uitgezonden zou worden, werd uiteindelijk geannuleerd. Op last van de schrijver zelf? Zijn uitgeverij Flammarion schortte meteen de promotie voor Soumission op en kreeg bewaking voor zijn kantoren. Houelle-becq zelf verliet Parijs, volgens zijn agent om zich "op het platteland" terug te trekken, "diepgaand geëmotioneerd door de dood van zijn vriend Bernard Maris".

Sartriaans figuur

"In eerste instantie dacht ik bij de aanslag op Charlie Hebdo ook aan een zeker verband met de roman van Houellebecq", zegt Luc Rasson, hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit Antwerpen. "Maar bij nader inzien is Soumission toch een vrij gematigd boek. Houellebecq voorspelt geen aanslagen, wel een zachte overgang naar een moslimmaatschappij. De roman is vooral een zoektocht naar betekenis, naar een vorm van zingeving. "En het hoofdpersonage, de academicus François, vindt die uiteindelijk in de islam, hoewel hij die - als Joris-Karl Huysmans-specialist - misschien ook in het katholicisme had kunnen treffen. Over terrorisme, zoals in het veel gewaagdere Platform, gaat het helemaal niet. Zeker omdat Houellebecq zijn discours flink heeft gemilderd, kun je als radicale moslim onmogelijk een fatwa tegen hem uitspreken. Is zijn boek dan een waarschuwing of eerder een soort berusting? Het is politieke fictie met weliswaar een aantal onwaarschijnlijkheden. Maar je kunt het lezen als Orwells 1984: in het heden een aantal evoluties voor de toekomst proberen te ontwaren."

Ook Emmanuel Carrère, die Houellebecq prijst als de weliswaar pessimistische incarnatie van een visionaire schrijver, ziet hoe Houellebecq enigszins in het vaarwater komt van Aldous Huxleys Brave New World en George Orwells 1984. "Met Huxley heeft Houellebecq een fascinatie en nieuwsgierigheid gemeen voor religieuze fenomenen, met Orwell deelt hij de afkeer van het politiek correcte en - hij wordt er niet vaak voor geprezen - een verhoogde gevoeligheid voor het gezond verstand."

Volgens Rasson - die in 1999 over Franse schrijvers en politiek het boek De macht van het woord publiceerde - kun je er inderdaad niet omheen: "Houellebecq staat met beide voeten volop in zijn tijd. Hij gebruikt literatuur om zin te geven aan de chaos van het heden. Precies daarom zie ik hem toch als een sartriaanse figuur: dat idee van te leven in je tijd en er commentaar op te geven, zit er bij hem diep in. Ergens zie ik bij Houellebecq toch dat geëngageerde, dat voortdurende nadenken over sociale en politieke evoluties. Al wil ik benadrukken dat er verder totaal geen overeenkomsten zijn tussen Sartre en Houellebecq (lacht)."

Het belet niet dat het onbehagen over Houellebecq en de opgerakelde thema's groot is in weldenkend Frankrijk, misschien wel meer dan bij zijn vorige romans. De teneur is toch dat Houellebecq een ondergangsdiscipel is, zeker in het licht van de aanslagen. Heeft Valls dan toch gelijk?

Le Nouvel Observateur liet bijvoorbeeld de bekende Parijse psychoanalyticus Fethi Benslama op het boek los. Hij ziet in de roman "een voorafspiegeling van onlusten in Europa waarvan moslims de zondebokken zullen zijn". Maar Benslama geeft toe dat Houellebecq speelt met de categorieën islamofobie/islamofilie. "Het is van een grote perversiteit om een soort 'fobie-filie' te introduceren."

Ook hij meent dat de roman geen munitie bevat om een fatwa uit te lokken. Hij catalogeert Houellebecq paradoxaal genoeg als "een sinistere jihadist, zijn roman speelt met de islam als oplossing voor de ziekte van het decadente Westen".

Ook Le Monde des Livres spitte vrijdag in de impact en politieke bronnen van het boek. En wat bleek? Meer dan te refereren aan de hedendaagse literatuur, haakt Houellebecq zijn karretje aan bij de politieke filosofie die momenteel in Frankrijk opgeld maakt. Marc Weitzmann poneert dat Houellebecq afglijdt naar een bijna romantisch te noemen "reactionair denken". En, betoogt Weitzmann, "Houelle-becqs betoog bestaat eruit de gelijkenissen te onderstrepen tussen Franse katho- lieke nationalisten en moslims, in hun strijd om het herstel van het patriarchaat."

Jean Birnbaum wijst dan weer op de referentie aan Bat Ye'Or, die het concept van Eurabia in het leven riep, waarin het oude, vermolmde Europa zich willoos overlevert aan de Arabische landen.

In de haren vliegen

In ieder geval heerst er in Frankrijk al jaren een levendig debat onder politieke essayisten en filosofen over multiculturalisme en de islam, met figuren als Jean-François Kahn (stichter van het tijdschrift Marianne), de Joods-atheïstische filosoof Alain Finkielkraut (van wie onlangs het felle Ongelukkige identiteit verscheen, waarin hij de afbraak van het onderwijs, het relativeren van identiteit, het minachten van cultuur verwerpt), de feministische Caroline Fourest (die Tariq Ramadan op zijn nummer zette) en de conservatieve Pascal Bruckner. Om nog te zwijgen van de recente opgang van de naar extreem rechts evoluerende Eric Zemmour en zijn bestseller Le suicide français.

Ze vliegen elkaar in de haren of vallen elkaar in de armen en krijgen tegenwind van Bernard Henri-Lévy of Luc Ferry. Maar in ieder geval zorgen ze voor een behoorlijke voedingsbodem voor de denkbeelden waar Houellebecq in Soumission mee jongleert. Rasson wijst erop hoe Houellebecq natuurlijk sterk geobsedeerd is door de decadente Joris-Karl Huysmans (die zich bekeerde tot het katholicisme). Maar ook hoe een figuur als Charles Péguy (1873-1914) weer een revival beleeft, en aangestipt wordt in Soumission. De ene biografie na de andere verschijnt over de in de Eerste Wereldoorlog omgekomen schrijver, die zich bekeerde van socialist tot katholiek en uiteindelijk een felle patriot werd maar ook antisemitische trekjes had. Zijn idee dat politiek spiritueel geïnspireerd moest zijn, vond zelfs weerklank bij het Italiaanse fascisme.

Literatuur en politiek komen in Frankrijk vrijwel altijd in elkaars vaarwater. Sinds Voltaire en de verlichting is het een roemrijke traditie, die met Zola, Camus en Sartre natuurlijk erg prominent werd voortgezet. En denken we ook maar aan de katholiek François Mauriac, de befaamde cultuurminister en schrijver André Malraux of de communist Louis Aragon.

Gebiologeerd door de oorlog

Toch ziet Rasson de laatste jaren weing auteurs die zich echt over de samenleving buigen of forse stellingen innemen. Je hebt natuurlijk Olivier Adam, die in zijn romans over de asielzoekersthematiek schrijft, en François Begaudeau (Entre les murs, over de multiculturele school) of onlangs Karine Tuil. Maar Houellebecq is hors catégorie, een kat met zeven levens die zich niet in een hokje laat stoppen.

"De Franse literatuur van de laatste tien jaar is vooral gebiologeerd door de Tweede Wereldoorlog en heeft de andere thema's wat verwaarloosd", stelt Rasson. "Les Bienveillantes van Jonathan Littell, uit 2006, heeft daarieen fundamentele rol gespeeld. Een aantal auteurs speelde daarop in: ik denk aan Laurent Binet met HhhH, Fabrice Humbert met L'origine de la violence en vele anderen."

Ook twee recente Goncourtwinnaars, Alexis Jenni (In tijden van oorlog) en Pierre Lemaître (Tot ziens daarboven), schreven lijvige romans over de oorlog. Jenni trok wel de link door naar de huidige Franse identiteit. "Als je de Franse letteren van het begin van de 21ste eeuw volgt, zou je haast denken dat de geschiedenis gestopt is in 1945. Maar nu heeft 7 januari 2015 plaatsgevonden. Misschien zal de roman de nazi's en de wereldoorlogen nu eindelijk voorgoed begraven en het over heden en toekomst hebben, en over de onderwerpen die voor ons vandaag echt van belang zijn - zoals Houellebecq het doet. Dat gebeurt toch te weinig in de hedendaagse Franse literatuur".

Rasson attendeert ons daarom op een belangrijke niche in de Franse letteren. Een flink aantal Frans-Algerijnse auteurs steekt al decennia de nek uit over moslimfundamentalisme (denk ook aan de strijd tegen het FIS), en vrije meningsuiting en riskeert daarbij regelmatig hun hachje. En laat net de terreurbroers-Kouachi van Frans-Algerijnse afkomst zijn.

"Figuren als Rachid Mimouni en de erg militante Boualem Sansal met Le village de l'Allemand (2008) hebben de grenzen verkend van wat mogelijk is in Algerije qua vrije meningsuiting. Zo legt Sansal een provocerend verband tussen moslimfundamentalisme en nazisme. Daar zijn Sartre en Camus nog niet dood. Literatuur is voor hen kritiek, taal is actie. Wij gingen er steeds van uit dat het een verre strijd is, amper van belang voor Europa. Maar op 7 januari werd die strijd in het hart van Parijs en de intellectuele wereld ingeplant. Ook wij moeten weer vechten voor onze overtuigingen en onze vrije mening."

In het verkeerde keelgat

Hoe prangend het kan worden, bewijzen de perikelen van de Frans-Algerijnse debutant en journalist-schrijver Kamel Daoud. Alom bejubeld voor zijn debuutroman Meursault, contre-enquête, moest hij begin november 2014 de Prix Goncourt op een haar na aan Lydie Salvayre laten. In zijn boek verzint hij een vervolg op L'Etranger van Albert Camus en geeft hij het woord aan de broer van de door Meursault vermoorde Arabier. Maar in december 2014 sprak de salafistische imam Abd El Fattah Hamdache een fatwa uit tegen Daoud, die het nieuws op zijn Facebookpagina bekendmaakte. "Op het einde van de roman laat Daoud zijn hoofdpersonage een virulente aanval op de islam doen, een herschrijving van de scène met de priester in L'Etranger. Dat schoot de fundamentalisten in het verkeerde keelgat", zegt Rasson.

Daoud liet zich niet uit het lood slaan. Waar Houellebecq zwijgt, spreekt Daoud. Na de aanslagen op Charlie Hebdo werd hij geïnterviewd op France Inter en stelde hij dat "het gevecht van Charlie Hebdo ook het mijne is". Daoud riep ook de moslims op om "uit hun slachtofferrol te stappen en hun positie ten aanzien van het terrorisme te verduidelijken". En drukte de hoop uit dat moslims uit de hele wereld "in beweging komen".

Ter herinnering: in Algerije werden al tweemaal terroristische aanslagen op krantenredacties uitgevoerd. In maart 1994 werden twee journalisten van het onafhankelijke weekblad L'Hebdo Libéré gedood en vielen er ettelijke gewonden, in 1996 eiste een aanval tegen Le Soir d'Algérie drie levens. Rasson concludeert: "Frans-Algerijnse schrijvers hebben al langer recht van spreken over deze kwesties. Zij moeten zich voortdurend afvragen: hebben we het recht om godsdiensten te bekritiseren en te beschimpen? En ze doen dat met gevaar voor eigen leven."

Met dank aan Frankrijkkenner en De Morgen-journalist Lode Delputte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234