Donderdag 17/10/2019

Feestdagen

Hoe overleven we de feestdagen zonder slaande ruzies binnen de familie?

Luk Huys (48) is gemeenteraadslid voor NV-A en stiefvader van Jesse De Meulenaere (22), gemeenteraadslid voor Groen in Aalter. Beeld Bas Bogaerts

Het einde van de regering Michel, woedende gele hesjes, marsen voor of tegen Marrakech; de sociaal-politieke verdeeldheid beleeft hoogtijdagen in ons land. Ook in onze huiskamers. Hoe overleven we de feestdagen zonder slaande ruzies binnen de familie?

Jesse De Meulenaere, 22, gemeenteraadslid voor Groen in Aalter, en Luk Huys, 48, echtgenoot van Jesses moeder en gemeenteraadslid voor de N-VA in Sint-Niklaas.

“Ik zeg meestal niets om de lieve vrede te bewaren voor mijn moeder.”

“Soms hoor ik Jesse tandenknarsen. Komaan jong, smijt het op tafel, denk ik dan.”

Jesse De Meulenaere: “Als je het ergens niet mee eens bent, moet je je best doen om er zelf iets aan te veranderen, vind ik. Met die instelling ben ik in de lokale politiek gestapt.”

Luk Huys: “Afgelopen zomer ben ik getrouwd met de moeder van Jesse. We kennen elkaar nog maar twee jaar, dus alles is nog pril. Ook ik ben actief in de politiek. Ik kom uit een Vlaams nest, ben met de Vlaamse normen en waarden opgegroeid.”

De Meulenaere: “Toen mijn moeder vertelde dat ze een nieuw lief had, ben ik hem meteen gaan checken op Facebook. Ik zag dat hij een N-VA’er was en kreeg toch wel wat schrik. Wat krijgen we nu in huis?”

Huys: “Een rechtse zwartzak!” (lacht)

De Meulenaere: “In het begin vreesde ik voor onze huisvrede maar ik wilde niet vooraf al een oordeel klaar hebben. Afwachten was de boodschap. Uiteindelijk viel het allemaal mee en zijn we best blij met Luk. Wat niet wegneemt dat onze politieke meningen echt wel verschillen. Het komt vooral boven als we naar het Journaal kijken. Ik ben redelijk terughoudend, maar Luk levert meestal meteen commentaar. Dan laat ik hem praten en zeg niets om de lieve vrede te bewaren voor mijn moeder. Tot Luk aan het eind van zijn betoog vraagt: ‘Of niet?’ Dat is het moment waarop ik word uitgedaagd en dat loopt soms uit in een discussie. Maar we houden het beschaafd, we beginnen niet te schreeuwen.”

Huys: “Het gebeurt dat ik Jesse hoor tandenknarsen omdat hij het er niet mee eens is. ‘Komaan jong, smijt het op tafel,’ denk ik dan. Al ben ik niet akkoord met de houding van Groen op nationaal vlak, dat betekent niet dat ik Jesses mening niet respecteer. Dat doe ik wel. Hij is geboren in een andere tijd dan ik, hij denkt anders.”

De Meulenaere: “Ik ben geen anti-Flamingant maar ik voel me zowel Aalternaar als Belg als Vlaming als Europeaan. Met die hele symboliek van de Vlaamse Leeuw en het geel-zwart heb ik niets. Ik begrijp dat mensen trots kunnen zijn op waar ze vandaan komen, maar het gaat om een toevalsfactor; mochten ze ergens anders zijn geboren, dan zouden ze daar fier op zijn. In die zin heeft die trots geen waarde, want je hebt er zelf niets voor gedaan, net zoals het geen verdienste van Vlaanderen is dat je hier ter wereld bent gekomen.”

Huys: “Ik ben wel trots op de Vlaamse vlag. Maar ik wil vooral Vlaming zijn in Europa, al wordt de N-VA soms weggezet als anti-Europese partij. Ik voel mij evenveel Vlaming als een Galiciër zijn identiteit voelt in zijn land, of een Bretoen, of Catalaan. Ik heb respect voor elke bevolkingsgroep in Europa.”

De Meulenaere: “Ik benader de mensen als individu, niet als persoon in een groep.”

Huys: “Als ik mijn mening geef, doe ik dat met de intentie om Jesse iets uit te leggen. Niet om hem te overtuigen N-VA’er te worden, dat is iets anders.”

De Meulenaere: “Vaak twijfel ik in discussies of ik over genoeg informatie beschik om mijn gelijk te kunnen halen. Maar neem het migratiepact; dat heb ik gelezen, ik weet wat ik erover zeg. Alleen zwijg ik dan vaak toch nog. Terwijl ik besef dat de ander ongelijk heeft. De aard van het beestje, vrees ik.”

Huys: “Ik argumenteer op basis van logica en mijn kennis over het onderwerp. In de hoop dat Jesse begrip kan opbrengen voor mijn houding en misschien een andere blik krijgt. Of dat ík een andere visie ontwikkel, dat gebeurt ook. In een discussie bereik je het meeste door echt te kunnen luisteren naar elkaar, door wederzijds begrip, niet door te blijven hameren op je eigen gelijk. Bij ons lukt dat meestal, maar ik kan me voorstellen dat het bij sommige families zal stuiven straks aan de kersttafel.”

De Meulenaere: “Tijdens de lokale verkiezingen afgelopen oktober stond er een bord in de voortuin met mijn kop op. Luk had dan weer een N-VA-sticker van zichzelf op zijn auto. Maar hij parkeerde zijn wagen met de achterkant naar ons huis zodat je zijn kop niet zag vanaf de straat. Uit respect voor mij.”

Huys: “Wacht maar tot volgend jaar, als het om de regionale kieskringen gaat. Dan zullen we nog eens zien.” (lacht)

Eddy El Herbouti, 40, gemeenteraadslid voor sp.a in Sint-Truiden en zus Saâdia El Herbouti, 39, bestuurslid van Open Vld in Sint-Truiden, ruziën over lokale politiek. Of is het discussiëren? Beeld Bas Bogaerts

Eddy El Herbouti, 40, gemeenteraadslid voor sp.a in Sint-Truiden en zus Saâdia El Herbouti, 39, bestuurslid van Open Vld in Sint-Truiden.

Eddy El Herbouti: “Wij komen uit een sp.a-nest, ons gezin bestaat uit elf; mijn ouders en negen broers en zussen. Voor mij was het niet meer dan logisch dat ik naar de sp.a stapte, zes jaar geleden. Toen Saâdia dit jaar opkwam voor Open Vld in Sint-Truiden, voelde ik dat als verraad; hoe kon ze haar eigen broer zo laten vallen?”

Saâdia: “Ik heb een eigen zaak in het centrum van de stad. Voor mij is het volkomen logisch dat ik voor Open Vld kies. Mijn man is Vld’er, net als zijn hele familie. Hebben zij me overgehaald? Nee, ik heb zelf bewust gekozen voor de Vld. Ik mag toch een andere mening hebben?”

Eddy: “Het ging erom dat je bij de Vld ging zonder het mij te zeggen. Ik moest het van iemand anders horen. Zo is de ruzie ontstaan. Daarbij vind ik dat je ideeën volkomen onrealistisch waren.”

Saâdia: “Ten eerste: ik kon je niet tijdig verwittigen over mijn politieke beslissing wegens drukke omstandigheden. Een ander was mij voor en dat is zeer spijtig. Ten tweede: mijn visie is wel degelijk realistisch. Ik weet perfect waarom ik de Vld steun.”

Eddy: “Je bent onrealistisch, daar blijf ik bij. Het feit dat je zei dat je eerst in Sint-Truiden zou opkomen voor de Open Vld en daarna nationaal wilde gaan, zegt genoeg. Nog voor je ook maar wist hoeveel stemmen je hier zou halen.”

Saâdia: “Ik wilde helemaal niet nationaal gaan, dat zei ik alleen om je te treiteren.” (lacht)

Eddy: “Hoe dan ook heb je niet voor Open Vld gekozen uit overtuiging. Ze hebben je van alles beloofd, daarom deed je het.”

Saâdia: “Ze hebben me niets beloofd, dat is volslagen onzin. Bovendien wist ik dat Eddy sowieso genoeg stemmen ging halen. Dat klopte ook, hij haalde drie keer zoveel stemmen als ik.”

Eddy: “Onze politieke standpunten verschillen, maar eigenlijk alleen op lokaal vlak. Over nationale thema’s zoals migratie denken we wel hetzelfde. In onze eigen gemeente gaat het momenteel over de aanleg van een nieuw plein rond de kerk, het Sint-Maartenplein. De zelfstandigen willen dat niet.”

Saâdia: “Excuseer, ook de bewoners zijn er tegen.”

Eddy: “Ik vind dat je naïef bent. Kijk maar naar de Shop & The City-kaart, een digitale klantenkaart waarmee mensen elke maand een prijs kunnen winnen, waaronder een auto. Je doet daar aan mee, maar het is doorgestoken kaart. Vorig jaar kon ik van te voren voorspellen in welke zaak die auto gewonnen zou worden. Op zich ben ik niet tegen de shoppingkaart, maar wel tegen het systeem. Het verloopt niet eerlijk.”

Saâdia: “Ik naïef? Welnee, de verloting gaat via de computer. Daar kan niet mee gesjoemeld worden.”

Eddy: “Je ziet, we komen er niet uit. Ik ben maandenlang zo boos op mijn zus geweest dat ik niet meer tegen haar sprak. Als we samen bij onze ouders zaten, zei ik geen woord. De ruzie werd ook via WhatsApp uitgevochten. We hebben een familie-app met onze ouders en alle broers en zussen. Daar ben ik uitgestapt, omdat ik het zelf te ver vond gaan.”

Saâdia: “Correctie, er was geen ruzie. Het ging om een discussie.”

Eddy: “Komaan, er was wél ruzie. Een waarbij de hele familie tegen haar wil betrokken was.”

Saâdia: “Mijn ouders hebben altijd gezegd dat ik zelf moest beslissen over mijn politieke voorkeuren. Intussen zaten ze er wel mee. Op de dag van de lokale verkiezingen zei mijn moeder: ‘Voor wie moeten we nu stemmen; voor jou of Eddy?’ Doe het fifty-fifty, antwoordde ik lachend. Maar ik ben het nooit te weten gekomen.”

Eddy: “Op zeker moment besloot ik dat het zo niet langer kon. Ik heb er lang over nagedacht en mijn conclusie was dat je familie uiteindelijk belangrijker is dan politiek. Waarop ik Saâdia een berichtje stuurde met de woorden: ‘Familie of politiek?’ Het was het een of het ander.”

Saâdia: “We komen uit een warm gezin, onze band is sterk. Die maak je niet zomaar kapot. Maar het is voor ons beiden een les geweest; we hebben heel bewust besloten dat je familie en politiek van elkaar gescheiden moet houden. Als er één ding is dat we mensen straks aan de kersttafel kunnen aanraden, is het dat. Ook wij vieren kerst maar het onderwerp politiek wordt vermeden. Want voor we het in de gaten hebben, zijn we weer in een welles-nietesspelletje beland. Een patroon uit onze kindertijd. Misschien moeten we elk maar aan de andere kant van de kersttafel gaan zitten, met de rest van de familie ertussen.”

Ann Vermeulen (41) helpt vluchtelingen, haar broer Stefaan Vermeulen (43) is tegen het migratiepact. Beeld Bas Bogaerts

Ann Vermeulen (41) geeft vluchtelingen ’s nachts onderdak thuis en broer Stefaan Vermeulen (43) is tegen het migratiepact.

Ann Vermeulen: “In mijn vrije tijd houd ik me bezig met gastvrije initiatieven voor mensen die in België zijn toegekomen. Soms laat ik vluchtelingen overnachten, ik ga naar Calais en Duinkerke om te helpen, vang nieuwkomers op als ze een woning toegewezen kregen, dat soort zaken.”

Stefaan Vermeulen: “Ik heb drie bedrijven waarvan het meeste personeel uit Brussel afkomstig is. Het gaat om Congolezen, Rwandezen, Marokkanen en Italianen. Ik vind dat werk de beste manier is om mensen te laten integreren. Wij vormen bijvoorbeeld een kok om naar loodgieter. Allemaal goed en wel, maar ik plaats een kanttekening bij het volgende: als wij de VDAB-database raadplegen, zien we dat er enorm veel Irakezen, Syriërs en Afghanen naar een job zoeken maar dat ze heel gebrekkig Engels spreken. We kunnen die mensen opleiden, maar we kunnen ze geen taal aanleren, dat is een groot probleem. Waarom komen die mensen helemaal naar België, vraag ik me af. De Irakezen en Syriërs kunnen toch beter werk zoeken in een naburig land waar Arabisch wordt gesproken. Mijns inziens komen ze naar ons omwille van economische motieven; ze weten dat je hier in aanmerking kan komen voor een vrij goed leefloon.”

Ann: “Correctie: slechts zes procent van de vluchtelingen wereldwijd komt naar Europa, de rest van de vluchtelingen zoekt zijn heil in een buurland. Degenen die naar ons komen, doen dat omdat er in de buurlanden ginder nauwelijks tot geen kans op een toekomst is.”

Stefaan: “Eén op de vijf Belgen leeft in armoede. Als je bedenkt dat asielzoekers een taalprobleem hebben, weet je op voorhand dat je deze mensen ook de armoede induwt.”

Ann: “Dat één op de vijf in armoede leeft, is niet de schuld van migratie. Het een heeft niets met het ander te maken. Bovendien haalt Stefaan twee zaken door elkaar: het recht op asiel voor mensen op de vlucht, heeft te maken met de Conventie van Genève, met mensenrechten. Arbeidsmigratie is een ander verhaal.”

Ann: “Dat is een signaal dat onze samenleving niet inclusief genoeg is, dat we het anders moeten aanpakken. Er is een groot tekort aan mensen om de vacatures voor knelpuntberoepen in te vullen. Dat de profielen van de migranten daar niet in passen, kunnen we verhelpen.”

Stefaan: “Daarmee help je het probleem de wereld niet uit. Wat migratie betreft, ben ik voor quota. Voor een systeem als in Canada, de VS en Australië. In België moeten we kijken naar hoeveel mensen we willen opvangen en hoeveel we er kúnnen opvangen.”

Ann: “Er ís plaats. Als alle leegstaande panden in ons land zouden worden opgevuld, kunnen we 6 miljoen mensen meer huisvesten dan dat we nu hebben.”

Stefaan: “Wat je ook zegt, je overtuigt me niet. Integendeel, mijn mening wordt er juist door gesterkt.”

Ann: “Dat geldt voor mij ook. Ik heb eigenlijk nooit anders geweten. Toen we nog thuis woonden, zijn we beiden een andere kant opgegaan. Op mijn achttiende hing ik affiches uit voor Hand in Hand (vzw tegen racisme, red.) terwijl Stefaan eerder bezig was met zich academisch te ontwikkelen.”

Stefaan: “Ik heb geen idee waarom we er zo’n verschillende ideologie op na houden. Vroeger discussieerden Ann en ik soms tijdens familiebijeenkomsten. Maar we kwamen er nooit uit. Ik ken de standpunten van Ann, tegenwoordig vooral via Facebook of Twitter. Gelukkig kunnen we onze meningsverschillen tijdens de kerstperiode relativeren. We hebben het over andere zaken. Anders zou onze relatie kunnen verzuren of ontwrichten. Resultaat is dat het met kerst en nieuwjaar altijd heel gezellig is. We lachen wat af, tot en met buikkrampen toe.”

Ann: “Vroeger konden we echt boos zijn op elkaar. Nu zijn we wat ouder en meer vergevingsgezind. We waarderen wat de ander zegt, maar elkaar overtuigen? Nooit ofte nimmer.” (lacht)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234